821413628

Nostalgische herinneringen  hebben inderdaad eerder te doen met het individu dan met de collectiviteit. En, zegt Frank Ankersmit, we hebben des te meer reden om ons voor nostalgie te interesseren, omdat deze ons, gelijk de historische ervaring, voert naar een wereld van stemmingen en gevoelens.

De vraag: zijn nostalgie en historische ervaring dezelfde varianten op eenzelfde thema of verschillen ze wezenlijk van elkaar?
In de reflectie op de geschiedenis is er meer aandacht geweest voor de nostalgie dan voor de historische ervaring.
Wel opvallend: ondanks de hedendaagse ‘privatisering van het verleden’ (en daarvan gaven de media de laatst weken “aardige” staaltjes weg) is het oordeel over de nostalgie in de recente geschiedtheorie zeer negatief.

Al in de vroege bijbelse verhalen was het duidelijk dat nostalgie niet zo’n goede pers kreeg om in de trant te blijven.  Lots vrouw veranderde toch in een zoutzuil toen ze vol heimwee omzag naar Sodom.
Wie aan heimwee of nostalgie lijdt (en hier zijn we terug bij de opstellen over Albrecht Dürer) voelt zich onprettig en wil liever van het gevoel af. Zoals we al aanduidden bij Dürer willen mensen ook nu van nostalgie af want ze wordt beschouwd als een psychopathologie en wie er last van heeft lijdt dus aan een zielsziekte.

357223061
Hoort er nog een zekere heroïek bij sommige zielsziekten zoals het manisch depressieve voor velen een tomeloos en imponerend karakter heeft, en gekte en genialiteit zouden ook broertjes kunnen zijn, nostalgie  echter draagt geen enkele belofte van diepe of geniale inzichten.

‘De nostalgicus bevindt zich op een plaats in ruimte of tijd waar hij zich ongelukkig voelt, en hij wil terug naar een plek waar hij eerder was, die hem reeds bekend is en waar hij zich beter denkt te voelen.’ (416)

Nostalgie is ingegeven door angst, irreële angst en bewerkstelligt enkel vluchtgedrag.  Op de vlucht voor de werkelijkheid, heet het.
Christopher Lasch beschrijft de nostalgicus als een ‘incurabel sentimentalist’ bang voor de toekomst en het verleden. (The imaginary past: historia and nostalgie, Manchester 1989)

En zo zijn er tal van weldenkenden die zich vaak nog scherper uitspreken over deze emotie.

Maar in ‘The future of nostalgie’ (NY 2001) beschrijft Svetlana Boym de nostalgie op een andere, vriendelijke manier.
Ze onderscheidt ‘restortative’ en ‘reflective’ nostalgie waarbij het duidelijk is dat de eerste eerder negatief en de tweede positief wordt ervaren.

matthew_monahan_blue_mask
Restortative nostalgie stresses nostos (i.e. de terugkeer naar het object van de nostalgie) and attempts a transhistorical reconstruction of the lost home. Reflective nostalgia thrives in algia (de zielepijn die de nostalgie veroorzaakt), the longing itself and deals the homecoming-wishful, ironically, desperately. (…) The past for the restorative nostalgia is a value for the present; the past is not a duration but a perfect snapshot.  Morover, the past is not  supposed t.o. reveal any signs of decay; it has  to be freshley painted in its ‘original image’ and remain eternally young.  Reflective nostalgia is more concerned with historical and individual time, with the irrevocability of the past and human finitude.( (XVIII, 49)

matthew_monahan_mad_builder_2

De restauratie van de Sixtijnse kapel is voor Boym het paradigma van de restauratieve nostalgie.
Men zocht achter vernis, scheuren, zweet en beschadigingen, onder een laag van bijna vijf eeuwen walm naar een authentiek verleden, naar een verleden zoals vorm gegeven  in de lange jaren tussen 1508 en 1541. Maar is die authenticiteit terug te halen?  Dat betwijfelen we uiteraard.  Er bestaat zoiets als een geschiedenis van de restauratie-techniek, en alleen dat al moet ons wantrouwend maken..

‘Want als de restauratie in de ene tijd zus en in de andere tijd zo is verricht, dan voert ook een restauratie ons kennelijk niet terug naar de maagdelijke authenticiteit, maar enkel naar een tijdsgebonden en plaatselijke opvatting ervan. Je komt dus terecht bij een ‘invention of tradition’ Je ritualiseert en formaliseert tradities die je in alle eerlijkheid aan het verleden toeschrijft, maar die in feite nu en hier bedacht zijn.

De reflectieve nostalgie echter vertrekt juist vanuit de zwaktes van de restauratieve nostalgie. De restauratieve laat de afstand tussen het heden en verleden geheel verdwijnen een beoogt een soort ‘re-enactement of the past’ terwijl de reflectieve de afstand juist intact laat. Beter nog, ze zoekt juist haar basis in deze afstand, of zoals Boym het uitdrukt: ‘reflective nostalgia does not pretend to rebuild the mythical place called home; it is ‘enamored of distance, not of the referent itself.’ (50)

De afstand is het eigenlijke object van de nostalgie.  De reflectieve nostalgie is het pijnlijke besef van de afstand tussen heden en verleden en heeft deze afstand ook als object. (419)

 

(de kunstwerken zijn van de Amerikaanse kunstenaar Matthew Monahan, 1972)