dyn001_original_336_444_jpeg_20344_42822594f2504d762c426de927f4e3be

De grenzen van het lichaam: walging richt zich op het vooruitzicht dat je een problematische substantie binnenkrijgt.
Voor de meeste mensen is de mond een bijzonder geladen grens.
Onze eigen lichaamsprodukten vinden we niet walgelijk zolang ze binnen ons eigen lichaam zitten, maar zodra ze eruit komen, vinden we ze vies.

dyn001_original_379_379_jpeg_20344_2d97a710b2e25fb8cc4b8c1d6d98b487

Zo vinden de meeste mensen het vies om uit een glas te drinken waarin ze zelf gespuugd hebben, al hebben ze geen probleem met het speeksel in hun mond.

‘De door bijgedachten gekleurde inhoud van walging is dat je zelf minderwaardig wordt of besmet raakt als je van afstotelijk geachte substantie eet.’

Je bent wat je eet.
Objecten van walging lopen sterk uiteen, maar Rozin heeft in experimenten vastgesteld dat al die objecten dieren of dierelijke producten betreffen of objecten die in contact zijn geweest met dieren of dierlijke producten. Een belangrijke bron is contact met ‘mensen die men niet mag of die onsmakelijk worden gevonden’.

Zo is het moeilijk te verklaren waarom we plantaardige producten niet walgelijk vinden (tenzij ze verrot of beschimmeld zijn) maar onderzoek wijst uit dat de achterliggende gedachte te maken heeft met het belang een duidelijke grens te trekken tussen onszelf en niet-menselijke dieren of met onze eigen dierlijkheid.

dyn008_original_480_360_jpeg__435a0dc12c962ca42030fe8339fafe0b

Tranen zijn dan ook het enige menselijke uitscheidingsproduct dat niet walgelijk wordt gevonden, waarschijnlijk omdat we ze exclusief menselijk beschouwen, maar ontlasting, snot, sperma en andere dierlijke afscheidingsproducten vinden we wel vies.

Eten we bijvoorbeeld vlees dan verhullen we de dierlijke oorsprong: we halen de huid eraf, de kop en snijden het vlees in kleine stukjes.

Rozin komt tot de voorlopige conclusie dat de kerngedachte bij walging de overtuiging is dat als we dierlijkheid van dierlijke afscheidingen binnenkrijgen, we zelf tot de status van dier worden teruggebracht.
Nussbaum breidt de conclusie uit dat we ook met walging reageren op dingen die bedorven zijn en rotten, omdat we dan zelf sterfelijk en rottend worden als we het zouden eten.

Je moet die ‘sterfelijkheid’ er zeker bijnemen want sommige aspecten van de dierlijkheid zoals kracht en behendigheid vinden we niet walgelijk.

‘De producten die we walgelijk vinden zijn producten die we in verband brengen met het feit dat we zelf in verval kunnen raken en een afvalproduct worden.
Daarom is het in alle culturen een kenmerk van menselijke waardigheid dat je je kunt wassen en je ontlasting kunt opruimen.’

Rozin wijst trouwens op omstandigheden in concentratiekampen en gevangenissen waarin mensen die dit niet kunnen doen door anderen al snel gezien worden als minder menselijk en daarom gemakkelijker te martelen en te doden zijn.
Het zijn dieren geworden.