432_097f97586a285d51b28686de4c5167da

En dan nu, op de rand van de zomer (binnen 4 dagen beginnen de dagen alweer te korten) het beloofde hoofdstukje over de kunst gezien via Paglia’ s ogen.

“Het meest effectieve wapen tegen de overvloed van de natuur is de kunst.
Religie, ritueel en kunst waren vroeger één, en in alle kunst is nog steeds een religieus of metafysisch element aanwezig.
Kunst, hoe minimalistisch ook, is nooit een kwestie van ontwerp.
Het is altijd een ritualistische manier van het opnieuw ordenen van de realiteit.
Iedere handeling die leidt tot het scheppen van kunst, in een stabiele en collectieve of in een onstabiele individualistische context, wordt geïnspireerd door angst en spanning.
Ieder subject dat door de kunst wordt gelokaliseerd en erkend, wordt bedreigd door zijn eigen tegendeel.
KUNST IS EEN DAAD VAN INSLUITING OM IETS ANDERS BUITEN TE SLUITEN.

Kunst is een ritualistisch stilzetten van het perpetuum mobile van de natuur.
De eerste kunstenaar was een priester van een primitieve godsdienst die een bezwering uitsprak om de daemonische energie van de natuur te fixeren in een moment van perceptuele stilte.
Fixatie is de wortel van de kunst, fixatie als “stasis” en fixatie als obsessie.
De moderne kunstenaar die alleen een lijn over een pagina trekt, probeert nog steeds een onbeheersbaar aspect van de realiteit te remmen.
Kunst is eenbetovering.
De kunst houdt het publiek in zijn ban, laat voeten stilhouden voor een schilderij, dwingt een boek in de hand te blijven.
Het beschouwen is een daad van magie.

Kunst is orde.
Maar orde hoeft niet per se rechtvaardig, menslievend of mooi te zijn.
Orde kan ook arbitrair, onmenselijk en wreed zijn.
Kunst heeft niets met moraal te maken. Er kunnen morele thema’ s in verwerkt zijn, maar die zijn incidenteel en plaatsen een kunstwerk alleen in een bepaalde tijd en een bepaald gebied.

Alleen utopisch denkende progressieven kunnen zich verbazen over het feit dat er kunstkenners onder de nazi’ s waren.
Vooral in de moderne tijd waarin kunst naar de zijlijn van de cultuur is verschoven, is het evident dat kunst agressief en dwangmatig is.
De kunstenaar maakt zijn kunst niet om de mensheid te redden, maar om zichzelf te redden.
Iedere welwillende opmerking van een kunstenaar is een rook gordijn waarachter hij zijn sporen tracht te verhullen, het bloedige spoor van zijn aanval op de realiteit en de anderen.

Nietzsche zei al: “Bijna alles wat we tot de “hogere cultuur” rekenen is gebaseerd op de spiritualisering van de wreedheid.”
De eindeloze moorden en rampen in de literatuur zijn er voor het genoegen van de beschouwer, niet bij wijze van zedenles.

De kunst maakt dingen.
Er zijn, zoals ik al zei, geen objecten in de natuur, alleen de slopende erosie door de natuurkrachten, die alles verandert, ondermijnt, verpulvert en uiteindelijk alle materie tot vloeistof herleidt, de dikke oersoep waarin de nieuwe vormen opduiken, vechtend voor hun leven.
Dionysius werd geïdentificeerd met vloeistof- bloed-, sap, melk, wijn.
Het dionysische is de chtonische vloeibaarheid van de natuur.
Apollo daarentegen geeft vorm en onderscheidt het ene wezen van het andere.
Alle artefacten zijn apollinisch van aard.
het samensmelten en verenigen is dionysisch; het separeren en individualiseren is apollinisch.

Vandaar dus de mannelijke dominantie in kunst en wetenschap.
De focus van de man, zijn gerichtheid, concentratie en projectie, zijn zijn werktuigen om seksueel te kunnen overleven, maar ze hebben hem nooit een uiteindelijke overwinning opgeleverd.
Dit tracht de man te corrigeren door cultus van de vrouwelijke schoonheid.
Door zich te richten op haar vormen, door de vrouw tot lustobject te maken, doet de man zijn uiterste best om de vreesaanjagende eb en vloed van de natuur te stabiliseren en te fixeren.