anton van dalen 2006_4_WB.jpg

‚Het gevecht met de engel’ is een bekend thema. Het lijkt het onderwerp te zijn van het nieuwe spel dat de vier op de kerkzolder willen opvoeren. Het loslaten van een geliefd iemand als hoogste vorm van diezelfde liefde wordt de ondertoon.  Een bekend thema.
Het volmaakte inwisselen voor de tijdelijkheid, ontsnappen aan het onveranderlijke om het morgen en avond te zien worden.

 

24. Tussen hemel en aarde.


Beide spelers gingen tegenover elkaar staan. 
Elias herinnerde Bram eraan dat ze twee engelen waren. Bram knikte.
We richtten de zaklampen op de twee. De stilte werd hoorbaar.


Elias:


Zou je durven vechten met mij?

Bram:

Als je erom vraagt.

Elias:


Op leven en dood?

Bram:


Gek!

Elias:


Neen, ik meen het.

Bram:


Denk jij dat je zo sterk bent?

Elias:


Neen.

Bram:


Waarom wil je dan vechten?

Elias:


Omdat het spannend is.

Bram:


Om te verliezen zul je bedoelen?

Elias:
I

k doe alleen maar mee als het op leven en dood is.

Bram:


Wanneer ben je dood?

Elias:


Als je uit de hemel valt.

Bram:


Waarom heb je mij daarvoor nodig?

Elias:


Als ik zelf spring, telt het niet. Iemand moet je verstoten.

Bram:


Je wilt dus te pletter vallen?

Elias:


Verstoten engelen moeten een mensenleven leiden.

Bram:


Maar het is hier toch prachtig.

Elias:


Volmaakt is het hier, dat wel.

Bram:


Ik ben je vriend. Ik wil alles voor je doen.

Elias:


Vecht dan met mij. Op leven en dood.

Bram:


Maar dat zal God nooit toestaan.

Elias:


Je kunt zeggen dat ik een staatsgreep voorbereidde. Zoals Lucifer.

Bram:


Ik wil alles voor je doen, maar dat niet.

Elias:


Je bent dus een lafaard.

Bram:
I

k probeer je tegen jezelf te beschermen.

Elias:


Als je me echt lief hebt, duw me dan naar beneden.


Ik zal doen alsof ik mij verdedig.

Bram:


Ik heb je echt heel lief.

Elias:


Je kunt niet zonder mij?

Bram:


Zo is het.

Elias:


Mooie liefde voor een engel eerste klas.

Bram:


We zijn voor elkaar geschapen.

Elias:


Als je me werkelijk lief hebt, laat me dan van je weggaan.

Bram:


Wil je dat echt?

Elias:


Mijn eigen vlucht vliegen wil ik.

Bram:


Dat is niet volgens Gods plan.

Elias:


Ben jij zo hoogmoedig dat je weet wat God met mij van plan is?

Bram:


Beschuldig mij niet van hoogverraad.

Elias:


Ik wil op de aarde vallen en daar een leven beginnen.

Bram:


Je weet niet wat je zegt. Je zult er pijn hebben en moeten sterven.

Elias:


Maar het wordt er morgen en avond. Niets is er eeuwig.

Bram:


Uit heimwee zul je nepvleugeltjes willen dragen.

Elias:


Kom, vecht nu maar met mij. Ik zal me verdedigen.


Als je werkelijk van me houdt, doe het dan. En vlug of ik begin te vloeken!


ENGEL BRAM GAAT ENGEL ELIAS TE LIJF. HIJ TILT HEM OP, HOUDT HEM EVEN IN ZIJN ARMEN EN LAAT HEM DAN LOS.
MET EEN GEWELDIGE GIL BEGINT ELIAS ZIJN REIS NAAR DE AARDE.

anton van dalen 5_WB.jpg


25. Niet boos maar droevig


Of hij echt terug naar de aarde zou willen terwijl hij hier ter plekke gek op engelenvleugels was?


‘Ik denk dat ik een soort half – engel ben, Bram.’


‘Het was niet makkelijk voor mij om je te laten gaan.’


‘Ik dacht dat je niet zo vlug zou toegeven.’


‘Als ik je vader was, lagen de zaken anders.’


‘Waarom? Elk kind gaat tenslotte weg,’ zei Hannah.


‘Maar je hebt alles aan je ouders te danken.’


’Ik heb er niet om gevraagd,’ zei Michiel. ‘Het klinkt barser dan het bedoeld is, maar tenslotte kwam het plezier van twee kanten.

