dyn002_original_600_600_jpeg_20344_ee19fb6508e1641006f8e61452640d0f

Erga Aphroditès, de werken van Afrodite.
Wil je de klassieke (Griekse) kijk op seksualiteit bekijken, dan zul je ‘t met deze benaming moeten doen.

Geen afbakening, geen overzicht om te beschrijven wat normaal, verboden of rechtmatig is.

Geen bekommernis om achter de ‘onschuld’ of argeloosheid de aanwezigheid van een verraderlijke macht te ontdekken, een typische bekommernis voor het vraagstuk van het vlees of de seksualiteit.

Zorgvuldig wordt de leeftijd bepaald waarop je kunt trouwen en kinderen krijgen, maar nooit, zoals door de Christelijke leidsmannen wel gebeurde, welke liefkozingen zijn toegestaan, welke houdingen moeten worden genomen of te verfoeien zijn.

Socrates raadt degenen aan die niet bestand zijn tegen de verleiding van mooie jongensogen, deze blikken te ontvluchten, ja zelfs een jaar in ballingschap te gaan indien nodig.

Michel Foucault vraagt zich af of dit alles uit een zekere schroom gebeurt?
Er is in ieder geval een groot verschil tussen de terughoudende klassieke literatuur hierover en de vrijmoedige beeldende expressies.

Ze legden wat mocht, kon en niet kon, niet vast in allerlei regels zoals de christelijke auteurs dat deden.
En zeker kon het onderzoek naar canonieke vormen of diepe verborgen machten hier niet gelden.

Het gaat duidelijk om de angst voor de AKOLASIA, de ONMATIGHEID.
Die akolasia is niet van toepassing op het genieten van kleuren, geuren , gebaren of tekeningen, noch op toneel of muziek.
Het gevaar begint pas bij de aanraking.
Contact met de mond, keel, tong (voedsel en drank), contact met andere lichaamsdelen (seksuele lust).
Merk het verband tussen voedsel en de seksuele lust!

En dan nog vestigt Aristoteles er de aandacht op dat het onbillijk zou zijn bepaalde lusten die aan de buitenkant van het lichaam worden ervaren als onmatig te beschouwen, zoals bv. de massage in het gymnasium.
Bij onmatigheid wordt immers de aanraking over heel het lichaam verspreid.
(Aristoteles, Nicomacheïsche ethiek, III, 2 8-9)

In de christelijke ethiek zal men veel argwanender het lichaam beschrijven, want zelfs geuren, klanken en beelden worden gewantrouwd, want ze kunnen als gemaskeerde seksuele verlangens ervaren worden. (denk maar aan de verderfelijke opzwepende muziek, 2de eeuw v. Chr.!)

Ook gaat bij de Oude Grieken de aandacht niet dadelijk naar de morfologie van de betreffende organen en bijbehorende begeerten en lusten, maar wel naar hun dynamiek.

dyn005_original_193_241_jpeg__9144a2e808c5da8b3ccf086f71562b11

Hun wantrouwen tegenover de begeerte ligt in het feit dat zij de eenheid tussen daad van de aphrodisia en de lust kan verbreken.
De verbinding van daad, lust en begeerte is een dynamisch gebeuren, en deze verbinding is het essentiële van de aphrodisia.

Niet de ontologie van gemis en verlangen, geen ontologie die een norm voor het handelen vooropstelt, maar een kracht die hen onderling samenbrengt.

In deze dynamica analyseren zij twee grote variabelen:

De ene is kwantitatief, ze heeft betrekking op de mate van de activiteit.
Het is dus niet zo zeer het type objecten waarop ze zich richt, noch de modus van de seksuele praktijk , maar voor alles DE INTENSITEIT.

De scheidslijn loopt dus niet tussen het heterofiele of homofiele (ze kenden niet eens een woord voor deze beide begrippen), maar wel tussen de gematigdheid en het gebrek aan zelfbeheersing.

De andere variabele kunnen we met rol of polariteit aanduiden.
In het liefdesspel gaat het om de actieve of de passieve rol.
Ik wil je graag nog even in herinnering brengen dat deze ethiek een mannenethiek is.
Het gaat om “de agens”, de handelende, en “de patiens”, de passieve, ondergaande partner.

Hoe natuurlijk de seksuele lust ook ervaren en beschreven wordt, toch is hij het voorwerp van morele zorg.

2802951033

De morele zorg draait om de lust die in feite als inferieur wordt beschouwd omdat dieren en mensen haar gemeen hebben.En naast dit inferieure gevoel dat dus de nodige morele zorg nodig heeft, wordt de voortplanting als doel voor ogen gehouden.

Als de arts Erixymachus in het Symposion het woord neemt, eist hij voor zijn kunst de competentie op adviezen te verstrekken over de wijze waarop iemand van tafel- en bedgeneugten gebruik moet maken; volgens hem moeten juist de artsen zeggen hoe je genoegen aan een goede maaltijd kunt beleven zonder ziek te worden; ook moeten ze degenen die de fysieke liefde -de pandemische- (de vulgaire) bedrijven, voorschrijven hoe ze kunnen genieten zonder dat er enige losbandigheid uit voortspruit.
(Foucault, p53, Plato, Symposion)

Het zou interessant zijn om de verbanden tussen voedsel- en seksuele moraal te kunnen onderzoeken vanuit de doctrines en religieuze voorschriften, of dieetregels.
(en hoe na een tijd een ontkoppeling van deze twee gebieden voorkomt waarin het seksuele gedrag zorgwekkender wordt dan het voedingsgedrag!)

De vraag dus hoe je je kunt bedienen van de dynamica tussen lusten, begeerten en de daden blijft hun voornaamste zorg.

Aan tafel!
Naar bed!
Geniet, maar met mate, zoals dat in de televisiereclame heet.

Bemin je mij, zoals ik jou; dan is de vreugde dubbel. Maar
laat ik je koud, dan zal ik je haten, zoveel ik van je houd.

Strato van Sardeis, vertaling Charles Vergeer