DE STROEVE LACH

dyn008_original_640_455_jpeg_20344_bd9c69009896d99a5b3a5fcdc30db8ac

In de bibliotheek lezen ze hun dagelijkse krant.
Je merkt dat Hogarth niet ver weg was.

Met enkele scherpe pennetrekken, tekent hijhun karakters, hun nieuwsgierigheid naar de dagelijkse schandaaltjes en de beursberichten.

Het zijn aasjagers.
De gestoorde blik van het enige personage dat naar de camera kijkt, zegt genoeg: geen indringers aub.

Daumier hekelt, maar zonder veel mildheid.
Het was er ook de eeuw en de tijd niet naar met als enig gelukte revolutie die van de vreemde Belgische Staat in 1830 waaruit het nog vreemdere België zou ontstaan, de buffer tussen Engeland en Frankrijk, een buffer die alleen maar in omgekeerde zin, namelijk tegen Duitsland (even) zou werken.

De zelfgenoegzaamheid van een eilandbewoner.

Vreemd genoeg vond ik in het blad ‘The Lancet’ een goed artikel over hem.
Mooi om in het Engels over een Franse hekelaar dit te horen zeggen:

‘This master of pictorial storytelling has a great deal to say, about his revolutionary era and life in general, and he speaks clearly and forcefully, with humour and biting insight, of the deceit and corruption of politicians, the foibles and joys of the ordinary man, the ironies and irritations of everyday life, and the humanity of the great and the lowly. He was renowned in his early career as a clever caricaturist, but largely forgotten by the end of his life.

Mooi toch om in het gerenommeerde blad van de medicijnmannen ook aandacht te vinden voor deze kunstenaar.
Of zijn humor genezend werkte?
Ik denk dat ze bij de onderwerpen van zijn tekeningen eerder bloeddruk verhogend was.

dyn008_original_640_544_jpeg_20344_3d176dbf66bfe016315b27f03a01d172

En zijn observaties waren niet alleen politiek anti-royalistisch, of anti-bourgois, hij kon met zijn zwierige stijl de franse spirit in een vrij komische situatie weergeven.

Tijdens zijn leven werd hij zeer geacht.
Balzac (wiens werken hij ook wel eens illustreerde) schreef over hem:

Ce gaillard a Michelange sous la peau’.

En Baudelaire deed ook zijn duit in t zakje:

‘Cependant, Charles Baudelaire disait qu’à l’époque, il n’y avait, à Paris, que deux personnes qui dessinaient aussi bien que Delacroix. L’un d’eux était “l’un des hommes les plus importants de l’art moderne”.

En tot in Portugal drong zijn faam door waar ene França, essayist, over hem schreef:

‘La caricature est le moyen le plus puissant de discréditer, dans l’esprit du peuple, les mauvais gouvernements. C’est le plus rude châtiment qu’on puisse infliger à leur injustice et à leur bassesse. La caricature fait plus que de les render odieux, elle les rend méprisables: ainsi on voit comme ils la redoutent et la surveillent. Il n’y a rien que les comédiens de la scène politique redoutent autant que les crayons de la caricature…Philipon, Daumier, Traviés, Grandville, Monnier, peuvent dire parfois que leurs admirables dessins ont donné des insomnies aux homes d’état de Louis-Philippe et leur ont procure d’âpres remords!’

Jaja, slapeloze nachten, dat wel.
En waarschijnlijk was Daumier net door goed geobserveerde prenten enigzins gevreesd, maar…totaal onbekend geworden bij zijn dood.

Of sterven caricaturisten met hun onderwerpen en in dit geval bleef zelfs zijn pictoraal en beeldhouwwerk ook nog lang verborgen in de tijden daarna.

Maar is dat de reden dat we heden ten dage zo weinig politiek geïnspireerde caricaturisten kennen?
Of heeft het te maken met het verdwijnen van die ene plaats en persoon waarin de macht haar exponent vond?
Nu zijn we met zijn allen aan de macht, en lachen met de anderen is nog goed mogelijk, maar elke politieke cartoon zet onszelf in het klassieke hemdje.

Als Dewael het kan hebben over een onmenselijk vreemdelingenbeleid zonder dat er minsten twintig spotprenten over hem verschenen is dat wellicht omdat wij door ons zwijgen (tot in het stemhokje) mee schuldig zijn aan deze politieke koude.


