avondmaal

Wakker worden met de stem van de woordvoerder van de kardinaal op de radio.
Verwacht geen warme stem, neen, het is de stem van een monnik die net de eeuwige gelofte van kuisheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd.
Hij komt verklaren dat in al dat geleuter over ‘zinloos’ geweld de religie -die volgens de sprekerd in het hoekje wordt geduwd- toch wel een concept heeft tegen dat geciteerde geweld.
Voilà.

Het is flauw, ik geef het toe, maar ik hoor toch onmiddellijk ‘Dieu le veult’ in mijn oren daveren en de geur van gebraden ketter dringt zachtjes in de grote neusgaten door terwijl de schrijnende afwezigheid van vrouwen in de religies, de uitspraken van de Grieks Orthodoxe kerk die homo-stellen als ‘mensachtigen’ bestempelt,mij niet dadelijk tot vreedzame gedachten omtrent die uitspraak aanzetten.

Tegelijkertijd heb ik het ook niet voor de lekenstaat, voor de ‘mannen van morgen’ die in hun wilde dromen de mensen redden van de werkeloosheid zoals De Dekker gisterenavond bij Phara kwam verklaren -deze nieuwe Vincentius a Paulo, deze nieuwe heilige Martinus die zijn parlementair kleed in twee scheurt en jawel -de kardinaal zal blij zijn- de bijbel citeert dat er meer vreugde is om één terug gekeerd verloren schaap dan om een massa rechtvaardige blaters.

dyn007_original_509_359_jpeg__d038435a5916531b794c06ee2afae912

Er is op dit planeetje al wat afgevochten om de kudden in de ene ware schaapstal te krijgen.
Dat is het model waarover we het gisteren hadden: de ware schaapstal.
Het is de stal waarin wij staan, uiteraard.
Het is de stal met uitzicht op de grote utopie van leeuw en lam, van een leven zonder pijn, de grote verlichting, het eeuwige leven, de stal voor ‘de mensen’, het paradijs, het einde der tijden (voor wie in het zwarte gat terecht komt) het nirwana, kortom: cinema.

Integristen houden niet van de donkerte.
Utopieën baden in een overvloedig licht, en het woord licht en verlichting zijn zowel in de religie als in de lekenstaat ten overvloede aanwezig.

Integristen vinden dat zij of in dat licht staan of naar dat licht op weg zijn, kortom het licht als beloning voor een vlekkeloos leven in dienst van de grote meneer Proper, God of de Staat, de profeet of de Verlosser.

Integristen houden dus niet van het idee van een ‘erfzonde’, een wat ongemakkelijke uitdrukking voor het menselijk tekort, de werkelijkheid dat wij- hoe dan ook- wolven zijn voor elkaar en eerder elkaars strot afbijten dan wel braafjes in dat licht te baden.

dyn002_original_379_474_jpeg_20344_deaa3eed7b13f2ec142e49f10f3bcb60

‘Scheinwelt’, zo heet dit werk van Georg Baselitz momenteel in ‘Art Cologne’ tentoongesteld.
En die verbeelding sluit aan bij de negatieve afdruk van dat paradijs waarvan bijvoorbeeld nazi’ s en communisten zo hielden, breken met de ogenschijnlijke fataliteit die uit het Judeo-Christelijke verhaal naar boven kwam en waarin het onaffe tenslotte door de zoon van god moest worden uitgeboet, een aardig staaltje van misplaatste vaderliefde, dat wel.

In de ideologie van een nieuw Rijk is er geen plaats voor zonde of zoals Saint Juste het zei (het kon net zo goed Robespierre zijn) ‘Le Bonheur est une idée neuve’.
BHL (Bernard-Henri-Lévy) meent daarbij dat de Islam juist zo’n makkelijk terrein voor integristen is omdat zij als enige religie van ‘Le Livre’ geen begrip van erfzonde kennen, en dat daardoor deze religie zich vlugger met het idee van de ene reine wereldstal zou verzoenen.

De ‘reinen’ willen de wereld tot één groot geschrobte samenleving herleiden.
Het vervelende is dat bij zo’ n operatie ‘de onreinen’ die zich niet dadelijk tot ‘de reinen’ willen bekeren hun hoofd daarbij nogal letterlijk moesten en moeten neerleggen.

Vreemd is ook dat in die ‘reine’ samenleving vrouwen een zeer ondergeschikte plaats behouden, dat het reinheidsideaal in hoge mate een mannenzaak blijkt te zijn, want zoals we in vorige stukken al betoogden, de angst voor het slijmerige, het onaffe, het glibberige, het vrouwelijke en seks dus, wordt ten zeerste verbannen of aan banden gelegd.

Denk nu niet dat integristen zich als baarlijke duivels voordoen.
Integendeel.
Het brengen van ‘blijde’ boodschappen, van grote glimlachende zinnen en woorden is hen eigen.
Het propere samenlevingsmodel wordt met toeters en bellen omgeven.
Wellicht is dat juist de gevaarlijke kant.
Want wie is er tegen een aards paradijs?

Het geluk van ‘de mensen’, predikers en politici zijn er vol van.
Zo lang ze maar niet naast mijn deur wonen, denken we dan terwijl we de andere kant opkijken of onze schoenen bestuderen om geen goeiedag te moeten zeggen, wij, die telkens weer denken dat herders ons op hun schouders willen dragen terwijl ze het op onze wol en vlees hebben gemunt.

En waarom willen we per se gedragen worden als we zelf benen hebben om op weg te zijn?