483px-Roger_Fry_self-portrait.jpg

En nu zijn we terug waar Harry het verhaal begon, op weg naar Ascot waar hij de pas opgerichte school van Mr. Kynersley zal bezoeken.

‘Nog één keer viel ik mijn moeder heftig om de hals toen ze begon te wenen.  Even later waren we in Ascot en maakten in alle waardigheid kennis met Mr. Kynnersley; mijn moeder leek me daarbij trotser en groter dan ooit.
Eens ze weg was, redde ik mijn gezicht bij mijn nieuwe vrienden door gespeelde kalmte en slechte grappen en schreef ik nog dezelfde avond een briefje dat hier voor mij  ligt: ‘Ik heb al heel wat nieuwe vrienden gemaakt.’ Eens in mijn bed echter weende ik des te heviger.

De volgende morgen werd ik als buitenlander door een jongen voor een bokskamp uitgedaagd.  In Engeland was een buitenlander iemand  die vroeger in Griekenland ‘een barbaar’ werd genoemd. Een andere, oudere jongen bracht me snel de regels bij van een ‘faire’ bokskamp waarbij krabben en bijten en slagen onder de gordel  uitgesloten waren.
Hij vermoedde terecht dat ik dit niet op het ‘kontinent’ had geleerd omdat er daar immers geen gentlemen waren. We gingen achter het huis, mijn tegenstander en ik moesten ons tot op hemd en broek uitkleden, ik kreeg handschoenen aan en na drie ronden was ‘knock out’. Eens ik was opgestaan kreeg ik een hand en de vriendschap van de jongen die me had uitgedaagd.  Ik had geen vermoeden van boksen maar had me toch heel dapper gedragen en geen onfaire trucjes gebruikt, erg in trek bij buitenlanders.
Mocht ik een sekundant nodig hebben dan zou hij als vriend altijd ter beschikking zijn.
De onpartijdige die mij op voorhand  de regels van het spel had uitgelegd bleek de later gevreesde, uitgelezen kunstcriticus (schilder) Roger Fry (hierboven zelfportret) te zijn.  Hij zou als eerste in Engeland voor Cézanne en Maillol opkomen, een broer van Joan Fry die na de oorlog de voedselbedeling aan de Quäkers leidde.
school-l.jpg
In tegenstelling tot de Parijse bunkers en hun ellendige sfeer presenteerde deze school zich hier als een groot vriendelijk landhuis. Beter nog: de school bestond uit een komplex van gebouwen in Victoriaanse cottagestijl waaruit het eigenlijke schoolgebouw een beetje naar voren kwam. Ze lagen op een hoogte, midden in een park, in het dal beneden begrensd door weiden, die als speelplaats dienden.
Vanuit de veranda voor het hoofdgebouw kon je ver in een welig landschap kijken waarvan de heuvels  afwisselden met heide en perceeltjes bos.school2.jpg
Eén deel van het park, gespaard door de moderne ontwkkeling, was de rest van de oeroude jachtgronden van Windsor, een wat heuvelige en afgesloten kloof die ‘de wildernis’ werd genoemd. Ze diende om er inheemse flora en kleine huisdieren zoals konijntjes, hagedissen en schildpadden te verzorgen. Een ander deel van het park was in tuintjes verdeeld die als prijs voor bijzondere prestaties aan jongens apart werden toegewezen waar ze naar hun eigen smaak en tuinierdeskundigheid bloemen plantten en verzorgden, rozenstokken, tulpen, irissen, viooltjes, muurbloempjes, jasmijn maar ook waterkers, mostaardzaadjes en radijsjes.ascot_residential_homes-stdavids-st christophers_ascot_berkshire.jpg
De ‘wildernis’ omsloot een kleine vijver gevoed door een kleine waterval waarin we tijdens de zomer van de wereld afgezonderd, helemaal ongeneerd naakt baadden, speelden, plonsden en zwommen.  De vijver en de ‘wildernis’ werden net zoals de tuintjes door onzelf beheerd en slechts zeer zelden werd er van bovenaf ingegrepen. Dit kleine paradijs voor jongens was in al zijn details een schepping van Mr. Kynnersley. Natuurlijk had hij allerlei invallen die ons in ‘Naturzustand’ brachten, onze fantasie prikkelde, ons tot avonturieren aanzette.
De ‘wildernis’ was voor ons een werkelijke wildernis aan de andere kant van de moderne wereld, een stuk middeleeuwen of Wildamerika. Mr. Kynnersley was terwijl hij rotsen voor de waterval versleepte of oerwoud ontgon en in hun schaduw zeldzame varens en grassen ontdekte, een mengeling van pionier, schooljongen en woudgod, een betoverde herder, een woudwezen, dit woud waarin Falstaff als wilde jager in het geestenuur mistress Quickley verwachtte.windsor 1900.jpg
En kwamen we vanuit Windsor in de maneschijn door het bos naar huis gewandeld en herten en reeën ons begluurden en de kreupele eiken als heksen ons met hun takken wenkten dan leek onze school een stuk van een aan de tijd en ruimte ontrukte fabelwereld.

(de school  St. George Ascot werd in 1904 een meisjesschool en bestaat nog altijd als een voornaam katholiek meisjesinternaat. Anders dan bijvoorbeeld Winston Churchill en Fry vond Harry dit de meest gelukkige tijd van zijn leven.)