BRIEVEN AAN CECILIA (9)

william_blake_frontispiece_songs_of_innocence.jpeg

Als ik de naam van William Blake (1757-1827) uitspreek is het woord ‘gevoel’ wel op zijn plaats. Apocalyptisch gevoel. (en tegelijkertijd The Doors en Jim Morrison die er de naam voor zijn rockgroep vond in ‘The doors of perception’ uit The Marriage of Heaven and Hell’.)
In zijn vroege gedichten had hij een dialectische methode gevolgd: woorden samenbrengen als ‘onschuld’ en ‘ervaring’ . Woorden die in deze moeilijke tijden van migratie best hedendaags zullen klinken. Volgens Karen Armstrong bleken deze diametraal tegenover elkaar staande woorden bij nadere beschouwing elk de halve waarheid van een complexere werkelijkheid te zijn. (p. 387)
Hij bracht een persoonlijke en subjectieve visie samen.  In zijn ‘Songs of Innocence and Experience’ moet onschuld ervaring worden en ervaring moet op haar beurt naar de diepste diepten vallen om onschuld te herwinnen.

‘Hoor de stem van de Bard! (neen, niet van BDW)
Die Heden en Verleden en de Toekomst ziet;
Wiens oor heeft gehoord
Het Heilig Woord
Dat door de oude bomen liep.

Al roepend tot de verdwaalde ziel
En wenend in de avondval;
Dat het licht misschien
Dat viel en viel
De sterrenpool weerbrengen zal.’

 

songsie.z.p28.300.jpg


Met de gnostici en de kabbalisten was volgens Blake de mens in staat van wat beetje houterig vertaald de ‘absolute gevallenheid’ mag heten. Net als de eerste mystici gebruikt Blake de zondeval als symbool voor wat zich in de ons omringende werkelijkheid voltrekt.
De opvattingen van de Verlichting trachten volgens Blake de waarheid te  veel te systematiseren. Kwam daarbij het beeld van de God van het christendom dat men had gebruikt om mannen en vrouwen van hun menselijkheid te vervreemden. (388)

Deze God had men onnatuurlijke wetten laten afkondigen die seksualiteit, vrijheid en spontane vreugde ondrukten ver van de wereld verwijderd.
‘Tot wat afstand, diep of hoog
gloeit de hitte van uw oog?’

(zie zijn beroemdste gedicht ‘De Tijger’)

Een geheel andere God, de Schepper van de wereld moet uit zijn solitaire hemel op aarde vallen en in de persoon van Jezus de dood vinden. (Hij wordt zelfs Satan, de vijand van het mensdom)
‘Net als de gnostici, de kabbalisten en de eerste trinitariërs stelde Blake zich een kenosis voor, een zelfontlediging in de godheid die uit zijn solitaire hemel valt en op aarde gestalte aanneemt.  Niet langer is er sprake van een autonome godheid in een eigen wereld die van mannen en vrouwen eist dat ze zich onderwerpen aan een externe, heteronome wet.  Geen menselijke handeling is God meer vreemd; zelfs de seksualiteit die door de Kerk wordt onderdrukt, is in het lijden van Jezus zelf manifest.  God is vrijwillig in Jezus gestorven en de transcendente, vervreemdende God is niet meer.  Wanneer de dood van God voleindigd is, zal de God met het Menselijke Gelaat verschijnen:

Jezus zei: ‘Zoudt gij dan hem beminnen die nimmer stierf
Voor u, of ooit voor iemand sterven die niet stierf voor u?
Als God niet voor de Mens sterft & zich niet zelve geeft
Voor eeuwig aan de mens; dan kan geen Mens bestaan; de Mens is immers Liefde
Zo ook God Liefde is:  elke goedheid naar een ander is een kleine Dood
In het Goddelijk Beeld, noch kan de Mens bestaan dan slechts door broederschap.’
(Jerusalem, vertaling D. Cohen) (388)

 

william_blake_sata_amor_adao_eva.jpg


Dat de ervaring waarover James en Damasio publiceerden zich ook een weg kan zoeken in de diepte van een godsbeeld eigen aan de tijd waarin het telkens weer wordt herzien, duidt op de soepelheid waarin het brein het menselijke vorm geeft boven de verstarring  die alleen maar tot wreedheid en uitsluiting kan leiden. De westerse theologie was sinds Thomas van Aquino terecht gekomen in het overmatig beklemtonen van de rationaliteit, een neiging die versterkt werd na de Reformatie en de Contrareformatie. Het was vooral de figuur van Friedrich Schleiermacher (1768-1834) die met zijn publicatie ‘Über die Religion: Reden an die Gebildeten unter ihren Verächtern een statement maakte, en met zijn eigen romantisch manifest in Duitsland het gevoel weer op de voorgrond bracht.

