0

Carl Jung beschrijft het domein van ‘de ziel’ als het psychisch gebied tussen het bewuste en het onbewuste, als een psychische werkelijkheid dus die empirisch is vast te stellen.

In zijn mooi boek ‘Het numineuze’ schrijft Tjeu van den Berk:

Tussen de laag van het zuiver onbewuste en die van het zuiver bewuste bestaat volgens Jung een verbindingslaag, een overgangsgebied.
Daar wordt het onbewuste zich bewust van zichzelf en komt het bewuste in aanraking met zijn onbewuste wortels.

Jung herhaalt meermaals dat de ziel ‘een autonome factor’ is.

‘De ziel is voor mij iets objectiefs van waaruit werking uitgaat naar mijn bewustzijn.’

(C.G. Jung, ANTWOORD OP JOB)

Verwar haar dus niet met het bewustzijn want de ziel spreekt geen logische taal, zij spreekt in beelden.
Ook is zij niet met het onbewuste gelijk te stellen, al staat ze in direct contact met “de duistere roerselen, gevoelens, notities, gewaarwordingen en intuïties ervan’

Uit haar ziet Jung zowel de droom als de psychose voortkomen, mysterium fasciosum et…tremendum dus.
Fascinerend en huiveringwekkend.

Een lange aanloop naar het beeld van het bos dat ik via de digitale werkelijkheid vrijdag laatsleden in het objectief kon vangen en hier weergeven.

Je zou het in allerlei woorden kunnen vangen maar het grootste deel van mijn ervaring zit net in het woorden-loze.
Je zou het kunnen hebben over de omvang van de ‘bewusten’ zoals wij de mensen noemen, tegenover de grootheid van het anders-bewuste, al zal die tegenstelling beter als eenheid begrepen worden.

Ik wist meteen dat het beeld alles zou vertellen waar ik taalkundig tekort schoot.
Het was moment en eeuwigheid, licht en donker.
Degenen die ik intens liefheb staan er als kleine mensjes.
Het kleinkind is zelfs onzichtbaar.
Maar ze horen bij het geheel ook al zullen ze even later verdwijnen net zoals dit moment van licht en schaduw terwijl het bos wezenlijk aanwezig blijft.

‘De uitspraken van de ziel verwijzen naar werkelijkheden die ons bewustzijn te boven gaan.
Deze werkelijkheden zijn ‘complexen’ die in de ziel voorstellingen veroorzaken, voorstellingen die niet worden bedacht, maar die we innerlijk waarnemen in de vorm van beelden, symbolen en mythologische motieven.’

(Jung, Antwoord op Job)

dyn003_original_540_405_jpeg_20344_8477f41697f3a58a177e9d1d9ccea042

Ik laat je met deze foto in het Feeëndal kijken.
We zijn uit het bos gekomen en wandelen nu terug naar het landhuis.
Aan onze rechterkant zie je het bewuste dal, met daarboven de herfstwolken.
het strijklicht van de voorbije dagen heeft plaats gemaakt voor het grijze waarin zilveren tonen en donkere partijen het blauw langdurig durven bedekken.

Ik liep zo terug mijn kindertijd in.
Toen ik ’s avonds Pavese las, wist ik dat we een gemeenschappelijke ervaring deelden.

‘Soms wanneer ik deze streek nader, geeft dat mij een hevige schok die mij als vloedgolf overvalt en overstelpt.(…)
Ik hou stil bij een veld, gedachteloos, onder een heldere hemel, bij een stroompje, bij een bosje, en opeens word ik aangegrepen door dat radeloze gevoel dat ik niet meer ik ben, dat ik mijzelf verander in dat veld, die hemel, dat bosje, dat ik zoek naar het woord dat het allemaal vertaalt, tot de grassprietjes toe, en de geur, en de leegte. Ik besta niet; het veld bestaat, de hemel bestaat.’

(Cesare Pavese, Beroepskwaal In ‘Stilte in augustus, verzamelde verhalen. Samenstelling Hein Aalders. De Bezige Bij, A’dam 2004, 414)

En daarmee is de band gelegd tussen de onbewuste ervaring van de kindertijd met de vervoering van de volwassene, een band die Pavese als ‘mythisch’ omschrijft, en (ik citeer Van den Berk)

…Hij kiest dat woord omdat de intense gevoelens die worden opgewekt door plaatsen of voorwerpen uit de kindertijd, net zo’n gewijd karakter hebben als in de klassieke mythen bepaalde plaatsen, personages of gebeurtenissen een sacrale dimensie krijgen.’

We reizen straks verder in dit innerlijke landschap.


OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik voel mij als iemand
die u aan uw kindertijd moet herinneren.
Nee, niet alleen aan de uwe:
aan alles wat ooit kindertijd was.
Want het gaat er om
herinneringen in u op te wekken,
die niet de uwe zijn,
die ouder zijn dan u.

Verhoudingen moeten worden hersteld
en samenhangen vernieuwd,
die van ver voor uw tijd zijn.

Rainer Maria Rilke