ETON SCHOOLUNIFORM.jpgIn werkelijkheid was het een nuchtere strenge en doordachte opvoeding. De school was naar de beschermheilige van Engeland en de eerste kristelijke ridder  ‘Saint George’ s school’ genoemd, en zette ridderlijkheid, karakter en eerlijkheid aan de top van de deugden die van ons werden verlangd. Wie loog of tegen een een van de hoogste geboden zondigde die een gentleman moest opvolgen, werd door het lerarencollegium of in bijzondere gevallen door een aantal oudere jongens beoordeeld, en naar aloude Engelse schoolzeden met ontblote ‘Mittelpositur’ (sic) over een houtblok gelegd en persoonlijk door Mr. Kynnersly met een zweep tot bloedens toe geslagen.

’s Morgens werden we verplicht ons van kop tot teen met koud water te douchen.  Voor de sport moesten we ons ’s namiddag helemaal omkleden.  Meestal droegen we dan slechts een flanellen broekje en een sporthemd, in de winter een zwarte pullover met een rood Georgeskruis.  We leerden boksen en vechten en natuurlijk de andere sporten zoals het nationale balspel cricket, en ook handbal, Eton- en rugby-voetbal, maar heel weinig turnen en geen tennis dat toen nog voor een weke sport doorging. Ook zwemmen in de vijver, in de ‘wildernis’ was verplicht.  De leerkrachten met inbegrip van de “chef” Mr. Kynnersley namen aan alle activiteiten deel..  Daardoor ontstond er een vriendschap zoals tussen oudere en jongere leden van een officierenkorps en een erecode die zelden werd geschonden.

899162081

Bij de snipperjachten tijdens de herfst die toch met een loopafstand van vijftien kilometer dwars  door de velden voeren, was Mr. Kynnersley vaak zelf een van de hazen en gaf hij  het goede voorbeeld bij het afsnijden van moeilijk te nemen terrein, begroeid met doornstruiken of waterlopen waar je moest doorwaden of overzwemmen. Lang en langbenig, met roodblonde bakkebaarden zoals de Engelse geestelijken die toen meestal droegen, toch al dertig, gedroeg hij zich dapper en geslepen als een jongen zonder dat zijn achting daaronder leed. Als hij als haas door een plotse wending ons aardig in de maling had genomen en ontsnapt was aan onze achtervolging dan zagen we bij het halali zijn ogen achter zijn gouden brilletje schitteren.

1069761575
Je kon denken dat bij deze training de eigenlijke opdracht van de school verwaarloosd werd.  Dat was helemaal niet het geval denk ik. Was ik in Parijs een middelmatige scholier, in Ascot kon ik in korte tijd vloeiend Grieks en Latijn lezen zodat ik later in het Hamburgse Johanneum mijn medeleerlingen minstens hierin overtrof.  Als dertienjarigen vertaalden wij Caesar, Livius, Sofokles en Aristofanes “van het blad”, met uitzondering van de koren.  Ja, we speelden ‘de Wolken’ van Aristofanes als voorstelling waarin ik de rol van Pheidippides vertolkte in de oorspronkelijke taal. (het Oud Grieks dus) Ook Engelse geschiedenis en literatuur werd grondig en boeiend gegeven. Shakespeare, Byron, Walter Scott, Dickens vonden hun plaats in onze fantasie. De ‘Lustige Vrouwtjes’, ‘As you like it’, ‘de Koopman van Venetië’ lazen wij als rollenspel waarbij we bepaalde fragmenten die bijzonder vrolijk waren ook speelden.  Met Dickens’ ‘Pickwick’, ‘David Copperfield’, ‘Oliver Twist’, ‘Barnaby Rudge’ die Mr. Kynnerley ons voorlas hebben we in groep ons geamuseerd en gelachen.  We werden niet gedwongen leerstof op te stapelen (büffeln) maar wie wilde leren kreeg daartoe rijkelijk de gelegenheid en dat op minder deprimerende manieren dan die waarmee ik later op mijn Duits gymnasium werd geconfronteerd.
SCHOOLUNIFORM.jpg
Het voorlezen, of lezen in verschillende rollen gebeurde vaak tijdens schoolvrije dagen, in de late namiddag, als we na het spelen gedoucht en in het toen geldende apenpakje voor jongens in het salon verschenen, waar we op een kussen op de grond aan de voeten van Mr. Kynnersley zaten en Mrs. Kynnersley voor thee en gebak zorgde.  Zijzelf, een kinderloze, beetje schuchtere maar temperamentvolle vrouw, lang en roodblond, met een paardengebit zoals haar man, zorgde vooral voor de kleinsten, de acht- tot tienjarige jongens.
Op de oudere jongens die vooral bij Mr. Kynnersley in de gunst lagen was ze echt jaloers wat tot tragische of tragikomische scènes leidde en die op hun ouderwetse Engelse manier voor ons heel spannend waren.

Ik vatte een grote liefde voor Macaulay op. Mijn grootmoeder Lynch had me een uitgave van zijn werk cadeau gedaan, acht oktaafgrote delen gebonden in leder die erg aangenaam roken. Ik las en herlas telkens weer zijn leven, zijn Engelse verhalen, de essays en redevoeringen voor het parlement.  Zijn grote redevoeringen over de tienuren-dag en aanverwante vragen, waren voor mij de eerste kiemen voor de sociale geschiedenis.

(de foto’s zijn louter illustratief en proberen de sfeer van de tijd weer te geven.)