BRIEF AAN VERRE EN TOCH ZEER NABIJE VRIENDIN

dyn006_original_380_424_jpeg_20344_a0d8d6f09bfefc4209d6d76ad79ee951

Zeer geliefde vriendin,

Terwijl jij naar Zuid Spanje bent, jouw bekende op jaren in zijn overwinteroord gaan bezoeken, ben ik hier in het land gebleven, en al scheiden ons kilometers met drie of vier cijfers voor de komma, ik voel me zeer met jou verbonden, want voor ons beiden staat het dwaze leven niet stil, het moet geleefd worden.

Daarom de foto van ‘de onzichtbare deur’.
Is ze gesloten, dan herstelde de wand van zijn open wonde om in de taal van de passieweek te blijven.
Maar ze is er: ze kan geopend worden om je buiten of binnen te laten.

De foto hier onder stelt je voor een ander raadsel: nog maar net ben je buiten door de ene deur, of daar daagt de andere op.

dyn006_original_540_405_jpeg_20344_e7f4173dd0f967f04d051b78392d827a

En laat me toe terug te keren naar Honoré Daumier.
Ik dacht dat ik hem zag zitten in de Antwerpse plechtigheid waarbij het nieuwe hoofd van het Antwerpse parket werd aangeduid: al die verklede heren, het was een déjà vu van zo’n 200 jaar oud. (volgend jaar zou Daumier 200 geworden zijn)

Maar ik laat ze even voor wat ze zijn of waren, of denken te zijn, of nog willen worden, en laat je dit prachtige doek van dezelfde hand bekijken: les saltimbiques.

Rondreizende ‘kunstenmakers’, acrobaten, muzikanten, mensen met een ander soortelijk gewicht en met minder gewenning aan de zwaartekracht, vandaar hun zwervende voetzolen die best de jouwe kunnen zijn.

Wij in onze huizen, onze binnenwereld al dan niet met de geheime deur, de noodingang en uitgang van de ziel waarmee we toch kunnen doen waarvoor we gemaakt zijn: vragen stellen, zoals een kind dat luid boe roept en dan weer het huis inloopt, zo roepen wij ‘boe’ tegen het leven, als een soort vraag dan, boe dus met een vraagteken, waarmee we onze onzekerheden op het leven afreageren of met die boe de vraag samenvatten: leven, moet ik nu bang van je zijn?

En naarmate het leven ons bij de lurven heeft en ons tot aan de grens van het dragelijke brengt, staan we nog even rechtop in de avondwind, horen we de echo van het voorbije terug ‘boe’ roepen, of zwijgt het leven in alle talen en keren we enigzins bedrukt terug langs de geheime deur naar onze binnenkamer.

Al zijn we dan door de jaren door vele deurtjes gegaan, telkens weer daagt in het nauwe straatje van de toekomst -een straatje dat steeds maar nauwer wordt en tenslotte zal dood lopen- een nieuwe deur op, de deur van de volgende kamer, een schuilplaats, een rouwkamer, een theehuis, een ruimte voor relieken…

Nog maar pas ontsnapten we uit de ene gevangenis en de andere staat te wachten.
Of kan het zijn dat je terug in je kinderkamer komt, dat je in een weerspiegeling van die lang vervlogen tijd, ook het perspectief van de essentie vindt?

We zullen ons in de kunstenmakers moeten vermommen, onze oefening in het vrijwaren van de innerlijke ruimte.
Hoe sukkelachtig we gekleed gaan, de vrouw op het schilderij heeft niet eens een aangezicht, de man draagt een koffertje of een trommel en het kind houdt de stoel voor de acrobatie boven zijn hoofdje.

dyn006_original_419_552_jpeg_20344_b0ef7706c826a6a3dbf7e9ba1f8b3211

Een mooie samenvatting: geen gezicht meer, nog slechts een trommel om de aandacht te trekken (of een lege verbandtrommel?) als al de andere instrumenten van de fanfare van honger en dorst verdwenen zijn, en de stoel voor het hoogstandje.

Maar let op, het is al heel wat.
Al schendt de tijd het lijf, al vervliegen onze bezittingen en naam en faam, we hebben nog het stoeltje van het Daumier-kind.
We zullen bewijzen dat we niet aan de grond bleven plakken, dat de binnenruimte geen dak of muren heeft maar op de open hemel uitkijkt.

We zullen- moeizaam misschien- ons in handstand zetten want we moeten ergens op steunen, en of het mes van de chirurg dreigt of het mes van het vonnis, we kunnen ons onder het geroffel van de levensdrift onderste boven zetten, benen in de lucht, en daarna vermoeid weer uitrusten op het stoeltje.

