Macht en onmacht verbeeld en beletterd (2): Ambrogio Lorenzetti

Laten we beginnen met een zoekplaatje. Je herinnert je wellicht nog de kleine Romulus en Remus hierboven die door een wolvin gevoed worden. Het plaatje is een onderdeel van een groot fresco van Ambrogio Lorenzetti, Sala dei Nove (de Zaal van de Negen) Palazzo Publico in Siena, geschilderd tussen 1337 en 1339. Het waren seculiere voorstellingen van een allegorische figuratie van deugden die nodig bleken om een stad goed te besturen. Naast de voorstelling van goed bestuurde stad en land zijn er nog drie minder goed bewaard gebleven fresco’s: Allegorie op goed bestuur, Gevolgen van goed bestuur en Allegorie op slecht bestuur en de gevolgen daarvan voor stad en platteland. Het zijn complexe, panoramische werken die de gotische invloed van andere Siënese schilders zoals Simone Martini (1284 – 1344) bevatten.

Allegory of Good Government. Klik op onderschrift om te vergroten.

Klik nu op de titel onder de afbeelding en je kunt dan met je cursor daarna elk onderdeel van het fresco bekijken.
'Goed bestuurde stad en land' is een picturale encyclopedie die een idealistisch platteland en een middeleeuwse “borgo” verbeeldt. Deze creaties in  een bekende stijl van Lorenzetti bestaan uit fresco's die hij maakte op de muren van de Sala dei Nove (de Zaal van de Negen) of de Sala della Pace (Zaal van de Vrede) in het Palazzo Publico van Siena. 
Goed bestuur wordt voorgesteld door een bebaarde, statige figuur die op een troon zit. Naast hem staan de vier kardinale deugden: Kracht, Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid en Matigheid, hier aangevuld met Vrede en Grootmoedigheid.

Uitvoerige verduidelijking vind je bij deze Nederlandstalige Wikipedia. Kijk- en leesplezier gewaarborgd.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Allegorie_van_goed_en_van_slecht_bestuur

. Ambrogio Lorenzetti De tyrannie aan het bewind, omgeven door ondeugden, met links de stad in verval en voor het podium moord, roof, verkrachting en een geketende Justitia (fragment)

Bram Kempers schreef over Kunst, macht en mecenaat en nam het Siena van toen als voorbeeld:

“Het specifieke van het stadsmecenaat in Siena ten opzichte van opdrachtverlening in hoofse centra zoals Napels, Milaan of Avignon, was de nadruk op het collectieve karakter van het mecenaat. In de cultuur van de bestuurders pasten groots uiterlijk vertoon van individuen noch een uitgesproken persoonlijke pracht en praal. Individueel gold zelfs een zekere ingetogenheid als norm, maar als groep kon men zich laten gelden, zij het ook dan met mate en met gevoel voor de kosten en de baten. Binnen de economische en politieke verhoudingen ontstond een besef van schoonheid als uiting van collectief vermogen, als iets dat mensen samen tot stand gebracht hadden en waarop zij als stadssamenleving trots mochten zijn. Zo versterkte kunst de interne cohesie en werd het aanzien ten opzichte van concurrerende steden vergroot.”

(Uit Kunst, macht en mecenaat (1999. Bram Kempers ‘Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 1250-1600). Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/kemp036kuns01_01/kemp036kuns01_01_0009.php

Henk en Pieter van Os, kunsthistorici, denken echter dat burgerzin niet vanzelf ontstaat. ‘Normen en waarden doen zich in de samenleving niet zomaar voor. Ze moeten, zeggen zij, worden bedacht, geformuleerd, bediscussieerd en geïmplementeerd. Voortdurend onderhoud is noodzakelijk, en:

“Al heel vroeg verschenen Sienese geldhandelaren op de grote Europese jaarmarkten, en in de gloriejaren van de stad kwamen ook de bankiers van de Heilige stoel uit Siena. In heel Europa kon in deze tijd nauwelijks een oorlog worden gevoerd zonder de hulp van een Sienese bankier. Men zou verwachten dat een nieuwe stad die zo snel groeide en waarin het geld werd verdiend door bankiers, wat structuur en aanzien betreft te vergelijken is met een oerlelijke, hedendaagse Amerikaanse stad als Phoenix. Het tegendeel is waar, en dat hebben we te danken aan de ongelooflijk grote hoeveelheden geld die opeenvolgende stadsregeringen investeerden in de ideële cementering van de gemeenschap. Die cementering bestond in de eerste plaats uit stedelijke trots, uit een chauvinisme dat ook Italiaanse tijdgenoten als megalomanie beleefden en dat doordrong tot in de kleinste details van het stedelijk leven. Dante sprak al van de ijdelheid van de Siënezen en van hun behoefte om de stad te mythologiseren. Om elke bezoeker te tonen dat Siena het nieuwe Rome was, had het stadsbestuur beeltenissen van de tweeling met de wolvin op cruciale plekken in de stad geplaatst. Er was zelfs een mythe ontstaan over de stichting van de stad, een mythe die veel weg had van die van Rome. In deze mythe waren het niet Romulus en Remus, maar de zoontjes van de laatste die de stad hadden gesticht nadat zij de legers van hun oom Romulus hadden verslagen.

Ambrogio Lorenzetti, Detail Allegory of Good Government, 1338-39.

Men moet hierbij overigens bedenken dat Rome in de bloeitijd van Siena als stad niet veel meer voorstelde. De paus had het door malaria overwoekerde nest verlaten, en alleen het gedeelte rond het huidige Vaticaan was nog bewoond. De megalomanie van de Sienese burgerij liet zich ook zien in de keuze voor de stedelijke patroonheilige. Siena deed wat nog geen enkele stad tot dan toe had aangedurfd en wijdde zich aan Maria. De burgers van de ‘Civitas Verginis’, zoals Sienezen hun eigen stad noemden, hadden het zelfs bonter gemaakt dan de burgerij van Florence, voor wie niemand minder dan Johannes de Doper optrad als patroonheilige. In de hoop de bevolking te beschaven, spendeerde de nove veel geld aan de vestiging van kloosterorden in iedere wijk van de stad. Om de intellectuele infrastructuur ook te versterken met meer seculiere elementen haalde zij rond 1320 zelfs een groot deel van de professoren van de Universiteit van Bologna naar de stad. Verder werden uiterst deugdzame burgers tot voorbeeld gemaakt door ze zalig of heilig te laten verklaren. En ook uit de klassieke oudheid werden voorbeeldfiguren gehaald; in de overheidskunst van Siena zijn overal de helden van de Romeinse republiek te vinden, waarmee de regering duidelijk wilde maken dat de idealen van deze Romeinen in de republiek Siena opnieuw werden gerealiseerd.” (nvdr: die Romeinse idealen beïnvloeden ook nu nog de kersverse huidige Belgische Eerste Minister.)

“In 1340 moeten de Sienezen die voor dit fresco stonden de mannen hebben herkend die door Ambrogio werden geportretteerd. Hier werd getoond dat een bekend element uit de politieke theorie van die dagen door de burgers van Siena tot werkelijkheid werd gemaakt. De fresco’s, die omstreeks 1340 werden vervaardigd door Ambrogio Lorenzetti, vormen tezamen een van de hoogtepunten van de Europese schilderkunst en leveren het meest complete politieke beeldprogramma uit de Europese geschiedenis.

Het koord brengt de burgers onder een troon van de kardinale deugden. In het midden zit de belichaming van de goede regering. Hij draagt de kleuren van het wapen van de stad: zwart en wit. Op zijn schild is de stedemaagd Maria afgebeeld. De belichaming van de goede regering wordt geïnspireerd door de theologische deugden Geloof, Hoop en Liefde. Onder zijn voeten zien we opnieuw de wolf met de tweelingen. Al deze attributen horen onlosmakelijk bij de goede regering. Rechts onder de deugdentroon zien we dat bij goed bestuur de orde moet worden gehandhaafd. Hier is ook een koord, maar dit dient om overtreders te binden en gevankelijk weg te voeren. Ook zij waren toen makkelijk herkenbaar. Het zijn brute rovers, arglistige monniken en egocentrische edelen, die hun eigen spel spelen ten koste van het algemeen belang.

Buiten de poort, boven het Sienese land, zweeft als een antieke Victoria de deugd ‘Securitas’. Pax heeft een wapenuitrusting aan haar voeten en Securitas toont een galg met een gehangene. Vrede en veiligheid zijn gewaarborgd onder een straffe regie. En daarom: ‘Senca paura ognun franco camini’: iedereen kan vrij wandelen onder hun bescherming. Vrij wandelen kon inderdaad tot omstreeks het einde van de veertiende eeuw. Ongeveer een halve eeuw eerder was in Siena de pest reeds uitgebroken. Het tweede Rome verwerd daardoor tot een Toscaans provinciestadje. Met ongeveer 75.000 inwoners minder was Siena verwezen naar de vuilnisbelt van de geschiedenis. Het zou ondanks de grote aantallen huidige toeristen nooit meer worden wat het geweest was. Maar tot het uitbreken van de pestepidemie (waardoor de schilder en zijn zoon stierven!) bleek de regering van het middeleeuwse Siena wel in staat haar eigen idealen helder in beelden te vatten.”

(Henk van Os en Pieter van Os, 16 april 1997. De Groene Amsterdammer)

En of het huidige ‘Europa’ ook nog iets kan leren van deze meesterlijke verbeeldingen?


Ambrogio Lorenzetti, Allegoria del Buon Governo (detail), Palazzo Pubblico, Siena.
Van links naar rechts grootmoedigheid, matigheid en rechtvaardigheid  

Nu we hier in België een nieuwe regering hebben wil ik deze bijdrage graag aan allen opdragen die hoe verschillend ook ‘een goed gouvernement’ willen voor de nabije moeilijke toekomst. Het was toen niet vanzelfsprekend, le bon gouvernement, en ook nu niet. Dank zij de mogelijkheden hun dromen op de muren te mogen schilderen kunnen wij ze nog steeds ervaren. Vergeten we dus de kunsten niet. Ze getuigen, stellen vragen, bieden perspectieven en troosten.

Allegorie van Goed Bestuur, vrede, detail uit Allegorie en Effecten van Goed en Slecht Bestuur op Stad en Land. Ambrogio Lorenzetti.
«Uit de fresco’s van Ambrogio Lorenzetti spreken zowel zelfvertrouwen en ambitie als twijfel en bezorgdheid, want de vrede in Siena, en daarmee het ‘goede’, republikeinse, ‘bestuur’, wordt van twee zijden bedreigd: door ordinaire misdaad en door politieke verdeeldheid. De Allegorie van het Goede Bestuur laat er geen twijfel over bestaan wie voor het tweede verantwoordelijk zijn. De engel boven ‘De effecten van het Goede Bestuur’, geheten Securitas (‘Veiligheid’), houdt een banderol in haar hand met daarop de tekst dat goed bestuur vrede en veiligheid brengt voor elke man en vrouw. In de andere hand houdt zij een gehangen misdadiger, symbool van onverbiddelijke gerechtigheid.

«Senza paura ogn'uom franco camini
e lavorando semini ciascuno
mentre che tal comuno
manterrà questa donna in signoria
ch'el alevata arei ogni balia»

‘Laat ieder zonder vrees vrij wandelen,
werken, en zaaien,
terwijl deze Dame de gemeenschap bestuurt,
omdat zij alle macht aan de schuldigen heeft ontnomen.’

(Borsook 1980, 34-35)
Ambrogio Lorenzetti, Effetti del Buon Governo, particolare della Securitas, (1338-1339), sala dei Nove, parete est,
Palazzo Pubblico, Siena

Voor het eerst in de geschiedenis van de Italiaanse gotische schilderkunst krijgt het landelijke en stedelijke landschap een centrale rol in een fresco. Waar het landschap in het verleden genegeerd werd ten gunste van een gouden achtergrond, of gewoon gebruikt werd als achtergrond van een verhaal, wordt het landschap hier het hoofdonderwerp. In de voorstelling transformeert de schilder de werkelijkheid tot een ideale wereld. Deze representatie was echter geen doel op zich maar maakt deel uit van een precieze politieke boodschap die door het landschap wordt overgebracht. Met met bijzondere aandacht voor detail idealiseert Lorenzetti zijn omgeving en demonstreert de gevolgen van het Goede Bestuur. (ibidem)

De gevolgen van goed bestuur op het platteland Vergroot door op onderschrift te klikken

“DE FRESCO’S IN HET Palazzo Pubblico tonen ons dat de nove geen last meende te hebben van wat heden ten dage het zoeken naar een ‘maatschappelijk draagvlak’ heet. Het begrip komt tegenwoordig in menig politiek debat ter sprake, omdat het meestal ontbreekt wanneer verstandige maatregelen worden voorgesteld. De nove in Siena schiep zijn eigen maatschappelijk draagvlak en wachtte niet totdat het er was. Tegenwoordig is de gedachte gemeengoed geworden dat elk volk de regering krijgt die het verdient, terwijl de nove nog de klassieke overtuiging was toegedaan dat elke regering het volk krijgt dat zij verdient.
Deze laatste overtuiging komt oorspronkelijk uit de oudheid, en kan bij vele antieke denkers worden gevonden, in het bijzonder bij Plutarchus en Cicero. De laatste schreef bijvoorbeeld: ‘Elke staat is zoals het karakter van de bestuurders hem zal maken.’ (Orator, I.XXXI) En: ‘De senaat zal vrij zijn van oneerbaarheid, en zal een model zijn voor de rest van de burgers.’ (Orator, III.III). De Sienese overheid legitimeerde zich met haar normen en waarden tegenover de burger en niet andersom. De fresco’s vertellen ons dat een deugdzaam bestuur de voorwaarden schept voor Pax en Securitas, vrede en veiligheid. Burgerschap begint bij een overheid waar de burger trots op is, zodat de burger die overheid wil dienen, of het nu de stadsrepubliek Siena is, het Koninkrijk der Nederlanden, België of de Verenigde Staten van Europa.”

(Henk en Pieter van Os)

Macht en onmacht verbeeld en beletterd (1)

Ambrogio Lorenzetti. Allegory of Good Governement detail Romulus and Remus. 1338-40

Toen Freud begon aan zijn zoektocht om de menselijke psyche in kaart te brengen met De interpretatie van dromen (1899), richtte hij zich vooral op het individu. Als mensen leden aan geestelijke problemen zoals hysterie, zo was het argument, dan was dat waarschijnlijk te wijten aan onderdrukte persoonlijke trauma’s, die psychologen konden blootleggen en genezen door middel van één-op-één gesprekken. Naarmate de tijd verstreek, vroeg Freud zich echter steeds meer af wat zijn nieuwe “wetenschap” van de psychoanalyse betekende voor bredere sociale vraagstukken. Na het geweld van de Eerste Wereldoorlog en de omwentelingen die daarop volgden, leek het duidelijk dat de psychologie van mensen verbonden was met collectieve oorzaken: Hun hoop en zorgen, geluk en wanhoop, waren onlosmakelijk verbonden met hun denken over religie, politiek of economie. Met “Das Unbehagen in der Kultur” (Civilization and Its Discontents) begon Freud daarom te onderzoeken hoe beschaving – waarmee hij de wetten en informele normen bedoelde die de samenleving aan haar leden oplegde, evenals de cultuur en technologieën die zij voortbracht – zowel de menselijke psyche weerspiegelde als vormde. Zou de sociale structuur kunnen helpen om veelvoorkomende psychologische ellende te verlichten? Of was de beschaving er verantwoordelijk voor?

Sumerische beschaving Mesopotamië


Volgens Freud was de rusteloosheid die mensen leek te bezitten inherent aan het leven in de maatschappij. Het was het product van een paradox: juist de regels en instellingen die de samenleving bij elkaar hielden en het menselijk bestaan veilig stelden, maakten mensen ongelukkig. In Freuds formulering vereiste het leven in een gemeenschap de onderdrukking van de menselijke driften. Het vereiste in het bijzonder de onderwerping van de krachtigste krachten van de mens: het verlangen naar seksuele bevrediging (dat Freud Eros noemde, naar de Griekse god van de liefde) en naar vernietiging (Thanatos genoemd, de mythische personificatie van de dood). Omdat het alternatief chaos was, besteedde de samenleving het grootste deel van haar energie aan het controleren van haar leden, het verbieden van bepaalde handelingen en het stevig straffen van overtreders. Freud beweerde dat beschaving ontstond in een prehistorisch gebeuren, toen een groep broers hun vader doodde omdat ze zijn heerschappij over de vrouwen van hun stam kwalijk namen. Ze werden toen overmand door schuldgevoelens, waardoor ze zowel moord als incest taboe verklaarden. Beschaving was dus niet het product van een bewuste overeenkomst. Ze was gebaseerd op de ontkenning van oerverlangens, die onder de dunne korst van rationaliteit van de mensen bleven borrelen en hen voor altijd ontevreden hielden.


Udi Greenberg. 3 februari 2022
Udi Greenberg teaches at Dartmouth College and is the author of The Weimar Century: German Émigrés and the Ideological Foundations of the Cold War (2015).

Lees:

https://newrepublic.com/article/165265/freud-miseries-politics-samuel-moyn-civilizations-discontents-review

Eerder dan een politiek traktaat kan "Das Unbehagen in der Kultur" dus begrepen worden als een bemiddeling over de onvermijdelijkheid van tegenstrijdigheden, paradoxen en verwarringen. Mens zijn, leek Freud te beweren, is accepteren dat ons begrip van de wereld altijd gedeeltelijk en misleidend is, met alle ellende van dien: We kunnen nooit weten of sociale omstandigheden of individuele eigenaardigheden de bron van ons ongeluk zijn, of dat onze acties, individueel of collectief, ons lijden vergroten of verkleinen. Sociale theoretici, of ze nu progressief, centristisch of conservatief zijn, kunnen ernaar streven om duidelijke categorieën voor analyse te produceren en nette oplossingen voor menselijke dilemma's te bieden. Maar zoals Freuds twijfels over zijn eigen ideeën laten zien, was dit in zijn ogen net zo zinloos als een onderscheid maken tussen beschaving en haar ongemakken.  (ibidem)

Een voorbeeld.
Het is de dag dat hij, Donald Trump, als 47ste president van de Verenigde Staten wordt ingezworen.. De morgen van de grote dag is er een traditie dat de betrokkenen een kerkdienst bijwonen dichtbij het Capitool. Rev. Mariann Edgar Budde leidt de dienst en in de homilie spreekt zij de nieuwe president toe:

“In the name of our God, I ask you to have mercy upon the people in our country. We’re scared now. The people who pick our crops and clean our office buildings, who labor in poultry farms and meatpacking plants, who wash the dishes after we eat in restaurants and work the night shifts in hospitals. They may not be citizens or have the proper documentation, but the vast majority of immigrants are not criminals. They pay taxes, and are good neighbors. They are faithful members of our churches and mosques, synagogues, gurdwara, and temples. I ask you to have mercy, Mr. President, on those in our communities whose children fear that their parents will be taken away, and that you help those who are fleeing war zones and persecution in their own lands to find compassion and welcome here.”

