‘Spring with a difference’

Claude Monet (1840–1926), Spring, 1886, oil on canvas, 64.8 x 80.6 cm, (detail) The Fitzwilliam Museum, Cambridge. Public domain image

Spring
Louise Imogen Guiney (1861-1920)

With a difference —Hamlet.

Again the bloom, the northward flight,
The fount freed at its silver height,
And down the deep woods to the lowest,
The fragrant shadows scarred with light.

O inescapable joy of spring!
For thee the world shall leap and sing;
But by her darkened door thou goest
Forever as a spectral thing.
Lente
Louise Imogen Guiney

Met een verschil - Hamlet.

Opnieuw de bloei, de vlucht naar het noorden,
De bron bevrijd op zijn zilveren hoogte,
En door de diepe bossen naar het laagste,
De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.

O onontkoombare vreugde van de lente!
Voor jou zal de wereld springen en zingen;
Maar door haar verduisterde deur ga jij...
Voor altijd als een spookachtig ding.
“Lente” staat in Louise Imogen Guiney's eerste dichtbundel Songs at the Start (Cupples Upham and Company, 1884). In zijn essay “The Poetry of Louise Imogen Guiney”, noteerde dichter, toneelschrijver en scenarioschrijver George O'Neill in 1931: “Miss Guiney's schrijven toont een uitmuntend oor. Ze vocht compromisloos tegen de tirannie van de Engelse sibilantie (sissende s-klanken): haar succes in deze strijd noemde ze ooit (in een brief aan de huidige schrijver) 'mijn kleine geheim'; het zal in feite een grote rol spelen in haar beste vers-muziek. Ze tolereerde geen slechte rijm, rijm om het rijm, kakofonie, slechte grammatica, geforceerde constructies, spreektaal of stereotype. 

(Poem-a day)

Lees de bundel on line:
Maurice de Vlaminck. (1876-1958) Kasstanjebomen in bloei. 1905-1906

Het gedicht ‘Lente’ van Louise Imogen Guiney heeft duidelijk een ondertitel, een verwijzing naar Hamlet: ‘with a difference‘.

Aan koningin Gertrude biedt Ophelia wijnruit-bloemetjes aan, een symbool van verdriet en berouw, die door de koningin “met een verschil” (…wear you rue with a diffrence) moeten worden gedragen. Ophelia kan niemand viooltjes aanbieden omdat er geen trouw is aan dit hof. Is dat het verschil?. (en volgens Luk 11:42 zouden die zgn. viooltjes inderdaad eerder ‘ a bitter-tasting garden herb (Ruta graveolens) zijn)

Hoewel Ophelia gek is, lijkt het erop dat haar bloemen een niet zo gekke betekenis hebben.

Ten eerste heeft Ophelia de betekenissen van de bloemen niet verzonnen; ze zijn allemaal traditioneel. Shakespeare’s publiek zou bekend zijn met het idee dat rozemarijn “ter herinnering” is en viooltjes “voor gedachten”.

Ten tweede lijken de betekenissen van de bloemen te passen bij de personen in de scène. De rozemarijn voor herinnering en de viooltjes voor gedachten zouden bijvoorbeeld naar Laertes kunnen gaan, die zich zijn vader herinnert en aan zijn zus denkt. De venkel voor vleierij en de akeleien voor ondankbaarheid zouden naar de koning kunnen gaan. Ophelia heeft wat wijnruit, voor verdriet en berouw, en misschien geeft ze wat aan de koningin, met de opmerking dat “je je wijnruit met een verschil moet dragen” (4.5.183), omdat het verdriet en de berouw van de koningin niet hetzelfde zijn als die van Ophelia. Er is een madeliefje voor bedrog, dat ook naar de koningin zou kunnen gaan, of misschien naar de koning. Tot slot zijn er viooltjes voor trouw. Ophelia zegt over hen: “Ik zou je wat viooltjes willen geven, maar ze zijn allemaal verdord toen mijn vader stierf: ze zeggen dat hij een goed einde heeft gehad.” (4.5.184-186).

“Ophelia:
There’s rosemary, that’s for remembrance.
Pray you, love, remember. And there is pansies,
that’s for thoughts. . . .
There’s fennel for you, and columbines.
There’s rue for you, and here’s some for me; we
may call it herb of grace o’Sundays. You must wear
your rue with a difference.
There’s a daisy. I would
give you some violets, but they withered all when
my father died. They say he made a good end."

En laat dan ook nog eens Alicia Andrzejewski beweren dat :

Rue is a plant with yellow flowers that “emit a powerful, disagreeable odor and have an exceedingly bitter, acrid and nauseous taste” (“rue” Botanical.com). According to John Gerard’s The Herball or Generall Historie of Plantes (1597), rue has a wide range of medical uses, one of which is as an abortifacient. Provoking an abortion was its “most recognized use in classical antiquity and the Middle Ages,” as John M. Riddle argues in Eve’s Herbs: A History of Contraception and Abortion in the West. (Synapsis aliciaandrzejewski)

En , ik citeer uit de onderstaande tekst: ‘Terwijl de Latijnse wortels voor ‘rue’ negatieve connotaties hebben betekent het Griekse reuo, een andere oorsprong van de naam, bevrijden. (Brewer 1082). Of: de veelvuldige mogelijkheden tot interpretaties ontdoen hem van de tijdelijkheid en plaatsen het werk van dichter en dichteres in de tijd waarin gisteren en morgen ook vandaag aanwezig blijven.

Lees:

Harold Harvey. Cornish Children

Maar…het is hoe dan ook lente. Te koud, te warm, te droog. Maar dat licht! “De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.” En er is in hand- en oorbereik het Allegro van Händel ‘Sweet Bird’ Uitvoering met Amanda Forsythe, Emi Ferguson & Voices of Music in 4K video. Met de vermelding: ‘NB: During filming, birds gathered outside the window and started singing! You can hear them in the video.’

Je kunt het transcript volgen, gewoon genieten van deze heerlijke uitvoering en zachtjes of luidop meezingen is wellicht hier en daar toegelaten, maar...with a difference. De levenden en…hij of zij die nog als ‘geest’ in de herinnering verblijft, en tot in de schoonheid van deze muziek aanwezig blijft.

Geniet!

Sonnet 98. William Shakespeare

From you have I been absent in the spring,
When proud-pied April, dressed in all his trim,
Hath put a spirit of youth in everything,
That heavy Saturn laughed and leapt with him.
Yet nor the lays of birds nor the sweet smell
Of different flowers in odor and in hue
Could make me any summer’s story tell,
Or from their proud lap pluck them where they grew.
Nor did I wonder at the lily’s white,
Nor praise the deep vermilion in the rose;
They were but sweet, but figures of delight,
Drawn after you, you pattern of all those.
 Yet seemed it winter still, and, you away,
 As with your shadow I with these did play.

In ’t voorjaar ben ik van je weg geweest,
toen bonte April, op zijn paasbest gekleed,
nieuw leven bracht, dat met verjongde geest
Saturnus zelfs van vreugde dansen deed.
Toch liet mij vogelzang er niet toe komen,
noch bloem die door haar geur en tint verrukt,
dat ik ’t verhaal verteld heb van de zomer,
of uit die schoot haar trotse bloei geplukt.
Geen lelie die mij in extase bracht,
geen rozen prees ik om haar vermiljoen,
zij, zoet alleen en zinnebeeld van pracht,
stonden slechts jou, hun voorbeeld na te doen.
Maar het leek winter, toen jij weg was en
als met jouw schaduw speelde ik met hen.

(vertaling H.J. de Roy van Zuydewijn)

Foto door Roman Kaiukud83cuddfaud83cudde6 op Pexels.com

De schoonheid van het alledaagse: Harold Harvey (1874-1941)

Harvey, Harold C.; A Kitchen Interior; 1918; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; This domestic scene depicts Harvey’s wife Gertrude in their kitchen at Maen Cottage.

De Newlyn School-schilder Harold Harvey (1874-1941) staat bekend om zijn portretten van het dagelijks leven van Cornish-vissers, mijnwerkers, boeren en figuren in huiselijke interieurs evenals voorstellingen van het Cornish landschap. Hij werd geboren in Penzance, volgde zijn opleiding bij Norman Garstin aan de Académie Julian in Parijs en bleef in Penzance wonen totdat hij er Gertrude Bodinnar ontmoette, collega en model aan de Stanhope Forbes School of Painting. Na hun huwelijk in 1911 woonden ze in Maen Cottage in Newlyn. Gertrude poseerde vaak voor Harvey in zijn schilderijen van huiselijke interieurs en ze waren bevriend met zowel Laura en Harold Knight als Dod en Ernest Procter, waarmee ze in de jaren 1920 een schilderschool runden.

(David Saywell. ARTUK)

Harold Harvey ‘Winding wool’


De onderwerpen die hem inspireerden waren de onderwerpen die hij voor zijn deur vond: Cornish’ mensen aan het werk, spelende kinderen en intieme interieurs. Veel van zijn tijdgenoten in Newlyn waren bezoekende ‘waarnemers’, maar voor Harold Harvey, die Cornwall zelden verliet, hoewel hij regelmatig exposeerde in de Royal Academy, was het schilderen van de Cornish-wereld zijn hele leven.

While his early work is very much of the style of the founders of the Newlyn School, in the early 1900s the colony itself began to change and new influences made their mark. Laura and Harold Knight arrived in the village in 1907 and Ernest Procter and his later wife Doris (Dod) Shaw in the same year. Not far away, in the Lamorna valley, worked Samuel John 'Lamorna' Birch, Robert and Eleanor Hughes, Frank and Jessica Heath, and Charles and Ella Naper.

Harold Knight. “A Cornish Boy’. 1917. Oil on canvas Maas Gallery

Rond de Eerste Wereldoorlog gingen Harold en Laura Knight vaak op schildervakantie in Cornwall. Ze verbleven in caravans bij hun vrienden Harold en Gertrude Harvey en Charles en Ella Naper. Harold Harvey schilderde onmiskenbaar dezelfde jongen in 1917 (Narcissen, Christie’s 28 november 1996), naar ons kijkend met een mand bloemen in zijn typisch brede hand. Knight gaf de voorkeur aan een hard profiel en een vlakkere behandeling en schilderde dezelfde jongen in hetzelfde jaar, met een hoed die typisch is voor vissers uit Newlyn (Knight droeg er zelf ook een).

Harold Harvey
Daffodils
Oil on Canvas
20 x 16 in.

In het vissersdorp Newlyn, in het Engelse Cornwall, vlak bij Penzance, bestond van omstreeks 1880 tot in het begin van de twintigste eeuw een artiestenkolonie, de Newlyn School genoemd. Het dorp was aantrekkelijk voor schilders: mooi licht, goedkoop leven en betaalbare modellen. Vaak was het strand, de haven van Penzance, de zee of het harde leven van de vissers onderwerp van hun schilderijen. Over Walter Langley, de eerste schilder die er zich vestigde, maakten we in 2006 een bijdrage: ‘Armoede en sentiment: Walter Langley’, hier te raadplegen.

Harold Harvey ‘Springtime in the Orchard’

En dan is er het licht. Vanuit het raam, over de blonde hoofdjes van de twee kleine kinderen, weerkaatst door het witte tafelkleed en verzacht met het tedere geel van de sjaal om moeders schouders. Het kleine meisje drinkt, moeder geeft een bord door aan de nabije jongen. Man en zoontjes wachten. Het is nog vroeg in de morgen. Links in beeld een kom met een goudvisje. Er is een zekere gelatenheid, maar ook rust. Thuis zijn, nog even voor het uitzwermen naar school en werk. Stilte. Nog even en dan begint het tafereel te bewegen en kan ik mij de lege tafel voorstellen.

Familie aan tafel circa 1912

This superb British figurative interior oil painting is by noted Newlyn school artist Harold Harvey. Painted circa 1912 the composition is a Cornish family, bathed in golden light, seated around a table having a simple meal. The mother, dressed in a yellow shawl and standing next to her husband is passing a plate to her son. The two younger children, sat in the bay window, are drinking their tea. The wall paper is also yellow with flowers and the children's hair gleams like gold. There are some lovely little details such as a gold fish in a bowl on a nearby dresser and bellows hanging by the fire surround. The British Impressionist brushwork and impasto are superb. This is a really warm and intimate portrayal of a family and a lovely example of Harvey's earlier work with good provenance. (Richard Taylor Fine Art)
The young Ménage. (1932)

Met de kinderen verschuift de tijd. Het licht is genadig, belicht ’the young ménage’ in het tijdperk tussen de wereldoorlogen, maakt de aarzelingen zichtbaar, de nieuwe modes en oude gewoonten en hoe we daarmee de dag doorkomen. Kritisch? Inderdaad.

Harvey, Harold C.; The Critics; Birmingham Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/the-critics-33954
Harvey, Harold C.; At the Dressing Table; Merthyr Tydfil Leisure Trust; http://www.artuk.org/artworks/at-the-dressing-table-153512

Gertrude and Harold Harvey set up home at Maen Cottage, Newlyn, high above the rest of the village, with a magnificent view of Newlyn Harbour, Mount’s Bay and Penzance. Gertrude was proud of her house and garden, and Harold’s own love for his home is evident in his paintings. The house, the garden, the view and Gertrude herself all feature regularly in Harvey’s work, although he also had a studio in the village.

Rear view of a woman (Gertrude Harvey) standing to the right of a dressing table by a window, adjusting her hair (1920)

Harvey, Harold C.; Mother and Child; Amgueddfa Cymru – National Museum Wales; http://www.artuk.org/artworks/mother-and-child-161017
Harvey painted a number of works with this theme. Harold and Gertrude loved children but did not have any of their own. It is felt by some that works such as this one express this lack in his life. The models for this painting are Nannie Pearce Tregenza Tregenza and her son Joseph. (ART UK)
Harvey, Harold C.; St Just Tin Miners; Royal Institution of Cornwall; http://www.artuk.org/artworks/st-just-tin-miners-13945

De twee mannen op de voorgrond zijn Nicholas Grenfell en Sidney Angove, die in de mijnen Geevor en Botallack in de parochie St Just werkten. Achter hen heeft Harvey een tinmijn in Maleisië geschilderd. Aan het eind van de jaren 1920, met de opening van alluviale tinafzettingen in Malaya, werd de prijs van Cornish tin onderboden, waardoor veel mijnwerkers naar Zuidoost-Azië, de VS, Australië en Zuid-Afrika emigreerden op zoek naar werk. Dit werk werd in 1936 tentoongesteld in de Royal Academy. (Art UK)

HAROLD HARVEY 1874-1941 O/C IMPRESSIONIST PAINTING “PIONEER OF AERIAL NAVIGATION”

Harold Harvey died on Monday 19 May 1941 at his home in Maen Cottage, aged 67. Stanhope Forbes wrote ‘…Cornwall may indeed be proud to have produced so fine and sincere an artist.’ Judging by the warmth of affection with which his work is held in his native county, Cornwall is still justly proud.