We zijn een ‘eindweegs’ gegaan vertrekkende vanuit het begrip ‘Geest’, op een manier zoals kringen in het water naar de buitenkant uitdeinen zodat het begrip zowel de wetenschap als de filosofische interpretatie zou raken en eventueel samenbrengen.
Vreemd dat we onze kinderen aardrijkskunde leren waarin ze de fysische onderdelen van de planeet verkennen zonder dat we ze in dezelfde mate een atlas van onze hersenen ter beschikking stellen.
Het verkennen van het eigen brein en zijn mogelijkheden en moeilijkheden kan heilzame combinaties tussen rede en gevoel teweeg brengen.
Wellicht gebeurt dat al en ben ik intussen die Welt abhande gekommen en verblijf ik te veel in de ideeënwereld in die heilzame ‘passiviteit’ waarin het beschouwen mogelijk wordt en het gedruis naar de achergrond is verbannen.

 

william_blake_europe_a_prophecy_copy_d_object_1_bentley_1_erdman_i_keynes_i_british_museum_0.jpg

 

BRIEVEN AAN CECILIA (8)

graham nixon 2.jpeg


Met het uitzicht op de maanden met een r in hun naam en de gebakken mensheid die zich weer in de plooi van school en werk legt, lees ik in een brief van Keats over de verbeelding:

‘Ik ben nergens zeker van, behoudens van de heiligheid der hartroerselen en van de waarheid der verbeelding – alles wat de verbeelding als schoonheid ervaart, moet de waarheid zijn – ongeacht de vraag of ze reeds eerder bestond of niet.’

Ik denk dat je net zoals ik dat deed hebt geglimlacht bij ‘de heiligheid der hartroerselen’. Er roert zo vlug en veel in onze harten dat enige afstand op zijn plaats zou zijn en heiligheid best wat uitgesteld.
Laten we even verder lezen in een geschrift waar hij het over ‘negative capability’ heeft, de toestand ‘waarin een mens in staat is om in onzekerheid, mysterie en twijfel te verkeren, zonder op ergerlijke wijze naar feiten en rede te reiken.’
In haar goed gedocumenteerde boek ‘Een geschiedenis van God’ dat ik al eerder citeerde schrijft Karen Armstrong:
‘Net als de mysticus moest de dichter de rede overstijgen en een houding van stille afwachting aannemen.’ (p.385)
Sluiten we toch maar aan bij Ibn Arabi die het zelfs had gehad over de verbeelding die in de diepten van het eigen ik haar persoonlijke beleving van Gods ongeschapen werkelijkheid schiep. 
Hij benaderde daarmee de woorden van Wordsworth (zelf een mysticus, dixit Armstrong) voor wie de beleving van de natuur gelijkstond aan de beleving van God. In zijn ‘Lines composed a few miles above Tintern Abbey’ beschreef hij de receptieve geestestoestand die tot een extatisch visioen van de werkelijkheid leidde:

‘(…)dat licht gevoel
waarin de last van het geheimenis,
waarin het zware, drukkende gewicht
van deze onbegrijpelijke wereld
verhelderd wordt: -dat rein en schoon gevoel,
waarin genegenheid ons zachtjes leidt,-
totdat, -de adem van dit aards gestel,
het stromen van dit menselijk bloed,
welhaast gestild, -ons lichaam wordt gelegd
in zoete slaap, dan leven we in de ziel,
en zien wij, met een oog dat door de macht
der harmonie verhelderd is, en diep verheugd,
in ’t hart des leven zelf.’

graham nixon.jpeg


Geen geleerde boeken of theorieën dus, maar wel de wijze ‘passiviteit’ en een hart dat aanschouwt en ontvangt.
Toch maar even naar die geleerde boeken:
In het moderne hersenonderzoek wordt ‘het gevoel’ (niet de emotie, die is eerder beperkt tot de gewone reacties op de werkelijkheid, op het verstoren ervan dus.) gewaardeerd als een reeks beelden (kaarten) die vertellen over de toestand van ons lichaam dat op haar beurt via allerlei neurologische wegen ons een bepaalde denkwijze en gedachten met bepaalde thema’ s doet waarnemen. (Antonio Damasio, Het gelijk van Spinoza, vreugde, verdriet en het voelende brein, wereldbibliotheek, A’dam 2014)

Vergelijk je dit proces met het visuele waarnemen dan is er naast de gelijkenis dat we bij het begin van het proces over een fysiek object beschikken en de fysieke kenmerken van dat object een keten van signalen oproepen op die kaarten van het object als ze de hersenen passeren. En net als bij de visuele waarneming is een deel van het verschijnsel toe te schrijven aan het object en een ander deel aan de interne constructie ervan door de hersenen. Maar er is een verschil en zegt Damasio dat is niet van triviale aard:  bij gevoelens bevinden de oorspronkelijke objecten en gebeurtenissen zich in het lichaam en niet erbuiten. Gevoelens kunnen even mentaal zijn als welke waarneming dan ook, maar de objecten die in kaart worden gebracht zijn delen en toestanden van het levende organisme waarin de gevoelens ontstaan.

guernica_painting_by_pablo_picasso_3200x1200.jpg


Bekijk je bijvoorbeeld de Guernica van Picasso zo intens en zo lang als je wilt, met het schilderij zal zelf niets gebeuren als je tengels thuishoudt. Maar bij het voelen kan het object zelf radicaal worden veranderd. 