"In de naam van onze God vraag ik u om genade te hebben voor de mensen in ons land. We zijn nu bang. De mensen die onze gewassen plukken en onze kantoorgebouwen schoonmaken, die werken in pluimveebedrijven en vleesverwerkende fabrieken, die de afwas doen nadat we gegeten hebben in restaurants en die nachtdiensten draaien in ziekenhuizen. Ze zijn misschien geen burgers of hebben niet de juiste papieren, maar de overgrote meerderheid van de immigranten zijn geen criminelen. Ze betalen belasting en zijn goede buren. Ze zijn trouwe leden van onze kerken en moskeeën, synagogen, gurdwara en tempels. Ik vraag u, mijnheer de President, om medelijden te hebben met diegenen in onze gemeenschappen van wie de kinderen vrezen dat hun ouders zullen worden weggenomen, en dat u diegenen helpt die oorlogsgebieden en vervolging in hun eigen land ontvluchten om hier mededogen en welkom te vinden."

De president heeft ontstemd gereageerd en om haar excuses gevraagd. Bekijk aandachtig de verschillende vaak minieme reacties van de luisteraars. Is dit één van de ongemakken van de ‘beschaving’ en/of een voorbeeld van grote morele moed? Ook de macht kan aangesproken worden. De machteloze heeft een stem. En durf.

"Nu gaat de Amerikaanse president nog verder en noemt de bisschop op zijn platform Truth Social “een radicaal linkse keiharde Trump-hater”. “Haar toon was gemeen en ze was niet overtuigend of slim. (...) Afgezien van haar ongepaste opmerkingen, was haar dienst erg saai en niet inspirerend. Ze is niet goed in haar job!”. Trump vindt nu dat Budde “de mensen excuses verschuldigd is”.(de Standaard)
Bishop Mariann E. Budde delivering a sermon at a prayer service on Tuesday at Washington National Cathedral. Credit…Doug Mills/The New York Times

More than 14,000 people signed an online petition thanking Bishop Budde within four hours. Episcopalians around Washington proudly posted online in gratitude that Bishop Budde was their spiritual leader, representing their Christianity.

For her part, Bishop Budde felt her sermon was “a perspective that wasn’t getting a lot of airtime right now, and it was a perspective of Christianity that has been kind of muted in the public arena,” she said.

She knew she did not have a lot of authority in the room, she said, “because I am not a part of the spiritual circles that have surrounded the president and his party.”

NY Times 23 jan. 2025

Dr. Martin Luther King Jr. preekt zijn laatste zondagpreek vanaf de Canterbury-preekstoel in de Washington National Cathedral. Hij werd enkele dagen later vermoord. Credit … John Rous/Associated Press. (NY Times 230125)

“De waarheid achter dit alles, die men liever verloochent, is dat de mens geen zachtaardig wezen is dat liefde nodig heeft en zich hoogstens weet te verdedigen als het wordt aangevallen; in zijn driftleven is hij juist begiftigd met een enorme dosis agressie. Bijgevolg is zijn naaste voor hem niet alleen een potentiële helper en seksueel object, maar ook iemand die hem ertoe verleidt zijn agressie op hem uit te leven, zonder vergoeding te profiteren van zijn werkkracht, hem zonder zijn instemming seksueel te gebruiken, zich van zijn bezittingen meester te maken, hem te vernederen, pijn te doen, te martelen en te doden.”

Sigmund Freud, Het onbehagen in de cultuur (1930)

Jean Simon Chardin Het kaartenhuisje. kopie

“Mocht Freud nu nog leven dan zou hij zeggen dat de politici die met wezenlijke oplossingen denken te komen – banen, economie, klimaat, oorlog en vrede, etcetera- er op een bepaalde manier ook toe doen. We gaan er niet gelukkiger van worden, want dat staat de cultuur de mens niet toe. Aan het einde van Het Onbehagen biedt hij er bijna zijn excuses voor aan. Hij schrijft dat hem de moed ontzinkt om voor zijn medemens als profeet op te staan, “en ik buig mij voor het verwijt dat ik hem geen troost kan bieden, want dat is wat zij eigenlijk allemaal verlangen, de ontstuimigste revolutionair niet minder dan de braafste, vroomste gelovige’. De wereld biedt geen troost.”

(Ik ben een mens, godverdomme!’ Joost de Vries in 18 klassiekers om het heden te begrijpen, samengesteld door Jaap Tielbeke. Aup. A’dam De Groene Amsterdammer)

Jean Frederic Bazille. De toekomst-voorspelster. 1869
natuurlijk is er veel meer
dan enkel het lichaam

er is het oog dat alle
lichamen omsingelt en
een overwinnaar is voor de
spelende handen

alles is maar spel tenslotte
waar maak je je druk over
en waarom dans je niet

de lente maakt deuren
de wind is een open hand
wij moeten nog beginnen te leven

als ik in de gele nacht sta
op het blauwe tapijt van mijn hart

Hans Lodeizen (1924-1950)

(wordt vervolgt)

Quinten Massijs (Matsijs) Schilder tussen gisteren en morgen

Portret van een groteske oude vrouw – Quinten Matsijs (detail)

‘Je moet wel weten dat hij, de schilder Quinten Matsijs, ook gerenommeerde vrienden had: Desiderius Erasmus, en Albrecht Dürer om er maar twee te noemen. En men vereerde hem later, in de zeventiende eeuw, terecht als ‘Vlaamse Michelangelo’.

De ‘kenner’ knikte langdurig alsof hij aan zijn eigen woorden twijfelde. Ik probeerde voorzichtig de stelling dat het afschrikwekkende portret best een reactie kon zijn op de overgangstijd waarin hij leefde als je weet dat Lewis Caroll deze dame tot de koningin van zijn Wonderland verhief en je beseft dat ze nog steeds ‘iets’ te zeggen heeft wat niet dadelijk in ieders kraam schijnt te passen.’

De ‘kenner’ probeerde te poneren dat dokters deze dame als draagster van een ziekte hadden herkend. ‘De ziekte van Piaget’ terwijl ‘grotesken’ toen ook erg in waren zelfs in vrij gezonde toestand. Mogelijk werd hij geïnspireerd door het boek De Lof der Zotheid van zijn vriend Erasmus, die daarin oude vrouwen beschrijft die ‘nog altijd koketteren’, ‘onafscheidelijk zijn van spiegels’ en ‘geen moment aarzelen om hun weerzinwekkend verlepte borsten uit te stallen’. (Erasmus MC)

Ecce Homo detail 1526


Schrijfwijzen van zijn naam:

Quinten (I) Massijs Quinten Massijs (I) Quentin Massys Quentin Metsy Quintinus Mesius Quinten Matsijs Quinten Matsys Quintino Messi Quinten I Massijs the Elder Quentin Massys Quentin Matzys Quinten Massys Quinten, I Metsys Quinto Massei Quintis Matsi Quentin Massys I Quinten I Metsys Quintin Matsys Quinte Metsys Quinten I Messys Quentin Messys Quinten I Matsys Quintin Matsey Quintin Matssis Quentin Metsijs Quentin, the Elder Massys Quinton Matzius Quintin Matsi Quentin Masiis Quentin Matzis Quintus Matsus Quintus Matzis Quintin Matzy Quentin Metzis Quentin Matsi Quentin Messis Quinten I Massys Quinten Massijs Quinten Massys (I) Quinten Matsijs (I) Quinten Matsys (I) Quinten Messijs Quinten Messijs (I) Quinten Messys Quinten Messys (I) Quinten Metsijs Quinten Metsijs (I) Quinten Metsys (I) Quinte Masey Quintus Mebzius Quinte Mathys
Q. Matzi Q. Messeus ou Le Marechal, d'Anvers Quintin Messis Metsys. Q.Matzius Q. Matzys Quinta Masseu Quintematsys Quintin de Smitt Quint.Messys Quint Messis Quintinus Messis Quintino Messis Q. Matzyz
Quintus Matreus Quinte Masseys Quintin Metsis Maestro quintino fiamengo
Quintino Quinte Massys Quinte Methsis Quintyn de Smit Quintin Smith
Quintin Messys Matzys Quentin Messius Maréchal Quintin Quintius Matzys
Quinte Mathsys Massys Quintin Messis Quinte Matzys Q. Massys
Quintin Melsüs Q. Mattzys Q Matzys Q. Metzus Quintyn Matsis
Quintus Matzius Quintin Metzius Q. Matsys Quintin Matys the Smith of Antwerp Quintus Matzys quinten massys Q. Messys
Quinte-Messis the Farrier of Antwerp Quintin Matsys Quinte-Mathsys
Q. Matsis Quentin Massays Quintus Matsys Quintus Matzus Quintine Smitt
Quintin Matsis of Antwerp Guento Masscis Quintin Mathsys
Quintin Mesius Matsys Quintin Quinton Matys Matzys Q
Quintin Matsy's genannt der Schmied Quintin Messis
Q. Messi or the Blacksmith Quintus Matrius Quintin Metsys
Quintyn Massyes Q. Metsys Messius Quintin Matseys Quintus Metzius
Quinte Matys Quintin Mattyis Quintus Metzus
Q. Metzis or the Blacksmith Quintus Metzius
Q. Messis Quentin Massys the Elder Quentin Matsys

Quinten Matsys De verkoopovereenkomst.

De man dus met de duizendvoudige schrijfwijze van zijn naam en net zo duizendvoudig aanwezig in de Europese kunstgeschiedenis in een overgangstijd tussen de Vlaamse Primitieven (?) en de schilders van de Renaissance.


Zijn zonen Jan Matsijs en Cornelis Matsijs, kinderen uit zijn tweede huwelijk met Catharina Heyns, met wie hij nog acht andere kinderen had, waren ook kunstschilders, evenals zijn kleinzoon Quinten Matsijs de Jongere, die naar hem werd genoemd. (Wikipedia)
De Maagd op de troon. 1525. Olie op hout.

"De religieuze schilderijen van Matsys worden tegenwoordig niet meer zo gewaardeerd als tijdens zijn leven. De aanstellerij en sentimentaliteit die jarenlang garant stonden voor hun populariteit worden nu tegen hen gebruikt. Sommigen vinden dat Matsys te veel in de ban was geraakt van da Vinci, zoals in zijn Maagd, die duidelijk is gekopieerd van Leonardo's Sint-Anna. De overdrijving van het sentiment van de schilder in de Maagd Ten voeten uit in Berlijn wordt nu gezien als een overschrijding van de grenzen van de goede smaak." (Web Gallery of Art)

Maagd en Kind. ca 1495 (MSK Br)
 "Hoewel de Brusselse Madonna met kind laat zien hoezeer de schilder deel uitmaakte van de Vlaamse traditie, voordat hij onder invloed van de Renaissance kwam, bevat het al de nieuwe elementen die van Matsys de boeiende en zeer innovatieve kunstenaar zouden maken wiens talent in zijn latere werken volledig tot zijn recht zou komen. Met zijn uitzonderlijk ruime volumes, zijn soepele vormen die gestreeld worden door een sterk maar zacht licht, en het virtuoze doorschijnende van zijn kleurtechniek, voert hij de drapagekunde naar nieuwe hoogten." (WGA)


Je voelt in de bijgaande besprekingen de ‘verwachtingen’ waarin wat geweest is (de zgn. primitiviteit) eerder zal gehonoreerd worden dan wat zijn weg naar het zogenaamde nieuwe (renaissance) zoekt, en wie daarbij ‘de grenzen van de goede smaak’ bepaalt blijft inderdaad een open vraag. Ook die zgn. grenzen zijn afhankelijk van een tijdperk en wat in dat tijdperk de ‘goede’ smaak zou bepalen. Kijk naar een mogelijke synthese: ‘Maagd met Jezus-kind en Elisabeth met kleine Jan de Doper.

Maagd met kind en Elisabeth met St Jan de Doper. 1520-25

Elizabeth en  Maria lijken beiden het hoofd van Johannes de Doper omhoog te draaien, alsof ze het aanbieden aan het kindje Jezus voor zijn zegen. Deze scène is tegelijkertijd een voorstelling van moeders die teder omgaan met hun kinderen en een toespeling op het martelaarschap van Johannes door onthoofding. Het sfeervolle landschap plaatst de Bijbelse figuren niet in het Heilige Land, maar in het zestiende-eeuwse Vlaanderen. Gezien het kleine formaat was het paneel waarschijnlijk bedoeld als devotiestuk voor een privéwoning.

Man met bril. c. 1520

Deze onbekende man, vijfhonderd en vijf jaar geleden door Massys geschilderd, kijkt even op van zijn boek. We zijn in 1520. Maarten Luther schrijft ‘Over de Vrijheid van een Christen’, Biccolo Machiavelli ‘Dell’arte della guerra’, De Kunst van het oorlogvoeren. Het geboortejaar ook van Christoffel Plantijn, drukker. Het sterfjaar van Rafaël. In Mechelen wordt de bouw van der Sint-Rombouts-toren gestaakt. Karel V. wordt tot koning gekroond, een jongeman van twintig.

Christus, Salvator Mundi. 1505

Schilderijen van Quinten Massijs te bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/Paintings_by_Quinten_Massijs_(I)

Niet bij elkaar passend koppel

Massijs werd wel eens ‘de Vlaamse Giotto‘ genaamd, weggelopen van huis (Leuven) om zich aan de kunst te wijden (Antwerpen), kunst die de twee schilderende zonen later niet evenaarden maar wel vaders naam gebruikten als handtekening onderaan een schilderij.

Een kwestie van geld dus. Zoals in ‘de debiteuren’. Je woont nu eenmaal in een metropool als Antwerpen en het is crisistijd.

De debiteuren

Een oud Nederlands gezegde uit die tijd luidt: “Een woekeraar, een molenaar, een geldwisselaar en een belastingontvanger zijn de vier evangelisten van Lucifer.”

Massys was al de eerste schilder die geldwisselaars afbeeldde, in het beroemde schilderij ‘De geldwisselaar en zijn vrouw” uit 1514 in het Louvre. Geldwisselaars vervulden volgens economisch historicus Raymond de Roover vaak dezelfde rol als bankiers. Bovendien werd de niet-afgebeelde vierde schurk, de molenaar, dikwijls gehekeld omdat graanprijzen een chronisch pijnpunt werden in tijden van fluctuerende grondstofprijzen, zoals juist in deze periode het geval was. In het schilderij ‘De debiteuren‘ laat de kunstenaar bijvoorbeeld de schaar boven de hoofden van de twee bankiers hangen (door veel critici de Schone en de Lelijke genoemd) om de onzekerheid van het leven aan te duiden; de open deur daarentegen verbeeldt volgens de experts van de Fontanelle-Geneva Kunstacademie de mogelijkheid van verlossing.
Maar kijk naar de chromatiek, het tegenlicht, de rijkdom aan details. Nog even en je hoort de pen krassen en…

Lees: https://jhna.org/articles/massys-money-tax-collectors-rediscovered/

De geld-uitlener en zijn vrouw

Herken je de spiegel?

Tesnlotte, als laatste keuze, kom ik bij zijn mooi portret van ‘Erasmus van Rotterdam’ (1517)


Erasmus is aandachtig aan het werk terwijl hij de brief van Paulus aan de Romeinen vertaalt. De tweede helft van het tweeluik, met het portret van Pierre Gillis, bevindt zich nu in de collectie van Lord Radnor in Longford Castle (Salisbury). Replica’s van het portret van Erasmus zijn te vinden in het Rijskmuseum in Amsterdam en in Hampton Court (Engeland), terwijl het Koninklijk Museum in Antwerpen een replica bezit van het portret van Pierre Gillis.

Dit schilderij getuigt van het hoge culturele klimaat in die tijd en is het bewijs van de banden tussen twee grote humanistische denkers: Erasmus van Rotterdam en Sir Thomas More, die beiden bijdroegen aan de publicatie van Utopia. Het portret is een van de twee panelen van een tweeluik dat Massys in 1517 schilderde, toen Erasmus in Antwerpen te gast was bij zijn vriend Pierre Gillis. In een brief aan More van 30 mei 1517 bevestigt Erasmus dat “ze mij en Pierre Gillis op hetzelfde paneel schilderen”. Het portret was voltooid op 9 september van datzelfde jaar en het tweeluik werd als geschenk naar Thomas More gestuurd. More uitte zijn dank voor het cadeau enthousiast in zijn brief van 6 oktober 1517, waarin hij schreef: “Ik ben geweldig getroffen door de portretten van de mannen die je me hebt gestuurd: zelfs als het slechts eenvoudige schetsen van houtskool of op gessetto (krijt) waren geweest, zouden ze iedereen betoveren behalve iemand die volkomen ongevoelig is voor literatuur of voor virtuositeit; en ze raken me meer dan ik mogelijk kan uitleggen, omdat het aandenkens zijn – nu tastbaar – van zulke goede vrienden”. (Web Gall of Arts)

Kijk, hier is de spiegel!

De ontdekking van de Renaissance in Italië verliep vroeger en weer heel anders. We hebben al een tijdje geleden daar een blog aan gewijd. Hier weer te raadplegen. En waar blijft nu dat ‘nieuw tijdperk’? Neen, niet met ‘hem’ die weldra alle schermen bevolkt. Maar gewoon met ons, met iedereen die op zoek gaat naar zijn/haar tijdperk en er graag de anderen in verwelkomt.


Canzone, io t’ammonisco

 Che tua ragion cortesemente dica;
 Perchè fra gente altera ir ti convene;
 E le voglie son piene
 Già de l'usanza pessima ed antica,
 Del ver sempre inimica
 Proverai tua ventura
 Fra magnanimi pochi a chi 'l ben piace:
 Dî lor, chi m’assicura

Petrarca

Bilderdijk voorzag de verzen van een vrije vertaling:
 
Wees gewaarschouwd, ô mijn lied!
 Spreek beleefd, op heusche tonen,
 Dat men d'inhoud moog verschoonen
 Dien gy aan uw lezers biedt.
 Denk, voor wie gy op gaat treden:
 Lieden op hun wijsheid stout,
 In den waarheidshaat veroud,
 Die geen oorsprong nam van heden.
 Zwak is 't hoopjen, klein 't getal,
 (Maar van d'echten geest gedreven,
 Laat u dit vertrouwen geven!)
 Dat u wel ontfangen zal.

De Nederlandse dichter weet, dat zijn poëzie bij velen gehaat moet zijn: ‘fra gente altera ir ti convene.’ Hij heeft het oog op zijn landgenoten, die de ‘tijdgeest’ dienen. De verzen van Petrarca worden dus met een bepaalde tendens en pro domo geciteerd.
Een nar met zotskolf Quinten Massijs. An Allegory of Folly. 1510?

