dood kind

Dood kind in armen van moeder. Irak.

Waarom zouden we een alles-of-nietskeuze maken tussen mededogen voor iemand die lijdt en respect voor diens menselijke waardigheid, vraagt Nussbaum zich af.

‘We kunnen toch onderscheid maken en zowel mededogen hebben voor het ongeluk dat het lot iemand heeft toebedeeld, als respect en ontzag voor de kracht waarmee een goed mens dat draagt?
Als we die menselijkheid inzien hoeven we niet te zeggen dat deze moreel gezien tegen het verlies opweegt om haar te kunnen respecteren.
Evenmin is het, als we vootreffelijkheid willen bewonderen, nodig om te zeggen dat het deugdzame gebruik van onze vermogens voldoende is voor menselijk welzijn, wat we volgens de stoïcijnen zouden moeten doen.’

Nemen we een stoïcijns standpunt in dat een verlies niet ernstig is, dan is zelfs moeilijk in te zien wat we dan eigenlijk bewonderen, want wat stelt dan de kracht om dat verlies met waardigheid te dragen nog voor?

‘Een tragedie roept onze verwondering over menselijke voortreffelijkheid niet op door te laten zien dat haar helden onberoerd blijven bij de dood van kinderen, verkrachting, oorlog en materiële ontberingen, maar juist door te laten zien dat deze vreselijke dingen inderdaad de kern van de persoonlijkheid raken, zonder deze volledig te vernietigen.’

Wel heeft de stoïcijnse opvatting een belangrijk punt.
De waarde van menselijkheid zou respect moeten oproepen, ook als de wereld zich van zijn slechtste kant heeft laten zien, en een voortreffelijk gebruik van menselijke vermogens zou bewondering moeten oproepen, ook als de omstandigheden niet meewerken.

‘Het stoïcijnse ideaal van gelijke menselijkheid, de grondslag van het politieke verlichtingsdenken, legt veel beperkingen op aan passend mededogen en zegt dat we geen overmatig belang moeten hechten aan toevallige omstandigheden in onze betrekkingen met anderen, ook niet in onze reacties op hun tegenslagen.

Het zegt dat we verschillen in de materiële situatie niet moeten interpreteren als iets wat de fundamentele menselijke gelijkheid ontkracht die de juiste grondslag is voor morele aanspraken.
Aan de andere kant is een vast onderdeel van mededogen, wanneer het gepaard gaat aan het oordeel van gelijke mogelijkheden, nu juist de gedachte aan een gemeenschappelijke menselijkheid.

dyn002_original_538_358_jpeg__8f98fe227ce9a525aba88d7963f8c08c

Hiermee is dus respect geen vijand maar een bondgenoot van mededogen.
Juist vanuit dat respect dat we voor de gelijke menselijkheid van anderen hebben zouden we ons juist betrokken moeten voelen bij hun materiële welzijn en er niet onverschillig tegenover staan.

We hebben onvoldoende respect voor die vermogens als we de behoefte aan ondersteuning verontachtzamen of als we ontkennen dat ontberingen afbreuk doen aan het welzijn van mensen.

De stoïcijnen zouden graag geloven dat geen enkele ervaring van materiële hulpeloosheid ons kan raken, dat we nooit slachtoffer zijn- en dat daarin onze waardigheid ligt.Mensen als slachtoffer afbeelden zou een tekort aan respect voor hun kracht zijn.

Bekijk dan bijgaande foto’ s.
We kunnen best erkennen dat we tot op zekere hoogte aan de genade van de wereld zijn overgeleverd, dat mensen die het moeilijk hebben om hun betrachtingen te verwezenlijken, of die door de samenleving bespot of uitgestoten worden, naast respect ook ondersteuning verdienen.

We hebben zelfs pas voldoende respect voor de menselijke vermogens als we beseffen dat ze materiële steun nodig hebben, en dat ze daarvoor een beroep op ons kunnen doen, ook als dat tegen onze eigen geriefelijkheid en gemakzucht ingaat.’

Wordt inderdaad vervolgt en spijtig genoeg geïllustreerd door beelden uit Gaza.