‘In sommige gevallen kunnen de veranderingen veel weg hebben van een penseel en nieuwe verf pakken om het schilderij te veranderen.
Met andere woorden, gevoelens zijn geen passieve waarnemingen of flitsen in de tijd, vooral niet als het gaat om gevoelens van vreugde en verdriet.  Want een tijdje -seconden of minuten- nadat dergelijke gevoelens een aanvang hebben genomen, volgt er een dynamische inzet van het lichaam, vrijwel zeker herhaaldelijk, en nadien een dynamische variatie van de waarneming.  We nemen een reeks overgangen waar.  We bespeuren een interactie, een geven en nemen.’ (ibidem 86-87)

Nu keren we terug naar Woodsworth die ‘een geest’ ontwaarde die op hetzelfde ogenblik in de natuurverschijnselen immanent was en er tegelijkertijd los van stond:

‘(…)een aanwezigheid
heb ik gevoeld, die mij verwart van vreugde,
hoge gedachten, een verheven zin
van diepe, donkere verbondenheid,
die woont in ’t licht van ondergaande zonnen,
de ronde oceaan, de lucht die leeft,
het hemelsblauw, en in des mensen hart;
een geest, een aandrift die bewegen doet
alles wat leeft en denkt, wat wordt gedacht,
die gaat door alles heen.

robert-longo-solid-vision.jpg


Ik denk niet dat de dichter hier zijn woorden als deel van zijn eigen levend organisme heeft ervaren, maar dat hij deze ideeën als mentale processen beschouwde blijkt alvast omdat hij weigerde ‘de Geest’ een naam te geven omdat deze in geen enkele categorie die hij kende kon worden ondergebracht.
(hij sprak over ‘iets’, een uitdrukking die de vorige aartsbisschop Danneels in de spreekwoordelijke bomen joeg terwijl het ‘iets’ tenslotte net zo goed een mystieke ervaring en de onmacht ze te benoemen kan aanduiden, maar vermits de mystiek hem afschrok bleef er alleen het pragmatische over en dan wordt ‘iets’ een mager begrip.)

Dat het mystieke ervaren wel duidelijk heel lichamelijk kan zijn, een geven en nemen, een interactie is, net zoals de dichterlijke of in het algemeen de creatieve geest gevoelde ervaringen kan krijgen en weergeven is hiermee aangeduid.
Ze afdoen als ‘projecties’ is een gemakkelijke oplossing. Als we het later over empathie zullen hebben en daarbij over feitelijke en gesimuleerde lichaamstoestanden spreken, blijkt de chemie van gevoelens een groep ‘neenzeggers’ op te leveren.  Een boeiende gedachte.
Want waarom gevoelens voelen zoals ze doen is niet met een snel statement te beantwoorden. Spinoza zei dat lichaam en geest parallelle atributen zijn van dezelfde substantie. Ze onder de microscoop scheiden wil nog niet zeggen dat je hun eenheid ontkent.  Damasio voegt ze weer samen als aandoeningen.

En de duiven hebben hun naam als duif intussen alle (on)eer aangedaan.  Na enkele dagen hebben ze het nest verlaten waarschijnlijk omdat het gemakkelijke voedsel dat mijn geliefde maatje hen verschafte op was.  Ik haast me dus na deze beschouwingen naar de winkel om het gevogelte van lekkere zaadjes te voorzien.

 

337-0128_Peretti_Sibylle.jpg

 

BRIEVEN AAN CECILIA (7)

art-crea-dieu-croix-rousse-lyon-6-720x540.jpg

De ene en waarachtige genoemd,
vertaald in duizenden namen,
met tempels overkoepeld,
gevangen en gevierd in rituelen,
in boeken tot letters geslagen,
tot vader vermaald, tot moeder verheven:
bebaard of beborst,
sprekend in donderslagen of
tot bloedens toe vermalen,
doordesemd met het dove woord liefde.

Wij stoten u aan
alsof de aarde uw geliefd buitenverblijf is.
Blind, op zoek naar onze dode voorouders,
met onze goed gecamoufleerde stervensschrik behangen,
projecteren wij uw duizendvoudig beeld
in het dode heelal van onze bekrompen verlangens.

En terwijl ik de woorden loslaat,
springt de poes op tafel en spint
en bedelt om gestreeld te worden.

De eerste kromming van uw eindeloze naam
is dan ook poes of kat.
Wie echter dit puntje op de eerste i van ontelbare iota’s
voor de hele naam neemt, aanbidt de kat
terwijl deze achtjarige siamees
zo onschuldig waardig is
dat wij haar gewoon als kat moeten beschouwen,
een kromming
van de onnoembare naam
die het handschrift verraadt
zonder nog maar de eerste letter te ontcijferen.

Zo is deze kat waarlijk heilig
zoals ook
de grasspriet op het onvruchtbare keiendak
(of de geur van je oksel, als ik je zachtjes kus.)

O, onnoembare,
 zet ons een bril op vrij van waas
houd ons een spiegel voor
zonder spiegelbeeld maar met
een vermoeden van de diepte.