Begin van de zestiende eeuw, toen Quentin Matsys zijn Allegorie op de Zotheid schilderde, waarschijnlijk rond 1510, waren zotten nog veel te zien aan het hof of op carnavalsoptredens in moraliteitsstukken. Soms was een dwaas geestelijk gehandicapt, om bespot te worden voor het vermaak van het grote publiek. Matsys heeft ervoor gekozen om zijn dwaas voor te stellen met een wen, een bult op het voorhoofd, waarvan men geloofde dat deze een “steen der dwaasheid” bevatte die verantwoordelijk was voor domheid of mentale handicap. In andere gevallen was de nar echter een slimme en scherpzinnige waarnemer van de menselijke natuur, een komiek die de gewaden van de nar gebruikte als voorwendsel voor satire en spot. De nar van Matsys was bijna een exacte tijdgenoot van Erasmus' Lof der Zotheid, waarin het personage van de Zotheid in feite een wijze en scherpzinnige commentator is op de dwaasheid van anderen. Dwazen waren een populair onderwerp in zowel de kunst als de literatuur van deze tijd en het werk van Erasmus was vooral belangrijk voor de zestiende-eeuwse humanistische kringen in Antwerpen.

Pijn en genezing verbeeld en verbonden

Francisco Jose de Goya y Lucientes; Self-Portrait with Dr. Arrieta; 1820; Oil on canvas; 45 1/8 x 30 1/8 in. (canvas); Minneapolis Institute of Arts; The Ethel Morrison Van Derlip Fund; 52.14

Een van de mooiste zelfportretten, de kunstenaar Francisco de Goya toont zichzelf als zieke man. Hij heeft duidelijk koorts, zweet en wordt door zijn vriend en dokter Eugenio Arrieta ondersteund terwijl hij hem een drankje aanreikt. Onderaan het schilderij lezen we:

“Goya dankt zijn vriend Arrieta voor de deskundige zorg waarmee hij zijn leven redde van een acute en gevaarlijke infectie waaraan hij eind 1819 op 73-jarige leeftijd leed.  Hij schilderde het in 1820."

In ‘ScienceDirect’ vind je een uitgebreide studie van Laura L. Casey omtrent een mogelijke diagnose

The life of Francisco Goya was plagued by indisposition although there are four discrete occasions of acute illness which are often cited, occurring in 1777, 1787, 1819, and finally in 1828, the year of his death. Immeasurable speculation as to the aetiology of these illnesses has been made based upon an accumulated series of symptoms acquired through the analysis of Goya's letters, accounts of his health made by his friends and acquaintances and the records of his personal physician, Dr. Eugenio Garcia Arrieta. These symptoms, which included deafness, transient paralysis, partial blindness, depression, nausea, dizziness, pain and a general sense of malaise, provide a vast diagnostic scope which is reflected in the broad spectrum of their proposed origins.

Lees:

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1743919105000890

Goya’s ‘Of what illness will he die?’ (1799), etching with aquatint – 21.3 × 14.8 cm. Biblioteca Nacional, Madrid and The Metropolitan Museum of Art, New York.

Een fragment:

“Ongeacht de onbesliste aard van zijn ziekte, het verdriet en de indiscreties in zijn privéleven of de zelfgenoegzame houding van zijn critici, kan de omvang van Goya’s bijdrage niet worden ontkend, niet alleen aan de voortdurende vooruitgang van de artistieke expressie, maar ook aan de vestiging van die waarden van onpartijdigheid en moreel bewustzijn die fundamenteel zijn voor een succesvol functionerende, inclusieve samenleving. Hij was ‘de tong van de oorlog’, de biograaf van een natie en een bekeerde voorstander van de Verlichting. Zoals Aldous Huxley het verwoordde: “Voor ons die [zijn werken] bekijken, bestaat het werkelijke nut en de betekenis ervan er misschien juist uit dat ze zo levendig en toch noodzakelijkerwijs zo duister en onbegrijpelijk enkele van de onbekende grootheden weergeven die in het hart van elke persoonlijkheid bestaan”. Dit is de ware essentie van Francisco Goya y Lucientes.” (Laura L. Casey)

Uit de serie: Disasters of War. 1814. Eau forte Aquatinte

Ook Frida Kahlo maakte een zelfportret met haar ‘heelmeester’. dr. Juan Farill

 This painting is Frida's last signed self-portrait. In this portrait, she painted herself with her surgeon Doctor Juan Farill.

Dr. Farill performed 7 surgeries on Frida's spine in the year of 1951. She had to stay in the hospital in Mexico City for 9 months. In November of 1951, she finally recovered and was able to paint again. The first painting she painted was this self-portrait and she dedicated this painting to Dr. Farill. She wrote in her diary: "I was sick for a year....seven operations on my spine.Dr. Farill saved me. " She painted this portrait in a "ex-voto (retablo)" due to the fact she credited Dr. Farill for saving her life. In this portrait, she was sitting in a wheelchair, hold her heart palette in one hand, and brushes in another. It implied she was painting using her own blood from her heart.
Self Portrait with the Portrait of Doctor Farill, 1951 – by Frida Kahlo

De Schotse schilder John Bellamy (1942) heeft ook een serie dergelijke portretten gemaakt van zijn ‘healthcare team’. Bellany verraste iedereen meteen na zijn operatie. Hij bracht zijn herstel in kaart in een reeks krachtige portretten van zichzelf en van de medische staf, waaronder zijn transplantatiechirurg. Sir Roy Calne, nu een goede vriend, herinnert zich: “De dag dat hij van de afdeling intensive care kwam vroeg hij niet om pijnstillers maar om papier en pen.”


John Bellamy ‘Bonjour Professor Calne’ 1988 Oil on Canvas 1525x173cm

Het beeld is geïnspireerd op Gustave Courbets schilderij Bonjour, Monsieur Courbet (1854), waarin de trotse en gezond ogende kunstenaar, op weg naar Montpellier, wordt opgewacht door zijn mecenas en een bediende. Bellany heeft het idee in een ziekenhuis-scène veranderd. Hij ligt in zijn ziekenhuisbed, verzwakt van de operatie, en staart ons aan terwijl achter hem leden van het medische team staan: zijn “beschermheer” Sir Roy Calne, Dr. Jacobson en een verpleegster. Boven zijn hoofd staan de woorden “Bonjour Professor Calne” en onder zijn hand staat de inscriptie: “Dank u wel allemaal.” Op een tafel liggen speelkaarten en een boek, Confessions of An Unjustified Sinner, misschien herinneringen aan zijn vorige leven.

Vincent van Gogh, Le Docteur Paul Gachet, 1890

De meest melancholische: Dr. Gachet, de homeopaat In 1890 ontmoette Vincent van Gogh in Auvers-sur-Oise Dr. Paul Gachet (1828-1909), “een arts die in zijn vrije tijd schilderde”. Het huis van deze vriend van de artistieke avant-garde, met o.a. Camille Pissarro en Paul Cézanne in het bijzonder, sprak Van Gogh aan. Hij schilderde de tuin en schilderde vooral drie portretten van Gachet (twee als ets en één in olieverf). Op de tafel waarop de dokter met zijn elleboog leunt, heeft de schilder met de zonnebloemen twee staafjes digitalis gelegd: Gachet was homeopaat. Zijn oneindig verloren blik verwijst naar zijn doctoraat in de geneeskunde, behaald in 1858 in Montpellier, met een proefschrift getiteld Étude sur la mélancolie’.

Figure inséparable de la dernière période de la vie de Vincent à Auvers, le docteur Gachet revêtait une personnalité originale. Médecin homéopathe s'intéressant à la chiromancie, sa véritable passion le portait vers les arts. Il était lui-même un bon graveur et entretenait des relations avec une multitude d'artistes, parmi lesquels Manet, Monet, Renoir et Cézanne. C'est donc naturellement que van Gogh se présenta chez lui au lendemain de son internement à Saint-Rémy-de-Provence, sur les conseils de son frère Théo. Spécialisé en psychiatrie, le praticien aida de son mieux Vincent à vaincre ses angoisses tout en lui offrant un confort matériel propice à l'épanouissement.
Le portrait du docteur participe de cette phase créative particulièrement intense. Modèle privilégié, il est campé dans une attitude mélancolique, reflet de "l'expression navrée de notre temps", ainsi que l'écrira van Gogh. Seule touche d'espoir dans ce portrait sévère, aux tonalités froides, la fleur de digitale qui, par ses vertus curatives, apporte un peu de réconfort et d'apaisement. Malgré son dévouement, le docteur Gachet ne pourra empêcher le geste irrémédiable de van Gogh, qui devait bientôt se donner la mort. (M/O Les Collections)
Vincent van Gogh Portret van dr. Felix Rey

Op 24 december 1888 werd een patiënt opgenomen in het Hotel Dieu ziekenhuis in Arles, Frankrijk, door de politie vanwege berichten dat hij zijn oor had afgesneden en aan een vrouw had gegeven. De patiënt was de Nederlandse schilder Vincent Van Gogh. De dienstdoende arts was Dr. Felix Rey, een jonge “intern en medicine” van 21 jaar. Van Gogh had het onderste deel van zijn oor verminkt. Dr. Rey had eerder een patiënt met epilepsie gezien die ook zijn oor had verwond. Na het schoonmaken en verbinden van Van Gogh’s wond werd hij een week in het ziekenhuis opgenomen, waar hij meerdere aanvallen had en “crise”.

Dokter Rey toonde Van Gogh ook veel medeleven en in meerdere brieven aan Van Gogh’s broer Theo beschreef Van Gogh de zorgzaamheid van dokter Rey: “Hij is moedig, hardwerkend en helpt altijd mensen.” Van Gogh vroeg Theo hem een kopie van Rembrandt’s “Anatomische les” te sturen om aan Dr. Rey cadeau te doen. Van Gogh was zo onder de indruk van Dr. Rey dat, nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen, een van zijn eerste schilderijen een portret van Dr. Rey was. Van Gogh bleef door Dr. Rey behandeld worden voor zijn oor. Hij bleef werken ondanks de harde behandeling die hij kreeg van de mensen in Arles en zijn steeds terugkerende aanvallen die resulteerden in een nieuwe ziekenhuisopname.Uiteindelijk vroeg hij, op aanraden van een plaatselijke pastoor en Dr. Rey, behandeling aan in het nabijgelegen gesticht van Saint-Remy-de-Provence. Daar kwam Van Gogh onder de hoede van Dr. Theophile Peyron.

Hij overhandigde Dr. Rey een portret samen met 2 andere nu beroemde schilderijen-“Een binnenplaats van het ziekenhuis” en “De slaapzaal van het ziekenhuis”. Hoewel Dr. Rey grote belangstelling toonde voor het werk van Van Gogh, kon hij de stijl van het portret niet helemaal waarderen en gaf het aan zijn moeder. Zijn moeder verklaarde: “Het is afschuwelijk!”. Ze gebruikte het om een gat in het kippenhok van de familie te dichten. In 1901 werd het schilderij ontdekt door een kunsthandelaar, aan wie Dr. Rey het samen met de andere 2 schilderijen verkocht. Het portret belandde in de collectie van een beroemde kunstenaar, Amboise Vollard, en kwam uiteindelijk terecht in het Pushkin Museum in Moskou.

Vincent Van Gogh. Slaapzaal in het ziekenhuis in Arles. 1889

"U moet niet proberen een deel te genezen zonder het geheel te behandelen. U moet niet proberen het lichaam te genezen zonder de ziel erbij te betrekken; als u het hoofd en het lichaam gezond wilt maken, moet u beginnen met het genezen van de ziel. Dit laatste is het belangrijkste. Laat niemand u overhalen zijn lichaam te genezen, als hij u niet eerst gevraagd heeft zijn ziel te genezen. De grootste fout die dokters in onze tijd bij de behandeling van het lichaam maken is, dat ze beginnen met de ziel van het lichaam te scheiden."

Plato
Grieks filosoof (427 v. Chr. - 347 v. Chr.)



“Verwondering” op de drempel van een nieuw jaar?

Auditory circuitry, Christa Baker

De video’s onder deze tekst en bijgaande afbeeldingen tonen beelden van het grootste en meest complexe brein dat ooit volledig in kaart is gebracht door wetenschappers – dat van een volwassen fruitvlieg. Om deze gedetailleerde beelden tot leven te brengen, waren wetenschappers van 146 laboratoria en 122 instellingen nodig in een project dat bekend staat als FlyWire, geleid door Princeton University. Als het in kaart brengen van de hersenen van dit kleine wezen klinkt als iets minder dan een buitengewone doorbraak, bedenk dan dat de 140.000 neuronen en de vele miljoenen synapsen die het project in detail beschrijft een buitengewone sprong betekenen ten opzichte van de hersenen van een worm (302 neuronen) en de larvale hersenen van een fruitvlieg (3000 neuronen) die wetenschappers eerder in kaart hebben gebracht. En hoewel het volledig in kaart brengen van een menselijk brein van ruwweg 86 miljard neuronen waarschijnlijk nog vele jaren op zich laat wachten, gelooft het team achter FlyWire dat hun project een formidabele stap kan zijn naar een beter begrip van hersenziekten zoals dementie, Alzheimer en Parkinson. Een gelukkig nieuw jaar 2025 gewenst.

This video features images of the largest and most complex brain ever fully mapped by scientists – that of an adult fruit fly. To bring these detailed images to life, it took scientists from 146 labs and 122 institutions in a project known as FlyWire, led by Princeton University. If charting the brain of this small creature sounds like anything less than an extraordinary breakthrough, consider that the 140,000 neurons and the many millions of synapses the project details mark an extraordinary leap from the worm brain (302 neurons) and the larval fruit fly brain (3,000 neurons) that scientists have previously mapped. And, while fully mapping a human brain of roughly 86 billion neurons is likely still many years from fruition, the team behind FlyWire believes that their project could represent a formidable step towards better understanding brain diseases such as dementia, Alzheimer’s and Parkinson’s.  (Aeon)

Nieuwsgierig? Bezoek flywire.au

https://flywire.ai/

FlyWire is a human-AI collaboration for reconstructing the full brain connectome of Drosophila. It is made possible by contributions from hundreds of scientists around the globe. The potential benefits of such a resource are immense - we can now make significant advances in our understanding of how the brain works by ultimately linking neuronal wiring with brain function. 
OA-AL2i1 neurons identified by Greg Jefferis and proofread through a combined 746 edits from members of Jefferis, Murthy, Seung Labs + citizen scientist Krzystof Kruk and Nseraf. Rendered by Amy Sterling for FlyWire.

En bezoek bijvoorbeeld:

https://www.nature.com/immersive/d42859-024-00053-4/index.html

As beautiful as it is complex, the fly’s brain has more than 130,000 wires with 50 million intricate connections (MRC Nature)

Wat begon in België na een bijeenkomst van fruitvliegspecialisten in Leuven eind 2017, leidde tot een wereldwijde samenwerking en de eerste volledige atlas van de fruitvlieg, een insect dat onmisbaar is geworden in het biomedisch onderzoek. De wetenschappelijke primeur verschijnt deze week in het vakblad Science. Professor bio-informatica Stein Aerts van VIB-KU Leuven was een van de leiders van het project. (Luc De Roy VRT Nws)

bezoek:

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/03/03/de-fruitvlieg-eerste-volledige-blauwdruk-van-alle-cellen-van-de/

De fruitvlieg, Drosophila melanogaster, speelt een hoofdrol in heel wat biologisch onderzoek. Fir0002/Flagstaffotos/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Pure verwondering, nadrukkelijke bewondering, ze bevangt je als je, als volslagen leek langs de wetenschappers het fruitvliegje als hoopvol studieobject wil signaleren bij het begin van een nieuw jaar. De nabijheid van hoop en dan kan liefde, of noem het vriendschap, ook niet ver weg zijn. Maar tegelijkertijd vermoed je dat joie de vivre toch eerder wortel schiet bij de zekerheid van een soort ‘welbevinden’ en ‘welstand’ en je hoort de echo’s van de Amerikaanse beurs en wie dan wel die nieuwe geneesmiddelen zal monopoliseren, kortom filosofie zonder bankkaart is nog steeds een eerder poëtische dan een geloofwaardige emotie, maar je bent maar een mens, nauw met het fruitvliegje verbonden wat lichamelijk wel en wee betreft.

PICASSO Pablo (1881-1973), La Joie de vivre, octobre 1946, Antibes,
 Ripolin sur fibrociment, 120×250 cm, Antibes, musée Picasso.


Dans la Joie de vivre (1946) de Picasso, la figure de la danseuse au tambourin, par exemple, devient ainsi tour à tour une figure allégorique de la Paix et du Bonheur, une bacchante antique, une figure fantasmée de la femme aimée, une représentation de Françoise Gilot, un exemple de la quête artistique insistante chez Picasso de la représentation du corps (la femme dénudée, la figure aux bras levés, le corps en mouvement), une forme contournée, déstructurée et bleuie, une danseuse inspirée d’un tableau de Poussin, une réponse aux femmes de Matisse … (ArtPlastoc)

POUSSIN Nicolas (194-1665), Le triomphe de Pan, 1635, huile sur toile, 134×145 cm, Londres, National Gallery

Probeer ik de begrippen nieuwjaar en Brussel te verenigen dan verandert de ‘joie de vivre’ al vlug in het wilde tafereel hierboven: Nicolas Poussin: ‘La triomphe de Pan’, al was dit tafereel blijkbaar toch ook de inspiratie voor Pablo’s ‘Bacchanale’ gemaakt in een nog niet zo vrolijke augustusmaand 1944.

PICASSO Pablo, Bacchanale, aquarelle et gouache, août 1944 (second état).

Dus noem een oorlog een oorlog, een begrip dat je helaas op diverse plaatsen in de praktijk kunt beschouwen, gruwelijke randverschijnselen inbegrepen. Hoop ik dus dat bij het verder bestuderen van het fruitvliegje er wegen onder het kleine schedeldakje worden gevonden waarin een vredevol bestaan bij mensen gestimuleerd zou kunnen worden, of kanalen die het primitieve denken ontwikkelen tot overleg en vredevolle gemeenschappelijke emoties.

Cheval caparaçonné et chevalier en armure. 1951. Musee Nat Picasso

Massacre en Corée. 1951 Musée national Picasso.

Het is een moeilijk mengsel. Verwondering en wanhoop. Het dubbelzinnige ook van ‘vuurwerk’. Je kunt ze makkelijk symboliseren, terugbrengen naar hun essenties. Maar de alledaagse praktijk vraagt meer. De onmacht van het woord als poging om te zeggen wat vrijwel niet te zeggen is.

HET WOORD

O moeder
van ons, kuddedieren,
seismogram
der mensenkaravanen,
bij wie zelfs
de god van abraham
beschutting zocht.

Een zeldzaam woord
schreef hij
op portieken
gaandeweg vervallen
door zijn donderpreken.

Geen mene tekel was het,
maar iets op kladpapier
waar adams naam
bij 'spraakgebreken' had gestaan:

een woord zo dun als eierschaal,
een woord
waar engelenzwermen
voor weken.