‘De natuurlijke standen der Troniën’

Willem Goeree, Jan Luyken, Maet-redige tronie-stellingh, (Drawing heads according measuring), Four Natural positions of Heads.1682.
In Goeree’s General Art of Painting the importance of philosophers, mathematics, geometry, symmetry,Liberal Arts and Cesare Ripa’s Iconologia is mentioned, in the Art of Drawing, the use of ovals, of a grid, diagonals and a lead-line as an axis of symmetry while drawing after plaster statue, is recommended. This practice is in the 18 th century also used by artists, like Gerard De Laraisse and Abraham Bosse. (The hart of Rembrandt Symbolism and geometry in the Dutch 17th century. by Theo Elsing)

In 1670 publiceerde Willem Goeree (1635-1711) een kleine verhandeling getiteld: Inleyding tot de practijck der algemeene schilder-konst Acht jaar later publiceerde Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zijn langere Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst . Hun interesses waren zeker niet beperkt tot de beeldende kunst. Na het publiceren van verschillende titels over kunst, richtte Goeree zijn aandacht op andere kennisgebieden, zoals theologie en wereldgeschiedenis. Van Hoogstraten schreef, naast zijn verhandeling over schilderkunst, als ondertitel: De zichtbaere werelt, een pendant getiteld: De onzichtbare werelt.
De exacte inhoud blijft onbekend, omdat het boek nooit gepubliceerd is, maar experts vermoeden dat het over filosofische zaken ging.

Uit: ‘Willem Goeree versus Samuel van Hoogstraten ‘ (Gijsbert M. van de Roemer)

Dit om duidelijk te maken dat de theorieën die beide heren kunstenaars verspreidden niet alleen over maten en gewichten handelden, kennis omtrent het in beeld brengen van de werkelijkheid, (de natuurlijke uitzichten van de tronies) maar de werkelijkheid zelf in haar filosofische en technische gedaantes als onderwerp kreeg.

"As a prolific author, publisher and bookseller operating between Middelburg and Amsterdam, Goeree represents a remarkable case study through which to investigate the processes of producing, printing and publishing knowledge in the Dutch Republic. As his early biographer David van Hoogstraten remarked, Goeree demonstrated “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – an affection for knowledge in the widest sense, as understood at a time when disciplinary boundaries were still in flux. Goeree’s diverse interests and vast erudition are reflected in his own books, in which he discusses topics ranging from the art of painting to the history of the Jews, from cosmological theories to the ideas of Descartes. Similarly, his library suggests a learned owner conversant with natural history and ancient civilisations, curious about the latest philosophical debates and recent developments in the field of medicine." (Workshop Willem Goeree and the production of knowledge in the early Modern Netherlands)
Syrian Sheep Or Ram, Jan Luyken, Willem Goeree is a drawing by Jan Luyken And Willem Goeree

Als productieve auteur, uitgever en boekverkoper die opereerde tussen Middelburg en Amsterdam, vormt Goeree een opmerkelijke casestudy aan de hand waarvan de processen van het produceren, drukken en uitgeven van kennis in de Nederlandse Republiek kunnen worden onderzocht. Zoals zijn vroege biograaf David van Hoogstraten opmerkte, gaf Goeree blijk van “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – een genegenheid voor kennis in de breedste zin van het woord, zoals begrepen in een tijd waarin disciplinaire grenzen nog in beweging waren. Goeree’s uiteenlopende interesses en enorme eruditie worden weerspiegeld in zijn eigen boeken, waarin hij onderwerpen bespreekt die variëren van schilderkunst tot de geschiedenis van de Joden, van kosmologische theorieën tot de ideeën van Descartes. Ook zijn bibliotheek suggereert een geleerde eigenaar die vertrouwd is met natuurlijke historie en oude beschavingen, nieuwsgierig naar de laatste filosofische debatten en recente ontwikkelingen op het gebied van geneeskunde.” (Werkplaats Willem Goeree en de productie van kennis in de vroegmoderne Nederlanden)

In het biografisch woordenboek der Nederlanden deel 7 wil ik je graag de samenvatting van zijn bio meegeven:

GOEREE (Willem), zoon van den voorgaande, werd te Middelburg den 11den December 1635 geboren. Hij toonde van zijne jeugd af aan eene groote neiging voor de beoefening van kunsten en wetenschappen, en vond, meer tot jaren gekomen, zijn grootste vermaak in den omgang met geleerde mannen. Tot zijn ongeluk verloor hij vroeg zijn vader, en geraakte daardoor onder de tucht van een onkundigen en strengen stiefvader, die hem, niet willende toestaan dat hij zich aan de studie toewijdde, noodzaakte eene andere werkkring te zoeken. Hij koos hierop den boekhandel, doch vergat daarbij echter de kunsten en wetenschappen niet

A.J. Van der Aa. 1862

In 2004 schrijft Inger Leemans in ‘Nederlandse Letterkunde Jaargang 9: “De weg naar de hel is geplaveid met boeken over de bijbel
Vrijgeest en veelschrijver Willem Goeree (1635-1711)”.

Of hoe je ook nog in deze eeuw op de brandstapel kunt belanden. Vandaar de aandacht van universiteiten om geschiedenis, wetenschap en letterkunde vanuit de tijd waarin ze ontstonden te onderzoeken zoals Weststeijn, T dat deed in 2013 met “The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678): painter, writer, and courtier. (University of Amsterdam) en te raadplegen:

Samuel van Hoogstraten
Self-Portrait
c. 1643 and 1650
170 x 135 mm
Pen and brush in brown with red and black chalk
Institut Néerlandais, Frits Lugt Collection, Paris

En bezoek ook:

Hanneke Grootenboer schrijft in ‘De Witte Raaf’, editie 217 van mei-juni 2022 een heel mooie tekst over een ook door mezelf gekoesterd schilderijtje van Rembrandt. ‘Inrtieme ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst.’ Een fragment.

Rembrandt. ‘De filosoof mediterend’ Klik op onderschrift om te vergroten

“Rembrandt is een schilder van denkers. In 1632 maakte hij een paneeltje van een filosoof die met de handen over de buik gevouwen in een kamer zit. Goud licht valt door het raam. Met het hoofd iets naar voren geleund neemt hij een typerend peinzende pose aan. Het grote folio dat opengeslagen op tafel ligt is wellicht de aanzet geweest tot de mijmeringen waaraan hij ten prooi is gevallen. Terwijl hij niets doet dan denken, als het vleesgeworden vita contemplativa, staat rechtsonder de tegenhanger: de vrouwelijke belichaming van het vita activa, het actieve leven, die met een pook het vuur onder een kookpot opstookt. De twee figuren, hun rol en de verschillende ruimtes rondom hen (de private ruimte van het huishouden en de intieme ruimte van het innerlijk) worden gescheiden door een opvallende s-vormige wenteltrap die beschouwers al kijkend kunnen betreden, tot ze blijven steken in de duistere bocht halverwege, en hun ogen de spiraal naar boven afronden via de onderkant van de trap. De binnen- en buitenzijde van de trap zijn als een DNA-streng helemaal verwikkeld geraakt. Moeten vita contemplativa en vita activa als twee gescheiden leefwijzen gezien worden, of vormen ze samen een wenteltrap, als twee in elkaar gedraaide vormen die elkaar volledig aanvullen?”

Dit kleine paneeltje van 28 bij 34 centimeter – de afmetingen van een iPad – zit vol met gedachten, die zich niet alleen in het hoofd van de oude man afspelen, maar ook de binnenruimte lijken te vullen. Als dit vertrek een metafoor is voor zijn denkruimte, dan speelt de opvallende wenteltrap een grote rol, als een denkfiguur waarmee de filosoof hoger of dieper in zichzelf kan spiralen. Wenteltrappen werden vaker afgebeeld in combinatie met filosofen, zoals in een tafereel van Salomon Koninck – ongeveer een decennium later gemaakt, en met bijna dezelfde afmetingen – dat lang als een pendant is gezien van Rembrandts paneel.

Hanneke Grootenboer “Intieme Ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst” (fragment) De witte raaf. editie 217. mei-juni 2022

Een versie van deze tekst is uitgesproken op 13 mei als oratie van de auteur als hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees:

Rembrandt. De filosoof mediterend. Klik op afbeelding om te vergroten

Er is dus meer dan ‘de natuurlijke stand der troniën’. Er is nieuwsgierigheid. Aanvoelen. Kiezen. Nieuwsgierig zijn en blijven. Soms vragen stellen, twijfel uitdrukken, vooral: waar-nemen. Je toont niet alleen het denken, je zet aan tot denken. Nog even Hanneke aan het woord:

“Rembrandts paneeltje kan bekeken worden met de definities van Van Hoogstraten of Goeree in het achterhoofd, maar het roept, als verbeelding van het denken, ook de fundamentele vraag op die door Hannah Arendt zo helder is geformuleerd in haar meesterwerk The Life of the Mind uit 1971. Ze vraagt zich af wat we precies doen als we denken. Wat is het dat ons aanzet tot denken, en waar en wanneer grijpt het denken plaats? Arendt laat zien dat we ons moeten afsluiten van de wereld om ons heen vooraleer een denkproces te kunnen starten. We moeten ons terugtrekken uit de publieke sfeer en de private sfeer betreden – of juister nog: een domein binnen die private sfeer, een intieme ruimte waarin een denker slechts van gedachten vergezeld wordt, en zo met zichzelf in gesprek kan gaan. Denken valt altijd buiten de gewone bezigheden en staat daarmee in contrast, schrijft Arendt:
‘Het onderbreekt telkens weer de gewone levensprocessen, juist zoals het gewone leven telkens weer het denken onderbreekt.’
Een denker heeft altijd een object nodig: hij of zij denkt niet ‘iets’, maar denkt na over iets. Zo’n object noemt Arendt een thought-object, een ‘denkding’. Kunstwerken zijn voor Arendt denkdingen bij uitstek, en betrokkenheid bij kunstwerken leidt niet zozeer tot kennis (of tot waarheid), maar gaat juist voorbij aan de grenzen van kennis en leidt tot betekenisgeving. “(ibidem)

In het zeventiende eeuwse Parijs werd Aristoteles’ filosofie op onderstaande manier verbeeld. Het zal dus eerder bij tuinieren dan bij diep zuchten te zoeken zijn.

Meurisse and Gaultier’s Artificiosa totius logices descriptio, 1614 — Source.

Lees en bekijk:

https://publicdomainreview.org/essay/the-art-of-philosophy-visualising-aristotle-in-early-17th-century-paris/

Nog steeds niet voorbij: Tom Duncan, sculptor (1939)

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

Tom Duncan werd in 1939 in Shotts, Schotland geboren. Zijn jeugd kreeg vorm door het geschreeuw van sirenes, vluchten naar schuilkelders en de ervaring waar zijn moeder door nazi-piloten gedood kon worden. Als toevluchtsoord begon Duncan met het maken van kunst toen hij 4 jaar oud was. In 1947 verhuisde zijn familie naar de Verenigde Staten. Op 20-jarige leeftijd ging hij naar de kunstacademie, maar werd hij ontmoedigd door medestudenten die dachten dat abstract impressionisme “de enige echte kunstvorm” was. Tom werkte als modelbouwer voor de NYC Port Authority, inclusief het maken van de architecturale modellen voor de geplande World Trade Center Towers. Getuige van de instorting van deze torens vanop het dak van zijn studio, 11 september 2001, versterkte deze gebeurtenis voor hem nog meer de onvoorspelbaarheid van het leven. In een interview zegt hij: “I’m not sure if I would say I’m an inventor. But I love to make things and find out how things work. I guess I’d prefer to say I’m a sculptor.”

Tom Duncan (b. 1939)
Portrait of Tom with a Migraine Headache (No. 3), 2020
Found objects, acrylic, graphite, collage and tin cutouts
42.5 x 25.75 x 2 inches
Portrait of Tom with a Migraine (2020), is a double relief, consisting of found objects, collage, and tin cutouts. The work consists of two reliefs– green on the verso and red on the recto. The two busts are placed within a frame with curving embellishments. Considerable open space occurs. Both figures’ bodies incorporate found objects that make their torsos more intricate, even if we don’t really know what these objects symbolize. Their heads, too, are filled with unknowable things–an obvious reference to the migraine Duncan is referring to. The manufacture of the sculpture is fairly rough, yet the overall effect is cultivated in some idiosyncratic, nearly 19th-century manner. Duncan communicates the migraine in subtle ways despite the work’s aura of directness.  (Whitehot Magazine. Jonathan Goodman. 2023)
Tom Duncan (b. 1939), Portrait of Tom with a Migraine Headache, 2013, Mixed media, 128.5 x 61.5 inches
 

Een ander werk, met dezelfde titel als het eerste reliëf dat in de recensie wordt genoemd, “Portrait of Tom with a Migraine“, is gemaakt in 2013. Het toont een robotachtige vorm in het wit, bestaande uit verschillende doosvormige objecten die op elkaar gestapeld zijn. Er is een hoofd bovenaan de kolom, maar het lijkt meer op een dier dan op een persoon. Het hoofd, dat herkenbare gelaatstrekken heeft, geeft enige menselijke zwaarte aan het object, maar het suggereert ook een brute achtergrond: we weten niet of het werk een zelfportret is, of een afschuwelijk wezen met pijn. Een aantal pijplengtes lopen van het middenrif van het beeld naar de sokkel. Deze laatste, onregelmatig gevormd maar met rechte randen, ondersteunt het werk van bijna 130 centimeter hoog. Terwijl de titel duidelijk maakt dat het werk verwijst naar de kunstenaar zelf, is er ook het gevoel dat deze werken emblematisch zijn voor de menselijke conditie in het algemeen. Het ogenschijnlijke gebrek aan academische verfijning in veel van Duncans sculpturen kan de toevallige kunstkijker voor de gek houden door te veronderstellen dat hij directe communicatie wil tussen hem en zijn publiek. Dat is niet echt het geval. In plaats daarvan zou je kunnen veronderstellen dat zijn rauwe benadering van het werk een manier is om contact te maken met een groter publiek dan degenen die zich doorgaans bezighouden met beeldende kunst. (ibidem)

Tom Duncan (b. 1939)
The Blue Madonna and her Friends, 1981
Wood, collage, paris craft, acrylic, lights, found objects
79 x 42 x 12 inches

Duncan cites Flannery O’Connor as an abiding influence. His images evoke the uncanny and can be unsettling, involving viewers in a narrative much like good fiction. Set as they are within seductively theatrical cabinets (that some pieces resemble altars seems no accident), the dramatic scenes possess at once the depth of storytelling as well as the epiphanic flash of poetry. In his recurring depictions of wartime violence as seen through the eyes of a child, history is particularized, personalized, and charged with mystery. The past, as another Southern author, William Faulkner, once said, isn’t dead, it isn’t even past. (Andrew Edlin Gallery. NY)

Bezoek:

https://www.edlingallery.com/artists/tom-duncan

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

“Een van de eerste herinneringen waar ik bijvoorbeeld een stuk over maakte, was de eerste zomer dat ik in Amerika was toen ik op kamp ging. Ik was nog nooit bij mijn moeder weg geweest. Ik ging twee weken op slaapkamp. Ik kreeg ruzie met kinderen. Er was een stationwagen die ons over een grindpad naar het zwembad bracht. Ze stapten in de stationwagon en ik hing aan de achterkant van de auto en ze sloegen me en sloegen me eraf. Ik hield me vast. Ik ben erg vasthoudend. Plotseling reed de auto weg en de kinderen sloegen me nog steeds op mijn handen om me eraf te krijgen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik los moest laten. Ik liet los en rende zo snel als ik kon. Ik probeerde mezelf overeind te houden, maar dat lukte niet en ik maakte een buiksprong op het grindpad. Ik sneed mijn hele borst open. Ik kwam terug bij de kleedkamer en een non kwam naar me toe en zei: Ga naar het kampziekenhuis. De non smeerde me in met mercurochrome en ik had een knalrode borst die er de hele tijd dat ik op kamp was niet afwaste. Alle kinderen kwamen naar me toe en vroegen: “Kun je je borst aan mijn vriend laten zien? En dan tilde ik mijn shirt op. Het voelde alsof ik een stigmata had, maar ze behandelden me met ongelooflijk respect. ( Westbeth home tot the arts Terry Stoller)

The Mercurochrome Kid Finally Comes Home. 1988. Mixed media, 16 x 25 x 2½ inches.

