521_0821eb9809b75ca30c0cc2f6e412b445

Spreek verder Camille, zei ik.

“Moeders kunnen fataal zijn voor hun zonen.
Mannen hebben torenhoge constructies van politiek en luchtculten opgezet als een protest tegen de moeder.

Zij is Medusa, in wie Freud de castrerende en gecastreerde vrouwelijke pubes ziet.
Maar het slangenhaar van medusa is ook de kronkelende plantaardige groei van de natuur.
Haar gruwelijke grimas is de angst van de man voor de lach van de vrouw. Zij die leven geeft, sluit ook de weg naar de vrijheid af.(…)

Mannelijke homoseksualiteit is wellicht de moedigste poging de femme fatale te ontlopen of te slim af te zijn.
Door zich zich af te wenden van de Medusa, de moeder, hetzij in verering, hetzij in haat, is de mannelijke homoseksueel een van de grote scheppers van de absolutistische westerse identiteit.
Maar natuurlijk heeft de natuur, zoals altijd, het laatste woord door ziekte tot de prijs van promiscue seks te maken.

Erotiek is de zwakke plek van de maatschappij waardoor de chtonische natuur zich toegang kan verschaffen.
Onder haar gewicht bezwijken religie en ethiek.
De femme fatale kan zich voordoen als moeder, als Medusa, of als frigide nimf, vermomd in de schittering van de apollinische cultuur.
Haar koele onbereikbaarheid is lokkend, fascinerend en vernietigend.
Ze is geen neuroot, ze heeft nog het meeste van een psychopaat.
Dat wil zeggen dat ze een amorele affectloosheid aan de dag legt, een serene onverschilligheid voor het lijden van anderen.
In die zin gelijkt ze op het fenomeen van de mooie jongen, een van de meest verbijsterende seksuele personae van het Westen.
Het gevaar van de homme fatale echter zoals dat wordt belichaamd in de jonge mannelijke prostituee van onze tijd, is dat hij altijd weer weggaat, naar andere geliefden, andere landen.
Hij is de zwerver, een cowboy, een zeeman.
Maar het gevaar van de femme fatale is juist dat ze blijft, roerloos, stil, verlammend.
Haar blijven is een daemonische last.
Ze is eens stekelig symbool van de eigenzinnigheid van seks.
Ze blijft waar ze is.

Dit hoofdstuk leidt naar een theorie over schoonheid.
Ik ben van mening dat het esthetisch gevoel, net als al het andere tot nu toe, een poging is het chtonische te mijden.
het is een verplaatsing van het ene gebied van de werkelijkheid naar het andere, analoog aan de verschuiving van de aardcultus naar luchtcultus.

En is er dan geen vooruitgang?
Heeft de nieuwe status van de vrouw geen ontwikkeling doorgemaakt?
Het is zeker niet de ontwikkeling van mythe naar werkelijkheid, maar van een oudere naar nieuwere mythe.
De opkomst van de rationele, technologische vrouw maakte het evenwel noodzakelijk dat er een aantal onaangename archetypische realiteiten worden weggedrukt.

Menstruatie en bevalling zijn een affront tegen de schoonheid en de goede vormen, zegt Paglia.
“In esthetische termen zijn die dingen verschrikkelijk smerig.
Het moderne leven,met zijn ziekenhuizen en zijn papieren handdoeken, zakdoekjes en tissues, heeft deze primitieve mysteriën hygiënisch en afstandelijk weggeorganiseerd, net als de dood, vroeger een slopende aangelegenheid die thuis plaatsvond.
Er wordt heel wat onder het tapijt geveegd: het ontzag, de vrees dat wij zelf worden weggeveegd.

Augustinus zegt:
“Wij worden geboren tussen faces en urine.”
Die misogyne visie op de met zonde en vuil beladen geboorte van de zuigeling, benadert sterk de chtonische waarheid.
Maar de stofwisseling die voor één keer bij beide seksen gelijk is, kan weer gered worden door de humor, zoals we zien bij Aristofanes, Rabelais, Pope en Joyce.
Excrementen hebben een plaats in de culturele canon gevonden.
Menstruatie en geboorte zijn te barbaars om komisch te kunnen zijn.
De lelijkheid daarvan is de oorzaak van de gigantische verschuiving naar de historische status van de vrouw als lustobject, wier schoonheid eindeloos wordt besproken en steeds aan verandering onderhevig is.
De schoonheid van de vrouw is het compromis dat werd gesloten met haar gevaarlijke archetypische aantrekkingskracht.<brDie schoonheid geeft het oog de geruststellende illusie van een beheersing van de natuur door het intellect.


En hiermee zijn we terug bij het begin en zullen we verder onderzoeken waarom de mannen het in het westen in de kunst het voor het zeggen hadden en wat het typisch westerse in dat alles is, zou moeten zijn of helemaal niet was.