alberto di fabio 41aaaabb10dc.jpg

48. Hannah’s droom


Voorzichtig, zei de nachtzuster. Het slaapt erg onrustig. Ze duwde de glazen deur open, keek even binnen voor ze me erin liet, en wenkte dan alsof ik een oude bekende was.


Daar, wees ze met haar wijsvinger naar de plaats boven het raam. Daar hangt het.


Werkelijk. Boven het venster, bijna tegen de zoldering hing het jongetje. Het had zijn blauwe ziekenhuispyjama nog aan. Zijn peervormig hoofdje hing ietsje naar rechts, als wilde het los van zijn lijfje, terwijl de armpjes ontspannen bungelden.


We houden de kamer zo koel mogelijk, zei de nachtzuster, maar het mag niet baten. Elke nacht hangt ongeveer op dezelfde plaats te slapen.


Klaagt het nooit over drukkende hoofdpijn, vroeg ik. Glijdt het soms niet in een diep coma?

De inwendige druk in de hersenpan is heel normaal, antwoordde ze, met een tikkeltje verwijt in haar fluisterende stem.


‘Ja, zo zo…’


‘De gasconcentratie in zijn hoofd schijnt geen enkele bijwerking te hebben op zijn gestel, noch is er een enig teken dat zijn functies verstoord zouden zijn. Het heeft een gashoofd, en als het dat kan koel houden, gebeurt er niets. Alleen ’s nachts, het zweven, zoals een ballon.

De kamer lag vol matrassen, kussens en dekens. Ik begreep dadelijk waarom. 
Rond vijf uur in de morgen begint het zachtjes te dalen, zei de nachtzuster. Heel zachtjes en het is meestal half zes vooraleer het op de grond is. Eén keer lag het op zijn bed, maar dat was louter toeval. Meestal slaapt het gewoon verder op een matrasje of een dekentje.

Droom het wel eens, vroeg ik haar. 


Neen. Tenminste, het herinnert zich geen dromen. ’s Morgens wordt het als een gewoon kind wakker, en dan uit het geen enkele klacht tenzij over de toestand van zijn morgeneitje dat te zacht of te hard gekookt is.


Hoogst, hoogst merkwaardig, zei ik.


‘Kom, want als we het nu plotseling zouden wakker maken, stort het misschien in één keer naar beneden.’


Ik aarzelde.


’Zuster, zei ik. Als we het nu langzaam konden koelen, heel geleidelijk zodat er geen plotse temperatuurverschillen kunnen ontstaan? Misschien zijn het wolken waterdamp in zijn hoofdje?’


Dat klinkt eerder idioot en hoogst onwetenschappelijk, zei de nachtzuster. Maar het is mogelijk. We proberen trouwens alles.

De volgende nacht brachten we het jongetje naar de koelkamer. Achter het glas keken we nauwkeurig toe terwijl de temperatuur zachtjes daalde.


Het zweeft niet meer, zei de nachtzuster, die vrij van dienst was maar toch aanwezig wilde zijn.

Het jongetje, in zijn blauwe ziekenhuispyjama, lag heel rustig in een lichte sluimerslaap. 
IJsbloemen verhinderde ons het verder te observeren.


Ik bekeek de temperatuurschaal.


Nu sneeuwt het in zijn hoofd, zei ik.


De nachtzuster knikte. Ze stond heel dicht bij mij.


Vervolgens zal het ineenschrompelen, zei ze, als een -ze zocht naar het juiste woord-

…
Als een embryo, vulde ik haar aan.


Juist, juist, antwoordde ze dankbaar.


Daarna verhogen we de temperatuur zodat het ijs in de kamer water wordt en als een vlies rond zijn ineengehurkt lijfje komt.


De verpakking dus, zei ik. 


Ze sloot de ogen.

De bloemen op het glas werden lange strepen waterdruppels zoals in een kamer waar op een vochtige dag veel mensen hebben samen gezeten.


Wie aandachtig luisterde, hoorde het water stromen.


Eerst leek het een ver gezoem, dan een trage rivier en tenslotte een klaterende beek, heel dichtbij.


Papa nam beneden de telefoon op. Ik hoorde hem verschillende keren ‘Ja, ja, ja..’ antwoorden. Toen kwam hij naar boven, klopte zachtjes op mijn deur.


Ik wist wat hij zou zeggen.


‘Elias?’


Hij knikte.
’

Zijn moeder belde vanuit het hospitaal. Hij is enkele uren geleden opgenomen. Het is heel ernstig. Hij vraagt naar jou.’

alberto di fabio 0aed997bb80c17.jpg

(de kunstwerken zijn van Alberto di Fabio, NY)