Lees:

Kijk naar zijn werk ‘dedicated to Coney Island’ waar hij vijftien jaar aan werkte. (werking zie YouTube)

Tom Duncan (b. 1939)
Dedicated to Coney Island, 1984-2002
Mixed media
96 x 90 x 84 inches

In werking? Kijk naar:

Coney Island, vijftien jaar werkplezier


Dedicated to Coney Island, a giant three-dimensional scene and vivid recreation of the amusement park. This recreation of the New York City landmark is based on Tom Duncan's memories of growing up near Coney Island. The myriad details of the work show, among other things, the beach crowded with bathers, various amusement rides, a balloon, trains... By pushing buttons, the viewer can activate different moving parts of the work such as the Wonder Wheel and the trains. In this video, Andrew Edlin introduces us to the fantastical world of Tom Duncan, who was strongly influenced by his childhood in World War II Scotland and postwar New York. (Vernissage TV)

Tommy and the Scottish Sky. 2007. Mixed media, 47½ inches in diameter, 1½ inches deep.

“I apparently was strafed while I was out in the brandy by a German plane when I was 2 years old. The brandy was a cow pasture that doubled as a playground. My mother heard the siren and came running to get me. I don’t remember the event of the strafing. I know unconsciously I must have seen the bombers. Whether I saw them in Edinburgh or in Shotts, it doesn’t matter. For me it’s an iconic image that reappears in my work.” (Westbeth Home to Arts)

Tom Duncan (b. 1939)
Homage to William Blake, 1982
Mixed media
11 x 14 x 1.5 inches

De kunst van Tom Duncan wordt gekenmerkt door een kinderlijke kijk op zowel trauma als plezier in al zijn vormen. Zijn kunstwerken staan ook vol eerbetoon aan de vele fascinerende en krachtige vrouwen die hij in zijn leven heeft gekend. Duncan maakte een werk als eerbetoon aan zijn tante Meg die Tom voor het eerst boetseerklei gaf. Gekleed in haar uniform van het Woman’s Air Corps herinnert Tom zich hoe tante Meg hem stiekem chocolaatjes van de zwarte markt gaf en hem leerde om miniatuurkelkjes van de wikkels te maken. Nonnen waren ook een vast onderdeel van Duncan’s jeugd en adolescentie. Tom Duncan’s 500 nonnen doneren hun hersenen aan de wetenschap in de iconische Duncan-stijl, het waar gebeurde verhaal van de zusters van de Notre Dame, in de leeftijd van 75-106 jaar, die er moedig voor kozen om deel te nemen aan een historische studie die meerdere decennia duurde. Het onderzoek onder leiding van Dr. David Snowden van de Universiteit van Kentucky in Lexington, naar veroudering, beroerte en de ziekte van Alzheimer. “Ik beschouw mezelf als ex-katholiek nadat Vaticanum II niet ver genoeg ging in het doorvoeren van hervormingen, maar ik heb mijn liefde voor de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament en al mijn spiritualiteit behouden.” (American Visionary Art Museum)

Tom Duncan (b. 1939)
Dream Nun, 2000
Mixed media
13 x 10 x 2.5 inches

Hij zal nu 86 worden. Maar zijn werk blijft het mooie van de kinderlijke inspiratie hebben, aangevuld met de angsten en waarderingen met wat ons allen op allerlei leeftijden overkomt. Zijn werkwijze steunt op ervaringen, op een sterke open kijk waarin eerder een ‘art brut’ het haalt op een modieuze afstandelijkheid. De intensiteit van herinneringen en verwachtingen behoudt juist daardoor haar herkenning die ook vaak de onze mag worden.

My Guardian Angel and My Devil Fighting Over My Soul From My Conception to My Death, 2014
Mixed media
28 x 11 x 11 inches

Bezoek ook:

De dromer gedroomd (George Dance The Younger)


Het zuchtje licht kust je,
verbindt je
uiteindelijk,
dat alles inclusieve woord
waarin wij allen zullen slapen.
Het puntje bij het paaltje.

Het dromen
hoort bij leven
te gebeuren.
‘Man in Hammock’. Albert Gleizes. 1913

Je zou het niet van een Engelse stadsarchitect verwachten, zelfs niet met de nogal bewegelijke naam ‘George Dance the Younger’, net tweehonderd jaar geleden overleden (1741-1825) schepper van innovatieve plannen voor gebouwen die op dit ogenblik in meerderheid zijn geslecht, tekende hij, samen met zijn vriend architect William Daniel, ook voortreffelijk -hoofdzakelijk voor de vriendenkring- grappige scenes uit het alledaagse leven naast fraaie portretjes van huisgenoten en bekenden. Maar, naar goede Britse traditie, ook dit:

George Danse A ghost appearing to a group of figures
Repose & Exertion
George Dance RA

Hoewel de schetsen over het algemeen zwelgen in het absurde, zijn sommige duidelijk beïnvloed door hedendaagse gedachten en historische gebeurtenissen. Dance gaf het album zelfs de titel “The Sublime and the Beautiful”, een luchtige verwijzing naar Edmund Burke's zeer invloedrijke On the Sublime and the Beautiful uit 1756. Een reeks karikaturen van hoogwaardigheidsbekleders satireert ineffectieve buitenlandse overheden en ten minste één kan specifiek in verband worden gebracht met de gebeurtenissen tijdens de Peninsulaire Oorlog, waaraan Dans zoon William deelnam. Een aantal tekeningen is ook verbonden met toneelstukken en opera's die in die periode werden opgevoerd. Dit is misschien niet verwonderlijk gezien de sterke theaterconnecties van de familie Dance. James, de oudste van de gebroeders Dance (gestorven in 1774), was een ietwat guitige acteur en schrijver die een theater runde in Richmond en optrad in Drury Lane en zijn zoon William (gestorven in 1840) was muzikant in het King's Theatre Orchestra.
George Dance. ‘Both Cosey’

Je kunt ze zelf bekijken:

https://www.royalacademy.org.uk/art-artists/search/works-of-art?procedure_id=G383

A skeleton and two figures in a Gothic building
George Dance RA (1741 – 1825)

Deze belangstelling voor spoken en griezels zal een blijvend thema zijn in de Angelsaksische literatuur, kijk maar even bij onze serie ‘The turn of the screw” naar het bekende en vaak gedramatiseerde verhaal van Henry James.

Dance’s profile portraits were well known to his contemporaries but his caricatures seem to have been reserved for his own private entertainment and that of his family and friends. Nevertheless, while staying with Sir George Beaumont at Coleorton, Dance frequently entertained his host and patron by ‘drawing humorous figures’. The album was possibly assembled for Dance’s own family, and the inscription on the first page reminding “Nobody (so well known to Everybody)” to “put their fingers, toes, or elbows &c. upon the Gigs in pensil only” certainly suggests that he anticipated its use by persons perhaps less respectful than Sir George Beaumont. (RA)

George Dance The Younger ‘The Peep Show’. Vergroot door klik op onderschrift

Dance was a sociable man. He played musical instruments and drew for the amusement of others. This included satirical drawings and portraits. Some were published, and over 200 of his portraits survive in various collections, including four at the Soane Museum. Dance’s portraiture style was meticulous, usually depicting the subject seated, at half-length, and produced in short strokes with hatching, usually in pencil and sometimes with colour in wash or chalk. Dance described his portraits as ‘relaxation from the severer studies and more laborious employment of professional life’. Between being widowed in 1791 and left to care for three young sons, and his busy professional activities, Dance’s life may have been onerous, and drawing portraits offered relaxation and sociability. This informal likeness of George Soane (1789-1860), the younger son of John and Eliza Soane, was probably produced at a social gathering: as Soane’s architectural master, Dance became a close family friend. (Sir John Soane's Museum London)

Dance was een gezellige man. Hij bespeelde muziekinstrumenten en tekende voor het vermaak van anderen. Hieronder vielen ook satirische tekeningen en portretten. Sommige werden gepubliceerd en er zijn meer dan 200 van zijn portretten bewaard gebleven in verschillende collecties, waaronder vier in het Soane Museum. Dance’s portretstijl was nauwgezet, meestal zittend, op halve lengte, en uitgevoerd in korte streken met arceringen, meestal in potlood en soms met kleur in was of krijt. Dance beschreef zijn portretten als “ontspanning van de strengere studies en het meer arbeidsintensieve werk van het professionele leven”. Omdat Dance in 1791 weduwnaar werd en de zorg voor drie jonge zonen op zich moest nemen, en zijn drukke professionele activiteiten, kan zijn leven zwaar zijn geweest en het tekenen van portretten bood ontspanning en gezelligheid. Deze informele beeltenis hierboven van George Soane (1789-1860), de jongere zoon van John en Eliza Soane, werd waarschijnlijk gemaakt tijdens een sociale bijeenkomst: als architecturale meester van Soane werd Dance een goede vriend van de familie

George Dance the Younger ‘A Man doing the Splits’

En nu?…NOG STEEDS bang in het donker?





Binnen lig ik in mijn bed
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.

Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.

Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.

Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.

Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.

Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.

Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.

De zanger en de verteller, beiden in 1944 geboren. Kind in de wederopbouw, vaak in denkpatronen terug naar de jaren dertig eens de overlevenden in de vijftiger jaren weer thuis waren. De oorlog onder de mat geschoven tot de Frankfürter processen (1963-65) een fel ontwaken veroorzaakten.

De grote beeldbak, televisie begon aarzelend de avonden te vullen. Ruimte om te vertellen bij het invallend duister bleef voorradig. Zelfs de ‘acht-uren-moeder’ (Kempische uitspraak “Muiër”) bleek nog wel eens op pad te zijn om kinderen die rond die tijd nog buiten speelden schrik aan te jagen, en naar verteld werd, ja zelfs mee te nemen. Op zijn vraag ‘waar naar toe?’ kreeg hij een onduidelijk antwoord. Het donker echter, vooral de diepe nachtelijke duisternis, bleef op hem wegen. Maar, zei men, er kwam een nieuwe tijd, een tijd waarin de wetenschap die oude angsten zou oplossen. En het zou nooit meer donker worden.

Robert Dickerson (1924-2015). Man sleeping on the steps. (1952)

Lees ook:

Lees: George Dance the Younger Sets Guildhall Alight

Now anonymous artist, A View of the Illuminations and Rejoicing in the City on the Evening of the Jubilee Day Oct 25, 1809, 1809. Engraving, 40 x 67 cm. © London Metropolitan Archives (City of London).

-klik op gravure om te vergroten – daarna terug op titel buiten het blog –

Egon Schiele: DE LAATSTE JAREN

Egon Schiele, Transfiguration (The Blind II), 1915 © Leopold Museum, Vienna | Photo: Leopold Museum, Vienna

Transfiguratie (De blinde II) werd geschilderd in de eerste helft van 1915 en is een van de meest raadselachtige werken uit deze tijd. Twee figuren lijken te zweven boven een fragmentarisch, gestileerd landschap, waarbij de onderste figuur steviger geworteld is in de grond. In dit dubbelportret is de kunstenaar, die zichzelf vroeger vaak afbeeldde als een “ziener”, nu ook blind. Een mogelijke interpretatie is dat Schiele afscheid neemt van zijn vroegere zelf en zijn jeugdige narcisme, dat “blind was voor anderen”, terwijl de meer volwassen Schiele, die geaard blijft, “blind is voor zichzelf” – voorlopig. (Jane Kallir. Leopoldmuseum. Wenen)

Halverwege een carrière die in 1909 begon en nauwelijks tien jaar duurde, nam het leven van de in Tulln geboren kunstenaar Egon Schiele (1890-1918) een dramatische wending. De troonopvolger van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk werd op 28 juni 1914 vermoord en in augustus was het grootste deel van Europa in oorlog. In november 1914 trouwde de favoriete zus van de kunstenaar, Gertrude “Gerti” (1894-1981), na een tumultueuze buitenechtelijke relatie met zijn vriend en oud-klasgenoot Anton Peschka (1885-1940). In dezelfde periode nam Schiele geleidelijk afstand van zijn oude metgezellin, Walburga “Wally” Neuzil (1884-1917). Vlak voordat hij in militaire dienst ging, eerst in Praag en daarna in Neuhaus in Bohemen, trouwde hij op 17 juni 1915 met het ingetogen buurmeisje Edith Harms (1893-1918). 
3 portretten van Edith

De familie Harms, bestaande uit Edith, haar oudere zus Adele en hun ouders Johann en Josefine, verhuisde begin 1913 naar het pand tegenover het atelier van de kunstenaar aan de Hietzinger Hauptstrasse. De zussen groeiden op in een beschermde omgeving; ze leerden allebei naaien en koken en spraken vloeiend Engels en Frans. Schiele maakte schijnbaar voor het eerst contact met de twee vrouwen in januari 1914, een relatie die in december van dat jaar intensiever werd. Begin 1915 bekenden Egon en Edith hun liefde voor elkaar.

