Een belangrijk kenmerk van walging is de gedachte van ‘psychologische besmetting’.
De grondgedachte hierbij is dat door een contact in het verleden tussen een onschuldige stof en een walgelijke stof ook de aanvankelijk aanvaardbare stof wordt afgewezen.

Rozin sorteert dergelijke besmetting in zijn ‘wetten van sympatische magie’.
Een van die wetten is de wet van besmettelijkheid: dingen die met elkaar in contact zijn geweest blijven daarna voortdurend op elkaar inwerken.
Als er ooit een kakkerlak in je glas appelsap is terecht gekomen, drink je daarna geen appelsap meer.

Een tweede wet is de wet van overeenkomst: als twee dingen op elkaar lijken, neemt men aan dat iets wat met het ene gebeurt (het verontreinigt bv.) ook het andere beïnvloedt.Chocolademouse in de vorm van een hondendrol wordt afgewezen, ook al weten de proefpersonen dat het chocolade is.
Proefpersonen weigeren soep te eten die in een (gesteriliseerde) po wordt opgediend of soep die met een (gesteriliseerde) vliegenmepper geroerd is.

‘Op een bepaald niveau zijn dit irrationele reacties, die een fout laten zien die veel emoties ontsiert.
Het lijkt alsof het object wordt vereenzelvigd met een verkeerde generalisatie en daardoor aan objecten wordt gekoppeld waarvan het op belangrijke punten verschilt.’

Toch is deze irrationaliteit in twee punten heel functioneel.
Evolutionair was een sterke generalisatie van objecten die je diende te mijden heel nuttig om onze voorouders bij gevaarlijke dingen vandaan te houden.
In dat verband citeert Nussbaum Nietzsche die beweerde dat een soort die sterke generalisaties afwijst en elk afzonderlijk object eerst nauwgezet onderzoekt voordat tot generalisatie wordt overgegaan, waarschijnlijk al heel snel zal uitsterven.

dyn007_original_408_544_jpeg__7c6a2e60be84be6f91c85606d71d1a4d

In hedendaagse termen lijkt het de functie van dit vastbesloten, al te algemeen afstand houden van alles wat walgelijk is, het zelf bevestigt in zijn eigen betrouwbaarheid en macht.

‘Daardoor strekt walging zich vaak zonder onderscheid uit tot andere mensen en groepen, zoals we zullen zien.’

dyn003_original_437_290_jpeg__20edc0e31bb23963ddc8b5a3866ea7ec

Bij kinderen onder de drie jaar schijnt walging nog afwezig te zijn.
Het wordt aangeleerd door ouders en samenleving.
(menigeen maakte zijn eerste creatieve wandschilderingen met eigen uitwerpselen zonder op te veel goedkeuring van ‘de verzorgers’ te moeten rekenen!)

Dat wil niet zeggen dat er geen evolutionaire oorsprong is.
Immers veel kenmerken die op aangeboren eigenschappen zijn gebasserd hebben tijd nodig om tot wasdom te komen.

Het toont echter wel aan dat sociaal onderricht evenals bij taal in het geval van walging een grote invloed heeft op de vorm die deze aangeboren eigenschappen krijgen.

Meestal begint dat onderricht met zindelijkheidstraining en pas veel later komen er vastomlijnde opvattingen over indirecte en psychologische besmetting.Hierbij spelen zowel ouders als samenleving een rol.

‘De niveau’s van walging van kinderen correleren sterk met die van hun ouders en de objecten van walging verschillen aanzienlijk in verschillende culturen.’

Rozin beweert dat walging een bijzonder krachtig middel is tot sociaal onderricht.
Door kinderen te leren wat walging is en wat de objecten daarvan zijn, brengen samenlevingen in wezen een houding over tegenover dierlijkheid en sterfelijkheid en tegenover de verwante aspecten van geslachtelijkheid en seksualiteit.