'Moeder,
het spreken
kan alleen langs jou,
-god zijn is een hondenbaan-
achter een resem heelallen
was het woord
als hartenkreet.

Gabriël zei:
het woord was bij god,
schrijf op, johan.

Gods goesting kennend
riepen de serafijnen:
'crêpe suzette,
dierenriemen,
kringgesprek,
ontkiemen!'

Mooie woorden
uit gods achtertuin, dat wel.
maar lederwaren
en kroonjuwelen
zijn dat ook.

of rinkelbel en
luizenkam.

'Moeder',
sprak hij nu luidop,
sprak
zijn verzwegen vrouwelijk wezen.

En
uit de diepten
van zijn rekwisieten
uit zijn eigen keizersnee
kwam
een jongen
zachtjes
als een offerlam:

het sneeuwde kindermeel.

Gods ouderpaar
zond een engel
voor een uitzendkracht;

zelfs al op weg
zei gabriël:
en het woord zal mens worden
en bij hen wonen.

Hoofdschuddend.

Als gods vrouwelijke kant
spreekt
kan men het ergste
maar vaak het beste vrezen.

Gmt

“Allegorie, de lijfelijkheid van een idee

Allegorie van de Dag. Jan van den Hoecke 1645-1655

Jan van den Hoecke is een Antwerpse schilder, tekenaar en ontwerper van wandtapijten. Mogelijk krijgt hij zijn eerste lessen van zijn vader Caspar van der Hoecke II (1595-1648). In het begin van zijn carrière is van den Hoecke een leerling van Peter Paul Rubens (1577-1640). Stilistisch is hij verwant met de grootmeester. Van den Hoecke zal de verworvenheden van de kunst van Rubens verbinden met het zeventiende-eeuwse Italiaanse classicisme.

(Barok in Vlaanderen)

Begin je onderaan links te tellen dan heb je, eens helemaal rond, twaalf putti geteld, de uren van de dag die zich rond de god Apollo bewegen op een stijgende, hangende en dalende manier. De tegenhanger, een allegorie van de nacht rondom Diana of Selene, (de maan) van dezelfde schilder.

Misschien een kopie van Pieter Thijs van een werk van Van den Hoecke (Beide schilders waren hofschilders in Wenen bij Leopold Wilhelm

De moderne combinatie van dag en nacht zou je bij M.C. Escher kunnen vinden.

Met Dag en Nacht laat Escher zijn unieke artistieke visie op het Nederlandse polderlandschap zien. Het is een van zijn eerste op vlakvulling gebaseerde houtsneden; een compositie waarbij figuren zich herhalen en transformeren tot nieuwe vormen. Akkers worden vogels, dag wordt nacht. (Fries Museum)
M.C. Escher ‘Dag en Nacht’ (klik op onderschrift om te vergroten)

Neem ik je mee naar Gent, MSK, naar een schilderij van Léon Frederic (1856-1940) ‘Allegorie van de nacht’. Olieverf op doek. 70cm x 54,5cm

De allegorie van de nacht is geïnspireerd op de Griekse mythologie waarin de Nacht voorgesteld wordt als een gesluierde vrouw. Zij is de moeder van een tweeling, de Slaap en de Dood, hier weergegeven door twee naakte kinderen. Mogelijk zinspeelde Léon Frédéric ook op een andere traditie in de West-Europese kunst. De slapende kinderen verbeelden dan de Ochtend en de Avond, nog niet gewekt uit de intense verbondenheid met hun moeder, de Nacht. Frédéric wist hier zijn belangstelling voor de weergave van droombeelden te verbinden met de kunst van de door hem zo bewonderde Italiaanse renaissance. Zowel de scherpte van de uitvoering als het raffinement waarmee hij de transparante stoffen schilderde, herinneren aan schilderijen van Botticelli, wiens werk hij leerde kennen op zijn studiereizen naar Italië. (Museum voor Schone Kunsten Gent)

Van deze schilder vind je drie afleveringen in ‘In de stilte’, te beginnen met:

“De mens is deze nacht, dit lege niets, dat alles in zijn ongescheiden eenvoud bevat: een rijkdom van een oneindig aantal voorstellingen, beelden, waarvan geen enkele hem klaar voor de geest komt, of die er niet zijn als iets werkelijk tegenwoordigs. Het is de nacht, de innerlijkheid van de natuur, die hier bestaat: het pure persoonlijke Ik. In fantasmagorische voorstellingen is het overal nacht: hier duikt plotseling een bloedend hoofd op, daar een witte gestalte; even plotseling verdwijnen ze. Het is deze nacht die men ontwaart wanneer men een mens in de ogen kijkt: dan dompelt men zijn blik onder in een nacht die ontzettend is; het is de nacht van de wereld die tegen ons aan hangt.”

G.W.F. Hegel

Allegorie van de nacht. Annibale Carracci.

En of wij dan echt in een ‘spektakelmaatschappij’ leven? We hebben het onderwerp al meer dan één keer geciteerd, Guy Debords ‘spektakelmaatschappij en hier doet Frank Vande Veire het in ‘De nacht straalt in een meisjesoog’ (Over Hegels’ einde van de kunst in de Witte Raaf van sept-okt 1995, editie 57.)

"De tweede zin van “La société du spectacle”, Guy Debords kritische analyse van de spektakelmaatschappij, is exemplarisch voor deze avant-gardistische kritiek op de voorstelling. Ze luidt: “Al wat direct werd geleefd, heeft zich in een voorstelling verwijderd”. Dit suggereert dat er ooit een tijd was waarin de mens het leven werkelijk leefde en dat hij zich nadien ervan heeft vervreemd in allerlei levenloze voorstellingen waarin hij nu afgescheiden van zichzelf leeft; tevens dat het de bedoeling is van elke revolutionaire praxis, politiek of esthetisch, dat de mens zich zijn ontstolen leven weer zou toeëigenen. Als consequent marxist en hegeliaan ziet Debord uiteindelijk slechts heil in de (zelf)opheffing van de kunst, die in deze optiek het domein is waar de voorstelling, zich bewust wordend van haar valsheid, zichzelf tenietdoet."

Lees zelf verder:

L’Aurore Schilderij door Jean Baptiste Champaigne (1631-1684) (ec.flam.) 1668

allegorie

Etym: Gr. allos = anders, oneigenlijk; allègoria = beeldspraak < allègoreein = in beelden spreken.

Vorm van beeldspraak die een hele zin of meerdere zinnen wordt volgehouden, in tegenstelling tot de metafoor, waarbij één woord door een beeld wordt vervangen. In de lyriek bijv. kunnen metaforen en vergelijkingen op elkaar voortbouwen en daardoor in elkaar vloeien tot één beeld. Vandaar ook de benaming uitgewerkte metafoor (Fr. métaphore filée, métaphore continuée; Du. durchgeführte Metapher; Eng. extended metaphor). Een dergelijke allegorische beeldspraak betreft gewoonlijk slechts een onderdeel van een tekst, maar kan ook door een heel gedicht heen aangehouden worden. Een voorbeeld is het uitgewerkte natuurbeeld in het gedicht ‘Ic was in mijn hoofkijn om cruit gegaen’ van Zuster Bertken (1426 of 1427 – 1514), waar het hofken staat voor de ziel; de distels, doornen en een opgeschoten boom voor de zonden, de tuinier voor Jezus, de lelie voor onschuld en zuiverheid, en de rode roos voor de goddelijke liefde.

Wanneer de allegorische beeldspraak in het hele werk wordt volgehouden, wordt ook het complete werk een allegorie genoemd. De term kan dus zowel een stijlmiddel als een genre aanduiden. Het interpreteren van een allegorie of van een allegorische tekst noemt men allegorese. (algemeen letterkundig lexicon 2012-…)

Allegorie op der zeven standen Onbekende Meester. 17de eeuw Klik om onderschrift om te vergroten.

Allegorie op de zeven standen

Van links naar rechts staan opeenvolgend de paus, de keizer, de edelman, de jurist, de boer, de handelaar, de dokter en de dood uitgebeeld. Onder elke figuur staat een inscriptie die hen in de mond wordt gelegd. Ze staan of zitten bij een open graf. Dergelijke allegorieën illustreren dat alle standen gelijk zijn voor de dood. Doorgaans worden slechts vier standen voorgesteld waardoor ze vaak aangeduid worden als De Vier Standen of De Vier Waarheden. Het thema knoopt aan bij de traditie van de Memento Mori en de laat-middeleeuwse Dodendans, waar men vertegenwoordigers van verschillende standen en leeftijden met de dood confronteerde. Naast de moraliserende strekking wordt hier ook op schertsende wijze de maatschappelijke verhoudingen en de handelswijze van bepaalde mensen in beeld gebracht waardoor het schilderij een sociaal-politieke betekenis krijgt. Baron P. Frédéricq legateerde op 23 maart 1921 dit schilderij aan het museum.
(STAM Museum Gent City Museum. )
Allegorie van de ijdelheid. 1654 Antonio de Perada y Salgado

“Je kunt ‘de Allegorie’ fraai en esthetisch noemen, maar in Frankrijk was er al tijdens het leven van de bekende schilder Eugène Delacroix (1798-1863) toch enig protest te horen. In haar artikel ‘Allegorie als kritiek -De allegorische werken van Eugène Delacroix schrijft Marijke Jonker:

De allegorie was in Delacroix’ tijd een omstreden genre. Het zeventien-de-eeuwse Franse classicisme had de allegorie in de genre hiërarchie nog boven de historieschilderkunst geplaatst.
Achttiende-eeuwse theoretici veroordeelden de allegorie omdat die teveel een beroep deed op het intellect, in plaats van op het oog en het gevoel van de beschouwer. Het begrip symbool werd geïntroduceerd als tegenhanger van allegorie. Goethe is de belangrijkste theoreticus van dit nieuwe symbool begrip. Voortbouwend op de door onder anderen Lessing en Winckelmann gewekte aandacht voor de esthetische waarde van de klassieke beeldhouwkunst, stelde Goethe dat bij een symbolische voorstelling schoonheidservaring en intellectueel begrip niet te scheiden zijn. Reynolds bleef, als een der weinigen, de allegorie verdedigen, maar meer vanwege haar decoratieve dan vanwege haar intellectuele waarde. “

Marijke Jonker studeerde kunstgescbiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zij promoveerde daar in 1994 op het proefschrift Diderot’s shade, the discussion on ‘ut pictura poesis’ and expression
in French art criticism, 1819-1840 (Ann Arbor,UMI, 1999). Zij is werkzaam bij het Tropenmuseum.)
La Liberté guidant le peuple, 1830, olieverf op doek, 260 x 325 cm, Louvre, Parijs Klik op onderschrift om t vergroten.

“Delacroix’ onderwerpskeuze is van het begin af aan gedurfd: een scène uit Dantes Divina Commedia, het lot van de slachtoffers van de massamoorden die de Turken tijdens de Griekse Vrijheidsoorlog aanrichtten op het eiland Chios, de dood van de Perzische tiran Sardanapalus, de executie van de doge Marino Faliero. In deze vroege werken zien we al zijn neiging om zich niet vast te leggen op één stijl, maar bij ieder onderwerp terug te grijpen op de trant van een kunstenaar of school die naar zijn mening het beste bij het onderwerp paste.

Vanaf het begin van Delacroix ’ carrière zien we ook belangstelling voor de allegorische voorstelling. Deze bood de schilder meer dan de historie-schilderkunst de gelegenheid om problemen en ideeën die hem sterk bezighielden met zijn publiek te delen zonder dat hij zijn toevlucht tot sentiment en overduidelijke didactiek hoefde te nemen. (ibidem)

De mannelijke metgezellen van de Vrijheid, haar geweer en haar muts met driekleurige kokarde benadrukken haar eigentijdse en volkse karakter. Weer verbindt Delacroix allegorie en contemporaine geschiedenis naadloos met elkaar. Zijn gebruik van de allegorie is sinds Het stervende Griekenland gewaagder geworden en zijn kritiek op de school van David duidelijker. Hij stelt het onbetamelijke naakt van een volksmeisje tegenover de verbloemde erotiek van de op Griekse godinnen-beelden gebaseerde, onbereikbare vrouwen die de school van David afbeeldt.

Het artikel is te raadplegen via:

Eugène Delacroix, Women of Algiers, c. 1832–34, oil on canvas, 46 x 37.8 cm (Musée du Louvre, Paris, photo: Steven Zucker, CC BY-NC-SA 2.0)

En hier is dan het onderwerp een heuse portret van drie vrouwen uit Algiers in hun dagelijks doen en laten, weg van de symboliek, dichtbij de werkelijkheid van alledag. Een alledag in Algiers uiteraard.

Zelfs met muziek tot in detail te bekijken:

En deskundig gerestaureerd is het te bewonderen (met vakkundige toelichting) via onderstaande link:

https://www.louvre.fr/expositions-et-evenements/evenements-activites/les-femmes-d-alger-d-eugene-delacroix

Een minnares en muze van Picasso, Françoise Gilot, vertelde later dat Picasso werkelijk geobsedeerd was door het werk van Delacroix en vooral dan door ‘Les femmes d’Alger’. Ook Picasso’s bekende ‘Les demoiselles d’Avignon’ werd erdoor geïnspireerd. Gilot: ‘Haast een keer per maand gingen we samen naar het Louvre waar hij het doek van Delacroix kon bestuderen. Ik vroeg hem toen wat hij van Delacroix dacht. Zijn ogen vernauwden tot fijne spleetjes. “De smeerlap. Hij was echt goed,” zei Picasso toen.’

Het doek werd (11 mei 2015) geveild voor 179,3 miljoen dollar (160,8 miljoen euro). In 1997 was het doek ook geveild. Toen bracht het ‘slechts’ 32 miljoen dollar op. De eerste eigenaars waren de Amerikaanse verzamelaars Victor en Sally Ganz, die het werk in 1956 kochten van Picasso’s galerijhouder Daniel Kahnweiler. Zij telden 212.500 dollar neer.

(Bart Dobbelaere De Standaard 12 mei 2015)

Eugène Delacroix, Self-portrait in a green vest (detail), 1837, oil on canvas, image CCØ

Het lag voor de menselijke hand dat een allegorie, met enig deskundig ingrijpen, het makkelijk tot ‘spotprent’ brengt.

Allegorie op Oliver Cromwell. Spotprent op Cromwell, 1652. Uytbeeldinge van de Hoogmoedige Republijk van Engelandt, Mitsgaders een Prognosticatie van den wijt vermaerden D. Nosterdamus, al over de 60. Jaren van hem voorseydt, noopende den Oorlog tusschen Engelandt en Hollandt (titel op object)
Spotprent op Cromwell en de Engelsen in de Eerste Engelse Oorlog, 1652. Oliver Cromwell wordt door een geldstukken schijtende griffioen of roofvogel gekroond met een kroon met pauwenveren. Hij houdt de Fransman in bedwang onder de arm, en haalt met de andere hand de ingewanden uit de buik van een vermoorde Hollander, tussen zijn benen smeken de Schot en de Ier om genade. Op de achtergrond kleine voorstellingen van aanleidingen tot de oorlog: het verkopen van geroofde goederen, de onthoofding van koning Karel I en twee voorspellingen: de vernietigng van de Engelse vloot door branders en de aanval op de Engelsman door de Hollandse Leeuw met behulp van de Schot, de Fransman en de Ier. Op het blad onder de plaat een vers in 4 kolommen en de legenda A-L. (wikimedia)
Apodichtische Waaren, allegorie op de filosofie van Kant (1774-1833). Jacob Smies (Nederlander 1785-1833)
Spotprent op de filosofie van Kant. In een drukke apotheek wordt rechts een menselijk geraamte onderzocht en uiteengenomen; in het midden worden in een grote kolf filosofie-boeken omgekookt tot `abrakadra'.

bezoek:

https://www.rijksmuseum.nl/en/collection/RP-T-1897-A-3489

En tenslotte een Allegorie op het zondige leven, onbekend kunstenaar. Zeg niet dat we je niet gewaarschuwd hadden. Gelukkig nieuw jaar, met veel schoonheid, goed gezelschap en deugddoende stilte.

Allegorie op het zondige leven 1530

Kopprent: 5. August 1772 - Polen-Litauen wird im Petersburger Vertrag erstmals geteilt

“We zullen de Europese beschaving naar de arme Irokezen brengen.” In zijn brieven aan Rusland en Oostenrijk bouwt Frederik II het propagandabeeld op van een hoognodige missie tegen Polen-Litouwen - door middel van een kleinerende vergelijking met de zogenaamde Indianen van Noord-Amerika. Voor de Pruisische koning zijn de Polen “een onbegrijpelijk volk” dat “diep in barbarij en domheid ligt”.

Tegelijkertijd pleitte hij in zijn diplomatieke correspondentie met Sint-Petersburg en Wenen voor een nieuwe strategie om oorlog te vermijden. De grootmachten zouden hun onderlinge conflicten niet langer op het slagveld moeten beslechten, maar over de ruggen van zwakkere landen.

Geschiedenis, zei u?

Dimensies in de picturale vertelling: Cosimo Tura (1430-1495)

The Flight into Egypt
Cosmè Tura (Cosimo di Domenico di Bonaventura) Italian

1470s

De sympathieke zanger Will Tura heeft in de kunstgeschiedenis een hier te lande niet zo bekende Italiaanse naamgenoot: Cosmè Tura, (Cosimo di Domenico di Bonaventura) eertijds schilder aan het hof bij de hertogen van Ferrara. Dit rondel behoort bij een serie van drie die het vroege leven van Christus voorstellen.

An artist of incomparable fantasy and expressive power, Tura was court painter to the dukes of Ferrara. This scene depicts a weary Holy Family fleeing to Egypt after receiving a warning that King Herod was seeking to kill the infant Jesus. This roundel belongs to a series of three showing the early life of Christ. The series may come from the base (predella) of an altarpiece, possibly Tura’s impressive Roverella Altarpiece, the central panel of which is in the National Gallery, London. The nervous, calligraphic line and mystical-seeming landscape are typical of the artist.  (The Met)

Iconische afbeeldingen van het Christuskind met zijn moeder zijn heel gebruikelijk in de Italiaanse kunst, maar andere scènes uit Jezus’ kindertijd zijn aanzienlijk zeldzamer. Een klein paneel van Cosimo Tura verbeeldt de Vlucht naar Egypte, toen Jozef, Maria en het kindje Jezus in veiligheid vluchtten voor Herodes’ massamoord op jonge kinderen dankzij de waarschuwing van een engel. De vreemde houding van het slapende kind, met zijn hand in zijn zij en zijn benen strak gekruist, loopt vooruit op het einde van zijn aardse leven en de toestand van zijn lichaam na de kruisiging. (Sorabella Jean. “The Birth and infancy of Christ in Italian Painting.”)