Egon Schiele Woman removing her Blouse (presumably. Edith schiele). 1917

Slechts drie dagen na hun huwelijk en een korte huwelijksreis in Praag moest Schiele Edith op 21 juni achterlaten in een hotel in Praag en zich melden bij zijn regiment. De 21-jarige vrouw was nog nooit alleen geweest en vond het extreem moeilijk om de langdurige afwezigheid van haar man te verdragen. In haar dagboek – dat ze oorspronkelijk als schetsboek van Egon had gekregen en sinds hun huwelijk bijhield – schreef ze onder andere over ondraaglijke eenzaamheid.
Ediths wisselende stemmingen, die vooral te wijten waren aan haar langdurige eenzaamheid, brachten Egon ertoe om te worstelen met menselijke intimiteit op een manier die voor hem volkomen onbekend was. In zijn portrettekeningen werd hij zeer ontvankelijk voor elk van haar vluchtige stemmingen, die hij met grote gevoeligheid vastlegde.

Egon Schiele. Edit Schiele in an striped Dress, Seated. 1915. Photo Leopold Museum Vienna

In juni 1916 – een jaar waarin Schiele vanwege de oorlog slechts negen schilderijen voltooide – schilderde hij een oude molen aan de rivier de Erlauf bij Mühling in Neder-Oostenrijk, waar hij gestationeerd was. Het werk is ongewoon gedetailleerd en heeft een bijna documentaire-achtige objectiviteit. Kort daarna noemde de kunstenaar dit schilderij “waarschijnlijk mijn beste landschap”. Het onderwerp kan ook worden gelezen als emblematisch voor die tijd: als afspiegeling van de turbulente omstandigheden lijkt het krachtige, kolkende water op het punt te staan de vervallen molen omver te werpen. De symbolische weergave van vergankelijkheid, van leven en dood, maar ook van eeuwigdurende vernieuwing, komt in het hele oeuvre van Schiele terug.

Egon Schiele, Decaying Mill (Mountain Mill), 1916 © State Collections of Lower Austria | Photo: State Collections of Lower Austria

Als je Schiele’s enige bekende zelfportret als soldaat (midden) vergelijkt met een zelfportret uit 1912 (links), wordt het sterke contrast in stijl en expressie meteen duidelijk. Het portret uit 1916, geschilderd met een soms losse maar assertieve potloodstreek, toont de kunstenaar op een ongewoon realistische manier – zijn blik is sceptisch en plechtig, zijn voorhoofd licht gegroefd en zijn vermoeide ogen donker gearceerd. Er is geen spoor van de theatrale posering of expressionistische vervormingen die kenmerkend zijn voor zijn eerdere werken. Het rechtse portret van een Russische krijgsgevangene toont vooral de menselijke kant van het gebeuren, de hulpeloosheid.

Egon Schiele, Self-Portrait in Uniform, 1916 © Private collection, Courtesy Richard Nagy Ltd., London | photo: Private collection, Courtesy Richard Nagy Ltd., London

De vrouwelijke figuur

Toen Schiele in februari 1917 terugkeerde naar zijn Weense atelier en weer toegang had tot modellen, vertoonden zijn werken in dit genre een duidelijke stilistische verschuiving ten opzichte van eerdere werken.

De figuren werden merkbaar meer sculpturaal, met een nadruk op vrouwelijke rondingen. “Nu zijn het lichamen, gezwollen van leven,” merkte de schilder Anton Faistauer op, verwijzend naar de late werken van zijn vriend. Bovendien demonstreerde Schiele zijn steeds verfijndere vaardigheid door middel van weloverwogen poses en geraffineerd gebruik van perspectief. Bepaalde houdingen – hurkend, liggend, staand of buigend – werden herhaaldelijk onderzocht, verfijnd en geperfectioneerd.

Zijn omgang met kleur in werken vanaf 1914/15 onderstreept Schiele’s interesse in plasticiteit. De weergave van de huid werd steeds genuanceerder en vertoonde vaak meer detail en differentiatie.

Egon Schiele, Reclining Female Nude, 1917 © Moravská galerie v Brně/Moravian Gallery in Brno | Photo: Moravian Gallery in Brno

In de laatste twee jaar van zijn leven begon Schiele te werken aan een cyclus van allegorische naaktportretten, die hij wilde presenteren in een speciaal daarvoor gebouwd mausoleum. Deze cyclus, ontworpen om de grote thema’s van het aardse bestaan, de dood en wederopstanding te behandelen, was zowel een samenvatting van de levenslange spirituele verkenningen van de kunstenaar als een poging om de immense menselijke verliezen van de Eerste Wereldoorlog te verwerken.

Kaurendes Menschenpaar. ‘Die Familie’ (1918)

Het gezin dat nooit de werkelijkheid zou halen. Edith sterft in oktober 1918, zes maanden zwanger. Egon drie dagen later. De Spaanse griep. Schieles moeder, Marie, zou hen zeventien jaar overleven.

De Dood en het meisje (1915), Belvedere, Wenen

Deze bijdrage werd samengesteld met o.a. teksten rond de net geopende tentoonstelling: Egon Schiele Last Years. Leopold Museum 28/3-13/07/25 Wenen.

bezoek:

https://www.leopoldmuseum.org/de/ausstellungen/digitale-ausstellungen/egonschiele/en

„Eine Epoche zeigt der Künstler ein Stück seines Lebens. Und immer durch ein großes Erlebnis im Sein der Künstlerindividualität beginnt eine neue Epoche die kurz oder länger dauert […].“

Egon Schiele, Manifest der Neukunstgruppe, 1909

Edith 1917-Edith met Egon en haar neefje Paul Erdmann rond 1915

The will to change begins in the body not in the mind! Adrienne Rich (1929-2012)



Aunt  Jennifer’s  Tigers  by  Adrienne  Rich 

Aunt  Jennifer’s  tigers  prance  across  a  screen , 
Bright  topaz  denizens  of  a  world  of  green . 
They  do  not  fear  the  men  beneath  the  tree ; 
They  pace  in  sleek  chivalric  certainty . 

Aunt  Jennifer’s  fingers  fluttering  through  her  wool 
Find  even  the  ivory  needle  hard  to  pull . 
The  massive  weight  of  Uncle’s  wedding  band 
Sits  heavily  upon  Aunt  Jennifer’s  hand . 

When  Aunt  is  dead ,  her  terrified  hands  will  lie 
Still  ringed  with  ordeals  she  was  mastered  by . 
The  tigers  in  the  panel  that  she  made 
Will  go  on  prancing ,  proud  and  unafraid . 

Het is een gedicht over een kunstenaar-een vrouw- die een afbeelding van ’tijgers in de jungle’ borduurt. In het verloop van het gedicht verschuift de aandacht tussen de tijgers en glimpen van leven en dood van hun schepper (NY Times). Het gedicht is moeilijk naar het Nederlands te vertalen wil je rekening houden met rijmen en typisch Engelse uitdrukkingen. Letterlijk gaat het deze richting uit, een werktekst dus:

Tante Jennifer's tijgers door Adrienne Rich 

Tante Jennifer's tijgers paraderen over een scherm ,
Heldere topaas bewoners van een wereld van groen .
Ze zijn niet bang voor de mannen onder de boom ;
Ze lopen in slanke ridderlijke zekerheid .

Tante Jennifer's vingers fladderen door haar wol
Vinden zelfs de ivoren naald moeilijk te trekken .
Het massieve gewicht van de trouwring van oom
Zit zwaar op tante Jennifer's hand .

Als tante dood is , zullen haar bange handen liggen
Nog steeds omringd door beproevingen waar ze meester over was .
De tijgers in het paneel dat ze maakte
Zullen blijven steigeren , trots en zonder angst .

De bespreker in de NY Times merkt op dat het wel Aunt Jennifers tijgers zijn:

‘The big cats are the apex predators here, dominating the world with serene ferocity. They don’t need to growl or show their fangs and claws. They know how dangerous they are.”

En al horen die tijgers bij haar, zijzelf ‘belongs to other people”. Het is duidelijk dat we ‘Uncle’ moeten vrezen maar al was ze door beproevingen omringd, zij bleef er meester over zodat de tijgers blijven steigeren, trots en zonder angst.

Isabella Cotier NY Times

In ‘Biografieportaal’ schrijft Marian Janssen over ‘Het raadsel Adrienne Rich’: (1929-2012)

Ze was de eerste van twee dochters van een prominente arts aan de befaamde Johns Hopkins Medical School, Arnold Rich, en Helen Jones, een musicus, die haar loopbaan opgaf toen ze trouwde. Adrienne groeide op in een rijke wijk in Baltimore in een huis dat zo op de filmset van Gone with the Wind paste. Ze was een wonderkind en haar vader stimuleerde haar vanaf jongs af aan: zij moest en zou een gevierd schrijver worden. Adrienne voldeed aan zijn hooggespannen verwachtingen. Als 21-jarige student werd ze door W.H. Auden verkozen tot winnaar van de prestigieuze Yale Series of Younger Poets Award. Ze verwierf een van de felbegeerde Guggenheim Fellowships-die gewoonlijk werden toegekend aan artiesten die al veel meer gepresteerd hadden dan zij–om een jaar in Oxford te studeren. Na terugkeer in Amerika trouwde ze met Alfred Conrad, een hoogleraar economie aan Harvard—samen kregen ze drie zonen. Zij volgde Conrads carrière en de familie verhuisde van Cambridge naar het bruisende, politiek bewuste New York City. Haar eigen loopbaan nam tegelijkertijd een vlucht: ze publiceerde een aantal goed ontvangen dichtbundels en doceerde aan verschillende universiteiten. Nobelprijswinnaar Louise Glück vond haar een mislukte mentor. Holladay citeert haar: ‘If she liked a poem, Rich would say, “I dig it.” If not: “I don’t dig it.” De biograaf vervolgt: ‘Glück didn’t dig the class or her professor. She wanted to talk poetry in depth; she didn’t feel comfortable in the artificially relaxed setting, nor did she share her professor’s interest in the unrest afflicting Columbia.’

bettye-lane photographs.

Zoals veel critici over haar werk opmerkten: de ontwikkeling van haar poëzie weerspiegelde de verandering van vrouwenlevens in de twintigste eeuw. Maaike Meijer, die in de jaren tachtig een mooi stuk over Rich’s poëzie schreef, zag ook de transformatie van een meisje dat zich netjes aan de regels hield naar een ‘eigenzinnige heks’, die tovert met de taal en in de oude voorraadkamers van de cultuur zoekt naar eigen woorden en beelden om de vrouwelijke ervaring te kunnen vatten.
Maar voor het zo ver was trouwde Rich met Alfred Conrad, hoogleraar economie aan Harvard, en kreeg ze drie zonen. Langzaam maar zeker radicaliseerde ze. In haar bundel uit 1963, Snapshots of a Daughter-in-Law, sprak al onomwonden het feministische onbehagen. In haar persoonlijk leven begon ze zich steeds meer in te zetten voor de burgerrechtenbeweging en het feminisme. Ze organiseerde thuis soirées voor de Black Panthers en tegen Vietnam. De afstand tot haar man groeide en in 1970 volgde een scheiding. In hetzelfde jaar schoot hij zichzelf door het hoofd.

(Adrienne Rich. Xandra Schitte. De Groene Amsterdammer 2012)

Rich wierp zich in de vrouwenliefde en ontmoette de in Jamaica geboren schrijfster Michelle Cliff, met wie ze vanaf 1976 tot haar dood zou samenleven. ‘De onderdrukte ­lesbienne die ik sinds mijn adolescentie met mij meedroeg begon haar ledematen te strekken’, schreef ze. De persoonlijke, politieke en ­seksuele revolutie in haar leven uitte zich ook in haar dichtwerk, in bundels als The Will to Change (1971), Diving Into the Wreck (1973) en vooral in TwentyOne Love Poems (1976). Daarin dichtte ze: ‘The rules break like a thermometer,/ quicksilver spills across the charted systems/ we’re out in a country that has no language/ …whatever we do together is pure invention/ the maps they gave us were out of date/ by years…’. (ibidem DG-Amsterdammer)


Tonight No Poetry Will Serve


Saw you walking barefoot
taking a long look
at the new moon's eyelid

later spread
sleep-fallen, naked in your dark hair
asleep but not oblivious
of the unslept unsleeping
elsewhere

Tonight I think
no poetry
will serve

Syntax of rendition:

verb pilots the plane
adverb modifies action

verb force-feeds noun
submerges the subject
noun is choking
verb disgraced goes on doing

now diagram the sentence

(This is a late Adrienne Rich poem, from 2007)

Vanavond zal geen poëzie helpen

Zag je op blote voeten lopen
een lange blik werpend
naar het ooglid van de nieuwe maan

later gespreid
in slaap gevallen, naakt in je donkere haar
slapend maar niet vergeetachtig
van de niet-slapende niet-slapende
elders

Vannacht denk ik
geen poëzie
zal helpen.

Syntaxis van vertolking:

werkwoord bestuurt het vliegtuig
bijwoord wijzigt actie

werkwoord voedt zelfstandig naamwoord
dompelt het onderwerp onder
zelfstandig naamwoord stikt
werkwoord onteerd gaat door met doen

schets nu de zin.
Félix Vallotton, 1899 – Femme couchée dormant.jpg

Dat is wat Adrienne Rich in haar poëzie vanaf de jaren zeventig zou doen: regels breken, de grenzen opzoeken en die overschrijden, en telkens zoeken naar nieuwe taal en nieuwe mythen om de vrouwelijke identiteit in woorden te vangen. Zoals ze in het gedicht Tear Gas schreef: ‘The will to change begins in the body not in the mind/ My politics is in my body, accruing and expanding with every/ act of resistance and each of my failures/ Locked in the closet at 4 years old I beat the wall with my body/ that act is in me still’. (Xandra Schutte)


Power

Living in the earth-deposits of our history
 
Today a backhoe divulged out of a crumbling flank of eart
h
one bottle amber perfect a hundred-year-old

cure for fever or melancholy a tonic

for living on this earth in the winters of this climate.
 
Today I was reading about Marie Curie:

she must have known she suffered from radiation sickness

her body bombarded for years by the element
she had purified

It seems she denied to the end
the source of the cataracts on her eyes

the cracked and suppurating skin of her finger-end
s
till she could no longer hold a test-tube or a pencil

 
She died a famous woman denying

her wounds

denying

her wounds came from the same source as her power.


What Kind of Times Are These
By Adrienne Rich


There's a place between two stands of trees where the grass grows uphill
and the old revolutionary road breaks off into shadows
near a meeting-house abandoned by the persecuted
who disappeared into those shadows.

I've walked there picking mushrooms at the edge of dread, but don't be fooled
this isn't a Russian poem, this is not somewhere else but here,
our country moving closer to its own truth and dread,
its own ways of making people disappear.

