de kamer resized

Natuurlijk zijn de kleuren hier te licht of te donker (in dit geval te licht) maar ik denk dat je fantasie genoeg hebt om de tinten aan te passen, om het doek van ADOLPH MENZEL (1815-1905) niet alleen vormelijk te bekijken, maar als een uitnodiging om de virtuele ruimte van 162 jaar geleden te betreden.

Inkijk in de slaapkamer van de schilder.
De balkonkamer.

Het bed zelf, de hoek waaruit de kamer bekeken wordt, is onrechtstreeks zichtbaar in de spiegel, met goud omlijste kader die boven de sponde hangt.

In een van mijn erg mooie boeken, ‘INTERIEURS, les peintres de l’intimité, Frances Borzello, in 2006 eerst in het Engels uitgegeven bij Thames and Hudson, London, en hetzelfde jaar bij Hazan in Parijs, krijg je een beter idee.

Vergroot dus in gedachten de ruimte zodat je er zelf in kunt staan.

Het is bijna achteloos geschilderd, olie op karton, en door velen wordt het ‘doek’ beschouwd als een voorloper op het impressionisme, dus in 1845 niet gesmaakt, net zoals Turner een aantal van zijn werken verborgen hield en men ze pas na zijn dood terugvond.

Kijkers in de diepte lopen inderdaad hun tijd vooruit.

Het decor doet weinig ter zake.
De achteloos weg gezette stoelen, een openstaande lade onderaan waar je kleren ziet liggen, een hoekje van een tapijtje, een leeg bloempotje, banaler kan het niet.

Maar de kamer is een ontvangstruimte voor het licht, voor allerlei schakeringen van binnenvallend en gezeefd licht.

Een licht briesje laat het gordijn de kamer inbollen, (een beeld dat later ontelbare malen filmisch zou aangewend worden) en de kleurentinten stralen zomerse rust uit.

Mensen zijn er niet.
De kamer is leeg.

Maar het interieur zelf ademt.
Er zijn mensen geweest: kijk naar de stoelen, de open lade, de kader boven het bed.
En wat meer is, de kijker is er nu.
Het doek haalt ons de kamer binnen.
We blijven staan, maar we bevinden ons in het schilderij.

Kijk naar het vlekje zon op de stoel vlakbij het venster.
Je moet maar één stapje zetten en je ziet jezelf in de spiegel, je voelt het koele briesje.

Dat kan alleen in een lege kamer.
De schilder heeft plaats gelaten, meer nog, een muur weg gehaald om de tijd een neus te zetten.

Het geheim van de mooie leegte.

(wordt vervolgd)