marc harrold 11.jpg

50. De capsule


Zachter sprak hij, maar duidelijk en heel bewust.


‘Ik schakel langzaam over op afstandsbediening,’ zei hij terwijl hij naar de slangetjes en draadjes wees. 


Wij wisten niet wat we moesten antwoorden.


Waar hij bereikbaar was, streelden we hem.


’Ik denk dat ik terugreis,’ zei hij. ‘Terug naar de tweede tuin.’


Wij knikten.
’

Wij zullen voor jou de capsule bouwen,’ zei Bram.


’Vergeet de raketten niet. Ik wil de meteoor in stukken schieten voor hij op aarde komt.’


’Eén druk op de knop zal volstaan.’


We bleven bij hem zitten, tot hij in slaap gleed.


Hannah tekende naar gegevens van Bram en Michiel de capsule. Ouders en vrienden werkten mee om ze uit te voeren.


We mochten een lege kamer, met zicht op de grote tuin inrichten.


Ontelbare kleine kerstlampjes verwerkten we in een donkere gekromde hemel van zwart gespoten piepschuim en karton. Boven het bed monteerden we een tweede koepel met doorzichtige strak gespannen plastic , het dak van de capsule. 


Door het grote raam kon je naar buiten kijken. Voor de avond en de nacht ontwierpen we een onrechtstreekse verlichting die door kleine gaatjes van de rolgordijnen een dieptebeeld van een volgend heelal creëerde. 


Aan zijn linkerkant een reeks gemakkelijk bereikbare oplichtende drukknoppen waarmee hij zijn capsule zou besturen, en raketten kon afvuren. Een traag draaiende lamp projecteerde nevels en gaswolken op de muren.


Je kon met één schakelaar de capsule zichtbaar maken, of ze weer tot ziekenkamer omvormen. Alle nodige apparatuur voor aardse hulp bleef uiterst makkelijk in te stellen en te bedienen. Plaats voor monitoren, zuurstoftoediening, en andere medische machinerie werd als onderdeel van de capsule gereserveerd.

We hadden niet veel tijd. In minder dan enkele uren was zijn capsule gereed. 
Hij hield zijn handen voor zijn ogen toen we zijn bed binnenreden. Eens de werkelijke- en de droomapparaten met zijn lichaam en de capsule verbonden waren, doofden we de lichten.

Duizenden sterrenpuntjes gloeiden plotseling boven zijn hoofd. Traag trokken nevels en vreemde planeten voorbij. In de capsule hing een zachtblauwe schijn.


‘Laat me nu maar even alleen. Tijd voor koersbepaling.’ Terwijl tikte hij met zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd. ‘Prachtig werk, crew.

‘
Nog voor we buiten waren, sliep hij. Of was hij de enige die wakker was terwijl wij in een nare droom verder moesten leven?

 

 

marc harrold 60.jpg

de kunstwerken zijn van de fotograaf Marc Harrold NY