dyn003_original_408_446_jpeg__2c696e086a53609cf36af8495ab72ae6

De Deense schilder Carl Vilhelm Holsoe (1865-1928) liet de camera nog een beetje uitzoemen zodat ook de kijker (ster) mee in beeld komt.
De geheimzinnige tweede kijker, wij dus, zijn een stapje achteruit gegaan, bijna tegen de symbolische muur, alias de lijst-wand, gedrukt en zien zowel de binnenruimte als een fragment van het buitendecor.

dyn003_original_336_447_jpeg__f549af68b9516a7769bfa6a1618439bf

Bij onze vorige bespiegelingen wisten we alleen uit de tekst dat er een raam was, het badkamerraam, en voor de nauwkeurige kijker kon natuurlijk ook het standpunt van de oorspronkelijke kijker duidelijk worden aan de hoogte van het focussen op de tuin.

Mijn ‘denkbeeldigen’ kon ik bij deze foto’ s allerlei opdrachten geven:

-een kleurenkaart ontwerpen waarin de verschillende soorten groen zichtbaar worden, en deze kleuren vervolgens sorteren door ze bij, naast of onder elkaar te plaatsen zodat hun relaties een uitgangspunt voor een compositie worden.

-de ritmes van de verschillende elementen met houtskool weergeven, hun richtingen, hun eigen ritme vergelijken met de andere ritmes en deze vervolgens met de kleuren van de kleurenkaart zichtbaar maken zodat kleur en ritme een wezenlijke kern van de tuin verbeelden.

-die ritmes en/of hun kleuren met stoffen draperen, ze laten dienen voor een jurk, een jas waarin elementen van de wintertuin relaties aangaan met de aard van de stof en haar kleuren, en…het model.

dyn006_original_422_432_jpeg__95fa6afd83a7e10a647b28318572e97d

-met slaginstrumenten de ritmes onderzoeken, bij elkaar plaatsen, ze samenvoegen tot een compositie die zich herhaalt en waarin kleine verschuivingen de verschuivingen van het licht aangeven.

-de kleurenkaart als uitgangspunt nemen voor verschillende tonen op piano, saxofoon enz.
Na de aparte verkenning een samenspel zoeken dat zich ontwikkelt tot een eenvoudige canon waarin de kleuren en de ritmes samenkomen.

dyn006_original_422_354_jpeg__147e0ad52709a8f5ced4de48f13de1ee

Dan hebben we het nog niet gehad over de mogelijkheden van verhalen en poëzie die vanuit deze elementen kunnen ontstaan, net zoals ze in de stilte van Holsoe een aanvang zouden vinden.

Kortom, het is een pleidooi voor innerlijkheid die haar oorsprong of schuilplaats vindt in het nabije, vaak het zogenaamde banale, waaraan we dagelijks achteloos voorbijgaan, waar we geen ‘ziel’ aan toekennen, niet door afwezigheid ervan, maar bij verregaande ongevoeligheid van onze kant.

Ik denk niet alleen aan beeldende, muzikale en literaire kunstenaars maar aan alle mogelijke ‘beschouwers’ die het ‘oculos habent et non videbunt’ uit de psalm (ze hebben ogen maar zien geen steek) door beslommeringen of blind- en doofheid, eelt op de ziel, of haast en spoed op zichzelf kunnen toepassen.

De tijd nemen deze dagen om net zoals Holsoe’ s vrouwen, bij het raam te gaan zitten, en te kijken.
De stilte maakt de binnenkant der dingen zichtbaar.