Kijk naar deze mooie oude foto.

SONY DSC

Hoe ze elkander vasthouden.
De moeder het kind, het kind het beertje.
En het beertje geeft het kind vriendschap, het kind de moeder.

Het is een dunamis in het oude Grieks, een kracht dus, een moter die de wereld draaiend houdt.

Kijk naar hun mooie handen, hoe ze het vasthouden toch weer doorgeven.
Ze hebben zich niet vastgeklemd.
Ze houden elkaar vast in tederheid, deze slons van de deugden, maar mijn beminde zuster.

Ik weet niet of het leven mild is geweest voor hen.
Ik vermoed niet dat ze rijk waren of geworden zijn.
Ik weet dat ze net zoals de saltimbiques op de vlucht moesten.
Eerst voor de Duitsers, daarna voor de Russen.

Ze zijn in het duistere van de na-oorlog verdwenen, in die donkere kaart van dat nieuwe Europa dat toen nog nauwelijks kon ademenen met al zijn kapotte steden en dode mensen.

Ze kijken naar ons.
De fotograaf heeft hun aandacht met een slimme fotografentruc vastgehouden,
Zelfs het beertje kijkt mee,
en die ene klik is uitgesmeerd tot op de rand van dit millenium.

Hun blik opent de gesloten deur van de geschiedenis.
Niets is ooit voorbij gegaan.

Ze hebben hun levenskunstjes moeten uithalen.
De vader van het kind kwam niet terug uit Stalingrad.
Maar hij kijkt mee door de ogen van zijn jongetje.

Het mooie is dat vandaag zo’n tweehonderd mensen die blik weer zien, en hen ook zullen aankijken.
Zo kijk ik je aan vanuit mijn verre standplaats.

We zijn net zo bang als zij met zijn drieën.
Jij om de teruggekomen kanker te bevechten, ik om het nooit eindigend verhaal van mijn zielepijn uit het papier te halen.

Maar we hebben onze geheime deur.
Het stoeltje.

Als het regent gebruiken we het als paraplu.
Indien nodig maken we ons los van de luie aarde.
En bij een mooi uitzicht gaan we zitten.
En we kijken.


BURGERS EN BEDELAARS

Twee van mijn geliefde doeken van Daumier.

Les laveuses, de wasvrouwen.
Het is bijna een stripverhaal.
De beweging.

dyn004_original_491_665_jpeg_20344_7da14a612419e7f7521e0ba6f43be01b

Moeder en het kindje, ze lopen in de nacht langs de Seine, klimmen de trappen op, moeten nog hun vrachtje wasgoed of gaan leveren, of haasten zich om met het vuile wasgoed nog aan het werk te gaan.

Was de 19de eeuw de eeuw van de opkomende burgerij, de middenklasse, arbeiders gingen er zeker niet op vooruit.

dyn004_original_419_624_jpeg_20344_706b97177aa464ea6840683124d015d0

De industriële revolutie bracht rijkdom voor de burgerij, maar ze kromde de ruggen van de arbeiders, en zeker van de laatste handarbeiders zoals deze vrouwen die voor den brode de was van de betere stand moeten doen.

Waarom zouden ze zich haasten?
De 19de eeuw zou de sprong van de feodaliteit naar de stadscultuur maken, en dat in een tijdspanne van minder dan honderd jaar.

Tempo dus.
Treinen.
Electriciteit.
Telegraaf en telefoon
Kolen staal.

Tempo tot bij de hollende kinderen van de armen.
De haast om te overleven.

Het is de eeuw van de mislukte revoluties: 1830 en 1848, maar ondanks het verzet komt er toch weer een Napoleon (III) op de troon.

de bedelaarsIn datzelfde donker kijken we naar de bedelaars.
Ze zijn talrijk.
Dit is de allerlaatste stap: een aalmoes vragen.

We zien alleen hun bovenlijven.
Dicht bij elkaar.
Alsof ze nog maar één lijdend lijf vormen.

Ze staan voor een blinde muur.
Daarachter wonen de gegoeden.
Soms bedelt het hele gezin.
Ze zijn van het platteland naar de stad getrokken.
Maar het beloofde paradijs was ook daar niet te vinden.

Er wordt honger geleden.
De cholera slaat toe.
De TBC, kanker van de 19de eeuw treft oud en jong.

Ze zijn moe.
Bijna te moe om te bedelen.
Ze wachten.
Ze weten dat de deuren voor hen gesloten blijven.