Ontstop onze oren,
laat de miauw van de siamees
en het krachtig stromen van de rivier
er hoorbaar worden
zoals de zachte hopeloze woorden
die wij voor elkaar uitduwen.

Leg ons in elkaar te slapen
als we in staat zijn sprakeloos te spreken,
de geboorteschreeuw waarin onze namen
in de eindeloosheid van de uwe vervloeien,
zodat gij ons zoals de siamees kunt noemen
met een naam waarin wij eeuwig spinnen.

1988-2015

guia_racas_gatos-siames4.jpg

Omdat ik tussen de boeken geklemd zit kan ik je alleen nog maar deze tekst sturen. Weet ik sinds enkele dagen waar het gevoel zich in onze hersenen zou localiseren, en dat zijn verschillende plaatsen, toch wil ik eerst nog op bezoek gaan bij Spinoza en Descartes.

De aanzet voor deze tekst schreef ik al in maart 1988, 27 jaar geleden dus toen onze Siamees nog onder ons was waar nu een zwart-wit rasloze opvolger de dienst uitmaakt. Ouderlingen moet je niet vertellen dat eeuwigheid lang duurt want elke dag heeft, denk ik, zijn eigen eeuwigheid zodat de Siamees nog altijd heel aanwezig is net zoals de mensen die ons zijn voorgegaan.

Nog een van de voordelen van wat ouderdom heet bestaat uit pogingen om op te rommelen. Zo kom je mappen en kaften tegen die niet dadelijk te gebruiken maar soms wel te verwerken zijn want aansluitingen met het verleden liggen overal voor de hand net zoals onze verwachtingen voor morgen en ietsje verder ook in ieder nu sluimeren.

Het onnoembare heeft in deze tekst niet de betekenis van het goddelijke tenzij dat het goddelijke van de oude Grieken zou zijn, een naam die met ‘inspiratie’ te maken heeft, en met inspirare, inblazen, zijn we weer terug bij de geest, al staat hij ook voor wat wij voor ‘god’ houden en aldus benoemen.

We zouden in onze opvoeding oog moeten hebben voor het onlogische, het associatieve denken en niet alles moeten concentreren op de fel geroemde logica al mag hij best mijn broertje wezen.

Het grote kleinkind is intussen ingeschreven in AO (artistieke opleiding) in een bekend huis in Brussel en kreeg haar eerste heuse gitaar, een dag dus die wij dan mijlpaal(tje) noemen en misschien nauwelijks zal herinnerd worden eens wij bij de Siamezen van weleer verblijven.

Op een veiling kocht ik een mooi doek van een Pools-Tjechische schilder Victor Rolin. Geboren in Warchau, zijn leven lang (nou ja…) gewerkt in Praag en in 1942 vermoord in Mauthausen. Hij schilderde vaak luchten voor het onweer.  Zo ook het doek dat ik kon kopen.  Donkere luchten boven een weids landschap, maar met de beweging van de wind die onweer aankondigt.  Als je die luchten samenbrengt met zijn biografie blijven ze ook nu nog voor onweer zorgen.

ROLIN STORM.jpeg

BRIEVEN AAN CECILIA (6)

Inas+Al-soqi,+Miss+Havisham's+VDay+Parade,+hand+cut+collage,+8.5x10.5+in+s.jpg

‘Nu het donker de stad binnensloop, besloot ze af te wachten. Genadevolle ogenblikken zag ze met het klimmende duister haar winkelhart binnendruppelen: de geur van linnen en katoen en het geklik van metaal op metaal terwijl zij de kleren vluchtig bekeek en wegschoof. Tot de onbestaande jurk bijna al bij de weggeduwden met een zwierige ruk van het metalen rek werd getild en ze wist dat ze -terwijl ze hem met gestrekte rechterarm van zich verwijderde- hij de macht over het gebeuren had overgenomen en de tijd openbrak, het moment van de ontdeking als een lichtende krans om haar bestaan had getrokken en de wereld samenviel met haar vage maar niet minder hevige verlangens waarin het zoeken zonder waarschuwing was weggesmolten en zij niet goed wist wat ze met al dat vindersgeluk moest beginnen.

Terwijl ze op haar koffie wachtte hield ze de de tas op haar schoot, voelde ze met haar rechterhand de kraag nog sierlijker dan de kraag in haar geheugen en keerde ze voorzichtig langs dezelfde weg terug om dan de stof tussen duim en wijsvinger te wrijven en met gesloten ogen het beeld van de ontdekking weer op te roepen waarbij ze door -een koffie voor mevrouw- werd opgeschrikt en de gebrande geur uit het kopje voor een extra bedwelming zorgde die ze bij vroegere consumaties nooit had opgemerkt.

tara deporte photo(5).jpg


Was eerder de muziek te luid nu veegde een zacht cello-geluid die wrevel weg terwijl het kussend paartje aan het tafeltje bij het raam met het hoogtepunt van de muzikale zin elkaars lippen raakte, de ogen gesloten, op een onnavolgbare wijze enkele seconden in samenklank met de de golvende klanken waarbij de koffie langs haar gehemelte weggleed en het trage proeven samenviel met de versmelting van de twee onbekende geliefden.