Cosimo Tura. Pietà circa 1460

Hetzelfde kind, bijna in dezelfde houding. Dezelfde moeder. Het werk vertegenwoordigt een traditionele iconografie, die van het Vesperbild, enigszins herzien, waarbij de dimensie van pijn wordt gesublimeerd. Maria zit op de rand van het gewelf, in het midden van de compositie, en houdt het lichaam van haar dode zoon vast; de Calvarieberg bevindt zich op de achtergrond. De picturale kwaliteit is zeer hoog, op sommige punten is de onderliggende tekening zichtbaar die direct op de gipslaag is gemaakt, en er is een verstandig gebruik van lakken en olieglazuur te bewonderen. Het werk is rijk aan symbolen en betekenissen, waarvan de meest merkwaardige zich links van de kijker bevindt: in de hoek, bij een ruïneuze kleurval, zie je een aap op de top van een boom die herinnert aan de inferieure aard van de mens in vergelijking met het goddelijke. (hier verborgen) Stilistisch is het dus volledig in lijn met de Ferrarese schilderkunst van de late vijftiende eeuw, tussen Scandinavische invloeden en de interpretatie van de nieuwigheden die Andrea Mantegna in het nabijgelegen Padua initieerde.

Cosmé Tura Dode Jezus door engelen vastgehouden. klik op onderschrift om te vergroten

Je hoort het verdriet van de engelen, hun geschilderd verdriet is van een intensiteit die al de de zintuigen inschakelt. Kijk naar de weg gedraaide rechterhand, de totale machteloosheid. Helemaal rechts de vrouwen die onder het kruis stonden. Maar ik kan je ook mee naar de tuin nemen.

Madonna in de tuin. circa 1452. olie op paneel

Deze jonge vrouw, een madonna, haar handen niet gevouwen, maar de uiterste vingers vormen bijna een beschermend dakje boven het slapende kindje. (kijk naar zijn voetjes), rustend met het hoofdje op zijn linkerhandje. De intensiteit van de donkere mantel, het donkergroen kinderkleedje en het zichtbare deel van het felle rode kleed laten je de gesloten ogen van moeder en kindje begrijpen. Hemelse rust.

Cosimo Tura. Een Muze (Calliope?) Klik op onderschrift om te vergroten. 1460 ei-tempera op paneel
Kalliope (Grieks: Καλλιόπη) is een dochter van Zeus, en een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'met de mooie stem', en ze was de muze van het heroïsch epos (heldendicht), de filosofie en de retoriek. Haar attributen zijn de schrijftafel en schrijfstift, alsmede de perkamentrol en de bazuin. Soms kan dit ook veranderd worden in een krans van goud of laurier. Kalliope had twee zonen, Linos en Orpheus. Ze komt onder andere voor in de aanhef van Vergilius' Aeneis.  (Wikipedia)

Dit is duidelijk een dame die in de hemelse als in de aardse gewesten thuis hoort. Haar linkerhand bevallig maar stevig op de knie waar de binnenkant van haar mantel mooi contrasteert met de zachte tinten van haar kleed. Een schittering van goud en verfijnde edelstenen met gesneden decoratie decoreren haar marmeren troon. Ze kijkt dromerig weg van ons terwijl ze bevallig een tak kersen in haar hand houdt. Maar…Is er meer aan de hand? Waren in tijden van de beginnende Renaissance ‘de Muzen’ zo onschuldig inspiratief als ze werden voorgesteld? Kijk en luister naar deze boeiende video ‘Why were the Muses considered to be dangerous?

Misschien was ‘een veilige verbeelding’ meer bij heiligen dan bij muzen thuis? Je kon de afbeelding van een rechtschapen man, vrouw in iedere publieke ruimte thuis tonen terwijl muzen en godinnen wellicht eerder in de privésfeer van een studeerkamer hoorden?

Cosimo Turan Sint Christoffel 1884

Hij die de reiziger veilig over de diepe rivier brengt. Sint Christoffel. Hij bood zijn diensten aan om mensen over de rivier te dragen.

Op zekere dag moest hij een klein kind de rivier over tillen. Terwijl hij daarmee bezig was werd het kind echter zwaarder en zwaarder, totdat Reprobus bijna bezweek en tot zijn schouders in het water stond. Toen openbaarde het kind zich als Christus en doopte Reprobus in de rivier. Zijn doopnaam werd Christoffel, Christusdrager. Jezus liet Christoffels staf groen uitlopen en zond hem weg om het evangelie te prediken. Ook in deze legende wordt hij uiteindelijk gemarteld en onthoofd. Dit is in het Westen het bekendste verhaal.  (wikipedia)
Cosmè Tura. Sint Jan, de evangelist op Patmos Klik op onderschrift om te vergroten 1470

Dit mooie schilderij kun je in het Thyssen-Bornemisza Museum gaan bekijken. (Spanje)

Het schilderij toont Johannes de Evangelist op het eiland Patmos, waar hij de Apocalyps schreef. De heilige is te herkennen aan zijn adelaar, die met uitgestrekte vleugels op zijn arm rust, en aan het boek dat hij vasthoudt. Hij denkt na of rust uit in plaats van te lezen, leunend tegen een kale rots. De scène speelt zich af in een desolaat landschap van scherpe rotsen die oprijzen uit een verlaten vlakte. (Hij was door de Romeinse keizer naar het onherbergzame eiland verbannen!)

De stijl is kenmerkend voor de Ferrarese schilderkunst, die werd beïnvloed door Mantegna en Piero della Francesca. De invloed van Mantegna stimuleerde Tura’s soberheid, waardoor een strenge en hoekige stijl ontstond met harde metalen contouren en een briljant oppervlak, typische kenmerken van de Ferrarese school. (Web Gallery of Art)

Terpsichore (Grieks: Τερψιχόρη) is een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'Zij die graag danst', en ze is de muze van de dans en de lyrische poëzie, en de beschermvrouwe van het koor. Haar attribuut is de lier.

Verbonden door dunne sluiers waaruit Terpsichore enkele verfrissende druppels op het hoofd van de eerste kleine danser laat vallen. De tweede loert naar ons. De derde kijkt ons aan en houdt de wijsvinger van de Muze vast. Terpsichore is een geduldige jonge vrouw. Mooie combinatie van haar feestelijke kledij en de naakte dansertjes. Het is lente. Tijd voor muziek, en…liefde!

Hier was je in het Palazo Schifanoia (“schifare la noia: ontsnappen aan de verveling!) van de Este familie, heersers in Ferrara, waar hij met schilder Francesco del Cossa, zijn vroegere leerling, een maanden-cyclus op de muren achterliet, een pracht van allegorische afbeeldingen, waarin de twaalf maanden van het jaar het decor zijn. (gedeeltelijk hersteld in de 20ste eeuw.) Kijk naar een gedeelte van de allegorie van april waar de drie gratiën op bezoek zijn.

Ongelukkig met het feit dat hij per vierkante meter werd betaald voor zijn werk voor hertog Borso en klagend dat hij hetzelfde kreeg als de “slechtste schilder van Ferrara”, verliet Cossa Ferrara in 1470 voor Bologna.

Madonna dello Zodiaco

De Madonna van de dierenriem (Italiaans – Madonna dello Zodiaco) is een ca. 1459-1463 tempera op paneel schilderij van Cosmè Tura, genoemd naar de deels verdwenen gouden omtrek van een dierenriem achter de Madonna, een toespeling op de rol van Christus als “chronocrator” (heer van de kosmische tijd). Het bevindt zich nu in de Gallerie dell’Accademia in Venetië.

Behind Mary, who looks at her sleeping son with a sweet expression, we see one zodiac outlined in gold (partly lost), which alludes to Christ's role as "chronicler", that is, lord of cosmic Time. The signs of Aquarius and Pisces are particularly recognizable, while others have been lost. Mary wears a blue cloak, a red robe and a white veil on her head, embossed with metallic folds as typical of the artist's style. Everything is illustrated with a precise graphic sign and with "enameled" effect colors.

Gedurende de veertiende eeuw volgde in Europa de bedreigingen elkaar op: rampzalige oogsten, oorlogen en de pest zorgden voor lange zwarte perioden, de laatste stuiptrekkingen van de middeleeuwen. Ondanks deze tegenslagen liet Europa zich niet uit het veld slaan en wist mede dankzij de eerder opgezette handelsroutes de welvaart te herstellen. Vooral het geëmancipeerde Italië bloeide op wat ook van invloed was op de culturele interesse. Hierdoor ontstond er een nieuw wereldbeeld waarin de mens en niet langer God centraal stond. Kunstenaars vonden dat ze de geest van de klassieke oudheid vertegenwoordigden en deze een nieuw leven in moesten blazen. Met dit gedachtegoed ontstond er een herbeleving van alle kunsten en wetenschappen die in de Oudheid gebloeid hadden. Hier komt de naam wedergeboorte, renaissance, vandaan.

Cosmè Tura. De aanbidding van de Wijzen

Quel che subiace a' ben dell'intelletto
tanto mensi subiace alla fortuna.
Et lui non e subieto
al ben o'l mal dove virtu s'aduna
non cielo non stelle o luna
non a forza o poter sopra colui
che vince se per superare altrui

The one who has gained a good intellect
is the one who gains good fortune
And he is not subject
to good or ill where virtue is concerned.
Not heaven nor stars nor moon
has power over him
who, while winning, overcomes himself.

Happy times, misery and unhappiness
for the wise one is undisturbed...
Cosimo Tura Allegory of April (detail)

Lees ook:

Een paard door vleugels bevlogen, een kortverhaal

Pegasus, and his companion Bellerophon. 16th.century Italian bas relief. marble….

Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.

Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius. Jan Boeckhorst. 1650-1654

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.

Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Bellerophon as founder of Aphrodisias

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

Bellerophon Riding Pegasus – Giovanni Battista Tiepolo

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.

Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.



Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)

Lees meer:

https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story


Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.

What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’


Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.


A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.


Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.


Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.


Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.


Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.


The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.

The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)

Schilder en konstig teekenaar met Crajon: Wallerant Vaillant (1623-1677)

Wallerant Vaillant: Zelfportret met helm

Geboren in Lille (Rysel) in 1623 als oudste van vijf broers, zonen van een linnenkoopman, kwam hij en de zijnen naar Antwerpen om er bij Erasmus Quellinus II het schildersvak te leren. Hij is dan zestien. Een overzicht van de broers die allen succesvolle schilders werden.

  • -Jacques (1625–1691) traveled to Italy where he joined the Bentvueghels in Rome with the nickname Leeuwrik, and settled later in Berlin.
  • -Jan (1627–1668+) was an engraver considered to be a member of the school of Frankenthal and later became a merchant in Frankfurt.
  • Bernard (1632–1698) accompanied Wallerant on all of his travels, and settled later in Rotterdam, where he became deacon of the Wallonian Church.
  • Andreas (1655–1693), the youngest, became an engraver in Paris, and died in Berlin visiting his brother Jacques.

In 1645 vertrekt Wallerant Vaillant naar Amsterdam.

Jongen met een valk. Wallerant Vaillant

Amsterdam était au xviie siècle plus qu’une ville. Située en bordure de mer, elle commerçait avec le monde. Elle avait supplanté le grand centre économique du xvie siècle, Anvers, qui avait perdu après le blocus de 1585 sa fonction d’entrepôt pour l’Europe du Nord, au bénéfice du port d’Amsterdam. Elle devait sa puissance à son organisation politique, à sa flotte et à la prospérité de ses grandes entreprises commerciales : la Compagnie des Indes occidentales souvent désignée par le sigle WIC et la célèbre VOC  (Vereening de Oostindische Compagnie), seule autorisée à naviguer vers l’Orient. Facteurs de progrès, ces entreprises contribuaient au pouvoir civilisateur du négoce. À leur tête se trouvaient de riches négociants, tous membres du gouvernement municipal, qui se fortifiaient chaque jour des finances, de la réussite économique et du grand nombre de leurs vaisseaux. La Fondation Van Loon à Amsterdam abrite dans sa collection cinque portraits signés de notre artist. (Nadine Rogeaux-Revue du Nord)
Wallerant Vaillant (1623-1677),Portrait of Emmerentia van Loon – Van Veen, 1667
Museum Van Loon., Amsterdam

Tussen 1656 en 1665 is Wallerant actief in Heidelberg, Frankfurt en Parijs. In Duitsland doet hij de techniek van de mezzotint op. Deze uitzonderlijke graveertechniek is vermoedelijk uitgevonden door Ludwig von Siegen, naar een hoger plan getild door Ruprecht van de Palts en vervolmaakt door Vaillant, die Van de Palts in Duitsland ontmoet.

Korte uitgelegd: een koperplaat wordt met een wiegijzer voorzien van een ontelbare reeks putjes. In dit opgeruwde oppervlak wordt de voorstelling gegraveerd, en kunnen delen weer wat gladder worden gemaakt, om halftinten te creëren. Hierdoor lijkt de afdruk meer op een schilderij dan met de vroegere prenttechnieken mogelijk is. Vaillant beheerst deze techniek, ook wel ‘zwartekunst’, als geen ander. (Museumtijdschrift)

Wallerant Vaillan. Hert gezin van de kunstenaar Mezzotint

Bij de mezzotint wordt eerst de hele koperplaat geruwd met een zogenoemd wiegijzer (berceau), een instrument met een waaiervormige, gekartelde kop die rijen putjes en braam op de koperplaat achterlaat. Op het min of meer ruwe oppervlak hecht later de inkt, waarmee de plaat geheel wordt bekleed, waarvandaan de benaming zwarte kunst. Dan wordt bijvoorbeeld met rood krijt de tekening overgebracht op de plaat. Om een voorstelling aan te brengen worden sommige delen van de geruwde plaat met een schraapijzer (polijststaal) glad gemaakt. Op die plekken pakt de inkt niet meer evenredig en ontstaan dus bij de afdruk de lichte partijen. Door meer of minder te polijsten is het mogelijk om verschillende grijstonen, ofwel halftonen, te bereiken, vandaar de naam mezzo (half) tint. Het een en ander is afhankelijk van de bekwaamheid van de graveur/kunstenaar. De techniek maakt vloeiende overgangen mogelijk tussen de verschillende grijstonen. Daardoor maken de afdrukken een fluwelige indruk. (wikipedia)

Wallerant Vaillant Moeder met drie kinderen. Mezzotint

Wallerant Vaillant. Moeder met drie kinderen . Merk de schikking hierboven als spiegelbeeld.

Mezzotint is een diepdrukproces waarvan de afdrukken worden gekenmerkt door zachte tonale gradaties en mooie diepzwarten, alsof het een clair-obscur is. Geen andere etstechniek is in staat zulke fluwelige en genuanceerde tonen te produceren. Het is een grafische techniek waarmee je heel gedetailleerd kunt werken en heeft als voordeel dat je geen ets zuur moet gebruiken om het koperplaatje in te bijten.
Nog een groot verschil met andere etstechnieken is dat men begint met een zwarte basis, een geheel geruwde koperplaat, waarin de grijstinten worden gekrast en gepolijst tot het wit. Het ingekraste beeld ontneemt op die manier de overdracht van inkt bij het afdrukken, het is dus een negatief procedé.
Het woord Mezzotint is afgeleid uit het Italiaanse “mezzo-tinto”, dat midden toon of half toon betekent. De Mezzotint techniek wordt ook wel “la manière noire” of “English print” genoemd.

Xallerant Vaillant. Een vrouw die een peer schilt. (De mezzotinten komen uit de collectie van het museum Boijmans van Beuningen)

Vaillant (1623-1677) kwam uit Lille en was opgeleid in Antwerpen; zijn vader verhuisde met het hele gezin in de jaren veertig naar Amsterdam, waar Wallerant in 1645 in de ­Waalse Gemeente werd ingeschreven. Hij verbleef daarna ook in Middelburg, Heidelberg en Frankfurt, in welke laatste plaats hij portretten tekende en – mogelijk dankzij prins Ruprecht van de Palts – kennismaakte met de mezzotint, een fascinerende grafische techniek.

Anders dan bij gravures en etsen, waarbij een groef in een koperplaat wordt gemaakt die inkt vasthoudt en in druk een lijn op het papier levert, wordt bij mezzotint eerst de hele koperplaat opgeruwd, een tijdrovend proces. Zou je die ruwe plaat ininkten, dan kreeg je een compleet zwarte afdruk. De kunstenaar schraapt echter voorzichtig de delen weg die hij wit of in een tint grijs wil hebben. Op de gladde delen pakt de inkt niet meer, op de halfgladde ontstaan lichtere partijen. Op een mezzotint is – anders dan bij gravure en ets – veel minder ‘lijn’ te zien, de techniek geeft veel meer mogelijkheden voor zachte, vloeiende gradaties van wit en zwart. Mezzotinten geven vaak de indruk dat ze met zwartkrijt getekend zijn, of met roet – vandaar de bijnaam ‘zwarte kunst’. Ze zijn heel geschikt om kopieën naar schilderijen te maken, en dat was een lucratief bedrijf, in die jaren. Na een periode in Parijs keerde Vaillant in 1665 terug in Amsterdam. Hij zou naast zijn andere werk zo’n tweehonderd van dit soort prenten maken.

