aberation_orig.jpg

21. Vrouwenharten


Bijna tegelijkertijd zegden we ‘Iets drinken?’ 


Ze was een tijdje aan haar fiets blijven prutsen tot Michiel en Elias waren weggereden en ik wilde vragen of ik kon helpen. We keken elkaar aan en zegden samen: ‘Iets drinken?’
Het Putje achter de Grote Markt was the place to be toen ik met Rikkie en later met Karen en nog later met Rikkie en Karen, lange besprekingen voerde over het leven en de liefde.


Zij een witte wijn, ik een donkere trappist terwijl de klassieke openingszinnen ‘…al vroeg donker, hé?’ en ‘ook al zoveel huiswerk?’ de weg effenden naar het meer diepgravende. 
Daarna wisselden we onze e-mail adressen uit, babbelden we over de respectievelijke uurroosters en na ‘gezondheid’ en ‘tjing-tjing’ en de eerste slok, viel er een diepe stilte.


Belachelijk maar waar, we begonnen weer tegelijkertijd met het gesprek zodat onze zinnen op elkaar botsten en we elkaar de eer gunden om te beginnen.


‘Zeg jij maar, Hannah.’


’Neen, jij.’


’Bon. Wat denk jij van Elias?’


‘Hij is tegelijkertijd een prins maar ook een bedeljongen, om bij het bekende verhaal te blijven.’

.’
We probeerden onze ontmoetingen met hem te omschrijven, zochten naar signalen maar kwamen tot de slotsom dat hij het meest wonderlijke kind was dat we ooit hadden ontmoet.

‘Soms wil ik zijn moeder zijn en dan weer zijn zusje, maar een andere keer is hij het die mij in bescherming neemt.

‘
Hij lijkt soms een en al verdriet en eenzaamheid maar tegelijkertijd beheerst hij de situatie, doorziet hij ons, maakt hij dingen los die hij waarschijnlijk zelf niet beseft.’ 


Hannah zweeg.


’Dat van dat losmaken, dat is zo.

‘
Ikzelf dacht terug aan de rit op de paardjesmolen. De kleine Bram, huilend in de armen van zijn moeder. Het spelletje in de kast. De wenende Hannah.


‘Ik kan er nog niet over praten, Bram. Meestal heb ik mijn emoties goed onder controle, zeker in gezelschap. Toch voel ik me ook enorm opgelucht.’


‘Zoals Michiel zei: opnieuw geboren worden. En niemand vindt het erg dat een baby huilt als hij geboren wordt. Integendeel!’


’Vele van mijn vrienden en vriendinnen koketteren met hun emoties. Ze gebruiken hun zogezegd leed om aandacht te trekken, om interessant te zijn, in plaats van er zelf iets aan te doen. Dat vind ik afschuwelijk.’


‘Ik vind jou heel moedig, Hannah. Sterk en moedig.’


‘En ik vind jou…Verdomme, die stomme blos op mijn wangen.’
’

Vervelend voor jou maar best mooi om te zien.’


’Jij bent zo anders dan de jongens die ik ken.’


‘Dat zou ik zelfs statistisch kunnen bewijzen, vermoed ik.’
’

Huh?’
’

Niet op letten. Mama werkt met statistieken voor een sociale instelling. Wat ze niet met statistieken kan uitdrukken, bestaat niet.’


’Mijn papa is architect. Met nog enkele collega’s hebben ze samen een bureau. Mama doet de boekhouding. We hebben wel heel zakelijke moeders.’


‘In het huishouden heeft ze geen last van statistieken. Integendeel. Improvisatie à la carte en omdat mijn vader in ’t zuiden van Frankrijk woont, beredder ik eten en drinken en zorgt zij voor de animatie.’
’

Vandaar dat volwassene in jou.’


‘Pure pose. Ik ben een kind. Een groot kind. Met overtuiging.’


Ze nam mijn hand, streelde ze en legde ze voorzichtig terug op het tafeltje.’


‘Michiel is weer heel anders dan jij.’


‘Gelukkig maar.’


We bestelden nog een keer hetzelfde.


’Jij hebt zeker veel vriendinnen?’
’

Waarom?’


‘Bij jou voelen meisjes zich thuis, denk ik.’


‘We zouden dus zusjes kunnen zijn?’
’

Maar heb je ook een vrouwenhart?’


’Een vrouwenhart, ja. Maar ook nog mannendromen. Aha!’


We lachten en begonnen over leraars en leraressen te kletsen.
Onze schaakstukken stonden opgesteld. De eerste openingen waren gemaakt. We hadden duidelijk besloten nog geen stukken op te offeren.

penone.jpg

de kunstwerken zijn van William Holton verbonden aan de Janet Kurnatowski Gallery NY