Buiten liep een jongetje aan de hand van zijn vader terwijl hij nu en dan glimlachend naar hem opkeek, ogenblikken die hij zich later als man zou herinneren als zijn kind in zijn hand zou knijpen, dat niet afgesproken teken van innige verbondenheid.
De metro was stipt op tijd, een vrouw hielp een oude man opstappen waarbij iedereen geduldig wachtte en een jongeman zonder aarzeling zijn plaats afstond terwijl ver weg straatmuzikanten een hongaarse rapsodie begonnen.’

 

Inas+Al-soqi,+Gondola,+hand+cut+collage,+11+x+8.2+in+s.jpg


Toch wel enkele uren gewerkt aan dit ontwerp waarin de stellingen uit de vorige bijdrage op een begrijpelijke wijze onderuit worden gehaald.
Vreemd genoeg is dat neurologisch bevindingen op zichzelf best waar kunnen zijn terwijl hun beleving allerlei andere kanten opkan.
William James, jaja de broer van auteur Henri James, die door Antonio Damasio (auteur van “Het zelf wordt zich bewust) en door mij erg bewonderd wordt schrijft al in 1884:

‘Onze gebruikelijke denkwijze over deze emoties houdt in dat de mentale perceptie van een feit de mentale affectie wekt die we emotie noemen, en dat deze geestestoestand de lichamelijke expressie doet ontstaan.  Daarentegen is mijn stelling dat de lichamelijke veranderingen rechtstreeks volgen uit de PERCEPTIE van het opwindende feit en dat ons gevoel van dezelfde veranderingen, terwijl ze zich voordoen, de emotie is.’
(William James, ‘What is an emotion.’ Mind 9 (1884) 188-205)
Nootje:  ook de hoofdletters zijn van James.

Je moet zijn woorden natuurlijk niet letterlijk opvatten zoals sommige hedendaagse critici deden, het gaat immers niet over een mechanisme.
En Hume riep voortdurend uit:  niks bewustzijn, allemaal perceptie, perceptie, perceptie! Maar mijn geleerde vrienden die ik beetje bij beetje leer begrijpen, met traagheid eigen aan een niet zo geleerd en ouder iemand, zijn op de eerste plaats wetenschappers.
En of mijn personage het moet hebben van een ‘emotiecompetente stimulus’ en zij een fase van ‘inschatting’ moet doorlopen (of althans haar hersenen) laat ik liever onbeantwoord bij gebrek aan kunnen en kennen.
Auteurs zijn er dan weer om zich vanuit de ervaringen die James zo lief waren iets van hun belevenissen door te schuiven naar een iets ruimer publiek al is een oefening zoals ik hier heb gemaakt ten zeerste leerrijk.

 

e0271e6a1fa9fb07bef4fc09a76fdc95.jpeg

 

BRIEVEN AAN CECILIA (5)

amyhilliphone.jpg

‘Als het over ‘de wereld’ ging was haar wereld daar ver van verwijderd. Vele jassen aan kapstokken in een modezaak die je virtueel kon bezoeken zonder de geur van linnen en katoen te ruiken, zonder het geklik van metaal op metaal waar vrouwen de kleren vluchtig bekeken en wegschoven. Krantenverhalen over vluchtelingen, berichten gelezen door ernstig kijkende neutrale mevrouwen en nergens levende heren.

De wereld was alles wat zij niet was. Een soort afgesproken werkelijkheid die noch uitnodigend noch vervreemdend werkte.  Ze gebeurde. Zonder haar.

Kwam uit een opengaande deur koffiegeur of een golf luide muziek, zag ze innig kussende paartjes op het perron, vulden kleuren en letters reclameborden, ze bewoog zich door die werelden alsof ze straks zou ontwaken en moeite moest doen om zich te herinneren wat ze had gedroomd. Achter deze wereld was er niets. Tussen deze wereld en zijzelf was er alleen haar lichaam.

Bij die wereld herkende ze een schimmige mengeling van het zelf dat zij was met de afgesloten werkelijkheid waarin ze zich bewoog zonder dat er van enige versmelting sprake kon zijn. Het was duidelijk haar lichaam, intiem met haar eigen ik maar zonder identiek met zichzelf te zijn. te zijn. Ze besefte heel vroeg dat zij het was die pijn voelde als ze in haar vinger had gesneden en niet de vinger, dat ze ongecontroleerde bewegingen niet had gepland bij een boomtak die in haar gezicht zwiepte, maar ook dat haar ik van een andere samenstelling was dan het lichaam van waaruit het blijkbaar was voortgekomen zonder te weten waar het in die nabije steeds veranderende lijfelijke wereld thuishoorde.

amyhillDeprivation.jpg


Net zo min zou ze haar wensen of waarnemingen kunnen lokaliseren als was er een vaag gevoel dat ze met haar hoofd hadden te doen waarbij ze zich afvroeg of ze zoiets kon geleerd hebben of werkelijk had ervaren.
Hoe intiem haar verhouding met het eigen lijf ook bleek, het was duidelijk van de wereld te onderscheiden. Ze wist nauwkeurig waar haar lichaam eindigde en de wereld begon. Wat ze met haar eigen wil lijfelijk kon bewegen, wat te controleren was, behoorde bij haar lichaam.  Al de rest was eigendom van de wereld. Ze vond het vanzelfsprekend dat haar armen en benen niet zonder haar wil in beweging kwamen en het feit dan mensen niet volgens haar gedachten en voorstellingen zouden bewegen was net zo voor de hand liggend.’

