kiss

Het meest gangbare idee over de negentiende eeuw is de stelling dat ze getracht heeft de seksualiteit tot het echtpaar te reduceren, ‘…tot het heteroseksuele paar dat zo mogelijk ook nog wettig is.’
…aldus Michel Foucault in zijn eerste deel van de geschiedenis van de seksualiteit.

Hij bestrijdt echter dat gangbare idee met verve:

‘Men zou evengoed kunnen zeggen dat zij de groepen met velerlei elementen en een circulerende seksualiteit zo niet bedacht, dan toch minstens heeft ingedeeld en heeft laten voortwoekeren: een verdeling van gehiërarchiseerde of tegengestelde machtspunten, “nagejaagde” genietingen – dat wil zeggen zowel begeerd als vervolgd; geparcelleerde seksualiteiten die werden geduld of aangemoedigd; een nabijheid die zich uitgeeft voor bewakingsmethode en als intensiveringsmechanisme werkt; inducerende contacten.’ (p48)

Zijn vraag of het 19de eeuwse gezin eigenlijk wel een monogame echtelijke cel zou zijn kan hij voor een deel positief beantwoorden, maar tegelijkertijd is het ‘een netwerk van lusten en machten die onderling in talrijke punten met elkaar verbonden zijn en veranderbare relaties onderhouden.’

dyn004_original_400_183_jpeg_20344_4240a1dbebee6a36187ad4dd6c3179c8

En daarbij denkt hij aan de scheiding tussen volwassenen en kinderen, uitgedrukt in de kamer van de ouders en de kinderkamer (in de loop van de eeuw canoniek geworden toen men begon met de bouw van arbeiderswoningen), de strenge instructies omtrent zuigelingenzorg, de aandacht voor de kinderlijke seksualiteit, de vermeende gevaren van masturbatie, het belang van de puberteit, de gewaardeerde en tevens geduchte aanwezigheid van bedienden, dat alles maakt het gezin tot een complex netwerk dat verzadigd is met velerlei fragmentarische als beweeglijke seksualiteiten.

dyn004_original_408_258_jpeg_20344_d5967f48e151a6643502c00363d50c10

‘Reduceert men deze tot de echtelijke relatie, met het risico haar in de vorm van een verboden begeerte op de kinderen te projecteren, dan gaat men voorbij aan dit dispositief, dat zich tegenover deze seksualiteiten minder als een verbodsprincipe opstelt dan als een mechanisme van prikkeling en vermeerdering.
De onderwijsinstellingen of de psychiatrische inrichtingen met hun talrijke bevolking, hun hiërarchie, hun ruimtelijke indelingen en hun systeem van toezicht, vormen naast het gezin een andere manier om het spel van de machten en lusten te regelen; maar ook zij vertonen regionen met een hoge seksuele verzadiging, met bevoorechte ruimten of riten zoals het klaslokaal, de slaapzaal, de visite of het spreekuur.
Hier worden de vormen van niet echtelijke, niet-heteroseksuele en niet-monogame seksualiteit aangetrokken en geïnstalleerd.’

En dan die intrigerende conclusie dat de 19de en wellicht ook de 21ste eeuw een maatschappij is waarin de perversies ‘oogverblindend schitteren’.
En niet bij wijze van hypocrisie, want ‘…niets was duidelijker en breedsprakeriger, niets werd openlijker door vertogen en instellingen voor hun rekening genomen.’

Ook niet omdat de maatschappij de seksualiteit streng wilde indammen en tegen wil en dank de perversies als een soort reactie zouden ‘uitbotten’, neen, deze macht heeft geen verbodskenmerken schrijft Foucault.

‘Ze stelt geen grenzen aan de seksualiteit, maar verlengt haar uiteeenlopende vormen door die langs eindeloze penetratielinies te achtervolgen. Ze sluit de seks niet uit, docht sluit haar op in het lichaam als een manier om de individuen te classificeren. {…} De moderne maatschappij is pervers, niet in weerwil van haar puritanisme of als weerslag van haar hypocrisie, maar ze is werkelijk en rechtstreeks pervers.’

