donald elder 11de.jpg

 

51. Ze hielden vol trouwe de wachte 
(naar een bekend kerstlied)


1.


’Ik heb dorst,’ zei je.


’Ik heb dorst,’ zei je, al kon je nauwelijks drinken.


Voorzichtig tilden wij je op, het glas aan je lippen.


Je proefde nauwelijks iets van het water, maar toen we je teruglegden zei je kreunend:

‘Goed water.’


Het goede water waaruit je gekomen was, dertien jaar geleden.


Het water waarin je watergrootvader leefde.


Het water van de rivier die de tuin van Eden bevloeide.


Het water van het meer waarin de mens zich een gezel spiegelde.


Het water waarboven Gods geest hing, 


Het goede water dat je lichaam voedde (hoe gulzig kon je drinken.) 


Het goede water dat net zo goed de kankercellen liet woekeren tot ze de zenuwbanen zouden bereiken en daar alles stillegden wat dertien jaar had bewogen.


Stop, zegden de armen. 


Stop met zwaaien (tot straks, Hannah, tot straks!) stop met balanceren, (tussen hemel en hemel, de eerste keer dat wij je zagen) stop met handenklappen, (de jury kent Hannah de prijs toe)

stop met omarmen. (blijf in mijn armen wonen, donkere verteller.)


Stop, zegden de ogen. 
Stop met zoeken (waar zijn jullie?), engelen herkennen, (zie je die twee kinderen daar?) kleuren zien. (zilveren, gouden en blauwe bomen).


Stop zegden de benen. 
Stop met lopen, (om ter eerst op de speelzolder?) hollen, springen, slenteren, klimmen. (de verteller in het aards paradijs)


Stop, zegden de lippen. 


Stop met vertellen (je moet je gewoon herinneren, Bram!), stop met proeven, heel lang drinken, kussen.

Stop.


Stop met ruiken, (de lucht van uitgeblazen kaarsen) stop met luisteren. (muziek voor het einde der tijden)


Stop.

‘Ik heb dorst,’ zei je, al kon je nauwelijks drinken.


Voor het goede water dat langs je mondhoeken terug op de lakens loopt, is het bijna te laat.


Spreken is moeilijk.


Eerder lijkt het versterkt hijgen, lucht in bepaalde klanken drukken.


Luisteren nog. Minieme tekens geven aan dat je alles begrijpt. Een kleine beweging van je pink, het nauwelijks bewegen van je lippen.


Telkens wij antwoord verwachten, weten we het te vangen.


Bijna helemaal verlamd zoek je naar een andere taal. Woordeloos. Ontdaan van elk gebaar.Toch spreken we nog met elkaar.


De stilte suist in onze oren. De ziekenhuisgeluiden echoën ver van ons. 
We drijven af.


Nauwelijks samen, verlaten wij elkaar.


We dialogeren in trillingen, zoals het water dat door de wind vingerlicht wordt aangeraakt en grillige rimpels trekt.


We bereiden ons voor om, eens we weg zijn van elkaar, in een onzegbare taal met elkaar in contact te blijven.


Eindelijk leren we spreken.


Je luistert naar Robinson Crusoë. Als we ophouden met voorlezen, voelen we of je nog vraagt, of je rusten wil.


Je vernietigt ons zelfmedelijden met je moed, je inspanningen tot het uiterste.

Ik heb dorst, zei je, al kon je nauwelijks drinken.


Hannah heeft haar vinger in het glas gedoopt en tussen je lippen gestoken, je tong, en je gehemelte ingestreken met water.


Goed water, zei je, onhoorbaar bijna.

donald elder 14de.jpg

(de kunstwerken zijn van Donald Elder USA)