Uit ‘Zwarte Kunst een artikel van Koen Kleijn 27 november 2024. De Groene Amsterdammer nr 48

Wallerant Vaillant, Zelfportret, 1678 – 1726. Mezzotint, 261 mm × 192 mm © Rijksmuseum

Vaillants schilderijen, tekeningen en grafische werken zijn van 4 oktober 2024 tot en met 5 januari 2025 in Museum Van Loon te zien. De tentoonstelling, samengesteld in samenwerking met portretspecialisten Rudi Ekkart en Claire van den Donk, is de eerste in Nederland die het oeuvre van Vaillant bij een groot publiek onder de aandacht brengt. Vaillant is niet de eerste kunstenaar die door Museum Van Loon opnieuw voor het voetlicht wordt gebracht: eerder organiseerde het museum tentoonstellingen over Adolf Pirsch (1858-1929), Philip Alexius de László (1869-1937), Thérèse Schwartze (1851-1918) en Adriaan de Lelie (1755-1820). De loop van de geschiedenis zorgt ervoor dat sommige kunstenaars boven komen drijven en andere vergeten worden, niet altijd terecht. Met deze reeks tentoonstellingen toont Museum Van Loon het werk van vergeten kunstenaars die het verdienen om gehoord en gezien te worden. (Museum Van Loon) Bezoek:

https://www.museumvanloon.nl/

Wallerant Vaillan. Meisjesportret

In 1876 beschrijft het Biografisch Woordenboek der Nederlanden in deel 19 zijn leven als volgt:

“VAILLAN (Wallerant), halve broeder van de vorigen uit Maria Warlop. Hij werd den 30sten Mei 1623 te Rijssel gedoopt, en spoedig als leerling geplaatst bij den beroemden hofschilder Erasmus Quellinus, onder wiens leiding hij spoedig een bekwaam portretschilder werd en tevens een kunstig teekenaar met crayon. Tijdens de krooning van keizer Leopold begaf hij zich naar Weenen en vervaardigde diens portret. De sprekende gelijkenis en fraaiheid van bewerking, bewoog een menigte hovelingen, ambassadeurs en edellieden zich door zijne hand te laten portretteren. Van hier begaf hij zich met den maarschalk de Grammont naar Parijs, waar hij de afbeeldsels der koningin, koninginne-moeder, van den hertog van Orleans en vele andere grooten vervaardigde en keerde vervolgens, na eene afwezigheid van 4 jaren, naar de Nederlanden terug, werd hofschilder van Willem Friso, stadhouder van Friesland, overleed te Amsterdam, waar hij zich had gevestigd, ongehuwd den 28sten Augustus 1677 en werd den 2den September in de Walen kerk begraven. Er bestaat een zilveren penning op zijn dood.” ( zie onderaan)

“Den dach des Doots is beter als den Dach der geboorte”

De titel van deze bijdrage komt uit: 'De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen' (3 delen) door Arnold Houbraken. Oorspronkelijk verschenen in 1753.  De eerste druk stamt uit 1718.
Zelfportret met tulband

3 Poems from Kenyatta Rogers (USA)

Ik hoor je zuchten: ‘Jaja, in het wilde weg!’ En dat ‘wilde-weg’ mag je best noteren, of zou je tevreden zijn met ‘uitwaaieren’? Weg uit het besloten kamertje in je hoofd waar je nu al jaren lang… Of pleit ik gewoonweg voor ‘de associatie’ als denkoefening, als methodiek om met dat ‘associëren’ een poging te ondernemen om uit het muffe van mijn beperkt ego te ontsnappen? In het Anoniem Algemeen letterkundig lexicon wordt ‘associatie’ helder beschreven als:

associatie
Term uit de literaire kritiek, bekend geworden door S.T. Coleridge (1772-1834), waarmee wordt aangegeven dat ideeën of voorstellingen elkaar intuïtief kunnen oproepen in het bewustzijn. Vaak gaat het daarbij om woorden of woordgroepen die dat verband bereiken door formele of semantische (deel)overeenkomsten. Zo kan een deelvoorstelling een geheel oproepen, zoals in de stijlfiguur van het pars pro toto. Een zintuigelijke waarneming kan verbonden worden met iets uit het verleden. Daarbij kan men denken aan de madeleine van Proust, het bekende cakeje waaraan Marcel Proust in zijn roman À la recherche du temps perdu (1913-1927) een hele reeks associaties hecht.

In al deze gevallen krijgt een woord of tekstgedeelte een connotatieve (connotatie) meerwaarde, hetzij door de auteur expliciet bewerkstelligd, hetzij door de lezer (bijv. door invulling van een open plek) als zodanig gerecipieerd. Dergelijke associaties ontstaan doorgaans  door de suggestieve werking van de tekst.
Wassily Kandinsky Komposition VIII, 1923, Solomon R. Guggenheim Museum, New York

En hoe doet dichter Kenyatta Rogers dat?


But Kenyatta Rogers is a poet with a wonderful sense of flow. My favorites among his poems tend to be associative, with connective tissue that's more intuitive than logical. To write a poem of this sort requires a highly attuned awareness of balance, and an acceptance of the fact that sometimes the poem wants to become something greater than even the creator might anticipate.

Rogers has these qualities in full. The work I've chosen to include is one of my favorite list poems - versatile, funny, challenging and saddening by turns. With Rogers, you never quite know what you're going to get – but the surprise is always welcome.



Maar Kenyatta Rogers is een dichter met een heerlijk gevoel voor flow. Mijn favorieten onder zijn gedichten zijn over het algemeen associatief, met bindweefsel dat meer intuïtief dan logisch is. Om zo’n gedicht te kunnen schrijven, moet je heel evenwichtig zijn en accepteren dat het gedicht soms iets groters wil worden dan zelfs de maker kan verwachten.

Rogers heeft deze kwaliteiten ten volle. Het werk dat ik heb gekozen om op te nemen is een van mijn favoriete lijstgedichten – veelzijdig, grappig, uitdagend en bij vlagen droevig. Met Rogers weet je nooit precies wat je gaat krijgen – maar de verrassing is altijd welkom.

(Muzzle Fall 24)


Ars Poetica

Poems are bullshit unless they are broken  

like a horse, like a dog kicked in the ribs,  

Like your favorite toy that’s missing an arm.

Love can make you feel used. 

I want the poem that limps back to me. 

Poems should hurt like love,

like ice water on your teeth 

like a massage to smooth out a cramped muscle.

Give me the poem that’s like leather. 

Give me the poem that smells like gasoline.

I want a poem that is a warning,

a poem that makes me check to see

if I left the shotgun by the door, 

a poem that’s a runny nose, a sneeze, a poem

that’s the moment the sky turns green.

Kenyatta Rogers (USA)

Copyright © 2024 by Kenyatta Rogers. Originally published in Poem-a-Day on November 20, 2024, by the Academy of American Poets.

Wassily Kandinsky Der Blaue Reiter, 1903. (part.Coll.)
Ars Poetica

Gedichten zijn onzin tenzij ze gebroken zijn
als een paard, als een hond die in de ribben is geschopt,
Als je favoriete speeltje dat een arm mist.

Liefde kan je gebruikt laten voelen.
Ik wil het gedicht dat terug hinkt naar mij.
Gedichten moeten pijn doen zoals liefde,
als ijswater op je tanden
als een massage om een verkrampte spier glad te strijken.

Geef me het gedicht dat als leer is.
Geef me het gedicht dat ruikt naar benzine.
Ik wil een gedicht dat een waarschuwing is,
een gedicht dat me laat kijken
of ik het geweer bij de deur heb laten liggen,
een gedicht dat een loopneus is, een niesbui, een gedicht
dat het moment is dat de lucht groen wordt.

Kenyatta Rogers 2024
Assemblage, Marc Mestdagh

About this Poem

“Poet Stefania Gomez came to do a teaching demo at my school and gave the students a prompt to write an ars poetica after reading an excerpt of ‘Black Art’ by Amiri Baraka. I wrote along with them as we were asked, ‘What can a poem do? What can a poem be in the world?’ And I have been writing a lot this past summer, and in some ways, rediscovering poetry, and those questions really resonated with me. I guess for me, poetry is a love that never leaves and is always there when I’ve needed it. It’s a wild, crazy, unhinged fever dream of a love language, it can be.”
—Kenyatta Rogers

Kenyatta Rogers teaches at The Chicago High School for the Arts and is the co-host of the Sunday Reading Series with Simone Muench. He lives in Chicago.

Carpet Bomb
By Kenyatta Rogers


I can’t get rid of useful things
and nobody wants to pick them up,
I keep forgetting where I lay my umbrella.
 
I don’t leave footprints in the snow anymore,
we haven’t had a war on domestic soil in so long
I wonder if I still got it. Because once I had it.
 
I heard about a boy who once tied a string to his brother,
he tied his brother to the ocean and the ocean to the blackbird—
 
from the ground all the birds look like blackbirds
from the ground a Stealth Bomber looks like a spaceship.
 
The aliens are coming,
they walk through birthday parties
and basically go unnoticed.
 
And this is kind of how I go through life,
once I heated up a spoon in the microwave
the fish have so much mercury in them they spark.
 
I was handed a bayonet from the Civil War
and a copper penny corroded with rust.
When they take the Statue of Liberty apart to clean her
her neck explodes with a million little spiders.
 
Meanwhile in a forest somewhere
someone cut open my grandmother’s belly
and filled it with bricks
 
something is coming soon
I keep a bucket of lambs blood
by the front door.
met AI gemaakt naar het thema ‘dreiging’.

Tapijtbom

Door Kenyatta Rogers


Ik kan geen bruikbare dingen wegdoen
en niemand wil ze oprapen,
Ik vergeet steeds waar ik mijn paraplu neerleg.

Ik laat geen voetafdrukken meer achter in de sneeuw,
we hebben al zo lang geen oorlog op eigen bodem gehad
Ik vraag me af of ik het nog heb. Want ooit had ik het.

Ik hoorde over een jongen die ooit een touw aan zijn broer bond,
hij bond zijn broer aan de oceaan en de oceaan aan de merel-

vanaf de grond lijken alle vogels op merels
vanaf de grond lijkt een Stealth bommenwerper op een ruimteschip.

De aliens komen eraan,
ze lopen door verjaardagsfeestjes
en blijven eigenlijk onopgemerkt.

En dit is een beetje hoe ik door het leven ga,
Eens heb ik een lepel opgewarmd in de magnetron
De vissen bevatten zoveel kwik dat ze vonken.

Ik kreeg een bajonet uit de Burgeroorlog
en een koperen stuiver aangetast door roest.
Als ze het Vrijheidsbeeld uit elkaar halen om haar schoon te maken
explodeert haar nek met een miljoen kleine spinnen.

Ondertussen ergens in een bos
sneed iemand mijn oma’s buik open
en vulde haar met bakstenen

er komt iets aan
Ik bewaar een emmer met lamsbloed
bij de voordeur.

Copyright Credit: Kenyatta Rogers, "Carpet Bomb." Copyright © 2018 Kenyatta Rogers.
Kenyatta Rogers


Het Joodse volk moest tijdens de laatste plaag (de dood van elke eerstgeborene) klaar staan om weg te trekken. Als ze bloed (van een lam) op de deurpost hadden gesmeerd, zou de dood hun eerstgeborenen niet treffen. Midden in de nacht (het is volle maan) werden ze Egypte uitgejaagd.
The Jewish people had to be ready to move out during the last plague (the death of every firstborn). If they had smeared blood (of a lamb) on the doorpost, death would not strike their firstborn. In the middle of the night (it was a full moon), they were driven out of Egypt. 

Turner, John; Death of the First Born; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/death-of-the-first-born-122914
King Friday and the Land of Make Believe
By Kenyatta Rogers

This may not be the time to offer this,
but I’m not as good as you hope I’ll be.

When we’re in a tunnel and I’m driving
I’m sure it would seem imaginary,

when I ask to lie on your floor
I really want to say—

“Can I stay and watch you
chop up green onions?”

You’re better than me,
I don’t know if you ever heard me say that.

On your phone you keep
a picture of the human brain.

When your father was deep-frying a turkey
your mother told me to keep playing music.

Maybe now I finally know what love is—
taking pictures while your dog wears glasses,
trying to describe what stuffing should taste like.

In my friend’s basement
you gave everyone Polaroids of themselves,
then we laughed at a poster of the human body.

And this is the part where I sit on your couch
and watch you teach your friend merengue.

This is where I try
to prevent myself from smiling
and I hope Trolley doesn’t show up
to tell me it’s time to go home.

Source: Poetry (April 2021)

Koning Vrijdag en het land van de schone schijn
Door Kenyatta Rogers


Dit is misschien niet het moment om dit aan te bieden,
maar ik ben niet zo goed als je hoopt dat ik zal zijn.

Als we in een tunnel zitten en ik rij
Ik weet zeker dat het denkbeeldig lijkt,

als ik vraag om op je vloer te liggen
wil ik echt zeggen...

“Mag ik blijven en kijken hoe jij
groene uien hakt?”

Je bent beter dan ik,
Ik weet niet of je me dat ooit hebt horen zeggen.

Op je telefoon heb je
een foto van het menselijk brein.

Toen je vader een kalkoen aan het frituren was
zei je moeder dat ik muziek moest blijven spelen.

Misschien weet ik nu eindelijk wat liefde is-
foto's maken terwijl je hond een bril draagt,
proberen te beschrijven hoe vulling moet smaken.

In de kelder van mijn vriend
gaf je iedereen polaroids van zichzelf,
daarna lachten we om een poster van het menselijk lichaam.

En dit is het deel waar ik op je bank zit
en kijk hoe jij je vriend merengue leert.

Dit is waar ik probeer
te voorkomen dat ik lach
en ik hoop dat Trolley niet komt opdagen
om me te vertellen dat het tijd is om naar huis te gaan.

Wonderlijk licht in de donkerste duisternis: de heilige Lucia

De heilige Lucia voor Paschasius, ze weerstaat aan het bevel haar te verplaatsen (zie verhaal) (schrijn van de heilige Agatha). The Met museum

Vroeg donker, tijd om al dan niet oude (heilige) verhalen te vertellen hopend op het terugkerend licht van de lente. Ontdek dus Lucia van Syracuse zodat je in de nacht van de dertiende december, haar feestdag, al dan niet met kaarsen op het hoofd, het geloof of de hoop in (op) lichtende dagen kunt terugvinden. Deze bijdrage is vooral de geschiedenis van een beeldvorming, naar vorm en naar inhoud. De kracht van het vrouwelijke verbeeld in de gestalte van Lucia.

In een legendarische Passio uit de 5de of de 6de eeuw beschreven, op stevige historische bodem geschoeid door ontdekkingen van haar graf en een inscriptie die over de cultus bericht in de 5de eeuw, in haar stad Syracuse (Sicilië) weten we dat Lucia in 305/05 onder de vervolging van Diocletianus werd gedood.


Volgens de Passio kreeg het reeds met de consul Paschasius verloofde meisje, toen zij haar zieke moeder Eutychia naar het graf van »Agatha te Catania begeleidde, een verschijning van deze heilige. De moeder werd door Agatha genezen en Lucia kreeg het martelaarschap aangezegd, waarop zij haar bezittingen onder de armen verdeelde en haar verloving verbrak. Haar boze verloofde bracht haar aan. Vanwege Lucia's standvastigheid tijdens het verhoor besloot men haar in een bordeel te plaatsen, maar de maagd bleek zelfs niet door een aantal ossen te verporren. Toen verbranding mislukte, doodde men de martelares met een dolksteek in haar hals. Een later toegevoegd element in de legende zegt dat zij, om aan haar verloofde te mishagen, zich de ogen uitstak en hem deze toezond. (Lucia van Syracuse, Louis Goosen 1992 DNBL)

Op hetzelfde schrijn als hierboven: Lucia is duidelijk niet te verplaatsen. The Met museum

Latere toevoegingen hebben alles te maken met wat Louis Goossens een ‘populair misverstand’ noemt: haar naam zou verwant zijn aan ‘lux’, licht dus.

Rond Lucia's feestdag op 13 december ontstonden folkloristische midwintergewoonten: naast het plegen van orakels (vgl. Agatha's voorspelling) en het consumeren van het Luciabrood ook bezweringsgebruiken zoals het ontmaskeren van heksen en het laten verschijnen van schrikaanjagende figuren (Fersenlutzel, Frau Lutze). In de Scandinavische landen werd zij een geseculariseerde brengster van het nieuwe licht. Lucia's patronage heeft soms te maken met elementen uit haar legende: zo werd zij aangeroepen bij oogziekten en keelpijn en beschermt zij messenmakers. Soms heeft dit te maken met de folklore: zij is de patrones van de dienstmeisjes, die vaak in de nacht van haar feest met kaarsenkronen op het hoofd paradeerden; soms met elementen uit de Germaanse voorgeschiedenis: evenals de stralende en spinnende Berchta beschermt zij wevers en kleermakers. Lucia's attributen zijn naast palm, boek en kruis (algemeen voor martelaressen) een lamp, zwaard of dolk door de keel, fakkel of kaars en (vanaf de 14e eeuw) een schaaltje waarop twee ogen, soms vuur en vlammen aan haar voeten. Zij wordt altijd voorgesteld als een mooie jonge vrouw, soms met kroon of diadeem. (Louis Goossens)

Sint-Lucia door Francesco del Cossa, National Gallery of Art (Washington DC). Olieverf en bladgoud, iets na 1470.

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/goos020vana03_01/goos020vana03_01_0114.php

In Syracuse, de geboortestad van de heilige, begint de viering ter ere van Sint-Lucia op de vooravond van 13 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt dan uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccia gegeten, een zoete Siciliaanse soep. Op de eigenlijke feestdag, 13 december, wordt het beeld in processie door de stad gedragen naar de kerk boven het graf van de heilige geplaatst. Acht dagen later volgt een processie in tegenovergestelde richting. In het zuiden en midden van Italië vieren diverse steden de dag van Sint-Lucia met processies, feesten en vuurwerk. (Wikipedia)

Schrijn van de heilige Agatha: Lucia deelt haar bruidschat uit aan armen en behoeftigen.
(Met-museum)

In het Noorden van Italië wordt er de nacht van 13 december een soort Sinterklaasfeest gevierd. Sint Lucia met ezel en koetsier brengen ’s nachts cadeautjes. De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

In de Scandinavische landen is het een traditionele feestdag ook al is er sinds de Reformatie geen grote katholieke bevolkingsgroep meer. Waarschijnlijk stamt deze viering deels af van een voorchristelijke viering van de winterzonnewende. Traditioneel vormde de dag het begin van de adventstijd voor Kerstmis. Het feest wordt zowel thuis als op scholen en werkplaatsen gevierd met zoete lekkernijen en kaarslicht. Er worden optochten met fakkels of kaarsen gehouden waarin meisjes als de heilige verkleed gaan. (Wikipedia)

Francisco de Zubarian. Heilige Lucia

Wat kun je verwachten in Zweden op 13 december?

Het personage Lucia leidt de processie en wordt gevolgd door meisjes (‘tärnor’), sterrenjongens (‘stjärngossar’) en peperkoekmannen (‘pepparkaksgubbar’). Als kinderen deelnemen aan de processie, gaan ze vaak verkleed als kerstelfjes (’tomtenissar’). Lucia herken je gemakkelijk aan de verlichte krans boven op haar hoofd, ze loopt voorop. Traditioneel gebruikten ze echte kaarsen, maar om veiligheidsredenen zijn ze vervangen door lampjes op batterijen. Dat geldt ook voor de kransen die worden gedragen door de meisjes in de optocht, die meestal glitters of een krans (zonder kaarsen) in hun haar dragen. Ook dragen ze vaak een decoratief rood lint of glinterband om de taille. Sterrenjongens zijn geheel in het wit gekleed – net als Lucia en de andere meisjes – met kegelvormige hoeden en met sterren op stokken. De peperkoekmannetjes met lantaarns dragen peperkoekkostuums, met de herkenbare witte glazuur erop getekend of genaaid – je vindt deze in veel Zweedse winkels.

Het draait bij Lucia om uit het uitdragen van licht, maar lekker snoepen is net zo belangrijk. Lucia is vaak vereeuwigd – terwijl ze een dienblad draagt met fika lekkernijen – door verschillende iconische Zweedse kunstenaars, zoals Carl Larsson. Het eten bestaat uit peperkoekjes en een S-vormig saffraanbroodje genaamd “Lussekatt” – een traktatie die bijna net zo klassiek is als het kaneelbroodje. Veel Zweden zouden het heiligschennis vinden om een ​​’lussekatt’ te eten op een ander tijdstip dan Lucia en in de weken voorafgaand aan Kerstmis. Je drinkt er traditegetrouw “glögg” (glühwein) bij, geserveerd met amandelen en rozijnen. Ook koffie wordt vaak geserveerd.

