Broken1

Met opzet citeer ik Hoefnagels in de titel die meteen diezelfde vinger op de wonde legt: wat is dat toch dat wij zo graag die wijsvinger al dan niet virtueel opheffen om het met de Standaard, die zichzelf deemoedig “onverantwoord” interessant noemt, uit te roepen ‘hoe ver straffeloosheid’ kan geduld worden?

Laten we beginnen met een klein gewetensonderzoek.
Hoe vaak kwam je weg zonder straf van klooien met de belastingsaangifte, je kinderen met kluitjes of fameuze kluiten in het riet te sturen, je partner een enigzins ander verhaal op te dissen, je werkgever te bedotten, de kassierster niet te wijzen op het feit dat ze je te veel terugbetaalde, te klungelen met btw, de maximum toegelaten snelheid met meer dan 30% te overschrijden, en u vult zelf maar aan want het lijstje is lang.

Bouwen we niet elke dag aan de Platoonse ‘heilige leugen’?
Citeer ik de Griekse filosoof Anaximander:

‘In de vorm waarin de dingen ontstaan, vergaan zij ook weer zoals is verordineerd; want zij geven genoegdoening en bevrediging aan elkander voor hun onrechtvaardigheid, overeenkomstig de gestelde tijd.’

Je zou dat ‘noodlot’ kunnen noemen want in feite hebben wij geen woord voor het hierboven omschreven begrip dat de Oude Grieken zeer belangrijk vonden.
Ik dacht aan de Duitse uitdrukking ‘Es geschah’, het gebeurde.

Onder de invloed van de democratie zijn wij het begrip rechtvaardigheid met dat van gelijkheid gaan verbinden, terwijl voor Plato dit verband niet bestond.
Het begint bij Plato aanvankelijk dat ‘Recht’ het betalen van je schulden was, en al werd dat begrip vlug vervangen, er bleef altijd iets hangen van dit begrip zegt Russell in zijn geschiedenis van de filosofie.

dyn004_original_600_476_jpeg_20344_f041f1b5104ee8f07745b647c40b5148

Elk Utopia moet inderdaad de idealen van zijn schepper verwezenlijken.
In deze opvatting zou je kunnen zeggen dat het verschil tussen ‘ideaal’ en ‘verlangen’ het onpersoonlijke tegenover het persoonlijke is.
Je zou dus een ‘ideaal’ kunnen omschrijven als een niet egocentrisch verlangen zodat eenieder ernaar kan verlangen.
Ik zou wensen dat iedereen genoeg eten had, vriendelijk was, enz.

Het persoonlijk element treedt aan het licht zodra het tot een verschil van mening komt.
Russell geeft een voorbeeld uit zijn tijd.
Stel dat je zegt dat je niet het geluk van iedereen moet verlangen, maar alleen dat van de Duitsers, en de rest mag ten zeerste ongelukkig worden.
U kent toch eerst oompje en dan oompjes kinderen?
En hoe verantwoorden we dat ethisch?Wordt ‘rechtvaardigheid’ dan inderdaad niet vlug ‘het recht van de sterksten’?

Verlangen wij niet in onze kinderlijke dromen om die ‘sterkste’ te zijn, om onze zwakheden te klasseren bij de menselijke eigenschappen-die-er-niet-toe-doen, en dat oergevoel in de wijsvinger boven te halen als het om de anderen gaat?

De overvolle gevangenissen, de rij wachtenden voor u bij de electronische enkelband maken zelfs bij de kwaliteitskrant de roep naar primitieve wraak wakker.
Dat kan toch niet, die straffeloosheid!

Daar zal iedereen het mee eens zijn als we maar doordrenkt waren van onze eigen straffeloosheid of als we maar rijk en handig genoeg zijn, als we maar aan de goeie kant staan, de duurste pleiter kunnen betalen, de juiste geaardheid en genoeg passiviteit hebben om ons nergens mee te moeien, enz.

dyn004_original_332_500_jpeg_20344_5adc26bb821410d5e7d28a8f128df28e

En die straffeloosheid is nog niet zo straffeloos als de rechtvaardige burger zou denken.
Stel je wordt opgepakt, je komt in voorhechtenis, je komt in de kranten, daarna wordt je veroordeeld, en bij onkunde moet je missschien in beroep of cassatie gaan, en na zeer lange tijd kom je in dat rijtje wachtenden terecht.
Je bent doder dan dood.
Je hebt ten overvloede gefigureerd in kranten en internet-schandpalen, je bent minder dan niets geworden.
Je spaargeld is op of je hebt nog jaren schulden om aan burgerlijke partijen te voldoen en je raadsman te betalen.

Je kunt je leven niet plannen want je weet niet wanneer die rij zich in beweging zal zetten.
Je huisgenoten, je familie, ze worden allemaal meegestraft.
Je verdwijnt uit hun midden om in een overvolle gevangenis de dagen te tellen.

Eigen schuld, dikke bult.
Ja, dat is zo.
Maar of die bult als een monsterachtige tumor in je ziel moet blijven woekeren, is een andere vraag.

Toch blijven we wetten maken waarbij overtredingen nog steeds maar in jaren gevangenis wordt uitgedrukt.
Alsof er geen andere mogelijkheden zijn om mensen weer bij de hand te nemen in plaats van ze in een middeleeuwse krocht te schoppen.

Straffeloosheid?
We sluiten ons op in ons eigen Utopia: ‘onze’ ideale maatschappij.
En we beseffendat we zelf dagelijks met de nodige scheve schaatsen kringetjes op het harde ijs van onze ziel maken, onze eigen neus en andere lichaamsdelen achterna.

Dat maakt ons beschaamd.
We weten immers zelf dat we maar zijn wie we zijn.
En vaak camoufleren we die schaamte in een luide roep naar rechtvaardigheid, de wijsvinger in de lucht.
Niet-wettige zelfverdediging.

Wellicht is er dat schrijnende tekort aan ‘erbarmen’ dat ons parten speelt.
Dan zijn we al bij Martha Nussbaum, waar we het over ‘primitieve schaamte’ zullen hebben, die we blijkbaar al in de kindertijd opdoen.

De novemberdagen zijn kort.