dyn008_original_350_543_jpeg_20344_496beadc9b15864adabd47444ba30a1a

Lieve Vriendin,

Je schreef me over je familiedocumentatie, hoe je geduldig van in de 19de eeuw naar de geschiedenis van je familie op zoek was, en je je bevindingen bewaart, als erfenis voor je neven en nichten, voor al degenen die na ons zijn en zullen komen, om een koninklijk besluit te citeren.

Je had het ook over de vele ‘verborgen’ levens, levens van mensen die nog met naam in je agenda’s van jaren geleden staan, maar waar je bij die naam geen gezicht, laat staan een geschiedenis kunt bedenken.

dyn008_original_350_541_jpeg_20344_0888b5f5fe70f8cfc2e7461e8f8e8259

De genetische optelsommen (alhoewel er ook delingen en vermenigvuldigingen bij zijn betrokken, en schamper gezegd ook aftrekkingen wellicht; laat de menigte in de handen klappen rond de sympathieke televisiepresentator), kortom al wat wij als personen aan ‘voorafgaanden’ culmineren vormt samen met onze ervaringen de persoon die wij zijn.

Je zou ons bestaan als voorafgaanden op doorreis kunnen betitelen, als een soort autobus met opstapje en waarin de ‘nieuwe’ chauffeur vooraan het waanidee heeft dat hij de reizigers naar een bepaalde bestemming moet brengen terwijl hij echter langzaam een deel wordt van de passagiers zodat de plaats van bestuurder weer vrijkomt voor de volgende opstapper (ster).

Wel, dat is bij mij grondig mislukt.
Ik heb niet de illussie dat ik de passagiers op mijn bus ergens naar toe kan brengen, we bepalen immers voortdurend samen de reis, maar ik kan maar geen onderdeel van mijn ‘voorgaanden’ worden, ik blijf ze zien als afzonderlijke personages, werkelijken en verzonnennen, met de opdracht hen in beeld te brengen zoals jij dat met grote documentaire getrouwheid doet, en ik vanuit de de wereld waarin zijzelf mij hun geschiedenis vertellen, stevig door mijzelf bijgekleurd of afgelijnd.

Zowel mijn werkelijke verwanten -wij zijn de laatsten met grote families- als degenen die in mij als fictieve personages leven (ik sla ze door elkaar, dat is nu eenmaal mijn zwakte en mijn sterkte) hebben er genoeg van als genetisch onderdeel te verdwijnen in de ‘volgenden’, ze willen eindelijk erkend en herkend worden en vragen mij dringend hun levens in verhalen zichtbaar te maken.

dyn005_original_350_544_jpeg__502b9111b435e680b399a95a3fb0a947

Ik kan niet ontkennen dat ze in pose zijn gezet door hun begeleiders.
Dat zie je vaak aan hun gespannen gezichtjes op deze foto’ s, aan hun wat verkrampte houding.
Dat was (en is?) de gewoonte, je verschijnt als ‘masker’ (een ander woord voor ‘persona’), als poseur voor de camera, en het is nu net het avontuur om achter de pose en de poseur de werkelijke grootoom, achter-achterneef of betovergrootvader als dagelijkse mens te ontdekken.
De houterigheid was vaak ook technisch nodig gezien de lange belichtingstijden van de portretten, maar de intonatie van hun leven, de sfeer waarin ze ons aankijken of zich een ‘air’ geven, is er niet door aangetast.

dyn005_original_495_332_jpeg__746002229fe19e25abe1d26957e20986

Je ziet dat ze niet gewend zijn elkaar aan te raken, dat hun dichtbij-elkaar een portretten-houding was, dat ze dadelijk weer of ruzie gaan maken, of ontspannen zullen zuchten en blij zijn die mooie kleren te mogen verwisselen voor hun dagelijkse plunje.

Al zullen ze bij mij hun levensverhaal onthullen, vaak op het podium tot op hoge leeftijd, ze blijven net zo goed de jochies die ze hier op de foto zijn.
Bij de verplichte inentingen zou een nieuw gebod opgenomen kunnen worden: elk kind krijgt van de Staat een dik leeg fotoalbum dat hij of zij verplicht is aan te vullen, zeker vanaf nul tot dertien jaar, daarna ad libitum.

Bij belangrijke beslissingen, bij het aangaan van menselijke vriendschappen voor lange tijd, bij het aankopen van huizen en landgoederen, bij het oordelen over anderen, bij depressies en andere ontgoochelingen, kan dan dit boek geraadpleegd worden.

Wist je dat het jongetje met de revolver een bang kind in het donker was?
Jaja, dat kunnen we vermoeden na het praatje van de kinderpsych met de hondenogen.
Maar dat hij, de bangerik, zonder veel tamtam vier medepartisanen heeft gered ten koste van zijn eigen leven?
En dat er op zijn graf nog altijd verse bloemen worden gelegd, niet alleen uit liefde en verering maar omdat hij zoveel vrouwen heeft gekend zodat de nakomelingen uit de verhalen van hun moeder en grootmoeders hem als voorbeeld van beminnelijkheid blijven zien?
Zie je hem daar liggen, de prachtige bangerik.