I won't tell you where the place is, the dark mesh of the woods
meeting the unmarked strip of light—
ghost-ridden crossroads, leafmold paradise:
I know already who wants to buy it, sell it, make it disappear.

And I won't tell you where it is, so why do I tell you
anything? Because you still listen, because in times like these
to have you listen at all, it's necessary
to talk about trees.
Foto door jonas mohamadi op Pexels.com

De beweging bewogen: optical arts

Giuseppi Arcimboldo De Seizoenen. 1573


In formele termen maken Op Art werken, die voor het grootste deel gebruik maken van een geometrisch vocabulaire, deel uit van de 20e-eeuwse traditie van abstracte concrete kunst, waartoe ook de Minimal Art behoort die in de jaren 1960 (en dus laat) opkwam. Op Art onderscheidt zich echter van deze andere vormen door het uitgesproken verlaten van de comfortzone van harmonieuze gematigdheid ten gunste van dramatische effecten, vervormingen en andere vormen van zintuiglijke overbelasting.

Deze werken illustreren hoe een engagement met vibrerende patronen, pulserende en vluchtige nabeelden, paradoxale ruimtelijke illusies, anamorfoses, moiré en verschuivende effecten, evenals andere methoden van optische illusie en fysieke invloeden, al in vroegere tijdperken te vinden zijn als tegenwicht voor meer “klassieke” artistieke benaderingen.

(Alain R. Truong. Canalblog)

Guido Reni, Umkreis, Jesus und Maria, first half of 17th century. Oil on wood, 33,5 x 26,5 cm © Sammlung Werner Nekes.
In formal terms, Op Art works, which for the most part make use of a geometric vocabulary, are part of the 20th-century tradition of abstract concrete art, which also includes the Minimal Art that came onto the scene in the 1960s (and thus at a late date). Op Art is distinguished from these other forms, however, in its pronounced departure from the comfort zone of harmonious moderation in favor of dramatic effects, distortions, and other forms of sensory overload. 
(ibidem)
Aleksandar Srnec, Luminoplastics, 1967. Photo: Markus Wörgötter © Marinko Sudac Collection, Zagreb

Theoretische grondslagen voor deze benadering zijn bijvoorbeeld te vinden in Umberto Eco’s boek Opera Aperta (1962), waarin de auteur de toeschouwers erkent als actieve deelnemers aan de totstandkoming van de kunstwerken – ja, zelfs als een noodzakelijke voorwaarde voor hun volledigheid. Gebaseerd op dit concept werden Eco als denker en Op Art als artistieke beweging vroege protagonisten in de participatieve kunst van de tweede helft van de twintigste eeuw en het postmoderne denken in het algemeen. Umberto Eco werd met name ook een vroege Op Art-theoreticus met zijn tekst. (ibidem)

Francesco Mazzola gen. / known as Parmigianino, Self-portrait in a Convex Mirror, 1523/1524. Oil on wood. Diameter 24,5 cm © KHM-Museumsverband

Fundamenteel in Salvador Dalí’s werk uit deze periode is zijn interesse in nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, met name kwantumfysica en kernfysica. In Confesiones inconfesables (Bruguera, 1975) herinnert hij zich dat “de atoomexplosie van 6 augustus 1945 mij seismisch had geschokt. Vanaf dat moment was het atoom mijn favoriete onderwerp van reflectie”. Naast deze nieuwe fascinatie kwam de kunstenaar in de jaren 1940 dichter bij de katholieke religie en keerde hij ook terug naar het academisme door middel van thema’s die geïnspireerd waren door de westerse traditie, zoals de Italiaanse Renaissance en de Spaanse Gouden Eeuw. De combinatie van beide invloeden zal leiden tot wat bekend staat als de “atomaire periode”, en tot de publicatie van het Mystieke Manifest (1951) waarin Dalí de symbiose uitlegt die hem tot de nucleaire mystiek heeft gebracht: “Elk kwartier en elke seconde bevindt de materie zich in een constant en versneld proces van dematerialisatie, van desintegratie, ontsnappend aan de handen van de wijzen en ons zo de spiritualiteit van alle materie tonend […]”. In Raphaels Madonna Maximum Speed leent de kunstenaar het beeld van een van de madonna’s van Raphael Sanzio, een van de grote renaissancemeesters die hij het meest bewonderde. Het werk synthetiseert de grote klassieke traditie via het religieuze thema, met de ontdekkingen en ervaringen van de moderne kunst, wat de kunstenaar de mogelijkheid geeft om een kunstwerk te creëren met een heel andere stijl.

Ruth Gallego Fernández

Maximum Speed of Raphael’s Madonna (Máxima velocidad de la Madonna de Rafael)
Salvador Dalí. 1954
Figueras, Girona, España, 1904 – 1989
"We must keep in mind that whatever we observe its not Nature itself but Nature as exposed to our way of framing questions."

Werner Heisenberg.
ROBERT SILVERS (1968- )
Migrant Mother. PhotoMosaic

Dorothea Lange, Migrant Mother, Nipomo, California (Destitute pea pickers in California. Mother of seven children. Age 32), silver print, 1936. Previously in the collection of Romana Javitz.

1968 New York. Robert Silvers works with the medium of photo-mosaics. Out of an infinite number of photographs he assembles motifs that often reproduces famous works of the history of art or represent personalities from te realms of politics and cinema. To do this he use a software which he developed himself, so that his works might be designated as a kind of high-tech pointillisme.

Giuseppe Arcimboldo, The Libarian, ca. 1566, oil on canvas. Wikimedia Commons

Maximiliaan II was gefascineerd door de natuurlijke wereld en deze interesse in biologie en andere gebieden lokte wetenschappers en filosofen naar zijn hof. Het is dan ook geen verrassing dat Arcimboldo’s eerste projecten voor Maximiliaan II – de series “De Vier Jaargetijden” (zie bovenaan deze bijdrage), waarmee hij in 1563 begon, en “De Elementen”, voltooid in 1566 – voortkwamen uit die liefde voor de wetenschap. “De vier seizoenen” bestaat uit vier profielportretten van figuren die zijn gemaakt van ingewikkelde arrangementen van natuurlijke materialen zoals fruit, groenten, bloemen en planten die specifiek zijn voor de zomer, herfst, winter of lente. Arcimboldo hanteerde een vergelijkbare benadering voor de vierdelige serie “De Elementen”, met spookachtige afbeeldingen van figuren die respectievelijk zijn samengesteld uit vuur en goud, veelvuldige zeedieren en parels, groepen vogels en diverse fauna.

Adam en Eva. Volger van Arcimbold. 1578

Tot zijn meest idiosyncratische schilderijen behoren De bibliothecaris (ca. 1566), dat volgens sommigen de Oostenrijkse humanist, historicus en arts Wolfgang Lazius voorstelt en een stoïcijnse, antropomorfe piramide van boeken toont; portretten van Adam en Eva uit 1578 die de gezichten van een vrouw en een man tonen die zijn samengesteld uit groepen menselijke lichamen; en De kok (ca. 1570), dat een serveerschaal toont die op een houten tafel wordt gepresenteerd die, wanneer deze ondersteboven wordt gekeerd, een dreigend gezicht onthult. (Claire Selvin. ARTnews 2020)

De Kok. Het schilderij omgekeerd en de juiste kant op. va 1570

Een heerlijke tocht wordt het als je Giuseppe Arcimbold intikt en de grote diversiteit van zijn werk en tijdgenoten bekijkt. Van een ‘follower’ is deze ‘Allegorie van Water’ circa 1560-70.

Volger van Arcimboldo ‘Allegorie van Water’ 1569-70

Een zelfde composiet-techniek vind je bijvoorbeeld in de Indische vormgeving toegepast in de Deccan-school uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Kijk naar dit fraaie paard.

Anoniem. Deccan school India eerste helft 17de eeuw

Natuurlijk mag je Antwerpenaar Joos de Momper niet vergeten. (1564-1635) ook als Josse of Jan aangesproken. We willen de nieuwsgierige lezer-kijker zijn winter-allegorie niet onthouden. De andere seizoenen vind je in allerlei formaten op het net.

Joos de Momper. de Jongere uit een serie van vier seizoenen in antropomorfische landschappen: Allegorie van de winter
Liefelijke plaats
waar alleen het ware
zijn onverbloemde beweging
zingt in verre velden
traagzaamheid.
Geen wraak of wrevel
maar eindelijk
de tederste stilte
waarin belletjes
de aankomst van de nieuwe maan
verwelkomen.
O, liefste,
eindelijk ontdaan van woorden.


Gmt
Verschijning van een gezicht op het strand. Salvador Dali

In Baltische landschappen leven

Petras Kalpolkas (1880-1945) Landschap in Litouwen 1945

De ziel uitlaten? Geen slechte lucht te vrezen, gewoon uit de dagelijkse kortzichtigheid een deur naar landschappen openduwen en zonder bekommernis of wetenswaardigheden het vaak nog onbekende landschap in. Ziel onder de arm. Kijken. Onder de balken door de weide oplopen. Je omdraaien en even wachten of degene die je liefhebt je achterna komt. Waarom je op de loop bent zou de geschiedenis je kunnen leren, die jaren in Litouwen, maar nu -op dit heiligste ogenblik- is het schuldenvrij. Jouw landschap.

Petras Kalpokas. Brug in maanlicht (1906)
Kwebbelend kwamen ze uit de wind tevoorschijn

Kwetterend doken ze op uit de wind
naderden
de krakende poorten van de dood
passeerden

en
- oh hemel -
zonder het te beseffen kletsten ze verder

© Donaldas Kajokas From: Meditacijos
Vilnius: Vaga, 1997

Petras Kalpokas. Vissershut in Palanga Strandlaken
Laten we het bronwater, 1910, nemen door Vilhelms Purvitis. De Letse kunstenaar kopieert de gevolgen van het ontdooien niet graag. Hoewel het water verstoken is van winterijs en er  berken en sparren in worden  gereflecteerd, speelt het tafereel zich elders af. Een verbeelding die verder gaat dan de pure en eenvoudige beschrijving, akkoorden anders dan de directe van bomen. Oppervlak-effecten als een soort meditatie, de zoektocht naar een innerlijke ruimte die openstaat voor de droom en die  als een spiegel waarin de flora deze keer geen van beide is, maar onze eigen aarzelingen in de schaduw van een kosmos, zowel ver als dichtbij.

(Baltische verf: terra incognita. Bertrand Raison)
Vilhelms Purvatis, 1872-1945, Bronwateren, olieverf op doek, rond 1910, Riga, Nationaal Museum voor Schone Kunsten van Letland. Klik op onderschrift om te vdergroten.

(Vilhelms Purvītis)

“De diepste essentie van een kunstwerk kan niet worden begrepen en uitgeput. (...) De werken van de grote meesters zijn eeuwig mooi en onverwoestbaar door het feit dat ze gecreëerd zijn met een immense kracht van de geest. (...) Eeuwig onpeilbare schoonheid komt voort uit een waar kunstwerk.”

(Vilhelms Purvītis)
Vilhelms Purvitis. Winter 1910
Dat zullen we doen.

We zullen mensen van heinde en verre oproepen
en we zullen het doen.
Samen zullen we creëren.

We zullen de natuur doen.
We maken een appelboomgaard, we maken een bos,
we maken een bloem in de wei.
Stilte in de avond.
Vrede zullen we doen.

We zullen streven naar het mooie.
“Handen moeten getraind worden, geesten moeten gewekt worden.”
We zullen alle dingen harmonieus doen.
We zullen doen om de schoonheid van Letland te laten doorschijnen.

We zullen een wit overhemd aantrekken en de aarde uitgraven.
We zullen de aarde uitgraven zoals niemand voor ons dat ooit heeft gedaan.
We zullen het museum maken, we zullen de tempel maken.

En ons werk zal ons creëren.
De werken zullen onze wegwijzers zijn.
We zullen het zelf doen.

We zullen het doen.

Manifest van het Purvitis museum
bezoek:
Pavasaris

Visual music’ – these are the words often used to describe the oeuvre of Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (1875–1911), one of the most prolific figures in the history of Lithuanian art. A composer and an artist, Čiurlionis produced more than 200 musical compositions and 300 paintings despite his untimely death at the age of thirty-five. Working at the turn of the twentieth century, he was keenly aware of both pan-European intellectual developments and tensions within Lithuania, especially the growing concern for the nation’s independence from the Russian Empire. In his works Čiurlionis combined international fin de siècle ideas of Symbolism, cosmology, and metaphysics with motifs from Lithuanian folk culture, and presented them all in compositions centred around music.

Gusté Matiulionyte. Hasta 2021

Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, Žvaigždžių Sonata. Allegro [Sonata of the Stars. Allegro], 1908, tempera on paper, 72.2 x 61.4 cm. Source: http://www.ciurlionis.eu
Kandinsky has generally been seen as the forefather of abstract art. 

But in 1951 the art critic Aleksis Rannit claimed that the Lithuanian artist M.K. Čiurlionis had beaten Kandinsky to the punch by several years. Was he correct? Watch and find out! (5')

Between 1894 and 1899, Čiurlionis, a talented young pianist and organist, travelled to the Conservatorium in Warsaw where he studied music, and then to the Conservatorium in Leipzig from 1901 to 1902. It was not until 1899 that he took up drawing and painting, enrolling in the Warsaw Art Academy in 1904 when he was 29 years old, and remaining there until 1906. After 1906, painting came to dominate his output until he died in 1911, although he remained an active composer. (ART UK)

Fairy Tale (Fairy Tale of Kings)
1909, tempera on paper by M. K. Čiurlionis (1875–1911)
[in het diepst van een koude winter...]

een diepe koude winter
toen er zelfs geen stoom uit de mond kwam
maar giraffen rond dartelden op stoppelvelden
eilanden en fregatten haakten in de zeilen
er liep een kind aan de rand van het bos, het sloeg af
naar het pad dat langer was
maar alleen de kleine vos die met het kind meeliep
zag deze beelden - een witte witte witte drie keer.

Donaldas Kajokas. (1953)

Mikalojus Konstantinas Čiurlioniš, 1875-1911, L’été, 1907, tempera sur toile Kaunas, musée national des Beaux-arts M.K. Čiurlioniš.