‘
Ik dacht aan mama. Hoe ze als enig kind zelf veel kinderen om zich heen had gewenst. 
’Dus al die kinderen moesten hoofdzakelijk dienen om je moeders eenzaamheid op te lossen?’ 


Na Michiels vraag werd het stil.


’Ik heb het er vaak met papa over gehad, over die drang dat je kinderen het beter moeten hebben, dat ze tenslotte jouw dromen moeten waarmaken.’


’Ik kan best mijn eigen weg gaan,’ zei ik. ‘Maar ik moet toegeven dat ik een bezorgde moeder heb, dat ze wacht tot ik thuis ben, dat ze me wel eens met ontbijt aan bed verrast, ja.’


’De oogappel dus. ‘


’Dat is bij ons heel anders,’ zei Michiel. ‘Naarmate je ouder bent, stellen ze minder vragen, word je gerust gelaten.’


’Er waren heel duidelijke grenzen in mijn kindertijd. Hannah wist heel goed wat kon en niet kon, maar dat was ook nooit een probleem. Weet je, wat er ook gebeurt, we eten zoveel mogelijk samen. Aan tafel kan je vrijuit praten, de dag overlopen, de vakantie plannen. Die gezelligheid, kaarsen, mooie servetten, bloemen, ik ben er als iets heel vanzelfsprekend mee opgegroeid.’


Elias luisterde. Als we hem vroegen hoe het bij hem was, haalde hij zijn schouders op en mompelde iets als ‘gewoon’, of ‘valt best mee’.


’Dus als jij straks thuiskomt, wil je moeder weten waar je geweest bent en met wie?’ wilde Michiel weten.


’Ze wil dat niet per sé weten, maar als ik nooit iets zou vertellen dan denkt ze dat er iets gaande is, dat ik problemen heb.’


‘Heb je over ons verteld?’


‘Neen, en al zegt ze er niets van, ik weet dat ze op mijn verhaal zit te wachten.’


‘En jij begint je schuldig te voelen?’ vroeg Hannah.


Ik knikte.
’Schuldig is een groot woord, eerder verveeld.’


’Ik denk dat je eens met haar moet vechten,’ zei Elias. 


‘Ja, om uit haar hemel te vallen,’ vulde Michiel aan.


‘Of zij uit jouw hemel,’ zei Hannah.


We begonnen grapjes te maken over overbezorgde ouders, onhandelbare pubers en opvoeden volgens de boekjes.
Tot onze verbazing hoorden we het tien uur slaan.


‘Ik moest al uren thuis zijn,’ zei Elias. ‘Ruimen jullie hier de boel op, en zullen we de andere spelen voor volgende week houden?’


‘Hier neem nog een stuk taart en een paar koffiekoeken mee voor deze nacht, mocht je weer eens over je dinosaurus-vader dromen,’ zei Hannah. 
Wij hielpen de nep – engel weer tot jongen transformeren. Op mijn vraag of ik moest meegaan, zei hij:


’Bram, je bent al net zo bezorgd als je moeder! Ik vind mijn weg wel naar huis.’


‘Gaan ze vragen stellen, moet je nog iets verzinnen?’


‘Kunnen de muren vragen stellen? Tot vlug!’


’Je pakje! Tot weldra, Elias!’


Het dansend lichtje van zijn zaklamp verdween in de lange gang naar de wenteltrap.


In stilte ruimden we alles op. Ieder van ons wilde de voorbije uren overdenken. 
En al zou mama nog lang moeten opblijven, ik besloot met Hannah en Michiel het Putje te bezoeken om in meer wereldse sferen het begonnen gesprek te kunnen verder zetten. 
Ik kon hen moeilijk over David vertellen, mijn leraar en mijn vriend die mij leerde te zijn wie ik ben. Hoe hij als een vriend des huizes werd ontvangen door mijn moeder, tot ze zich afvroeg of een jongen van mijn leeftijd op die manier met een volwassene moest omgaan. Een vraag die pas bij haar opkwam toen ze bemerkte dat hij niet zo zeer in haar persoon dan wel in mij geïnteresseerd was.


’Mams, jij bent toch ook een volwassene, en kijk hoe intiem wij met elkaar omgaan.’


‘Ze was niet boos, maar wel droevig.


‘Later zou ik het wel begrijpen,’ zei ze. Later.

anton van dalen 2006_12_WB.jpg

de kunstwerken zijn van anton van dalen.