(Visit Sweden Officiële website van Zweden voor Toerisme en Reisinfo)

https://visitsweden.nl/te-doen/cultuur-historie-kunst/zweedse-tradities/zweeds-kerstfeest-tradities/lucia-kerst/

In de Sint-Jakobskerk in Brugge bevindt zich een prachtig retabel ‘De legende van de heilige Lucia. 1480-1483. Klik op het onderschrift om het in al zijn glorie te kunnen bekijken.

‘De legende van de heilige Lucia. 1480-1483.

Lees ook hierover:

https://totindetail.be/nl/showcase/legende-van-de-heilige-lucia

Dit schilderij lijkt het vroegst bekende werk te zijn van de onbekende 'Meester van de Lucialegende' en het heeft de typische kenmerken van zijn hele oeuvre: de voorliefde voor architectonische elementen de bijna wetenschappelijke aandacht voor bloemen de slanke vrouwen met hun ovale gezichten met lichte spleetogen onder bolle oogleden de stijf weergegeven golvende haren de brede en clichématige gezichten van de mannelijke figuren met hun grote gesloten ogen en vlezige mond het harde coloriet. Aan de hand van deze kenmerken kunnen andere werken aan hem worden toegeschreven. Het schilderij verbindt deze meester met belangrijke Vlaamse schilders als Dirk Bouts in wiens omgeving hij mogelijk opgeleid is.

(in boven aangeduid totindetail kun je tot in de allerkleinste details scrollen.)

Het licht in je ogen in dit prachtige lied van Hildegard van Bingen: De Spiritu Sancto (Heilige Geest bezieler van het leven)

Het martelaarschap van Sint-Lucia Rijksmuseum

Het martelaarschap van de heilige Lucia. De heilige staande op een brandstapel wordt door een beul met een zwaard door de hals gestoken. Andere beulen wakkeren de vlammen aan met blaasbalgen, links kijken gezagsdragers toe. Op de achtergrond scènes uit het leven van de heilige. Linksachter staat Lucia voor een bordeel, rechts een vrijend paartje. Daarnaast tracht men Lucia met een span ossen voort te slepen. Lucia krijgt van een priester de laatste sacramenten toebediend. Rechts wordt de landvoogd Paschasius onthoofd. Het paneel vormde oorspronkelijk de achterzijde van de Kruisafneming, vroeger in het Kaiser-Friedrich-Museum.

Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht –
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen.


Herman Gorter (1864-1927)

Uit: Verzen (1890)
Uitgever: W. Versluys – 4e dr. 1916

Misprijs de levens van vrouwen niet. Ook toen al waren ze duidelijk in wat ze voorstonden. Zie hoe het verhaal van Lucia tijd en ruimte heeft ingenomen. Onwrikbaarheid in ruime mate met gulheid en consequentie aangevuld. In de uitlopers van het Romeinse rijk ontstaan en langs Italië en het Westen doorgedrongen tot in de protestantse Scandinavische streken. Het bekende gedicht van Herman Gorter hierboven is dan ook aan de liefste uit mijn eigen leven gewijd. Kaarsen hoef ik niet meer op mijn grijs hoofd te dragen, ze is met een lichtende oogopslag mijn dappere medestander. Haar blog, deze keer aan haar moeder gewijd, kan ik ten zeerste aanbevelen. En kijk, of je dit weekend de Leoniden vanuit de sterrenhemel de donkerte ziet oplichten. Een sterrenregen met haar moeders naam.

De meteorenzwerm Leoniden bereikt op zondag 17 november 2024, rond 8 uur, zijn maximum. De meteoren van de Leoniden zijn snel, en de zwerm is bekend vanwege zijn regens in 1799, 1833, 1866, 1966 en 1999. Wanneer de radiant in het zenit zou staan, zouden er van deze zwerm naar verwachting gemiddeld zo'n 13 meteoren per uur vallen. De radiant van de zwerm staat rond 7:00 uur in het hoogste punt aan de hemel, op 60° boven de horizon. Door de matige omstandigheden zijn er bij ons dan ieder uur vermoedelijk slechts ongeveer 2 meteoren zichtbaar van deze zwerm. Samen met meteoren van andere zwermen, en sporadische meteoren, zijn er bij donkere, heldere hemel in totaal circa 4–8 “vallende sterren” per uur te zien. De Maan is voor ongeveer 95% verlicht en is een flinke stoorzender; dit jaar zijn hierdoor alleen de helderste meteoren zichtbaar. Rond 7:30 uur gaat het schemeren en om 8:04 uur komt de Zon op.

‘De ogen’ titel van een kortverhaal dat ik schreef voor radio-1. Lang geleden.

Oorlog, het steeds ontstaan van nodeloze leegte

Michelangelo Buonarroti (Caprese 1475-Rome 1564) Archers Shooting at a Herm c.1530
Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper) | RCIN 912778
(vergroot door op onderschrift te klikken.)

De scène is een onbepaald rotsachtig platform waarop een groep figuren, mannen en vrouwen, staan alsof ze pijlen afvuren op een schild dat aan een kariatide (een vrijstaande zuil met de bovenste helft in menselijke vorm) is bevestigd. Sommige figuren, het duidelijkst de vrouw achterin de groep, staan in de lucht en de meesten dragen geen boog, hoewel er pijlen te zien zijn die in het doel en elders op de kariatide zijn gestoken.
Rechts op de voorgrond slaapt een gevleugelde Cupido, god van de liefde, met zijn boog en pijlen, terwijl helemaal links twee kinderen op een vuur blazen (met pijlen die uit de basis steken) en het voeden met bundels stokken.

The scene is an indeterminate rocky platform upon which a group of figures, male and female, are posed as if firing arrows at a shield fixed to a herm (a freestanding column with the upper half in human form). Some of the figures, most clearly the woman at the back of the group, are airborne, and most do not bear bows, though arrows are seen stuck into the target and elsewhere on the herm – their aim has been conspicuously awry. At the front of the group two figures sprawl on the ground, and two infants can be seen among the main group. In the right foreground a winged Cupid, god of love, is sleeping with his bow and arrows, while to the far left two children blow on a fire (with arrows protruding from its base) and feed it with bundles of sticks. Michelangelo plays with the contrast between the high polish of the central group and the looser finish of the sleeping Cupid and the herm. (Royal Trust Collection)

Deze prachtige tekening van Michelangelo koos ik als tijdsbeeld. De menselijke meute die met de onzichtbare bogen op een doel schieten dat aan de vrouwelijke kariatide is bevestigd. Gemaakt rond 1530 en voor mij helemaal actueel in 2024. Mannen en alvast één zichtbare vrouw op hetzelfde doel terwijl beneden Cupido, zijn boog in zijn armen, in slaap is gevallen en twee vurige soortgenootjes het strijdvuurtje aanblazen.
Plaats in de hedendaagse armen moderne wapens, vermenselijk het doel. En begrijp de diepe slaap van de liefdesgod.


I chose this beautiful drawing by Michelangelo as a period image. The human mob shooting with the invisible bows at a target attached to the female caryatid. Made around 1530 and for me entirely relevant in 2024. Men and at least one visible woman on the same target while below Cupid, his bow in his arms, has fallen asleep and two fiery peers are fanning the fires of battle.
Place in today's arms modern weapons, humanise the target. And understand the love god's deep sleep.

Een mij onbekende straatartiest in Lyon drukt het, ‘Place de la Paix (!)’ op zijn hedendaagse manier zo uit:

Zelf nog in de tweede wereldoorlog geboren, een grootvader als jongeman verminkt thuisgekomen na de ontploffing van het Naamse fort dat hij moest verdedigen, augustus 1914. en bij het einde van de reis, zijn kind en kleinkind, door oorlogen omringd en bedreigd. Een kring van vuur op de wereldkaart. Waarin komen je eigen kind en kleinkind met hun leeftijdsgenoten terecht?

Still born in the war himself, a grandfather as a young man maimed coming home after the explosion of the Namur fort he had to defend, August 1914. and at the end of the journey, his grandchild, surrounded and threatened by wars. A circle of fire on the world map. Where does that leave your own child and grandchild with their peers?
Self-portrait as a Prisoner of War by Otto Dix, 1947, via Otto Dix organization
 

Dix was conscripted into Volkssturm, the last resort of the Nazi party to halt the refraction of coalition troops on the territory of Germany. Men from  16 to 60 years old were forced to join the German Army. Otto Dix was captured by French troops as the Reich collapsed and imprisoned in a camp. Eventually, he was released in February 1946 and returned to Dresden.
 
His own contribution to highlighting the horrors of the war, along with those of other artists who had also lived through it, did not prevent the outbreak of World War II, unfortunately. After WWII, Dix gained recognition in both East and West Germany. His works act as a poignant reminder about the importance of artistic expression through hard times in history. Otto Dix continued to work until his death in 1969.

Otto Dix. De oorlog (1932)


Brian Turner's (1967-) gedicht " The Hurt Locker " beschrijft huiveringwekkende lessen uit Irak:

Niets dan pijn bleef hier over.
Niets dan kogels en pijn...
Geloof het als je het ziet.
Geloof het als een twaalfjarige
een granaat de kamer in rolt.
Henri Rousseau ‘La Guerre’. 1894 Klik op titel om te vergroten

'Dacht niet'
“Ik dacht niet aan mijn moeder toen ik de stengun plaatste in het open raam
Ik dacht ook niet aan haar toen ik vermoedde dat aan de overkant iemand geraakt was
Ik dacht pas weer aan haar toen ik die avond het geweer naar binnenhaalde
hoe zij met de hoek van haar schort de tafel veegde als ik weer had gemorst
en hoe ze dan zei: Pas op, de vensterbank is net geverfd, dat daar geen kras op komt. “

- Judith Herzberg
Wat is hybride oorlog?

Een militaire strategie die de conventionele oorlogsvoering mengt met niet-militaire middelen zoals desinformatie, propaganda en politieke intimidatie.

Kathe Kollwitz. De wachtende ouders

Oorlog is ontbinding. Hij maakt
van vrolijke mensen bange mensen
van sportvelden begraafplaatsen. Hij maakt
van benzinetanks gevangenissen. Van granaathulzen
vazen. Van voedsel stront, en van stront voedsel
Hij maakt van parket kachelhout, van een badkuip
een moestuin. Hij maakt van kinderwagens karretjes
om water mee te zeulen. Niets blijft wat het is,
of waar het voor bedoeld is
Oorlogen zijn de maden in het vlees
van de beschaving

(Van Duijnhoven 1996)
Oekraïne

Het is voor het Westen even wennen dat in deze multipolaire wereld niet meer iedereen achter ons aanloopt. Als je die relaties goed wilt krijgen, moet je je echt minder moralistisch opstellen.

Rob de Wijk: Europa heeft niet de capaciteiten om een oorlog te voeren. (The Hague Centre for Strategic Studies)

Geconfronteerd met wat hij typeert als ‘een Europese oorlog’ stelt de Franse filosoof Étienne Balibar zich voor wat Poetin zou kunnen doen terugdeinzen. Steun aan het verzet van het Oekraïense volk. Maar ook steun aan de Russische dissidente bevolking. Het is, denkt hij, de enige manier om een ‘wederopbouw van de blokken’ te vermijden. Als voorvechter van een Europees federalisme op democratische grondslagen, zoals ooit gedefinieerd door de Italiaanse communist en verzetsstrijder Altiero Spinelli, had hij niet voorzien dat Europa zich nog eens op het hellende vlak van militarisering zou bevinden – iets wat nu opeens onontkoombaar lijkt. Hij pleit voor een internationalisme dat tot stand komt via steun aan het verzet van het Oekraïense volk maar ook aan dat van het dissidente Russische volk. Want, zo denkt hij, het gaat hier uiteindelijk om een Europese oorlog. En in dat opzicht moet tegen elke prijs worden voorkomen dat er ‘een moreel ijzeren gordijn tussen “hen” en “ons” wordt opgetrokken’.

(Mathieu Dejan in De Groene Amsterdammer 11 maart 2022)


Faced with what he characterises as ‘a European war’, French philosopher Étienne Balibar imagines what might make Putin recoil. Support for the resistance of the Ukrainian people. But also support for the Russian dissident population. It is, he believes, the only way to avoid a ‘reconstruction of the blocs’. As an advocate of a European federalism on democratic foundations, as once defined by Italian communist and resistance fighter Altiero Spinelli, he did not foresee that Europe would once again find itself on the slippery slope of militarisation - something that now suddenly seems inescapable. He advocates an internationalism achieved through support not only for the resistance of the Ukrainian people but also for that of the dissident Russian people. Because, he believes, this is ultimately a European war. And in that respect, ‘a moral iron curtain between “them” and “us” must be avoided at all costs’.

Mei 1940
 
De geur van as en van seringen
 komt in de warme nacht van Mei
 beklemmend door het venster dringen,
 krimpt terug, en golft opnieuw nabij.
 
 In 't donker staat achter de ogen
 het beeld: seringen in een tuin,
 naast dode vensters, wreed verbogen
 binten van staal en walmend puin.
 
 Alles wat men geen naam kan geven,
 het meest het denken, wrang en zoet,
 aan wie ons lief zijn, schijnt te leven
 in deze geur: een smaak van roet
 
 ligt op de lippen. Hoeveel jaren
 gaan langs ons in dit machteloos uur?
 Men peilt vertwijfeld wat zij waren
 en keert zich dichter naar de muur.
 
 
 Ida Gerhardt Rotterdam 1940
Oekraine

Lees:



Voor de verdwenen jongens in Flanders Fields

Nog in augustuszon zo onbezorgd gevlogen
prikt u de minnaar in zijn kleurenkast
de schoonheid telkens weer bedrogen
heeft uw naam in steen gekrast.

In Flanders Fields de tuinen en ’t getoeter
dat het een vaderland was dat u als jongen at
en niet de wanhoop van een verre moeder
of een kind dat snel uw beeld vergat.

Uw honger naar de nieuwe tijd bekend
aan oude mannen in hun oorlogstooi
gooide u in ’t slijk en aan hun firmament
schitterde jouw jongensster als prooi.

In deze vlakten is geen plaats voor vredig slapen,
geen krans of heldensteen mag u bedekken.
Ook zal geen god de scherven van u samenrapen
slechts machteloze woorden proberen u te wekken.

En voetjes van al die ongeboren bleven, lopen
onder de Leoniden-sterrenregens naar u toe,
die door uw dood nooit naar buiten kropen
en willen dat ik even voor hen opendoe.

Zo scheur ik uit uw dood de niet-nakomelingen,
uw kinderen en zij die weer hun kinderen wilden zijn,
en daarvan weer de kinderen, en allen die ontspringen
maar zonder sprong stierven in uw levenslijn.

In Flanders Fields bevolken zij de nodeloze leegte,
de nooit gekusten, en zij die nooit zijn thuisgekomen.
Wie jou gedenkt, gedenkt meteen de uitgeveegden,
en droomt met hen de nooit gedroomde jongensdromen.

Gmt

De handpalm geopend naar het licht

Eigen foto Gmt

Zondagmorgen



Het licht begint te wandelen door het huis

en raakt de dingen aan. Wij eten

ons vroege brood gedoopt in zon.

Je hebt het witte kleed gespreid

en grassen in een glas gezet.

Dit is de dag waarop de arbeid rust.

De handpalm is geopend naar het licht.

Ida Gerhardt (1905-1997)
Eigen foto Gmt

DE WARE NACHT


Dieven, dichters en drinkebroers logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden zij
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.

Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartenzeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.

Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht, duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet.
Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.

Gmt (naar onderstaand vers)

Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d'adieux ;

Et plus tard un Ange, entr'ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

Uit: La morts des amants, Charles Baudelaire)

Weerspiegeling en Tuin in de beginnende herfst. Eigen foto Gmt

De ervaring van licht heeft dus alles met de donkerte te maken. Het licht immers is onzichtbaar. Het maakt zichtbaar maar blijft zelf onopgemerkt. Het is fraai om verschillende technieken te onderzoeken waarmee kunstenaars die zichtbaarheid realiseren: doorvallend licht, tegenlicht, strijklicht, glimlicht, verschillende schaduwsoorten, spiegeling, enz. Zo kan een schilder met bruine en groene omber beter schaduwen weergeven. Met licht en donker kun je ‘diepte’ weergeven.

Eigen foto Gmt


"Zelfs het witste wit is donkerder dan het licht.” Het is een uitspraak van kunstenaar Jan Andriesse, besproken door Joost Zwagerman in zijn laatste boek, De Stilte van het Licht. Andriesse probeerde het vormloze licht van de regenboog te schilderen, maar kwam tot de onvermijdelijke conclusie dat hij niet anders kon dan de regenboog donkerder te maken dan dat hij is. Want verf is nu eenmaal altijd donkerder dan licht, “zelfs het witste wit”.

Een van de bekendste “meesters van het licht” is misschien wel de 17e-eeuwse Italiaanse kunstschilder Caravaggio. Door extreem versterkte donker-lichtcontrasten die typisch zijn voor de chiaroscuro of clair-obscur, bereikt hij een groot dramatisch effect. Volgens Kieft is de duisternis op de achtergrond van Caravaggio's voorstellingen daarbij minstens zo belangrijk als het licht op de voorgrond.

Erwin Maas ‘Het onmogelijke licht in de kunst’

Caravaggio. Gevangenneming van Christus. 1602

Judas heeft Christus geïdentificeerd met een kus, terwijl de tempelwachters hem grijpen. De vluchtende discipel links is Johannes de Evangelist. Alleen de maan verlicht het tafereel. Hoewel de man uiterst rechts een lantaarn vasthoudt, is het in werkelijkheid een ondoeltreffende bron van verlichting. In de gelaatstrekken van die man portretteerde Caravaggio zichzelf, 31 jaar oud, als een waarnemer van de gebeurtenissen, een middel dat hij vaak gebruikte in zijn schilderijen. (ibidem)

“What if I could ride
a beam of light
across the universe ?”

Albert Einstein

In het Museum für Licht-Kunst in het Duitse Unna is een museum gewijd aan licht-kunst. Van Eliasson is er een waterval-installatie van zijn hand te zien, met stroboscopisch licht, waardoor de vallende waterdruppels in flitsen stil in de ruimte lijken te hangen. Een hallucinante ervaring.
Op YouTube hierboven is deze video te zien van de installatie “Notion Motion” van Elafur Eliasson. (Thijs van de Ven)

GERRIT ACHTERBERG (1905-1962)

November

De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;

tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen.

De wereld heeft derde dimensie over.
Stakerig staan de bomen zonder lover.

Door iedereen van ver te onderkennen,
moeten wij aan het nieuwe platvlak wennen

en lopen groot voorbij de kale heg.
De fietsen rijden hoog over de weg.

Verwintering gaat zienderogen door.
De eerste kouwe handen komen voor.

Geslachte varkens hangen te besterven;
ontnuchteren de paarse boerenerven.

De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.

Een rij weesjongens met gelijke trekken.
In ’t lege land opengebleven hekken.

