dyn001_original_476_357_jpeg_20344_42ca0ba6a6b2cab5aa53e78b66593cd5.2

Billard stelt voor terug aan te knopen met de draad van de gebeurtenissen.
Een goed voorstel.

Het jaar 1922: ‘…l’évolution de la galaxie gidienne est plus tumultueuse que jamais.’

Gide trekt volgens oude gewoonte van hier naar daar.
De van Rysselberghe hebben “Le Lorrain” verkocht en La Petite Dame ‘sautille’ tussen de Villa, Saint Clair, Colpach en Brussel.
Elisabeth houdt zich met ‘La Bastide’ bezig, met uitstapjes naar Parijs, naar de Villa waar ook haar moeder huist en soms Marc die door zijn militair leven heel Europa moet doorkruisen en een post op het Ministerie voor Oorlog zal krijgen waar hij een meer sédentair leven kan leiden.

dyn001_original_476_634_jpeg_20344_a7782b4144e814e3305ddb760203e32b.2

Feit is dat Beth en Gide vaak onder hetzelfde dak verblijven, of in de Villa of in de Bastide, al dan niet in aanwezigheid van Marc.

In juni echter is Marc een ‘une semaine heureuse’ alleen met Beth in La Bastide.

In juli verblijft Gide in Poquerolles met de Martin du Gard’s.
Beth overtuigt haar moeder om hen te vergezellen, en als ze Poquerolles verlaten toont Beth haar het mooie kleine dorpje Pesquier dichtbij bij het strand van Huyères, ontdekt het jaar daarvoor samen met Gide die ze bij verrassing is komen bezoeken.

La Petite Dame keert terug naar La Bastide, en Beth maakt een mysterieuze omweg langs Saint-Clair en zal enkele dagen daarna opnieuw Gide ‘verrassen’.
Hij is in het Maritima hotel gelogeerd, langs het strand van Hyères “prend un ou deux bains par jour et vit tout nu sur la plage ou sur une petite terasse particulière.”

En Billard ziet voor zijn geestesoog dat bij dageraad van de 16de augustus 1922 Gide “retrouve avec Elisabeth la liberté qui favorise les dispositions amoureuses” et engendre, à sa grande surprise, “l’enfant d’Elisabeth” dont on a longtemps cru qu’il serait enfant de Marc.

dyn001_original_419_314_jpeg_20344_8fc0bf3ba76420362f8476f850298459.2

Dat zijn ongeveer alle gegevens die bekend zijn bij ‘l’annonciation’ faite à Pontigny, en daarmee kunnen we ook al dadelijk vermoeden wat niet geweten was.

Zo blijven er vragen bij wat er de zes eerste maanden van dat jaar 1922 is gebeurd.
In de Cahiers van La Petite Dame blijkt alles op toeval te berusten, une affectueuse complicité, quelques excercises érotiques qui ont produit par miracle l’enfant si longtemps rebelle aux appels répétés d’un couple cherchant à l’engendrer dans le plaisir et l’amour.

Terecht vraagt Billard zich of we in deze fabel moeten geloven.
Zo is de correspondentie tussen Marc en Gide vanaf 1917 erg constant gebleven, en met zorg gearchiveerd.
Natuurlijk zijn er brieven verdwenen, andere ‘mises en réserve’, maar je merkt een zekere continuïteit.

En plotseling van 2 december 1921 tot 11 juli 1922 geen enkele brief meer, noch van de ene noch van de andere kant.
Natuurlijk ze waren beiden veel in Parijs samen, maar Billard vermoedt hier toch een soort van ‘epuratie’ …destinée à occulter la période où les “esperances” ont changé du camp.

En ook de brieven van kort nadien zorgen voor enige ‘perplexité’.
Gide schrijft Marc dat hij gelukkig is op het strand van Hyères, maar alleen. Hij maakt zich ongerust omdat hij al twee weken geen nieuws van Marc heeft gekregen, en hij besluit:

‘…Si tu ne m’écris pas, c’est que tu as déjà trop de choses à me dire.’

Het antwoord van Marc is nog meer ‘troublante’:

‘Mon cher, J’ai reçu la carte d’Elisabeth au moment où ma main se dirigeait vers la fissure d’une boîte aux lettres pour y livrer une lettre adressée à Huyères. Cette lettre est restée en ma possession, et telle restera encore pendant un certain temps.’

Het leven schrijft zijn scenario’s beter dan de beste scenarist.