Inas+Al-soqi,+Regina,+hand+cut+collage,+11+x+8.5+in+s.jpg


Dit denkbeeldige begin van een mogelijke roman is niet meer dan het vertalen van een hoofdstuk uit Gerhard Roth’s boek: Aus Sicht des Gehirns, Suhrkamp 2015 (4de oplage)
In plaats van de theorie bewerkte ik de voornaamste stappen in het beeld van een verder onbekend en onbestaand personage.
Het is een andere benadering, een zoeken naar de mogelijkheden om via de nieuwe ontdekkingen van de wetenschap onze aanwezigheid, ons doen en laten te verklaren door beter te begrijpen hoe onze hersenen werken.

‘Die Feststellung dass die von mir erlebte Welt des Ich, meines Körpers und des raumes um mich herum ein Konstrukt des Gehirns ist, führt zu der vieldiskutierten Frage: Wie kommt die Welt wieder nach draussen? Die Antwort lautet: Sie kommt nicht nach draussen, sie verlässt das Gehirn gar nicht.  Die Arbeitzimmer in dem ich mich gerade befinde, der Schreibtisch und die Kaffeetasse vor mir werden ja nur als “draussen” in Bezug auf meinen Körper und mein Ich erlebt. Diese beiden sind aber ebenfalls Konstrukte,nur ist es so, dass mit der Konstruktion meines Körpers auch der zwingende Eindruck erzeugt wird, dieser Körper sei von der Welt umgeben und stehe in deren Mittelpunkt.  Und schliesslich wird -wie erwähnt- ein Ich erzugt, das das Gefühl hat, in diesem Körper zu stecken, und dadurch wird es erlebnismässig zum zentrum der Welt.
Die Feststellung muss also lauten:  Ich bin ein Konstrukt des Gehirns, dem ein konstruierter Körper und eine konstruierte Umwelt zugeordnet sind.’

06+power+run.jpg


Voor mensen die dit de eerste keer horen schijnt ‘der Boden unter den Füssen weggezogen’, en zegt de auteur: ‘Das ist richtig – wir leben in einer konstruierten Welt, aber es ist für uns die einzige erlebbare Welt.’

Lieve Cecilia, in deze regressieve tijden klinkt wetenschap voor sommigen als vloeken in de kerk. Mooi gevloek kan ook op genade van de hemel rekenen.
De duiven hebben het onweer overleefd, denken we. Er klinkt mooi gekoer uit de mengeling hedera-blauwe regen.
En natuurlijk is het feest van een vrouwelijke hemelvaart prachtig bezongen, het gepijnigde kind ter ere wiens moeder voor altijd in zijn schittering mag verblijven. Een oude droom van eenzame moederskinderen hun goddelijk moederbeeld ter ere , of overstijgt het verhaal onze bezitterige geconstrueerde aandriften en wordt het een hymne waarin aarde en hemel elkaar in onberekenbare tederheid raken? Een mengeling dus.

 

ahillwomanwearbuds.jpg

 

BRIEVEN AAN CECILIA (4)

Bartolomé_Esteban_Perez_Murillo_003.jpg

Bij de verhouding vader-zoon kon ik me wel wat voorstellen. Dat zijn hypostasen die ik vanuit ervaringen en lectuur kan vatten, maar wat met die ‘duif’?
Een duif als ‘geest’.  Duiven zijn in bepaalde milieu’s prijsbeesten maar door burger en burgervaders/moeders worden ze met een verzameling scheve ogen aangekeken. Houtduiven vooral, die hebben zich vanuit de veldranden tot in de woonomgevingen genesteld al schijnt dat laatste begrip ook al niet veel voor te stellen.  Enkele takjes en daarop de twee eieren.  Omdat de balkondeuren van mijn slaapkamer overdag openstaan vond ik na enkele dagen een ei onder mijn bed. Anderzijds zijn er houtduiven die in niets aan hun beschreven soortgenoten doen denken.

HoutduifMierlo1-6-2006.jpg

(foto Robert Kastelijn)


Boven de blauwe regen in de combinatie van hedera en het vermeld gewas nestelt sedert enkele dagen een koppeltje.  De voorbereidingen tot dat nestelen hebben vier, vijf dagen geduurd.  Onder ons verbazend oog vlogen ze op en af met takjes en takken, doken ze van op een schoorsteen met ware doodsverachting in het hangende gewas en bleven na de werkzaamheden gezellig koerend onzichtbaar aan het nageslacht werken. Hoed u dus voor wat mensen in wikipedia en andere leerzame geschriften zoals dit kwijt willen.