Weduwen, terend op een schraal pensioen.
Gemeentewoningen die weinig doen;

Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in ’t slot.

Eerlijke kerken houden voor ’t gewas
dankstonden achter dun, armoedig glas.

Alles wordt enkeling. Een eigen graf
wacht op het kerkhof zijn bewoner af.

Huizen verwijderen zich van elkaar.
Wij kijken in de gaten van het jaar.

Eigen foto Gmt

Niet alleen de bladeren, maar schrijft Rilke:

Herbst
Die Blätter fallen, fallen wie von weit,

als welkten in den Himmeln ferne Gärten;

sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde

aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.

Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer welcher dieses Fallen

unendlich sanft in seinen Händen hält.

Herfst
De bladeren vallen – als uit oneindigheid,

als dorden er verre hemelse gaarden;

ze vallen met afwerende gebaren.

En ’s nachts, dan valt de zware aarde,

weg van de sterren, in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Het geldt ook deze hand.

En zie nu toch de anderen: het is in allen.

Toch is er Iemand die dit algemene vallen

oneindig teder met zijn hand omvat.

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (3) Drie zussen geportretteerd.

Ze kijken je aan, drie zusjes, three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court, en met enige verbazing lees je dat ze ‘AI generated’ zijn. Niet helemaal, wellicht hun kledij, de compositie…? Ja, en? Alsof AI niet als onderdeel van je technische mogelijkheden gebruikt kan worden. Illustratie? Ja, en? Kortom, laten we samen door de kunstgeschiedenis wandelen, op zoek naar hun soortgenoten. Drie zusjes, tot bij Tsjechov waar de drie generaalsdochters Olga, Masja en Irina hun heimwee naar Moskou proberen te overleven.

Bruno Cerboni. Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court AI generated


Bruno Cerboni Bajardi was born in 1969. He lives in Urbino where he specialized in engraving at the Istituto Statale d’Arte “Scuola del Libro”.

He perfected his skills under the ‘maestros’ Calavalle, Bruscaglia, Quieti, Cionini and Peral, and since 1990 has been working for KBA-Notasys on the production of international banknotes, teaching the technique of engraving in both burin and digital form.

He combines his engraving work with constant painting, exhibiting as a painter, engraver and copyist at numerous group and solo exhibitions.


Three Sisters, 1922
George Harcourt RA (1868 – 1947)
George Harcourt exhibited this painting at the 1922 Royal Academy Summer Exhibition, where it was reproduced in the illustrated catalogue.  The ‘Three Sisters’ of the title may be his daughters, Mary Edeva Harcourt (1901-1984), Elizabeth Aletha Harcourt (1903-1985) and Dorothea Anne Adelene Harcourt (1907-1985), all of whom became artists. 
Henri Matisse
Les Trois Soeurs
1917
huile sur toile
H. 92 ; L. 73 cm avec cadre H. 112 ; L. 93 cm
Succession H. Matisse © RMN-Grand Palais (Musée de l’Orangerie) /

Ce portait de trois sœurs est l’une des œuvres magistrales de Matisse. Trois jeunes femmes brunes assises prennent place sur un fond bistre. Deux des jeunes femmes nous regardent tandis que la dernière est absorbée par sa lecture. Le peintre réussit ici l’équilibre parfait entre différents éléments apparemment inconciliables : la variété des attitudes des trois sœurs, des couleurs discordantes, l’impression de la juxtaposition de plusieurs niveaux de perspective. De multiples sources ont été invoquées pour la réalisation de ce tableau, la peinture de Manet (1832-1883), l’estampe japonaise ou encore la toile Les dames de Gand conservée au musée du Louvre et attribuée à l’époque à Jacques-Louis David (1748-1825), ont pu constituer une inspiration pour Matisse. 

(Musee Orangerie Paris)

Sofonisba Anguissola The Chess Game. c. 1555

Op dit schilderij zie je de drie zussen bij het schaken, , Minerva(rechts) en de jonge lachende Europa in het midden.
Een dienares vult de compositie aan en kijkt verbaasd hoe Lucia net de koningin van Minerva heeft genomen die van alteratie de arm opheft terwijl je de jongste hoort lachen.

Je merkt goed de Vlaamse invloed op dit doek.
Het landschap op de achtergrond, het sfumato waarin het tafereel zich baadt, de kleuren, de Vlaamse meesters zijn niet ver weg, en ook Corregio niet, schilder naar wiens werk Sofonisba’ s leermeesters vaak verwezen.

Bzoek ook:

(Three Sisters- A study in June Sunlight) Edmund Charles Tarbell. 1890

The subtitle of this first important Impressionist work by Edmund Tarbell is a clear indication of his interest in the new French style just recently introduced in America. The painting’s dappled light, brilliant palette, and short, textured brush strokes caused a sensation when it was exhibited in Tarbell’s hometown of Boston. The transient light and undiluted color create a warm atmosphere in which the figures are more solidly drawn. Posing his wife, her sisters, and his baby daughter in a lovely garden setting, Tarbell did not attempt probing portraits but instead sought to portray an affluent and tranquil way of life. The inclusion of the American colonial chair implies their New England heritage that underlies this seemingly French aesthetic.

Excerpt from Collection Guide: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.

De ondertitel van dit eerste belangrijke impressionistische werk van Edmund Tarbell is een duidelijke indicatie van zijn interesse in de nieuwe Franse stijl die net in Amerika was geïntroduceerd. Het gedempte licht van het schilderij, het briljante palet en de korte, textuur-penseelstreken veroorzaakten een sensatie toen het werd tentoongesteld in Tarbells geboortestad Boston. Het voorbijgaande licht en de onverdunde kleur creëren een warme sfeer waarin de figuren steviger zijn getekend. Door in zijn werk zijn vrouw, haar zussen en zijn babydochter in een mooie tuin te plaatsen, probeerde Tarbell geen indringende portretten te maken, maar probeerde hij in plaats daarvan een welvarende en rustige manier van leven uit te beelden. De opname van de Amerikaanse koloniale stoel impliceert hun New England erfgoed dat ten grondslag ligt aan deze schijnbaar Franse esthetiek.

Uittreksel uit de Collectiegids: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.

Léon Frederic. 1856-1940 Les 3 soeurs. 1896

In the 1890s Frederic’s paintings of impoverished workers and peasants in his native Belgium were celebrated for their forthrightness and arresting intensity. Here, the humdrum activity of peeling potatoes is vivified by the girls’ bright red dresses and gleaming red-gold and blond hair. Their downcast eyes and serene expressions recall representations of the young Virgin Mary in sixteenth-century Flemish art, which Frederic greatly admired. Nothing is known of the sitters beyond the painting’s title, which identifies them as sisters; the two eldest are so uncannily alike that they appear to be twins. (The Met Gallery 827)


In de jaren 1890 werden Frederics schilderijen van verarmde arbeiders en boeren in zijn geboorteland België geroemd om hun openhartigheid en pakkende intensiteit. Hier wordt de saaie bezigheid van het aardappels schillen verlevendigd door de felrode jurken en het glanzende roodgouden en blonde haar van de meisjes. Hun neergeslagen ogen en serene uitdrukkingen doen denken aan voorstellingen van de jonge Maagd Maria in de zestiende-eeuwse Vlaamse kunst, die Frederic zeer bewonderde. Er is niets bekend over de geportretteerden behalve de titel van het schilderij, die hen identificeert als zussen; de twee oudste lijken zo griezelig veel op elkaar dat het wel een tweeling lijkt.

(The Met Gallery. 827)
Portrait of the Three Egerton Sisters by Marcus Gheeraerts the younger. The sisters are Elizabeth, aged 6; Vere, age 5; and Mary, age 3. daughters of Thomas Egerton (d. 1599), elder son of Thomas Egerton, 1st Viscount Brackley and Lord Chancellor.

Mooiër kun je niet worden uitgewuifd. Of…als we als afscheid de laatste scene van ‘De drie zusters meegeven?

Irina legt haar hoofd tegen Olga’s borst :
Er komt een tijd dat iedereen weet waar het allemaal goed voor geweest is, dit lijden, dit verdriet, dan zijn er geen geheimen meer en tot zolang moeten we leven, moeten we werken, werken, anders niks.
Morgen ga ik weg, alleen, ik ga lesgeven op school en ik ga mijn hele verdere leven wijden aan degenen die het misschien nodig hebben. Nu is het herfst, het is zo winter, alles zal onder de sneeuw liggen en ik zal werken, werken…
(Olga omarmt haar beide zusters )
De muziek speelt zo vrolijk, zo opgewekt, dat een mens ernaar verlangt om te leven! O, mijn God!
De tijd gaat voorbij en we zullen voor eeuwig verdwijnen, ze zullen ons vergeten, onze gezichten, onze stemmen, ze zullen vergeten met hoevelen we waren, maar ons verdriet zal in vreugde veranderen voor ons nageslacht, er zal geluk en vrede zijn op de wereld en men zal degenen die nu leven met een goed woord gedenken, en ze zegenen. O, lieve zusters, ons leven is nog niet voorbij. We zullen leven! De muziek speelt zo vrolijk, zo blij, nog maar even, denk ik, en we zullen ontdekken waarvoor we leven, waarvoor we lijden… O, als we dat eens wisten, als we dat eens wisten.

De muziek klinkt hoe langer hoe zachter. Koelygin komt blijmoedig lachend met de hoed en de sjaal aanzetten, Andrei duwt de kinderwagen voort, waar Bobik in zit.
Tsjeboetikin zingt zacht
:
Tarara-boem-di-jee… wie zit, doet niet meer mee…
leest in zijn krant Wat maakt het uit, wat maakt het uit!
Olga: Als we dat eens wisten, als we dat eens wisten!

(vertaling en bewerking Chiem van Houweninge en Ton Lutz)

Foto Theater Zuidpool

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (2)

Two Moons, 2023
Gouache on panel
121.9 x 121.9 cm (48 x 48 inches)

© Anne Buckwalter – Photo: Thomas Lannes
Courtesy MASSIMODECARLO

Nog even te zien in New York ‘Reins on a rocking horse‘ van Anne Buckwalter (°1987) in de Rachel Uffner Gallery. Bezoek:

https://racheluffnergallery.com/artists/37-anne-buckwalter/

Anne Buckwalter’s creative practice explores female identity and the coexistence of contradictory elements. Inspired by the folk art traditions of her Pennsylvania Dutch heritage, her work arranges disparate objects in mysterious domestic interiors and ambiguous spaces. By imagining obscure narratives that embrace paradoxes, her paintings delve into questions about the body, femininity, sexuality, and desire. 

Anne Buckwalter
Empty Bathroom, 2023
gouache on panel
18 x 14 in
(45.7 x 35.6 cm)

Buckwalter utilizes a perspective that blends miniature painting with a commercial fisheye lens. All-encompassing frames generously span large kitchens with outside vistas, staircases reach to upstairs floors, and living rooms connect to dining nooks. Secrets, fantasies, and gossips, however, linger into the domestic sterility. The viewer’s omnipresent outlook is challenged by the hints the artist seeds about the unseen; settings reserved for domestic labor host carnal rituals, mostly captured in their aftermaths.

Anne Buckwalter
The Moon’s Too Bright/The Chain’s Too Tight, 2023
gouache on panel
36 x 48 in
(91.4 x 121.9 cm)


Buckwalter gebruikt een perspectief dat miniatuurschilderijen combineert met een commerciële fisheye lens. Allesomvattende kaders overspannen royaal grote keukens met uitzicht naar buiten, trappen reiken naar boven en woonkamers sluiten aan op eethoeken. Geheimen, fantasieën en roddels blijven echter hangen in de huiselijke steriliteit. De alomtegenwoordige blik van de kijker wordt uitgedaagd door de hints die de kunstenaar geeft over het ongeziene; instellingen die gereserveerd zijn voor huishoudelijke arbeid herbergen vleselijke rituelen, meestal vastgelegd in hun nasleep.

bezoek:

https://www.annebuckwalter.com/

Anne Buckwalter
Horse Girl, 2022
gouache on panel
24 x 36 in
61 x 91.4 cm

Ook de (pogingen tot) alledaagse bezieling, speels verbeeld door Anne Buckwalter horen bij ons perspectief. ‘De veelkantige werkelijkheid’.

Photo by Lyla Duey

Zal ik er eens even Sint Augustinus bijhalen? Uit zijn De Magistro (over de Meester) heb ik een mooie uitspraak genoteerd:

"Gij zult het mij dus niet kwalijk nemen, wanneer ik met u een inleidend spel speel, niet omwille van het spel, doch om onze krachten en de blik van onze geest te oefenen, opdat wij daardoor in staat gesteld worden, de gloed en het licht van dat land, waar het gelukzalige leven is, niet alleen te kunnen verdragen, doch zelfs te kunnen beminnen. "  (Augustinus De Magistro)

De schilder Benozzo Gozzoli (1420-1497). maakte een reeks van zeventien fresco’s met het levensverhaal van de kerkvader, naamgever van de orde van de Augustijnen en patroonheilige van hun kerk in San Gimignano. Hier een mooi voorbeeld:

Benozzo Gozzoli, Monica (links in witte kleding) brengt Augustinus naar de school van Thagaste

Links op het fresco brengt de moeder van Augustinus haar zoon(tje) naar school. De leraar ontvangt zijn nieuwe leerling allervriendelijkst door hem onder de kin te strelen. Rechts daarvan zien we een leerling met een boek. Rechts achter hem hebben we een kijkje in een klaslokaal. Daar is een aantal leerlingen bezig met een schrijfplankje en een schrijfstift. Er heerst blijkbaar orde en tucht op de school. De leraar die Augustinus nog zo vriendelijk ontving slaat rechts een jongetje, dat blijkbaar niet goed zijn best gedaan, met een soort roede op zijn blote billen. Het jongetje wordt door een andere jongen op zijn rug vast gehouden en kijkt angstig achterom.

(Kunstblikken Paul Bröker. 2023).

In detail:

Detail: Benozzo Gozzoli, Monica brengt Augustinus naar de school in Thagaste

bezoek: (een mooie bijdrage)

https://www.kunstblikken.com/post/augustinus-loopt-wat-over-het-strand-te-mijmeren-en-dan-komt-hij-plotseling-tot-inzicht

oegeschreven aan Gerard Seghers, Augustinus van Hippo, olieverf op doek: 114,5 x 142, ca. 1620-1651, Kingston Lacy, Dorset, Engeland

Iemand die het wereldse gebeuren vaak zelf met eigen ogen heeft gezien is de nu onbekende maar ooit zeer gelezen Duitse auteur Hans Wachenhusen (1823-1898). Eerst reisde hij naar Scandinavië, Noorwegen, Lapland en IJsland en maakte hij ‘literaire aantekeningen’ bij deze reizen. (met vertalingen uit het Deens, zelfs een bundel sprookjes publiceerde hij in 1854)

Zijn belangrijkste activiteit viel echter samen met de avonturen, gevaren en indrukken die hij beleefde en documenteerde als oorlogscorrespondent voor grote kranten sinds de Krimoorlog (1853-1856) en in latere conflicten. En vandaar reisde hij naar Rome, later met Garibaldi naar Napels om dan weer te verhuizen naar de Pruisische oorlogen. (1866)

Na 1866 woonde hij weer in Parijs, schreef een verslag tijdens de Wereldtentoonstelling in 1867 en was aanwezig bij de openingsceremonie van het Suezkanaal in Egypte in 1869. Tijdens de Frans-Pruisische oorlog van 1870 was hij weer actief als correspondent voor de Kölnische Zeitung. Zijn verslagen – gepubliceerd in twee delen onder de titel Tagebuch vom französischen Kriegsschauplatz 1870-71 – trokken de aandacht in vele kringen.

Na nog een verblijf in Parijs woonde hij in Wiesbaden, waar hij van 1857 tot 1865 het tijdschrift Der Hausfreund publiceerde. Naast zijn talrijke oorlogs- en reisbeschrijvingen schreef hij ook verschillende romans en korte verhalen. Veel van zijn werken verschenen als zogenaamde spoorwegliteratuur bij uitgeverijen die gespecialiseerd waren in conversatie- en reisliteratuur en werden in kleine formaten van 50 tot 100 pagina’s, die ook rijk geïllustreerd waren, voor weinig geld (een stuiver, ein Groschen) aan reizigers verkocht. (vandaar de naam: Groschenroman, bij ons: Stationsroman)

Tot mijn verbazing vond ik zelfs talrijke reprints van zijn boek ‘Eva in Paris’ dat na verschijnen in 1869 hier ten lande kritisch werd onthaald en in ‘Vaderlandsche Letteroefeningen. 1870’ door Johannes van Gogh werd besproken:

"Als moeder ‘Eva’ in het tegenwoordige ‘Parijs’ hare oogen opsloeg, zou zij ze met nog dieper schaamte nederslaan over de ongeloofelijke lichtzinnigheid en diepgezonken zedeloosheid harer dochteren, dan zij gevoelde toen ‘hare oogen geopend werden’ na den noodlottigen appelbeet. 't Is eene chronique scandaleuse, die hier wordt opgelezen! De voorstelling is vrij realistisch; wel niet zoo, dat de welvoegelijkheid aan de waarheid wordt opgeofferd, maar toch....wel een weinigje los, vooral omdat de schrijver ons wat veel badineert. Zoo kwam het ons reeds voor, toen wij fragmenten uit het boekje in het tijdschrift Europa aantroffen. Het wordt aldus verontschuldigd: ‘Wanneer een onzer moderne Raphaëls de schoonste vrouwen der aarde naar de natuur schildert, dan staat de gansche wereld van bewondering opgetogen en allen noemen hem een groot kunstenaar. Maar kom ik op mijne beurt en verhaal ik de wereld, volgens de meest evidente bewijzen en met de innigste oprechtheid, de levensgeschiedenis dier schoone vrouw, dan zeggen zij: dat is realistisch! foei! dat is...onzedelijk.’ Het eene staat met het andere niet gelijk. Doch daarover willen we nu niet twisten. ‘Onzedelijk’ is wel het meeste, dat in dit boekje verhaald wordt, maar de wijze waarop dit geschiedt, noemen we meer loszinnig dan onzedelijk. "

(Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: Binnenlandse letterkunde en Bibliographie p. 236)
Eerste oorlogsfotograaf van de Londense krant the Times in de Krimoorlog

We namen je mee op een drievoudige reis waarin het bezielen telkens weer een andere invalshoek kreeg. Anne Buckwalter’s plezierige kijk op het alledaagse en de sporen van ontsnappingspogingen daaruit , het inleidende spel niet voor het spel maar om krachten en de blik van onze geest te oefenen volgens Augustinus, en leven en geschriften van Hans Wachenhusen waarin de harde werkelijkheid en het dagelijks dromen in geschriften ‘loszinnige’ bedenkingen teweeg brachten bij de toenmalige literatuur-besprekers. De donkere dagen zijn inderdaad uitstekende uitdagingen om oplichtende geesten te bezoeken.

Werk van Anne Buckwalter