Onze stilte is met licht al oud
en daarom zacht geworden.

De koningen hebben het toneel verlaten,
trompetten achter hun kiezen
brokaat en paardenmest
werd in de toonkast van de tijd verzameld.

Eindelijk zijn we in de leegte thuis.
om drie uur scheurden de gordijnen open
en het licht van de calvarieberg
filterde zijn zachtste zilver
op de zetel waarop je lag, net voor de dag begon.

Nico, je gaf je graf graag aan de Heiland
terwijl zijn laffe leerlingen de stad in vluchtten.

Ik sterf elke dag in de leegte van mijn herinneringen,
en zie hoe geluidloos grijs de dag dichtgaat.

Ons verhaal schilfert fresco-koud, boven de hoofden
van de bezoekers die lichtblind op zoek zijn
naar trompetgeschal en zich zo graag in brokaten pluimen hullen
terwijl paardenmest van roofridders
hun kelderchampignonnen voedt.

We zouden wachten tot het paasmorgen wordt.

Jij rolt de steen weg,
en ja, het graf is leeg.

Nico, hier kunnen we schuilen
door god verlaten
en begraven voor de mensen.

Waar we leefden
woont nu het licht.