Minder edele gedachten over deze gevleugelden hoor ik wel eens bij stadsmensen: gevleugelde ratten, ongedierte, ziekteverspreiders, erfgoed-verwoesters, en u kunt zeker het lijstje aanvullen met niet zo vriendelijke epithata.
De harde boodschap: duiven voederen is strafbaar siert dan ook menige historische stad  die het in voorbije tijden ook niet zo nauw na met de conservatie van wat de voorvaderen aan bouwsels achterlieten.

supera.png


We kennen de sierduifjes die bij huwelijken het prille geluk van de geliefden voorstellen bij het kiezen van de open luchten terwijl de met rijst en confetti bestrooiden hen naogen net voor ze zich aan drank en spijs gaan begeven en in de kunst zijn er genoegzaam duiven-ikonen bekend tot de luchtige lijn van Picasso en de monumentale schildering op de gevel van een (leegstaand) huis van straat-artiest Super A (Stefan Thelen) in Goes, Nederland of de felgekleurde duiven vorig jaar in Watou.

Bij de boodschap aan Maria waarin haar vriendelijk maar dwingend verzocht wordt de dienstmaagd des Heren te zijn wordt in de iconografie ook een duif gebruikt die voor de ‘onbevlekte’ ontvangenis staat, een twijfelachtig symbool waarin elke vorm van seksualiteit buiten spel zou worden gezet, ware het niet dat de duif nu eenmaal geen geheelonthouder is op dit gebied, integendeel. Ja, de onschuld, maar dat is de buitenkant nietwaar, ontdaan van het ware duivenwezen, de projectie waarin we ook de vredesduif kwijtkunnen.

(in dat verband is het net vandaag, 12 augustus,  45 jaar geleden dat tussen het Duitsland van Willy Brandt en de Sovjetunie het ‘deutsch-sovjetischen Vertrag’ werd afgesloten, op zijn beurt 31 jaar en 50 miljoen wereldoorlogsdoden na het Hitler-Stalin verdrag. Tussen 1970 en 1989 zou er nog 19 jaar nodig zijn om de muur open te breken.)

Annunciation II.jpg


In de eerste versie van mijn verhaal had ik nog deze toevoeging:
‘Was het ook niet nuttig dat de Columbidae in tegenstelling tot andere vogels water met de snavel konden opzuigen, symbool voor de ‘fons vivus’, ‘de bron waaruit het leven springt’ zoals dat in de Veni Creator Spiritus-hymne zo treffend werd bezongen?’

Ook symbolen kunnen aan metaalmoeheid lijden, ze zijn immers pogingen tot benadering van de ‘ousia’ die erg tijds- en plaatsgebonden zijn.
Toch ben ik het wezenlijke van de geest vergeten:  de lucht, de adem.
Is er een mooier geluid dan het opstijgen of neerkomen van een duif waarbij de vleugels trillingen verwekken die mij even lief zijn als de trillingen die muziek veroorzaken?
Het is geen klepperen, eerder suizen. In ‘Onze Taaltuin’ jaargang 3  (Rotterdam 1934-1935) heeft de auteur het over dierengeluiden in de Nederlandse (lees Noord-NL) taal over een fluittoon die vrij zuiver het geluid van zwiepende duivenvleugels nabootst en in het Drentse gebied zou gebruikt worden.
In het Christelijk maandschrift voor den beschaafden stand (!), Volume 12 (1833) is er sprake van zilveren duiven-vleugelen geteekend met een wederschijn van goud naar analogie met vers 14 in psalm 29:

Als duiven-vleugels laten,
Die glinsteren als silver fijn,
En geven eenen wederschijn
Van gout, schoon boven maten.

Dat ‘schoon boven maten’ brengt een auditieve en visuele waarneming samen die ‘boven maten’ van onze gewone concepties uitstijgt. Zouden geluiden ons verder brengen dan hetgene wij met ogen waarnemen?

Een gedicht van ene J.J. de Stoppelaar uit ‘De Beweging’, jaargang 15 (1919)

De duiven (fragment)

Een snelle wind, zo is de vlucht van duiven:
Zij scheert het akkermaals en dan de bomen.
De takken gonzen en de lovers wuiven,
Totdat de schoonste allerhoogste is genomen.

Hier strijkt de vlucht nu neer, maar lang nog wuiven
De twijgen na, om niet tot rust te komen,
Want met een wervlend uit elkander stuiven
Vervliegt de vlaag en zwenkt naar lager zomen.

h2_17.190.344.jpg

BRIEVEN AAN CECILIA (3)

_meditation_of_autumn__by_janek_sedlar-d5ggia7.jpg


De scheiding tussen wijsbegeerte en de mythologie wordt heel mooi weergegeven door Aristoteles die opmerkte dat mensen de mysteriegodsdiensten niet bijwoonden om er iets van te leren (mathein) maar om er iets te ondergaaan (pathein). Het onderscheid tussen ‘dogma’ en ‘kerygma’.  Kerygma als openbare prediking van de Kerk, gebaseerd op de Schrift terwijl dogma stond voor de diepere betekenis van de bijbelse waarheid die alleen via religieuze ervaring kon worden begrepen en in allegorische vormen kon worden uitgedrukt. Een heel andere inhoud van het begrip ‘dogma’ dan wat er in de 19de eeuw van gemaakt zou worden.

