2.11

In 1950 geboren in Leningrad kreeg Mikhail Magaril zijn opleiding bij het Moskouse Drukkersinstituut. Zijn aktiviteit als boekillustrator was zoals voor menig Sovjetkunstenaar uit die tijd een handige manier om zijn werk via belangrijke Leningradse uitgeverijen te publiceren. In 1990 emigreert hij naar de USA waar hij in 1991 begint te werken bij het Center for Book Arts in NY.

Zijn artistieke output is een succesvolle combinatie van de rebelse esthetiek van de Russische avant-garde van de vroege jaren 1900, en de linguïstische dubbelzinnigheid van de vroege absurdistische Sovjet-literatuur, gemengd met de kritisch gezinde speelsheid van de Britse en de Amerikaanse Pop-Art.

Je denkt dadelijk aan het werk van Kazimir Malevich, pionier van een geometrische abstrakte kunst. De helderheid van kleuren, de eenvoud en elegantie van het lijnenspel maken die invloed duidelijk.

‘Magaril draws extensively on the visual culture of the Soviet avant-garde book illustration, where meaningful arrangements of the image and typhographie underscore daring linguistic experiments of poets and writers.’

4.7

Je kunt de historische kontekst niet alleen als vormgever aanduiden, maar tegelijkertijd hanteert hij de atmosfeer, de toen geldende interpretatie van de beelden met een duidelijke ironische hedendaagse inhoud zonder daarom vernietigend of louter misprijzend over te komen. 

Het heimwee naar de tijd-van-toen blijft ondanks de onmenselijkheid  ervan meespelen. Een emotie die je ook bij kunstenaars uit het vroegere Oost-Duitsland zult waarnemen. Het gesloten systeem en zijn (later ervaren) mooie kantjes van wij-samen-tegen-de-boze-kapitalistische wereld. Een vreemde combinatie die je alleen vanuit de binnenwereld van dergelijke systemen leert begrijpen.

Die mengeling zorgt voor een soort optimisme waarmee de utopie van het toenmalige socialisme doordrenkt was.

‘His affectionate warm-harted nostalgia strongly manifest itself through constant reinvention of childeren’s reading tutorials, coloring books and puzzles and frequent integration of the found objects into the canvas.’

Maar terzelfdertijd brengt hij nogal wat elementen van het ‘groteske’ aan, van het onbewuste, het absurde, een mengeling die zijn retorische karakters een eigenzinnige gestalte geeft.

5.6

‘In MM’ tremendous and artistic undertaking the Soviet paraphernalia serves multiple purposes: monumentalizing the artist’s lamentation of the demise of the great illusion, it simultaneously becomes a metaphor of ultimate submissiveness, apathy and peremptory absolutism.’

Ik weet niet of wij in eigen omgeving dergelijke vormgeving kunnen hanteren omdat we die grote ‘droom’, die utopie niet op een dergelijke manier hebben ervaren.  De absurditeit was (en is) in de Belgische omgeving zo manifest aanwezig dat ze vaak op zichzelf een soort kunstwerk vormde waarvan de ironie geen interpretatie meer hoefde omdat ze er boterdik op aangebracht was.

7.4

De dromen uit het land van de onmogelijke combinaties en compromissen beperken zich tot de verbeelding waarin de actoren denken dat een soort ‘zelfstandigheid’ hen van die absurditeit zal bevrijden terwijl bij het uitzoomen het prikje grondgebied vrijwel onzichtbaar wordt op de wereldkaart en anderzijds de verlamming van de gedwongen cohabitatie historisch ook zijn beste tijd zou gehad hebben.

In feite is het nu net de ironie die ons verbindt maar dat vraagt uiteraard politici met een warm gevoel voor humor, want in het collectieve glim- en grimlachen ervaren we onze wederzijdse beperkingen.

Maar dat gevoel van we willen wel maar kunnen niet is dan op zichzelf alweer een aantal prenten en beelden waard. Ik weet niet of de Canvas-collectie uit deze rijke bodem geput heeft, maar de ondergrond is er rijk aan delfstoffen.

In die zin zouden onze Waalse broeders de beste Vlaamse spotprent kunnen bekronen terwijl wij een prijs geven aan een Waals kunstwerk dat onze pogingen tot samenleven uitbeeldt.  Uitreiking in Brussel uiteraard.

In bijgaande film kun je de kunstenaar in 2004 aan het werk zien. Even geduld voor de lange inleiding.

Mikhail Magaril discusses printing of The Nightingale with Peter Kruty from Misha Beletsky on Vimeo.