huwelijk

Gij wijzen, hoog en droog geleerd,
Wat gij zoal weet en vindt;
Hoe, waar en wanneer alles copuleert,
Waarom er wordt gekust en gemind
Gij, verheven wijzen, vertel me dan!
Vors eens na wat mij nu weer,
Vors me eens na, waar, hoe en wanneer
En waarom mij zulks overkwam?

Deze tekst van ene G.A. Bürger wordt al door Arthur Schopenhauer geciteerd in ‘Die Wille und Vorstellung’ en ook aangehaald door Foucault in het hoofdstukje waarin hij de bedoeling van zijn onderzoeken probeert duidelijk te maken.

Onze vragen die over de seks stellen hebben meer te maken mert de seks als geschiedenis dan met de seks als natuur.
Eerder dus hebben wij het over de logica van de seks dan over een fysica

We zijn er in het Westen in geslaagd de seks in een rationaliteitsveld in te lijven, en…

‘…Voortaan dient deze logica ons tot universele sleutel als we willen weten wie we zijn.
Al enkele decenia begrijpen de genetici het leven niet langer als een organisatie, die bovendien het merkwaardig vermogen bezit om zich voort te planten, maar ze zien juist in het voortplantingsmechanisme dat wat toegang geeft tot de dimensie van het biologische: de matrix niet alleen van de levenden, maar van het leven.’

Onze vraag is dus niet waarom de seks zo geheim is, welke kracht haar zo lang het zwijgen heeft opgelegd, maar de vraag waarmee wij dieze bijdrage begonnen, vervat in het vers: ginds bevindt zich de waarheid, ga zien of je haar kunt betrappen. Archonta movebo, een oud besluit.

dyn002_original_408_578_jpeg_20344_0dfa3615c0b9bb47372b43b3464b4628

De vragen stellen zich:

-wat is dat voor een gebod, waarom deze klopjacht op de waarheid van de seks, op de waarheid in de seks?
-wat verlangen wij van de seks behalve haar mogelijke lusten, dat wij ons zo in haar vastbijten?
-waar komen dat geduld en die gretigheid vandaan om de seks tot het geheim, de almachtige oorzaak, de verborgen zin en niet aflatende vrees te maken?
-en waarom is de opgave om deze lastige waarheid bloot te leggen ten slotte omgeslagen in een uitnodiging de verboden op te heffen en de kluisters te slaken?

Was de arbeid zo moeizaam dat hij met deze belofte aantrekkelijk gemaakt moest worden?
Of was de politieke, economische en ethische prijs van dit weten zo hoog geworden dat, wilde men daaraan eenieder onderwerpen, men er paradoxaal genoeg van moest overtuigen dat zijn bevrijding op het spel stond?

Het is dus nuttig om enkele algemene stellingen over de inzet, de methode, het domein en de voorlopige periodiseringen naar voren te brengen.

Ik besef de traagheid, maar we zullen Uw geduld belonen met merkwaardige ontdekkingen en inderdaad…nog meer vragen.

Immers Foucault zegt zelf dat er nogal wat verwarring in zijn redenering zit:

‘Maar op een hardnekkig onduidelijke wijze, sprak ik nu eens van ‘onderdrukking’ dan weer van ‘wet’, van ‘verbod’ of ‘censuur’, alsof het gelijkwaardige begrippen waren.
Uit koppigheid of nalatigheid heb ik elk mogelijk onderscheid in hun theoretische of praktische implicaties over het hoofd gezien.’

Hij beschuldigt zichzelf ironisch alsof hij inderdaad van twee walletjes wil eten: de tegenstanders verwisselen zodanig dat telkens de zwakste positie overblijft, en door alleen de onderdrukking te behandelen, wil hij ons ten onrechte doen geloven dat hij zich ontdaan heeft van het probleem van de wet.
Toch bewaart hegt beginsel macht-wet de voornaamste praktische consequentie, te weten dat men niet aan de macht kan ontsnappen, dat zij altijd aanwezig is en juist dat fundeert wat men tegenover haar probeert te stellen.

Heeft hij niet het zwakste theoretische element -de idee van een macht-onderdrukking- behouden om het kritiseren; van de idee macht-wet heeft hij de meest steriliserende politieke consequentie behouden, maar alleen om het voor eigen gebruik over te nemen.

Zelfbeschuldigingen die ironisch genoeg klinken om er niet in te trappen, maar inderdaad makkelijke vallen zijn voor de oppervlakkige onderzoeker.