Vanaf februari 2025 zijn ze niet meer verbonden met het Russische stroom-netwerk, de Baltische Staten.
De Litouwse minister Šakalienė haalde tijdens de HCSS-bijeenkomst ‘Baltic Defence Line’ een persoonlijk verhaal aan. Een oom van een van haar ouders belandde in een Siberische cel. “Hij verspreidde pamfletten, waarop ‘Litouwen is vrij’ stond. Hij werd gevangen genomen en gemarteld. Rusland gaat met niemand medelijden hebben. Het maakt niet uit of je man of vrouw bent, volwassen of nog maar een kind. We moeten ons zo goed mogelijk voorbereiden. Want afschrikking is onze beste defensie.”
De Baltische landen zijn uiterst kwetsbaar voor Russische dreigingen. Ze hebben ze een 520 kilometer lange grens met Rusland en de Russische enclave Kaliningrad, thuisbasis van de Russische Baltische vloot, ligt direct naast Litouwen. Daarnaast is hun bevolkingsaantal, 6,2 miljoen in totaal, zeer gering en liggen ze geografisch geïsoleerd t.o.v. de EU- en Navo-kernlanden.

Petras Kalpokas, 1880-1945, Arbres près d’un lac, huile sur toile, avant 1914, Kaunas, musée des Beaux-Arts M.K. Čiurlioniš.

Poëzie via Duitse en Engelse vertalingen:

https://english.lithuanianculture.lt/category/lithuanian-culture-guide/literature/poetry/

Johann Walter, Jeune Paysanne, vers 1904.
Riga, musée national des Beaux-Arts de Lettonie, VMM GL-98 ©Normunds Braslins.

Hannah Höch: een vrouw tussen de mannen van Dada

Een duidelijke boodschap? Nieuw Zeeland koos best voor “equal electorals rights’, dus stemrecht voor mannen en vrouwen. The funny old machine voor male electors only was werkelijk uit de tijd. Male and female als equal electoral rights hoorde bij het nieuwe, frisse denken. Zeg het met fietsen:

Met een beetje kennis van de geschiedenis kom je er makkelijk achter of deze ‘right way’ dat ook was, als er al zo’n enige echte weg zou bestaan.

In deze bijdrage echter wordt de vraag gesteld, politiek, goed en wel, maar wat betekende de zelfstandige vrouw in de mannenwereld van de kunsten, einde 19de tot half twintigste eeuw? De tijd van Dada? Met een boeiend voorbeeld in leven en werk van de Duitse kunstenares Johanna Höch.(1889-1978) die als titel van een collage koos: “Schnitt mt dem Küchenmesser Dada durch die letzte weimarer Bierbauchkulturepoche Deutschlandes’ (Snee met het keukenmes Dada door de laatste bierbuikcultuurperiode van Weimar-Duitsland).

Hannah Hoch – Cut with the Dada Kitchen Knife through the Last Weimar Beer-Belly Cultural Epoch in Germany (1919)

Hannah Höch had haar hele leven al te maken met dit soort schooljongensseksisme. Ze werd op 1 november 1889 geboren als Anna Therese Johanne Höch in een respectabel, bevoorrecht gezin uit de middenklasse in Gotha. Vanaf haar vroegste jaren was Höch een veelbelovend kunstenares. Maar haar vader maakte zich daar zorgen over. Hij vertelde haar dat vrouwen niet voorbestemd waren om kunstenares te worden, maar dat ze (door de goede God van boven) alleen bedoeld waren om moeder en verzorger te zijn – “een meisje moet trouwen en haar kunststudie vergeten”, zei hij vaak tegen haar.

Dada-Ernst / Hannah Hoch / 1920

Als oudste van vijf kinderen moest Höch voor haar jongere broertjes en zusjes zorgen. Wees een moeder, dat zul je worden. Op haar vijftiende werd Höch van school gehaald (onderwijs is slecht, liefje, je hoeft alleen maar te weten hoe je voor kinderen moet zorgen en een man tevreden moet houden) om voor haar broers en zussen te zorgen. Haar dromen om kunstenares te worden werden op een zijspoor gezet tot ze in 1912 besloot haar droom te volgen en zij zich inschreef aan de Kunstnijverheidsschool in Berlijn om glas- en keramiekdesign te studeren. Maar het lot is wispelturig en de Eerste Wereldoorlog annuleerde al snel haar studie.

Hannah Höch, Ohhh, 1925, collage, 35.5 x 21.5 cm, © Berliner Sparkasse © VG Bild-Kunst, Bonn 2015 © ADAGP, Paris

Höch ging bij het Rode Kruis. Maar haar ambities om kunstenaar te worden bleken te groot om te ontkennen. Ze keerde terug naar Berlijn en studeerde grafische kunst aan de school van het Koninklijk Museum voor Toegepaste Kunsten. Hier ontmoette ze de dadaïsten Raoul Hausmann (met wie ze een relatie kreeg) en Kurt Schwitters (van wie gezegd wordt dat hij een “H” aan haar naam toevoegde zodat het een palindroom werd).

Ohne Titel (Aus einem ethnographischen Museum) / Hannah Hoch / 1930

Aangemoedigd door haar nieuwe vrienden met eindelijk de controle over haar leven, begon Höch collages te maken. Haar inspiratie haalde ze uit de ansichtkaarten die Duitse soldaten naar hun geliefden stuurden waarop ze foto’s van hun gezichten plakten bovenop de afbeeldingen van cavaliers of boeren.

Höch werkte daarna voor verschillende tijdschriften en schreef artikelen over handwerk en borduren. Ze werkte omdat haar minnaar, de zwakke, zelfingenomen Hausmann, zei dat het haar plicht was om hem te steunen omdat hij de echte kunstenaar was. Höch beschreef haar relatie met Hausmann later in het korte verhaal “De schilder”, waarin een mannelijke kunstenaar vervuld is van bittere wrok wanneer zijn vrouw hem (“minstens vier keer in vier jaar”) vraagt om de afwas te doen.

The Father / Hannah Hoch / 1920

In 1920 werd Höchs werk opgenomen in de Eerste Internationale Tentoonstelling in Berlijn. Grosz en Heartfield verwierpen haar opname omdat ze een vrouw was. Pas toen Hausmann dreigde zijn eigen werk terug te trekken als Höch niet werd opgenomen, gaven Grosz en Heartfield schoorvoetend toe.

Maar eerlijk gezegd had Höch een hekel aan het luide, onstuimige, opschepperige exhibitionisme van haar mede-dadaïsten. Ze vond ze kinderachtig, dwaas en gênant. Terwijl hun werk vooral bedoeld was om te shockeren en verontwaardiging te veroorzaken, was Höch meer geïnteresseerd in gender, seksisme, identiteit, etniciteit en de verdeelde ongelijkheden in de maatschappij. Ze legde uit hoe ze foto’s gebruikte zoals een schilder kleur gebruikt of een dichter woorden.

Flucht (Flight) / Hannah Hoch / 1931

In 1922 trok Hausmann zich terug uit de Dada-groep. Ze begon een relatie met de Nederlandse dichter en schrijfster Til Brugman, die tien jaar duurde voordat ze in 1938 de zakenman Kurt Matthies ontmoette en met hem trouwde.

De Tweede Wereldoorlog bracht ze door in een bijna anoniem leven in een klein huisje met een overwoekerde tuin waar ze in stilte bleef werken. In 1944 scheidde ze van Matthies.
Na de oorlog evolueerde Höchs werk in de richting van abstractie met een interesse in de natuur en het milieu. Hoewel haar werk vanaf deze tijd tot aan haar dood niet zo bekend is, was Höch nog steeds zeer productief en controversieel. Ze beschouwde het als de rol van de kunstenaar om geaccepteerde waarden in twijfel te trekken en zich in te zetten voor een betere en gelijkwaardiger samenleving.
Höch verloor nooit haar verlangen om “de wereld van vandaag te laten zien zoals een mier haar ziet en morgen zoals de maan haar ziet”.
Ze stierf op 31 mei 1978, 88 jaar oud.

Portret van Hannah Höch (1933) door Chris Lebeau (op een stoel ontworpen door Cornelis van der Sluys
The Dada Art Style of Hannah Höch’s Collages

Dada was an art concept that began in Zurich, Switzerland in 1915. The movement was anti-monarchy, military, and conservatives, and it was deeply rooted in an “anti-art” mindset. Dadaists believed that art should be free of restrictions and that it should be humorous and fun. These sentiments emerged in the aftermath of the Great War, which drove society to doubt the role of government and to denounce militarization in the face of war’s atrocities.

Many Dada works criticized the Weimar Republic and its unsuccessful attempt to establish democracy in post-World War One Germany. In terms of bourgeois culture, the Dada phenomenon had a fundamentally negative tone. The name “dada” has no genuine meaning; it is only a childish phrase used to indicate the lack of explanation or logic in most of the artwork.
(Art in context-Isabella Meyer. 2022-2024)
Photograph of Hannah Höch, 1974; Dietmar Bührer (de:Dietmar Bührer), CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Bekijk ook:

Stil- en ander leven, een verkenning.

Jan Brueghel de Oude ‘1568-1625) ‘Het grote boeket’. 1607. Kunsthistorisches Museum, Vienna, Austria.

Het was Jan Brueghel de Oude die zijn bloemencompositie tegen een donkere achtergrond plaatste en er kleine details aan toevoegde: vliegen, slakken, vlinders in alle stadia van de metamorfose als symbool voor transformatie en wederopstanding. Ook libellen als teken voor ‘vergankelijkheid’. Uiteraard alles ‘net echt’, een bewijs voor het meesterschap van de schilder.

Flowers also held symbolism that had Christian connotations inherited from the Middle Ages: roses and lilies for Virgin Mary and purity, tulips for nobility, poppies for power as well as death. (DailyArt 2024)
Jan Brueghel de Oudere. Bloemenboeket. 1606 National Museum of Art of Romania, Bucharest, Romania.

Vreemd dat net bloemenstillevens de toenemende verstedelijking van de Vlaamse en Nederlandse samenleving weerspiegelen. Er is een huis, persoonlijke bezittingen, handel. Niet voor iedereen, eerder een gecultiveerd publiek met ‘middelen’ was vragende partij.

Bloemstillevens waren vooral prominent in de vroege jaren 1600 en richtten zich in hun zeer verfijnde uitvoering en in hun onderwerpen en symboliek tot een gecultiveerd publiek. Schilders als Ambrosius Bosschaert de Oude, Balthasar van der Ast, Roelandt Savery en Jacob Vosmaer verwezen vaak naar kruidenboeken en andere botanische teksten bij het samenstellen van “boeketten” (zoals Vosmaers Een vaas met bloemen; ) waarin meestal bloemen uit verschillende landen en zelfs verschillende continenten in één vaas en op één moment van bloei werden gecombineerd. Een mooie presentatie daarover:  site van het Rijksmuseum A'dam.

https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories/10-dingen/story/10-dingen-bloemstilleven-jacob-vosmaer

Jacob Vosmaer. Een vaas met bloemen. waarschijnlijk 1613

De aantrekkingskracht van ‘de veelheid’ in dit leven zorgt naast jacht op ‘nog meer‘ ook voor verwarring. De ‘veelheid’ is moeilijk waar te nemen. Overschouw de wereld en hoor ons bijna luidop ‘veel te veel en te druk!’ roepen. De verwarring kun je zelfs lijfelijk aanvoelen.
Stillevens kunnen een middel zijn om een reeks ingewikkelde gevoelens en ideeën over het bestaan terug te brengen naar één eenvoudig begrijpbaar beeld dat de kern kan vormen van een morele bedenking, bv. als een allegorie. Hier een vanitas-stilleven (vanitas: ijdelheid) van de Nederlandse schilder David Bailly. Maar…ook een zelfportret?

David Bailly. Vanitas-stilleven met zelfportret van de schilder. 1651. Olieverf op paneel Vergroot door op onderschrift te klikken

‘Het is een complex werk. Zelfportret en stilleven lopen door elkaar, een spel met de tijd. Het rechtergedeelte van het schilderij geeft een groot aantal objecten te zien die typisch zijn voor een vanitas-stilleven: de schedel, een boek, de uitgedoofde kaars waaraan nog een kleine rookpluim ontsnapt, een horloge, een zandloper en zelfs een wierookhouder. Als om het thema nog extra te onderstrepen staat op het papier in de rechterbenedenhoek geschreven: “Vanitas . vani[ta]tum . et . omnia . vanitas” (“IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”); een zin uit Prediker. Ook de muntstukken, het omgevallen glas, de fluit, de beeldhouwwerken, de bloemcorsage en de parels kunnen stuk voor stuk geïnterpreteerd worden als symbolen van de ijdelheid.

Tegelijkertijd zijn op het schilderij een aantal voorwerpen te zien die zelden voorkomen op een vanitas-stilleven en die vooral te maken hebben met het ambacht als kunstschilder: de schildersstok en het palet aan de muur, een schets van een oude man die doet denken aan een werk van Jan Lievens en een kopie van De luitspeler van Frans Hals, een tekening die Bailly ook daadwerkelijk zelf heeft gemaakt, in 1626, dus 25 jaar eerder dan het hier besproken werk. De beide tekeningen op het schilderij, gescheiden door zeepbellen, refereren qua thema trouwens andermaal aan de vanitas-symboliek van ijdelheid en verstrijkende tijd.

Wie de jonge schilder is, is niet zeker. Het zou een collega-schilder kunnen zijn, of misschien heeft Bailly zichzelf geschilderd als jonge man. In zijn handen houdt hij een klein portret dat een zelfportret van de kunstenaar is, maar dan op latere leeftijd, aan het einde van zijn carrière. Bailly speelt hier nadrukkelijk met het tijdsaspect en draait de rollen feitelijk om: eigenlijk zou het de oude man moeten zijn die een portret van de jongere vasthoudt. Het lijkt nu alsof de afgebeelde persoon in de toekomst kijkt. Opvallend in dat opzicht is ook het omhoog krullend papier van de Hals-kopie, hetgeen suggereert dat het werkje al jaren oud moet zijn; dat was het geval op het moment dat het hier besproken schilderij werd gemaakt, maar dus niet toen de schilder de leeftijd had waarop hij zichzelf hier afbeeldt. Het ovale portret in het midden toont mogelijk de echtgenote van de schilder op jonge leeftijd en vormt aldus een merkwaardige pendant met het portretje van de oudere Bailly links ervan. Haar gezicht doemt nog een tweede keer op als schim vanachter het fluitglas. In feite toont de oudere Bailly op het schilderijtje het zelfportret van zijn jongere ik dat ons recht in de ogen kijkt. Ingenieus! Het is ook zijn beste werk gebleven. (fragm Wikipedia).

Bailly’s De luitspeler, kopie naar Frans Hals, 1626.

Waarschijnlijk bezitten we in onze collecties meer stillevens dan doeken van welk ander genre ook. Kijk naar een werk van de Amerikaanse hedendaagse Hopie Hill uit 2024.

Hopie Hill, Ingres with Oranges (2024). Photo by Jeff McLane.