Kijk naar hun gezichten.
Bijna zijnhet maskers.
Ik denk dat er een moment komt dat je verdoofd bent door de rampspoed.

Het proletariaat groeit.
En met de massa’s arbeiders begint het ook in het ‘democratische’ en ‘verlichte’ Frankrijk te gisten.

Er is de groeiende Frans-Pruisische tegenstelling.
Frankrijk en Rusland verbroederen (voor een tijdje).

Maar de pauvreté wordt ook de moeder van de kunsten.
In Parijs hokken ze samen.
Ze drinken zich lazarus, betalen brood en verf met schilderijen, maar ze blijven schilderen.

Les bohemiens de Paris, de titel van een album dat Daumier uitgeeft in 1842-1844En er zijn dichters en schrijvers die de breuk maken met het verleden: Baudelaire, Victor Hugo, Balzac, Daubigny die zijn vriend zal blijven.
Frankrijk beweegt.

En er zijn de spotprenten, de karikaturen, de kritiek op de sociale en politieke zeden van zijn tijd.

dyn004_original_469_600_jpeg_20344_2f38630d78128748bd7b7b51cfbcc394

Hij is ook een voortreffrelijk beeldhouwer.
En meteen weet je wie de maker is van al die prenten die menig hedendaags advocatenkantoor sieren.

Met de opkomende burgerij, krijgt het gerecht de handenvol: wie ‘eigendom’ zegt, weet wat daarvan de gevolgen zijn.

Rechters, advocaten, deurwaarders, ze vormen een belangrijk onderwerp van zijn reusachtig oeuvre.

dyn004_original_448_482_jpeg_20344_7b44f6cc51e244d7fe0c6d018997adbd

De onmachtige staat schuift de zorg voor zijn burgers door naar de administratie, naar degenen die in ellelange procedures gelijk en ongelijk weten te bedisselen.

De miserie doet hem vloeken.
Maar zijn vloek vertaalt hij in een schampere lach.
Daarover een volgende keer.

De zitting is geschorst.


AU ROYAUME DES AVEUGLES: HONORé DAUMIER

dyn006_original_634_361_jpeg_20344_6c1b65b2a09492a7208769d3295f113b

‘La pauvreté est la mère des arts’.
Met een vader glazenier die ook verzen en patriotistische toneelstukken schreef, met het geboortejaar 1808 en Marseille als plaats waar het felle levenslicht voor het eerst werd waargenomen, zijn al de elementen aanwezig om de genaamde Honoré DAUMIER, ogen in zijn kleine hoofd mee te geven en een hart dat met de pauvreté kan meevoelen, en een gezonde zin voor humor om wat hij gezien heeft met de nodige spot naar de ‘gemerkten’ terug te gooien.

Toch ben ik begonnen met een tekening van hem waarop hij getuige is van mensen op de vlucht, ‘les fugitives’.

Het fragment waarin dhr Patrick Dewael het over zijn asielbeleid had, maakte de verbinding duidelijk.
Dat uitgerekend een ‘liberaal’ de gelijkheid der wetten uitroept en de resultaten van de rechterlijke macht corrigeert en zelfs afwijst, mag in dit geval hoogst merkwaardig heten.

Met de hete adem van 10 juni de rug en het gehijg van die partij die rijmt op behang in de nek, was zijn uitspraak stevig spierballenvertoon.

Het ‘verwende jongetje’ (uitspraak van Marleen) als rechtvaardige rechter, of hoe zou Honoré Daumier hem getekend hebben?

Kijk naar de spotprent met de conferentie van Londen waarover het lot van Polen werd beslist als onderwerp.
Juffer Polen ligt levenloos op de grond terwijl de betrokken partijen over haar lot druk discussiëren.
De wetten als gelijkmaker à la Procrustes.
Het spijt me, lieve kinderen dat jullie beter Nederlands praten dan de meeste Waalse collegae in het Parlement, maar jullie uitwijzing was wettelijk, en als we dit toestaan, dan…

Alleen firma’s mogen zich van het vrije initiatief bedienen, verjaagden zijn hiervan uitgesloten.

dyn006_original_640_514_jpeg_20344_9fcd724fabd56a721e6fd457d153ede9

Het zal je dan ook niet verbazen dat de heer Daumier na enig tekenwerk omtrent de Franse koning Louis Philippe tot zes maanden gevangenisstraf werd veroordeeld.

De kunstenaar als gevaar voor de macht?