undertow

De inzet van ons onderzoek is niet het ontwikkelen van een theorie, als wel een analytica van de macht, verklaart Michel Foucault.

Hij wil tot een afbakening van het specifieke domein dat door de machtsrelaties wordt gevormd komen, en tot de vaststelling van de instrumenten waarmee dit domein wordt geanalyseerd.

En opnieuw zijn stelling: je moet eerst schoon schip maken van de voorstelling van macht die hij graag ‘juridisch-discursief’ wil noemen.

‘Deze opvatting beheerst zowel de thematiek van de onderdrukking als de theorie die de wet als constitutief voor het verlangen ziet.’

amphibians01

Er is een duidelijk verschil tussen de analyse die uitgaat van de onderdrukking van de driften en de analyse in termen van de wet van het verlangen.
Dat verschil ligt in de aard waarmee de dynamiek van de driften wordt opgevat en niet in de wijze waarop zij de macht begrijpen.

En die voor de hand liggende misvatting komt niet alleen voor bij diegenen die zich met het probleem van de verhouding tussen macht en seks bezighouden.
Zij is veel algemener verbreid: men treft haar vaak aan in politieke analyses van de macht, en je kunt haar wortels ver terug in de Westerse geschiedenis vinden.

dyn001_original_550_437_jpeg_20344_68cb4102d19dbc7d5ef1e912a042514d

Deze bijna voor de hand liggende mis-opvatting (ik zou zeggen ‘te schrale’ opvatting) bedient zich van deze kenmerken:

1. De negatieve relatie
In deze opvatting bestaat er tussen macht en seks alleen maar een negatieve verhouding, verwerping, uitsluiting, weigering, blokkering of ook verduistering of maskering.
De macht heeft uitsluitend ‘macht’ ove de seks en de lust door neen te zeggen tegen hen.
Haar effecten nemen de algemene vorm aan van grens en gemis.

2.De instantie van de regel
De macht is wezenlijk datgene wat de seks de wet stelt. En dat onder een binair regime: geoorloofd, niet geoorloofd, toegestaan en verboden.
De macht schrijft de seks een ‘orde’ voor.
En hier verhelderen we het begrip ‘juridisch discursief’, want de macht spreekt de regels uit (zij krijgt greep op de seks door de taal, door de vertooghandeling die een rechtstoestand in leven roept.)
De macht spreekt, en dat is de regel.De wetgever wordt de zuivere vorm van de macht, en de manier waarop hij te werk gaat is van juridisch-discursieve aard.

3.De cyclus van het verbod
Gij zult niet naderbij komen, niet aanraken, niet tot u nemen, niet genieten, niet spreken, gij zult u niet vertonen, enfin samengevat: gij zult niet bestaan.(behalve in het verborgene, he geheim)
Tegen de seks zou de macht alleen een wet van verbod in het veld brengen.
Verloochen jezelf op straffe van je opheffing. Je mag alleen blijven bestaan ten koste van je nietigverklaring.
De macht dwingt de seks enkel door een verbod dat twee vormen van niet-bestaan kan aannemen:
De logica van de censuur en de eenheid van het dispositief.

Bij de logica van de censuur herken je drie vormen: de bevestiging dat het niet is toegestaan, de verhindering dat erover gesproken wordt en de ontkenning dat het bestaat.

dyn001_original_450_450_jpeg_20344_79e539dc61877fc2b22bcf104b960a18

Rare logica: wat niet bestaat mag zich uiten, voilà.
De logica van de macht over de seks zou de paradoxale logica zijn van een wet ie als gebod tot niet-bestaan, niet-vertoning en stilzwijgen zou kunnen worden geformuleerd.

Bij de eenheid van het disposief gaat het over het feit dat de macht over de seks op alle niveau’s op dezelfde wijze zou worden uitgevoerd.
Uniform en massief.
Volgens verbod en censuur, van de staat tot het gezin, van de vorst tot de vader, van de rechtbank tot het kleingeld van de alledaagse straffen.
Deze vorm is het recht, met het spel van geoorloofd en niet geoorloofd, van overtreding en bestraffing.

‘Of men het nu de vorm geeft van de vorst die het recht formuleert, van de vader die verbiedt of de meester die de wet stelt, in alle gevallen wordt de macht als een rechtsvorm voorgesteld en worden haar effecten als gehoorzaamheid gedefinieerd. {…}
Achter het algemene thema van de onderdrukking van de seks door de macht, maar ook achter het denkbeeld dat de wet het verlangen constitueert, treffen we dezelfde voorstelling aan van de mechanica van de macht. Haar definitie is merkwaardig beperkt.
In de eerste plaats omdat deze macht arm zou zijn aan hulpmiddelen, spaarzaam in haar methoden, eentonig in de tactieken die zij aanwendt, weinig vindingrijk en als het ware gedoemd zich steeds te herhalen.’

Vooraleer we verder gaan kijken waarom wij deze machtstechnieken zonder meer erkennen, toch nog even zeggen dat ze inderdaad ook BESTAAN.

Men moet het aan den lijve ondervinden als een rechter tot je zegt: Ga en vermenigvuldig je tot niet-bestaande.
Ik bedoel dat het apparaat zelf vaak geen andere oplossing kent dan deze absurde consequenties.

De juridische opvatting van macht is natuurlijk niet de enig bestaande en waarom wij in haar termen denken zonder verder inzicht zal ons de volgende dagen bezighouden.