Los Angeles in de 21e eeuw en het Franse neoclassicisme van de 19e eeuw komen onverwacht samen in het schilderij van kunstenares Hopie Hill waar een zak citrusvruchten nonchalant bovenop een hardcover boek van Jean Auguste Dominique Ingres is geplaatst. In dit schilderij, getiteld “Ingres met sinaasappels”, toont Hill’s creatie een plastic zak met fruit, lichtgevend met doorschijnende plooien die ze op een lokale boerenmarkt kocht. Haar aanpak is hier niet minder precies of eerbiedig dan de manier waarop ze de uitgebreide juwelen en zijden en kanten kledingstukken die op de omslag van het boek staan heeft nagemaakt. L.A. heeft tenslotte altijd haar manieren gehad om traditionele hiërarchieën te ondermijnen. (Artnet)

Hill is adept at synthesizing signifiers of a millennial creative’s life in Los Angeles with her enduring admiration for still-life paintings from the Dutch Golden Age. “The sense of wonder at beauty defining the 17th-century still-life tradition has always felt thrilling to me,” the New Jersey native shared. She and her three sisters, including painter Lily Stockman who is also represented at Moffett, were raised with a broad exposure to art. “My mom used to sit me in her lap and we would open up art books” focusing on canonical figures such as Holbein, John Singer Sargent, and others. “We would look at clues that helped tell the story of the subject.”  (Artnet)

Het veilinghuis Charles Moffet toonde haar collectie in ‘The Souvenir’ nog te zien via het net:

https://charlesmoffett.com/exhibitions/94-hopie-hill-the-souvenir/

Het geschenk (olie op paneel, 14×18) door Janet Rickus

Dit mooie werk van de Amerikaanse Janet Rickus is geen foto maar een heus schilderij. In the Artists network vertelt ze uitvoerig hoe ze te werk gaat en begint met acht dunne lagen acryl gesso, telkens tussen de lagen schurend om een glad oppervlak te krijgen. Vervolgens brengt ze een dunne laag acrylverf aan om het hele canvas te verven. “Ik gebruik een rauwe ombrage, maar zou mezelf gemakkelijk elke neutrale kleur kunnen zien gebruiken – zwart, blauwgrijze of andere bruine tinten,” zegt ze.

Stilleven met lepels (olie op doek). Janet Rickus

Lees en kijk:

Aan het werk!

Lees ook:

De tijd waar-nemen?



FORLORN


Ik kan niet vinden waar gij zijt.

Langs uw gelaat gaat noodweer aan;

de bittere branding zie ik slaan,

met zilt dat in de ogen bijt.

Ik kan niet vinden waar gij zijt,

noch waar ik zelf ben in mijn pijn.

O onmacht van dit samenzijn,

verholen riffen, blind ravijn

en dieplood van het zelfverwijt –

Ik kan niet vinden waar gij zijt.


Ida Gerhardt. Verzamelde gedichten (A'dam 1999)

Eighteenth century Katabira (summer kimono) with patterns of dry hedges, carnations, and swallows. Achttiende-eeuwse Katabira (zomerkimono) met patronen van droge hagen, anjers en zwaluwen.

The word is split into two terms: kyo (経) which means Buddhist sutra, and katabira (帷子) which is a light, unlined kimono worn on informal occasions, such as rising in your own house in the morning. Katabira were traditionally made from hemp and came into fashion around the Heian period (794 to 1185).
Het woord is opgesplitst in twee termen: kyo (経) wat boeddhistische soetra betekent, en katabira (帷子) wat een lichte, ongevoerde kimono is die gedragen wordt bij informele gelegenheden, zoals 's ochtends opstaan in je eigen huis. Katabira's werden traditioneel gemaakt van hennep en kwamen in de mode rond de Heian periode (794 tot 1185)
Heggen
waarin het goddelijk vuur ontspringt.
Uit de as
rood gevlamd nog:
anjers
en daaruit losgekomen
de terugkeer naar het licht:
zwaluwen in de morgenlucht.

Hedges
In which the divine fire springs.
From the ashes
flamed red still
carnations
and from them released
the return to the light:
swallows in the morning sky.

Gmt
Daughter of Nefertiti & Akhenaten. Amarna Princess

De ‘Amarna-revolutie‘ was niet alleen een religieuze maar ook een artistieke revolutie. De kunst van dit tijdperk is herkenbaar aan de onmiskenbare kronkelige vormen en de bijzondere expressiviteit van gezichten en gebaren, die uiteindelijk, zij het op een minder uitgesproken manier, in het volgende tijdperk overeind blijven.
De Amarna-periode duurde minder dan twintig jaar: met de komst van het nog jonge kind Toetanchaten (‘levend beeld van Aton’), dat weldra Toetanchamon (‘levend beeld van Amon’) zou heten, werden de traditionele culten hersteld.
Akhetaten werd verlaten en werd een steengroeve voor bouwmateriaal. Het intermezzo van Amarna markeerde echter de overgang naar een nieuwe politieke, culturele en artistieke fase. (Egypt Museum)





https://egypt-museum.com/daughter-of-nefertiti-akhenaten/

Limestone head of a princess
New Kingdom, 18th Dynasty, reign of Akhenaten, c. 1353–1336 B.C.
Museum of Fine Arts, Boston. 1976.602

Ongelukken bij het waarnemen van de tijd

Wijze van waarneming: tussen de kanalen.
Woordloze dagen, jaren, perioden.
Eeuwenlang tekenen met inkt of gebrande sienna op de rots.
Onrustige krassen. Silhouetten van onhandige figuren.
Wirwar van lijnen (dieren in beweging).
Millennialang woorden die het lichaam omwikkelen, geselen,
silhouetten van onhandige zinnen. De ruimte erachter.
Verstilling – en dwang van drukke beelden. Ontwarren. Overbruggen.
Begrip tonen, doen alsof.
Hand voor plezier: tekenen.
Een hand.
Hand: overleven, doden.
Mond voor de stem (spelen, bedriegen). Openen. Voor een ander.
Gelijke bij gelijke (Picasso in de grot). En bruggen!
Voor zichzelf. Voor een ander.

Mária Ferenčuhová (Czechoslovakia, 1975)
© Vertaling: 2017, Jana Beranová
From: Princíp neistoty
Publisher: 2008, Ars Poetica, Bratislava

Prehistorische schildering in de grot van Altamira in Cantabrië, Spanje © World History Archive / Alamy Stock Photo
"De grot was dus niet alleen maar een museum. Het was een kunstacademie waar mensen leerden schilderen van degenen die hun waren voorgegaan en vervolgens hun vaardigheden toepasten in de volgende geschikte grot die ze tegenkwamen. Al doende, en met de hulp van flikkerend licht, schiepen zij animatie. De beweging van groepen mensen door het landschap leidde tot de schijnbare beweging van de dieren op de wanden van de grotten. Naarmate mensen over ouder schilderwerk heen schilderden, verder trokken en weer gingen schilderen, werd grotkunst – of, bij ontstentenis van grotten, rotskunst – in de loop van tienduizenden jaren een mondiale meme."

(Hier zijn wij, wezens zoals jullie--Barbara Ehrenreich. De Groene A'dammer 18 december 2019 (51-52)

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachte is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland (1934-2012)

Het kijken bekeken

Schreef Gerrit Komrij dat kijken bekeken worden is, -het werd de titel van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum A’dam, waarin de smakelijke uitdrukking ‘de gulzigheid van de spiegel’ en de formulering van Komrij dat de meeste cultuurpessimisten alleen maar bezorgd ‘lijken’. In feite waren ze jaloers. ‘Wat ze jaloers maakt is de populariteit waarin het beeld zich mag verheugen ten koste van het woord.’

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Bezoek:

https://tommiviitala.com/images

Bekijk de prachtige foto’s van de Finse fotograaf Tommi Vititale waarin het licht de schaduw mogelijk maakt, of…omgekeerd. Bestaat het volle licht of het complete donker?

“Stel nu dat we weten te voorkomen dat het abstracte denken en de begrippen van de rede het bewustzijn in beslag gaan nemen, en dat we in plaats daarvan heel onze geesteskracht wijden aan de aanschouwing, dat we daar vervolgens helemaal in opgaan en ons hele bewustzijn laten vullen door de rustige contemplatie van het toevallig aanwezige natuurlijke object, zij het een landschap, een boom, een rots, een gebouw, of wat dan ook, zodat we ons, om een veelzeggende uitdrukking te gebruiken, helemaal in dit onderwerp verliezen, hetgeen betekent dat we onze individualiteit, onze wil, vergeten en alleen nog maar als zuiver subject, als een heldere spiegel van het object blijven bestaan, zodat de indruk ontstaat dat alleen het onderwerp existeert, zonder iemand die het waarneemt, en dat men dus de aanschouwer niet meer los kan maken van de aanschouwing, maar dat beide één zijn geworden, doordat het hele bewustzijn door één enkel aanschouwelijk beeld volledig is gevuld en in beslag genomen -gesteld dus dat het object zich, op die manier heeft ontdaan van elke mogelijke relatie tot iets buiten hem, dan is datgene wat aldus wordt gekend niet meer het afzonderlijke ding als zodanig, maar de Idee, de eeuwige vorm, [en dan ] is daardoor de in deze aanschouwing betrokkene ook geen individu meer, want het individu heeft zich in een dergelijke aanschouwing verloren: het is nu een zuiver, willoos, pijnloos, tijdloos subject van het kennen.” (Schopenhauer WWV1. Par. 34)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

‘Pour vivre heureux, vivons cachés’, luidt een gezegde dat zijn oorsprong zou hebben in een achttiende-eeuwse fabel van de Franse schrijver Jean-Pierre Claris de Florian. Het verhaal begint met een jaloerse krekel die ziet hoe een vlinder bewonderd wordt om zijn felle kleuren en elegante vlucht. De vlinder wordt achternagezeten door een groepje kinderen, gevangen en verbrand. De krekel is niet langer jaloers en bezingt nu de voordelen van een verborgen leven. Die voordelen zijn door eenzame denkers uitgebreid in de verf gezet, maar het verborgen leven dat zij verdedigen is doorgaans geen leven zonder circus. Het is een leven waarin men van tijd tot tijd de voorstellingen opschort om zich op te laden voor nieuwe. Verstoppertje spelen is alleen leuk als je gezocht en liefst ook ooit gevonden wordt. (Benjamin De Mesel, Schaamte: een circus van kijken en bekeken worden. Streven 4 december 2019)

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Soms wordt de kijker niet door een ander bekeken, maar door zichzelf: hij ziet zichzelf en schaamt zich. Misschien is dit wel de meest voorkomende vorm van schaamte. Hoewel we hier geen actuele ander hebben, kunnen we van een imaginaire of geïnternaliseerde ander spreken: we zijn zo verslaafd aan de blik van anderen dat we in hun afwezigheid iets soortgelijks creëren. Het gaat om een stukje van ons dat een standpunt inneemt ten opzichte van de rest, dat verwachtingen en idealen heeft (uiteraard vaak geïnspireerd op idealen die uit de buitenwereld komen) waaraan op straffe van schaamte moet worden voldaan. Bij gebrek aan publiek gaan we zelf in de tribune zitten, wat het risico om voor clown te worden aangezien niet altijd kleiner maakt. (Benjamin De Mesel)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)


Dromen zijn waar omdat ze gebeuren,
onwaar omdat niemand ze ziet
behalve de eenzame dromer,
in zijn ogen alleen van hemzelf.


Niemand droomt ons terwijl wij het weten.
Het hart van de dromer blijft kloppen,
zijn ogen schrijven zijn droom, hij is nu
niet in de wereld. Hij slaapt binnen en buiten
de tijd.


De ziel heeft twee ogen, dat droomt hij.
Het ene kijkt naar de uren, het andere
ziet er doorheen,
tot waar de duur nooit meer ophoudt,
het kijken vergaat in het zien.


CeesNooteboom
Het gezicht van het oog
De Arbeiderspers,

Tommi Viitala Street Photography People and Places

Voorbij de oppervlakte van het beeld: Michael Mapes (USA)

“HdP 02” (2016), pinning foam, canvas, acrylic, photographs, plastic containers, resin, fabric, gel capsules, and beads, 28 x 23 x 3 inches
Michael Mapes (1962, Fort Knox, Kentucky) studeerde in 1992 af met een Bachelor of Fine Arts en Master of Fine Arts aan de universiteit van Illinois. De volgende vijftien jaar bracht hij door met het produceren en ontwikkelen van creatieve producten voor zijn eigen product-ontwikkelingsbedrijf voordat hij in 2005 fulltime terugkeerde naar kunst. Vanaf dat moment hield hij talloze solotentoonstellingen in de Verenigde Staten, Londen en Nederland.
Detail of “HdP 02” (2016), pinning foam, canvas, acrylic, photographs, plastic containers, resin, fabric, gel capsules, and beads,

“Toen ik bovenstaande foto een paar jaar geleden deelde, moest ik er eigenlijk aan herinnerd worden dat ik insectenverzamelingen maakte. Entomoloog worden stond nooit op mijn lijstje. Ik kan me niet voorstellen dat ik wist dat het bestond. Ik tekende en schilderde de hele tijd. dinosaurussen, vogels, huisdieren en mensen. Ik was meer geïnteresseerd in het maken van kunst dan in een bepaald onderwerp. Ik heb jaren geworsteld met wat ik moest tekenen of schilderen. Ik maakte vooral portretten. Heel academische portretten.” (The Weirdshow 2023)

Blauw Girl
2018 | 34″ x 28″ x 3.5″
pinning foam, insect pins, photographs, specimen containers, glass vials, fabric samples, acrylic paint, beads, human hair, doll hair, gelatin capsules, canvas, cotton thread, rope

TWS –The level of detail in your artworks makes me think that obsession is a keyword to understanding your art. Is obsession something that you feel connected to?
MM –I feel connected though I don’t regard it as key to understanding the actual art. It has more significance with appreciating the process of making it. Creating very detailed artwork demands time and persistence. From the beginning, I liked the idea of making art that requires a high level of craft, in part, because I wanted to spend the time in the studio making it. As a holdover from my previous work, I wanted my art to be made by me, wherever possible. Given this approach, I was inspired (or forced) to dispense of hastiness and developed a patience. That patience was necessary as the work is so labor intensive. Eventually, I connected to my obsessive tendencies and channeled them as means to stay focused and productive for longer hours. (The Weird Show 2019)

Baudelaire
2023 | 30” x 40”

commissioned for The Fifth Avenue Hotel in NYC

giclee prints, paperback book pages, vintage postcards, Paris maps, vintage ink nibs, dried botanical elements, human hair, walnut ink and acrylic paint, fingerprints, gelatin capsules, insect pins, garment pins, fabric
Baudelaire detail
"In wezen kanaliseerde ik het schrijfproces in een tekenmodus. Bij toeval stuitte ik op de metafoor die nog steeds alomtegenwoordig is in mijn werk. Ik had een foto van een vriendin die ik had genomen in een Parijs café en een zakje naalden die ik jaren daarvoor van mijn moeder had gekregen. Ik perforeerde de afdruk en speldde de stukjes terug op de originele foto. Dat was mijn ontstaans-moment. Ik voelde intuïtief aan hoe ik dat idee in verschillende zinvolle richtingen kon brengen. Zodra ik het eerste afgewerkte werk had gemaakt, beschouwde ik het als mijn benadering. Dat was belangrijk voor mij." (The Weird Show)
“Clelia” (2021), prints, photo prints, costume jewelry, fabric, hair, dried flowers, specimen bags, insect pins, gelatin capsules, thread, misc printed elements, 23 x 28 x 3.5 inches

MM -Ik wilde het onderwerp voorbij de oppervlakte uitdrukken. Het begrijpen van de relevantie van Gestaltprincipes was belangrijk voor mijn werk. Aangezien mijn eerste serie, “Human Specimens”, portretten waren, gaven deze principes gewicht aan inhoudelijke en compositorische overwegingen. Ik bedacht de term “biografisch DNA” om individuele elementen in het werk te beschrijven. Ik heb de composities zo uitgebalanceerd dat de werken zowel van dichtbij als van veraf betekenisvol kunnen worden ervaren - een verzameling details. Ik blijf manieren vinden om inhoud, compositie en metafoor te gebruiken om onderwerpen visueel weer te geven op manieren die uitnodigen tot aandacht voor detail, maar dat niet noodzakelijkerwijs vereisen. (The Weird Show)
Specimen no. 41
2007
19″ x 25″

Enkele bedenkingen:

De manipulatie van ‘het beeld’ is van alle tijden. Een bestaand beeld nodigt uit tot reactie. Dat kan gaan van een speels van kledij voorzien tot het vrij ruw demaskeren van staatskunst door er duidelijke ‘aantekeningen’ of ‘vervormingen’ op aan te brengen. Het familiale borstbeeld van Guido Gezelle liet menig gast schrikken die het ’s avonds in zijn sponde aantrof, het groen getinte vrij grote hoofd net zichtbaar boven de dekens.

