lacmaslide10

Dinsdagavond bij Phara ging het over wrakken (de Belgica) en monumenten (Tindemans).
De woordvoerders van ‘red de Belgica’ wilden het toch liever over een monument hebben, terwijl de heer Tindemans het allerminst fijn had gevonden met wrak te worden aangesproken, ook al heeft hij intussen een respectabele leeftijd bereikt.

Als derde man sprak politoloog Carl Devos over de luie en kreatiefloze linksen, en riep hij op om nieuwe geïnspireerde wegen in te slagen met het socialistisch gemeengoed.
Wrakhout ter linkerzijde, welde even in mij op, maar ik ben zelf ook al een mens die de term wrak in de mond neemt als hij ’s morgens in de spiegel kijkt.

Aan diezelfde linkerzijde werd fameus met het wierookvat gezwaaid, toen Carl Devos werd gevraagd welke plaats Tindemans in het politieke landschap had ingenomen, daarbij de termen ‘stemmenkanon’, ‘boegbeeld’ en andere fraaie termen in de mond nemend zodat Carls ‘analyse’ meer op een ‘in memoriam’ ging lijken, een sfeer die hij daarna doortrok als hij het over de dufheid had die over de linkerzijde in Europa zou hangen.

Hoe je een wrak wordt, lijkt me duidelijk.
Maar hoe word je een monument?
En waarom wil je van een wrak een monument maken?

Je begrijpt mijn onrustige slaap bij zoveel denkwerk.
Er zit iets heel geks in onze drang naar monumenten.
Eerst laten we iets of iemand tot wrak verworden, en als uitloper van een soort schuldgevoel,maken we er daarna een monument van.

Monumenten nemen veel plaats.
Na een tijdje weet niemand nog wat of wie er met het monument herdacht of geëerd wordt.

Arme mensen worden zelden een monument.
Er is leeftijd, aanzien en macht voor nodig.

Kleine monumentjes zijn ook niet in de mode.
Ik hou wel van de koperen plaatjes op banken die een geliefde iemand gedenken in Engeland.
De groep achtergeblevenen schenkt een mooie bank aan een park, perk of andere rustplaats met daarop een sober plaatje van degene die herdacht wordt.

Dat zijn mooie monumenten.
Ook al zegt de naam je niets (meer) je kunt je altijd een vriendelijke man of vrouw voor de geest halen terwijl je over het landschap kijkt waar wij allen ooit een deel van zullen uitmaken als grondstof.

Protserige monumenten hoe goed bedoeld ook doen me eerder aan een geurspoor denken, je plek markeren met urine of uitwerpselen.

Ben je eindelijk van de aardbol verdwenen of daar verrijs je opnieuw in brons of steen, als een soort angstreflex, als de totem van een stam, en het zijn vooral duiven die weten wat ze met monumenten moeten doen: erop gaan zitten en erop kakken.

De akelige gewoonte om je sporen achter te laten, van onderbroek, grafiti, geschrift, tot monument, laat zien hoe primitief wij in elkaar zitten.

De bloemen van de voorbije zomer verwaaiden hun zaden, en waar het een beetje meezit, verschijnen er weer anderen als de temperatuur nog ooit boven de tien graden stijgt.

Wrakhout als monument.
Gewoon een stukje Belgica aan de ingang van dat Antartica-museum is genoeg in een virtuele tijd waarmee de heuse Belgica met allerlei digitale media kan opgeroepen worden, en we besparen een hoop geld voor volksontwikkeling.

Nu we beetje bij beetje van relikwieën verlost zijn, hoeven we niet dadelijk een nieuwe religie te ontwikkelen.
Onze breinen, hoe sukkelachtig ook, zijn tot fantaseren en redeneren in staat.

Ook wrakhout kan mooi zijn.