bernini

 

Was u met mij verbaasd over de litanie waarin ‘de seks’ benoemd werd als:
-algemene betekenis
-universeel geheim
-alomtegenwoordige oorzaak
-nimmer wijkende angst

Deze vreemde mantra leidde ons naar de twee processen:
-wij vragen de seks de waarheid te spreken (maar omdat ze een geheim is dat aan zichzelf ontsnapt, weigeren wij de ontcijferde opgehelderde waarheid te zeggen)
-wij vragen haar ONZE waarheid te zeggen (die waarheid van onszelf die wij in het onmiddellijke bewustzijn menen te bezitten)

Uit dit spel is langzaam een weten van het subject ontstaan.
Dat weten is een macht-weten, het gaat dus (ik loop even vooruit) niet zozeer om de fysica (daarvoor moet je bij Goedele zijn) van de seks, maar om haar ‘macht’.
We zijn in het Westen steeds dichter rond de wetenschap van een subject gaan cirkelen: de causaliteit in het subject, het onbewuste van het subject, de waarheid van het subject in de ander die weet.
Dat alles vormt het vertoog van de seks.

dyn004_original_303_349_jpeg_20344_bd081ea909f812b091ea503c885d85ea

‘Maar niet op grond van enige aan de seks inherente, natuurlijke eigenschap, maar op grond van machtstactieken die aan dit vertoog immanent zijn.’

Scientia sexualis versus ars erotica? vraagt Foucault zich af.
En nu komen we bij de prentjes van Bernini’s extase van Theresia.

Want de ars erotica is nooit helemaal uit de westerse beschaving verdwenen.
Ik verwijs naar de biecht, maar vooral in de leiding van het geweten en het gewetensonderzoek, in het streven naar geestelijke eenwording, hierin worden een serie procédé’ s toegepast die verwant zijn met de kunst van de erotiek.

milkyway_v2Denk aan de leiding door een meester op de initiatieweg, intensivering van de ervaringen tot in hun fysieke bestanddelen, opvoering van de uitwerkingen door het vertoog dat ze begeleidt.

‘de in het katholicisme van de Contra-Reformatie zo vaak optredende verschijnselen van bezetenheid en extase zijn ongetwijfeld ongecontroleerde gevolgen geweest op momenten dat de erotische techniek, die aan deze subtiele wetenschap van het vlees immanent is, buiten haar oevers trad.’

En niet alleen in de religie maar ook in ‘haar fatsoenlijk positivisme’ zou ook wel de scientia sexualis van de negentiende eeuw meer als een ars erotica hebben gefunctioneerd.

En dan niet in de humanstische hersenschim van een volledige en ontplooide seksualiteit, en vooral niet in de verheerlijking van het orgasme of in het ideaal van een gezonde seksualiteit zoals de geneeskunde ze in het vooruitzicht stelt, en ook niet in de goede gevoelens van de bio-energetica, neen daarin liggen de belangrijke elementen van een kunst van de erotiek niet.

dyn004_original_495_477_jpeg_20344_c96568259ca66fc8c7be9c7e56bc06a3

Maar veeleer in de vermenigvuldiging en intensivering van de lusten waarmee de produktie van de waarheid over de seks gepaard gaat.

‘De geleerde boeken die men schrijft en leest, de consultaties en onderzoeken, de angst bij de beantwoordingvan vragen en het zalige gevoel dat men geduid wordt, zoveel verhalen die men zichzelf en anderen vertelt, zoveel nieuwsgierigheid, zoveel vertrouwelijke mededelingen die hun schandaleus karakter behouden dank zij de plicht de waarheid te spreken, wat niet zonder lichte huivering gaat, de wildgroei van geheime fantasieën waarvoor men duur betaalt om ze te mogen toefluisteren aan de gene die de kunst verstaat om ze te beluisteren, kortom de enorme ‘lust aan analyse (analyse in de breedste zin van het woord) die het Westen al meerdere eeuwen heeft aangewakkerd, dit alles zijn als het ware verspreide fragmenten van een kunst van de erotiek, waarvoor de bekentenis en de wetenschap van de seks heimelijk als voertuig dienen.’

Ja, de vraag ligt open: is onze scientia sexualis dan slechts een subtiele vorm van de ars erotica?
In alle geval, zo beweert Foucault, de hypothese van een repressieve macht is beslist te mager bij de snelle toename van vertogen.
Het gaat eerder om een fijn vertakt net van vertogen, vormen van weten, lusten en machten dat onder stroom wordt gezet.

‘…het gaat niet om een beweging die er op uit zou zijn de wilde seks terug te dringen naar duistere en ontoegankelijke contreien; het gaat integendeel om processen die haar uitzaaien aan de oppervlakte van de dingen en de lichamen, die haar prikkelen, openbaar maken en tot spreken brengen, haar in het werkelijke inplanten en haar gebieden de waarheid te zeggen: een complete zichtbare fonkeling van het seksuele, waarin het veelvoud van de vertogen, de hardnekkigheid van de machten en de wisselwerking van weten en lust zich weerkaatsen.’

Jaja, na dit lyrische gezang stelt hij onmiddellijk de vraag:
‘Zou dit alles slechts begoocheling zijn? Niets dan een vluchtige indruk waarachter een zorgvuldiger blik het bekende grote mekaniek van de repressie zou terugvinden?’

Er is dus duidelijk historisch onderzoek nodig.
Onderzoek naar hoe het weten van seks is ontstaan in de loop van de drie laatste eeuwen, hoe de vertogen die haar tot object hebben genomen zich hebben vermeerderd, en waarom wij ertoe gekomen zijn zijn aan de waarheid die zij dachten te produceren een haast fabelachtige waarde te hechten.

Als uitgangspunt gebruiken we de positieve mechanismen die weten produceren, een veelvoud van vertogen scheppen, lust opwekken en macht genereren.

Natuurlijk schreef Foucault deze zinnen in het licht van de opstandige jaren die het begin van de tweede helft van de 20ste eeuw inluidden.
Het zal onze taak zijn de duisternis die daarna (schijnbaar?) inviel te onderzoeken met hetzelfde enthousiasme waarmee hij zijn werk schreef, met dezelfde wil tot weten.
Een mooi begin van volgende week.