waiting_for_spring

Waiting for spring, zo heet het hierbij links afgebeelde werk van David Schofield.

Er wordt wat afgewacht.
De wereld als wachthuisje.
De winterkooi verwacht de lente.
Het leven na de dood.

Aan de andere kant ‘white as snow’.
Kerstmis, I’m waiting for a white christmas.

Mooie vondst, hoe dan ook.
De doordruk van de uiterlijke verschijning vormt het verlangen, of de ware aard.

En nu komen de klassieke vragen:
Wat is dan het wezenlijke?
L’ essentiel est invisible pour les yeux, naar de wijze van de kleine prins.

Maar wat zie je dan wel?
Is hetgeen wij waarnemen dan altijd bedrog, of keren we terug naar Winnicots bepaling: zonder illusie kan een mens niet bestaan?

dyn007_original_403_500_jpeg_20344_18c61e30015e5df63b0358398d1c0eb1

Het is edel om te zeggen dat je de kooi wel verdraagt, wachtend op de lente.
En net zo edel is het je af te jakkeren voor de medemens met de hoop op de witte sneeuw van het eeuwige leven.

Maar waarom wantrouwen wij het zichtbare zo zeer?

Scio expertum, meneer.
Jaja, ik weet bij ondervinding.
Het zichtbare heeft ons al vaak bedrogen, maar lag dat aan het zichtbare of aan ons tekort aan onderscheid?

Zijn de dingen in hun uiterlijke verschijningsvorm niet voldoende?
Waar halen we de pretentie om ze als wazige spiegel te bekijken in de hoop op het ware gelaat?

dyn007_original_411_500_jpeg_20344_500c67bf5f6189604d359105e814be89

‘Lighthouse’ noemt de schilder dit werk.
De vuurtoren.

Laten we een oefening doen in zichtbaarheids-bepaling.
Vanuit de zee bekeken hebben we te doen met een half-mens.
Vanuit de tegenvoeters zouden we de hele mens kunnen beschrijven.
En zei zijn moeder niet:
‘Stop met dromen jongen. Blijf met je twee voeten op de grond.’
Terwijl de juiste bepaling eerder ‘Kom eindelijk uit de grond, ventje.’ zou moeten zijn.
‘Verhef je, kruip te voorschijn.’

Toch wordt hij als een lichtbaken gezien.
Zijn kijken is een richtsnoer.
Onze wortels in de materie zijn een gegeven.
Ook al roept de moralist:
‘Maar hoe kun je zo materialistisch zijn ingesteld?’
Alsof Icarus nooit heeft bestaan.

En zijn blik is op de zee gericht.
Naar het verlies van de zwaarte.
Naar het loskomen van de aarde.

Wij, westerlingen, wantrouwen de materie.
Zij zet aan tot zonde.
We wauwelen over norm-vervaging, terwijl de term norm-bevraging op zijn plaats is, maar we zijn bang.
Bange konijntjes, noemde een goede vriendin het deze dagen.
In elke firma van belang wordt geld en tijd gespendeerd aan risico-analyse.

Hellevuur en eeuwige verdoemenis waren mooie termen voor de vroegere risico-analyse.
Het leven was lijden, zong Robert.

Als ik sommige mensen hoor praten, de mond vol over normvervaging, dan hoor ik weer dat heimwee naar het lijden, naar het verlies door hen als ‘loslaten’ vertaald.
Maar het zand waarin wij wortelen, de klei waaruit wij getrokken zijn, is in de oude verhalen het symbool van de schepping zelf.
Als man en vrouw schiep hij hen.
De tuin van eden was zeker geen kloostertuin. (al kunnen sommige kloostertuinen model staan voor de lieve lust van het leven)

Konijntjes, het gras wordt weer groen.
Maar wachtend op de lente is het zomerhooi ook niet te versmaden.
En samen-knabbelen verhoogt de eetlust.