Het biografisch DNA vond ik een mooi begrip om vanuit individuele onderdelen een nieuw beeld samen te stellen waarin die binnenkant ook innerlijke essenties of verbanden zichtbaar zou kunnen uitdrukken.

De oude drang tot verzamelen mag best de basis van wetenschappelijk en artistiek werk zijn. Hun verwantschap biedt ruimte om de ‘binnenkant’, ook ‘essenties’ genoemd, te duiden in een wereld waarin vooral de buitenkant en de geschatte waarde van belang schijnt te zijn. En het speelse is helemaal op zijn plaats in deze ernstige tijden. Het uitvoerig handwerk heeft zijn tijd nodig om gevonden, dienstbaar gemaakt en gemonteerd te worden. Het kan een antwoord zijn op de snelle digitale knip- en plaktechnieken om nog maar van dito mengmogelijkheden (A.I.) te zwijgen. De overdadigheid kan wel eens voor discussie zorgen.

Case No. 1627: Female – Dutch
detail

Mapes begint elk werk met onderzoek naar het onderwerp en de materialen, en in veel van zijn meest recente werken staan muzen centraal, zoals modeontwerpster Emilie Louise Flöge die de levenslange metgezel van Gustav Klimt was. “Ik heb studies gemaakt, werken op kleinere schaal die me in staat stellen om na te denken over compositorische benaderingen voor grotere werken,” zegt hij over de serie. “Het verbindt het verleden met het heden op een heel persoonlijke manier. Een muze-vibe is geïnspireerd door het uitpluizen van de kunstgeschiedenis om onderwerpen te vinden die  met mij  en mijn werkproces resoneren.” (ibidem)

bezoek;

https://www.krausegallery.com/michael-mapes

Bezoek de website van Michael Mapes:

https://www.room62.com/

Still Life specimens P3
12” x 12” x 3.5”
2021

archival prints, insect pins, map pins, magnifying boxes, specimen bags, dried fruit, seeds

“Ik heb altijd van het uiterlijk van de wetenschap gehouden. Het uiterlijk kennen was makkelijker dan de wetenschap kennen. De esthetiek van de wetenschap, waarmee ik creatieve vrijheden neem, werd de metafoor in veel van mijn werk. Het meeste van mijn kunst wordt, op verschillende manieren en in verschillende mate, gezien door de lens van deze wetenschappelijke metafoor – Gestaltpsychologie, entomologie, forensische wetenschap, biologie. De pseudowetenschappelijke compositorische benadering is een effectieve ingang om te inspireren tot verdere beschouwing van het werk. Het feit dat het zo gedetailleerd is, zet aan tot onderzoek en nadenken – een soort reverse engineering van mijn reverse engineering. Dat kan belangrijk zijn bij het maken van het werk, maar ook om mensen te inspireren er tijd aan te besteden.” ( Michael The Weird show)

Macht en onmacht verbeeld en beletterd (3): De mantel van barmhartigheid

Simone Martini. circa 1310. Pinotheca Siena 154 x 84cm
De Madonna van Barmhartigheid is een christelijke iconografie waarin de Maagd Maria de gelovigen - en symbolisch de hele mensheid - beschermt onder haar open mantel. Dit picturale schema heeft middeleeuwse wortels en verspreidde zich voornamelijk onder de Broederschappen van Barmhartigheid.
De Madonna wordt meestal staand afgebeeld, met haar mantel geopend door engelen of door haar armen, om de gelovigen die eronder knielen te verwelkomen, die bijna altijd op een kleinere schaal worden afgebeeld. De periode van maximale populariteit was de 15e eeuw, maar er zijn nog enkele voorbeelden te vinden tot in de barok.

[de liefde] bedekt alle dingen,
zij gelooft alle dingen,
zij hoopt alle dingen,
zij verdraagt alle dingen.

1 Kortinthe 13:7
Domenico di Michelino, Madonna degli innocenti, 1440, Ospedale degli Innocenti, Firenze

The scene takes place before the portico of the hospital, a well-known architectural monument designed by Filippo Brunelleschi and completed in 1426. The arcade of rounded arches draws on the heritage of classical antiquity to confer a gravitas to the institution and its work. The roundels shown in the painting as empty were filled in 1487 with terracotta figures of swaddled infants made by Andrea della Robbia. The Ospedale was founded by the Prato merchant, Francesco Datini, with his legacy of one thousand florins in 1419. In his will he wrote: “…in order to increase the alms and devotions of citizens, rural dwellers, and others who have compassion for the boys and girls called ’throwaways’ and so that these little children shall be well fed, educated and disciplined.” (Gavitt, 1990, p. 52)

De scène speelt zich af voor de portiek van het ziekenhuis, een bekend architectonisch monument ontworpen door Filippo Brunelleschi en voltooid in 1426. De arcade van ronde bogen put uit het erfgoed van de klassieke oudheid om een status te verlenen aan de instelling en haar werk. De ronde bogen die op het schilderij leeg lijken, werden in 1487 opgevuld met terracotta figuren van gewikkelde baby’s gemaakt door Andrea della Robbia. Het Ospedale werd gesticht door de koopman van Prato, Francesco Datini, met zijn erfenis van duizend florijnen in 1419. In zijn testament schreef hij: “…om de aalmoezen en devoties te vermeerderen van burgers, plattelandsbewoners en anderen die medelijden hebben met de jongens en meisjes die ‘weggeworpenen’ worden genoemd en zodat deze kleine kinderen goed gevoed, opgevoed en gedisciplineerd zullen worden.” (Gavitt, 1990, p. 52)

Andrea della Robbia. Ospedale degli Innocenti. terracota reliëf

In de linkerhoek van de zuilengang zie je nog de oude vondelingentrommel, la ruota dei gettatelli zoals de Florentijnen zeggen. (‘de trommel van de verworpelingen’). Tussen 1419 en 1875 konden vrouwen hier ongewenste kinderen in een trommel leggen. Omdat de trommel twee verdiepingen had kon de vrouw het kindje aan de straatzijde in de trommel leggen, terwijl de andere zijde gesloten was. Wanneer zij de trommel draaide, kon men binnen in het gebouw het kindje oppakken. Op deze manier werd het kind onmiddellijk doorgegeven aan de relatieve veiligheid van het ziekenhuis terwijl de identiteit van de ouder gewaarborgd bleef en zij ongezien en anoniem het kind kon achterlaten. (Italië uitgelicht)

In the left corner of the colonnade, you can still see the old foundling drum, la ruota dei gettatelli as the Florentines say. (‘the drum of the reprobates’). Between 1419 and 1875, women could put unwanted children in a drum here. As the drum had two floors, the woman could place the baby in the drum on the street side, while the other side was closed. When she turned the drum, people inside the building could pick up the baby. In this way, the child was immediately passed to the relative safety of the hospital while the identity of the parent was guaranteed and she could leave the child unseen and anonymous. (Italy highlighted)

Nu afgesloten trommel waarvan sprake. Firenze was niet de enige stad met een weeshuis, maar wel de eerste. Duizenden baby’s werden hier achtergelaten en het gebouw is nog steeds als zodanig in gebruik. Al wonen er nu nog maar een paar kinderen.

Een van de aangrijpendste versjes van Annie M.G. Schmidt is Het girafje dat niets zag. Het gaat over een ruzie tussen drie kleine wezeltjes en een girafje op weg naar Hilvarenbeek. Ze komen langs een muurtje en aangezien het girafje de enige is die daar overheen kan kijken, vragen de wezeltjes telkens aan het girafje wat daar te zien is, ondertussen de wildste fantasieën koesterend over bloemen, blauwe konijnen, prinsen en draken. Het girafje werpt een blik, tuurt oneindig lang en ver, gaat nog eens extra op zijn tenen staan, maar helaas, iedere keer moet hij zijn reisgenoten teleurstellen. Er is niéts te zien. Het girafje wordt uiteindelijk achtergelaten door de boze wezeltjes: «en dat staat nu heel z’’n verdere leven/ treurig te zwijgen/ en denkt bij z’n eigen:/ Er was toch echt niéts». (Marja Pruis Mantel der Liefde De Groene Amsterdammer)

Juan de Nalda, Vergine della Misericordia, c. 1500, olio su tavola, cm 157×75
Onder mijn mantel is niets dan God.
Bayazid

Hans: Onder mijn mantel is niets.
Ayah: En God dan?
Hans: God is niets dan mijn mantel.
Giovanni da Gaeta, mater Misericordiae, 1448, tempera su tavola, cm 215×137, Wawel Castle, Cracovia
 Aanwezigheid

Gij zijt bij mij den nacht, den dag, den nacht.
Eens hebt gij het heelal mij toegedacht,
maar dat is tot dit lichaam teruggebracht.
Gelijk de wind die om de huizen is,
zoo zijt gij mij een wenscheloos gemis.
Ik heb u lief, het is zooals het is.


Gerrit Achterberg uit de bundel 'Morendo' (1944)
Galezzo Camp, Madonna delle Misericordia. XVI seculo


Alie Swillens is 77 jaar en verzorgt al jaren haar moeder die bijna 100 jaar is. Eerst was dat een dag in de week, maar geleidelijk aan is dat de hele week geworden. Samen met haar man Jan (80) wonen ze nu permanent bij haar moeder in huis. Een dag in de week gaan zij naar hun eigen huis in Hoogvliet om de post op te halen. Naast het verzorgen van haar moeder, doet ze ook het huishouden. Alie vindt het een plicht om voor haar moeder te zorgen en haar een rustige oude dag te geven op haar vertrouwde stek, waar ze 80 jaar heeft gewoond. Een teder sterk document. Neem je tijd. (23’11”)

Alie Swillens is 77 years old and has been caring for her mother who is almost 100 for years. First it was one day a week, but gradually it became the whole week. Together with her husband Jan (80), they now live permanently at her mother's house. One day a week, they go to their home in Hoogvliet to collect the mail. Besides taking care of her mother, she also does the housework. Alie considers it a duty to care for her mother and give her a peaceful old age in her familiar place, where she has lived for 80 years. A tenderly strong document. Take your time. (23'11‘’)

Giovanni di Paolo, Madonna del manto, 1436

Een gesprek


"Waar zullen wij afscheid nemen?
"In de regen"
"Zullen wij schuilen?"
"Nee!"
"Hoe zullen wij ons voelen?"
"Ziek, vals en verlegen."
"Wat zullen wij zeggen?"
"Wij zullen het niet weten."
"Wat zullen wij denken? "
"Was het maar gisteren, morgen of nooit."
"Zal een van ons gelijk hebben?"
"Geen van ons zal gelijk hebben."
"Zullen wij elk een andere kant op gaan?"
"Wij zullen elk een andere kant op gaan.
""Zullen wij omkijken?"
"Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken"

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

Toon Tellegen
Uit: Mijn winter
Querido Amsterdam 1987
Lippo memmi, madonna della misericordia, Chapel of the Corporal, Duomo, Orvieto.jpg

Geel

Als ze de zon
weer aanzetten dan plant ik er kinderen
onder, dan steek ik mijn ziel aan
met een lucifer en laat hem zingen, dan
neem ik mijn moeder en zeep haar in, dan
pak ik mijn botten en poets ze op, dan
stofzuig ik mijn verschraalde haar, dan
betaal ik alle erge schulden van mijn buren, dan
schrijf ik een gedicht dat Geel heet en
leg ik mijn lippen neer om het op te drinken, dan
voer ik mezelf lepels vol hitte en
iedereen zal thuis met zijn vleugels
zitten spelen en de planeet
zal schokken van al dat glimlachen en
er zal nergens vergif zijn, geen plaag
aan de hemel en er zal een moedersoep
zijn voor alle mensen en we zullen
nooit doodgaan, niet één van ons, we gaan door,
toch?

Anne Sexton.
Uit: In het diepe museum, uitgeverij Papieren Tijger 1988, gedichten uitgekozen en vertaald door Annemarie Slootweg
Lippo Memmi, Madonna dei Raccomandati, 1350-1360, tempera su tavola, Cattedrale di Orvieto

Yellow
BY Anne Sexton

When they turn the sun
on again I’ll plant children
under it, I’ll light up my soul
with a match and let it sing. I’ll
take my bones and polish them, I’ll
vacuum up my stale hair, I’ll
pay all my neighbors’ bad debts, I’ll
write a poem called Yellow and put
my lips down to drink it up, I’ll
feed myself spoonfuls of heat and
everyone will be home playing with
their wings and the planet will
shudder with all those smiles and
there will be no poison anywhere, no plague
in the sky and there will be a mother-broth
for all of the people and we will
never die, not one of us, we’ll go on
won’t we?
Girolamo di Giovanni, Madonna della Misericordia e i Santi Venanzio e Sebastiano, 1463, tempera su tavola, Pinacoteca e Museo Civici, Camerino