0005

Foucault somt dan een aantal seksualiteiten op die het correlaat van scherp omlijnde machtsprocedures vormen:
-zij die optreden in de verschillende levensstadia
-zij die hun beslag krijgen in neigingen of praktijken
-zij die vanuit relaties voortkomen (pedagoog-pupil, enz.)
-zij die in allerlei ruimten ronddwalen (gevangenis, thuis, school)

En nogmaals benadrukt de auteur dat het niet gaat om een regulerende rol om slechts één type van seksualiteit te reproduceren, dienstig aan arbeidskracht en gezinsvorm), ‘maar dit polymorfe gedrag is werkelijk uit het lichaam van de mensen en zijn genietingen opgediept, of beter, men heeft ze erin laten stollen; zij zijn door talrijke machtsdispositieven opgeroepen, aan het licht gebracht, geïsoleerd, geïntensiveerd en geïncorporeerd.'<p>Misschien komt hij dan bijna zonder enige nadruk overigens tot een stelling die hij voorzichtig met een ‘misschien’ inleidt:

‘Het is mogelijk dat het Westen niet in staat is geweest om nieuwe genietingen te bedenken, en het staat vast dat het geen onbekende, oorspronkelijke ondeugden heeft ontdekt. Maar het heeft nieuwe regels vastgesteld voor het spel van de machten en de lusten: daarin heeft zich het verstarde gelaat van de perversies afgetekend.’

Geen nieuwe genietingen, en…het verstarde gelaat.
Je zou kunnen denken dat het machts- en lustspelletje tot verstarring leidt eigen aan een over classifiëring, maar even later klinkt het toch anders:

‘De inplanting van perversies is een middel-effect: door afzondering, intensivering en versterking van de perifere seksualiteiten vertakken en vermenigvuldigen de relaties tussen macht en seks, tussen macht en lust zich, brengen het lichaam in kaart en dringen door tot in de gedragingen.
En met het oprukken van de machten nemen de verstrooide seksulaiteiten vaste vorm aan en hechten zij zich aan een leeftijd, een plek, een neiging of aan een bepaald type praktijk.

dyn004_original_400_310_jpeg_20344_e4616d27384310541ba50d3bcd13fc5b

Een woekering van de seksualiteit door uitbreiding van de macht; een opvoering van de macht waarvoor elk van deze regionale seksualiteiten een oppervlak voor ingrijpen levert; vooral sedert de 19de eeuw wordt deze aaneenschakeling door talloze ecomomische voordelen gegarandeerd en versterkt, die dank zij de tussenkomst van de geneeskunde, de psychiatrie, de prostitutie en de pornografie zich zowel hebben aangesloten op deze analytische vermenigvuldiging van de lust als op de opvoering van de macht die hier toezicht op houdt.
Lust en macht heffen elkaar niet op, ze keren zich niet tegen elkaar, ze jagen elkaar na, overlappen en versterken elkaar.

Dat moderne industriële maatschapijen in toenemende mate een seksuele ondrukking zouden hebben ingeluid is dus een mythe.

‘We zijn niet alleen getuige van een zichtbare uitbarsting van de ketterse seksualiteiten, maar vooral – en dat is het punt waar het om gaat- van een dispositief dat sterk verschilt van de wet, ook al steunt het hier en daar op verbodsprocedures.’

We plaatsen dus de nodige vraagtekens bij die zogenaamde Victoriaanse preutsheid.
Nimmer immers bestonden er meer machtscentra, nimmer werd er openlijker en breedvoeriger belangstelling getoond, en nimmer waren er meer brandpunten waar de intensiteit van de lusten en de hardnekkigheid van de machten oplaaiden om zich verder te verspreiden.

De konsekwenties van deze wederzijdse beïnvloeding zadelen ons op met de allerlei vragen die heden ten dage nog steeds werkzaam zijn.

Het is vanuit die vragen en achtergronden dat we stapje voor stapje proberen hedendaagse opvattingen van macht en lust te onderzoeken.

De vragen zijn vaak belangrijker dan de
vermeende vlugge oplossingen.