‘Achter de liturgische symboliek en het lucide onderricht van Jezus ging een geheim dogma schuil dat een hoger geloofsinzicht representeerde.’
(Ook joden en moslims zouden een esoterscihe traditie ontwikkelen) (p 136, Karen Armstrong, de geschiedenis van God)

Sommige religieuze inzichten hadden een innerlijke resonantie die slechts door elk individu kon worden begrepen nodig, eigen aan de tijd en in de geestestoestand die Plato ‘theoria’ had genoemd, schouwing.
Taal was voor een onzegbare werkelijkheid die normale concepten en categorieën te boven ging een verwarrend en beperkend instrument.
Ik denk hier aan de Boedha die opmerkte dat bepaalde vragen ‘ongepast’ zijn of ontoepasselijk omdat ze betrekking hebben op werkelijkheden die niet door woorden werden bestreken. (p 137 ibidem)
Ik zou een beschrijving van Beethovens late kwartetten kunnen geven maar de woorden zouden een grotesk resultaat opleveren, schrijft Karen Armstrong.
Deze werkelijkheden (elusieve werkelijkheden zegt Basilius) kun je slechts in symbolische handelingen van de liturgie duiden, of beter nog door erover te zwijgen.

Dollarphotoclub_70852680-dreams.jpg
Hier wordt de tegenstelling duidelijk tussen het westerse christendom en de Grieks-orthodoxe kerk. Was in het westen een spraakzamere godsdienst, geconcentreerd op het kerygma, aanwezig,  bij de Grieks orthodoxen was elke goede theologie zwijgend of apofatisch. (God kun je niet zien maar zijn aanwezigheid kun je voelen)
In het westen wisten ze niet goed wat ze bijvoorbeeld van de ‘Heilige Geest’ moesten denken.  Was het een synoniem voor God of was het ietsje meer?
Paulus had de Heilige Geest vernieuwend ‘scheppend’ en ‘heiligend’ genoemd, maar gezien dat dit werkingen waren die alleen God toekwamen, volgde hieruit dat de Heilige Geest goddelijk moest zijn en niet gewoon een schepsel.
Drie bischoppen (twee broers en een vriend van beiden, allen uit Capadocië) gebruikten een formule eerder door Anasthasius gebruikt in een dispuut met Arius: God had één wezenheid (ousia) die we nooit konden begrijpen, maar drie personen (hypostaseis) waarmee hij zich aan ons kenbaar maakte. (p 138 ibidem)

De Capadociërs begonnen dus niet bij zijn onkenbare ousia maar bij de menselijke ervaring van zijn hypostaseis. Ze geloofden dus niet in drie goddelijke opperwezens zoals sommige westerse theologen beweerden.  Het woord hypostasis wekte bij mensen die niet in het Grieks thuis waren verwarring, want het heeft een scala aan betekenissen.
De ousia van een voorwerp was datgene wat maakte dat het was wat het was; het sloeg gewoonlijk op het voorwerp zoals het ‘bij’ zichzelf was.  Hypostase daarentegen had betrekking op het voorwerp zoals het van ‘buitenaf’ werd waargenomen.
De hypostasen Vader, Zoon en heilige Geest mochten dus niet worden gelijkgesteld met God zelf omdat, zo legde Gregorius van Nyssa uit, ‘de goddelijke natuur (ousia) onbenoembaar en onbespreekbaar is’.  ‘Vader’, ‘Zoon’ en ‘Heilige Geest’ zijn slechts ‘termen waar we ons van bedienen’ om over de ‘energeiai’ te spreken waarmee Hij zich kenbaar heeft gemaakt.
De termen hebben natuurlijk wel symbolische waarde, aangezien ze de onzegbare werkelijkheid vertalen in beelden die we kunnen begrijpen.

Etrange-trinité-3.jpg


Uiteindelijk moest de Drieëenheid toch worden opgevat als een mystieke of een spirituele ervaring:  ze moesten worden gevoeld, niet worden overdacht, want God rees boven de menselijke concepten uit.

‘De drieëenheid moest dus niet letterlijk worden opgevat; ze was geen cryptische ‘theorie’ maar het resultaat van ‘theoria’, schouwing.  De westerse christenen die in de achttiende eeuw met dit dogma in de maag zaten en het overboord wilden zetten, probeerden op die manier God voor de rationalistisch ingestelde Verlichting rationeel en begrijpelijk te maken.  (het was een van de theoriën die later in de 19de en 20ste eeuw tot de God is dood-theologie zouden leiden.)

Het verschil tussen rationalistisch en schouwend denken maakt ook nu begripsbepalingen in de economie bijvoorbeeld moeilijk tussen het Europese westen en de Griekse onderhandelaars die meer een Bijzantijnse dan een oud-Griekse achtergrond als traditie hebben.
Maar de Geest waait waar hij wil en dat is een troostende gedachte

 

 

Holy-Trinity-Hungarian.jpg