gh1341

In het merkwaardige boek van de Nederlandse hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis,  Frank Ankersmit ‘De sublieme historische ervaring’ (Historische uitgeverij 2007) belicht hij vooral de rol van de menselijke ervaring en pleit hij om het ‘sublieme’  (jaja, de historische “sensatie” in de mooie zin van het woord ) bij het benaderen van de geschiedenis centraal te stellen.
Het primaat van de ervaring waarvoor hij erkenning vraagt ligt niet voor de hand in de geschiedschrijving waarin de wildgroei woekert. Hij bekritiseert hiermee de theoretische benaderingen in de filosofie en de geschiedschrijving van de afgelopen eeuw waar de ervaring geen ruimte kreeg.

gh4129
Naar het einde van zijn gefundeerd verhaal heeft hij het over ‘Trauma, sublimiteit en het ontstaan van het westerse historische besef. (386)

In tegenstelling met Lacapra blijven individuele mensen het subject van een trauma,  ook al ervaren zij het trauma collectief, zoals dat van de holocaust.  Voor Ankersmit echter is de westerse beschaving zelf het subject van het trauma en zijn vraag luidt hoe de westerse beschaving als zodanig met haar allergrootste crises is omgegaan, namelijk toen zij door het gedwongen betreden van een nieuwe wereld het traumatiserend verlies van een oude wereld onderging.

‘En tot op heden is er geen goed argument voor de stelling, dat de holocaust ook in deze zin, een traumatische ervaring is geweest.  Doorslaggevend is dat de plegers van deze ongekende misdaad tijdens de tweede wereldoorlog zijn verslagen en dat hun daden en hun streven op geen enkele manier deel zijn gaan uitmaken van onze collectieve toekomst.  Juist hierin verschilt de holocaust wezenlijk van crises als de breuk van de Renaissance met het middeleeuwse verleden of het drama van de Franse revolutie.’

gh3663
De tragiek van dit soort crises is nu juist het feit dat de traumatische gebeurtenis niet kan worden overwonnen of geneutraliseerd door te weigeren haar deel te laten uitmaken van een nieuwe identiteit van het getraumatiseerde subject. (zoals het ondenkbaar is dat de holocaust onderdeel uitmaakt van onze naoorlogse identiteit)
Men wist dat ‘men moest worden wat men niet langer was’ en dat het verleden als deel van het heden moest worden geaccepteerd.

Ankersmit geeft dan het voorbeeld dat een reactionaire Metternich-achtige afwijzing van de Franse revolutie als onverstandig werd gezien, ook door reactionairen, en dat het voor het hen zo betreurenswaardige en traumatische verleden moest worden geaccepteerd als onderdeel van de moderne morele werkelijkheid. Dat was dan ook hun trauma: de erkenning dat ze moesten accepteren wat ze zo verfoeiden. (een houding die je in de geschriften van onze eerste koning, Leopold I meer dan eens terugvindt!)
Bij de holocaust ligt dat echter helemaal anders.

gh4127
‘Wat Hitler en zijn beulen het nageslacht hebben nagelaten moet voor eeuwig en altijd vermeden worden en mag onder geen enkele omstandigheid een legitiem aanvaard onderdeel van ons heden en onze toekomst worden.’

Er is inderdaad reden voor verdriet, wanhoop en morele verontwaardiging voor de onbeschrijfelijke daden van de nazi’s maar geen reden voor een collectief trauma.  Ankersmit noemt het provocerend een ‘morele schanddaad’ als de holocaust een historisch trauma had ontketend want dat zou willen zeggen dat we tot op zekere hoogte Hitlers nalatenschap hadden aanvaard.

gh2186
‘Een werkelijk collectief trauma doet zich pas voor wanneer een samenleving ziet dat ze het verschrikkelijke moet accepteren, dat het haar lot is.  En zo was het met de Franse revolutie.’

De auteur vermoedt dat theoretici als Lacapra deze redenering zullen zien als een reductie ad absurdum, want er moet wel iets mis zijn met een redenering die aan de holocaust de dimensie van een collectief trauma ontzegt.  Als die afschuwelijke genocide geen collectief trauma opwekken wijst dit dan niet op een morele degeneratie en zeker van mensen zoals de auteur die zelfs durft beweren dat dit ook is zoals het hoort te wezen? (388)

Hij verdedigt zich met te zeggen dat er geen aanwijsbaar verband bestaat tussen de verschrikkingen die een menselijke samenleving ondergaat en een eventuele traumatische ervaring ervan.  Hij verwijst naar andere gruwelijkheden zoals het rampzalig lot van de Azteken of van de Amerikaanse indianen, de verschrikkingen die het Mongoolse bewind aan Centraal-Azië toebracht – ze lieten nauwelijks of geen sporen na in de geschreven geschiedenis.

De grote crises hebben de westerse beschaving telkens gedwongen haar relatie tot het verleden opnieuw te bepalen, en dan tot een nieuw historisch besef en een nieuwe geschiedschrijving om de nieuwe relatie recht te doen. Maar tot op heden is er als reactie op de holocaust geen nieuw historisch besef en geen nieuwe soort geschiedschrijving ontstaan.  Wat moeten we hieruit afleiden over de invloed van de holocaust op het historisch besef van het westen?

gh3142
Ankersmit vraagt zich af waarom relatief kleine collectieve rampen onder bepaalde omstandigheden een sterkere prikkel voor historisch besef vormen dan het allerergste wat de mensheid de loop van haar geschiedenis heeft moeten ondergaan.

Waarom verdwijnen tragedies, verschrikkingen en menselijk lijden gemakkelijk spoorloos in de mist der tijden terwijl relatief kleine historische rampen in het westen ervaren kunnen worden als rampen?
Hij geeft het voorbeeld van 11 september 2001 waarbij minder slachtoffers vielen dan er jaarlijks in de States door auto-ongelukken omkomen.

Waarom en hoe is dit uniek vermogen tot collectieve traumatische ervaring van het verleden in het westen ontstaan?

(vervolgt)

Illustraties van Gottfried Helnwein