London_Strand_19th_century.jpg

Op een keer kwam ik in Strand (straat in London, zie afbeelding) met twee vrienden en een leraar in een samenloop van volk terecht rond een jonge vrouw die in de goot lag. De mensen dachten dat ze dronken was maar in feite had ze volop weeën. Haar verenhoed lag naast haar in de goot.  Haar bleke zachte gezicht was verkrampt in een schreeuw.  Van onze dieren wisten we wat weeën waren, maar nog nooit hadden we een mens in barensnood gezien. Zeer aangedaan bekommerden we ons om haar en hielpen haar wegbrengen.

In deze winternachten, met de schaarse belichting heerste er een soort Rembrand-stemming. Ik denk dat het Roger Fry was die me voor het eerst de ogen opende voor deze     werkelijkheid. Het dichtste nabije tussen ellende en overvloed, die zogezegde familiaire buurtschap van rijk en arm, dat hoorde bij Londen. Meer dan elders was die tegenstelling hier zichtbaar omdat de rijken hun luxe en de armen hun lompen zonder enige schaamte toonden.
Tijdens de verlofdagen ging ik vaak met mijn kameraadjes naar Hydepark, meestal te voet, maar soms ook met een geleende pony van een van mijn neefjes.  Van rijden hadden we- zoals ik later in Potsdam bemerkte- naar Duitse maatstaven geen vermoeden. Pony’s en paardjes liepen zoals de natuur het hen had geleerd.

1998132655

Maar er waren geen hindernissen die we niet konden nemen en wat meer was, we vielen er nooit af. Het was een wilde rijkunst! De zusjes van mijn kameraden reden mee, meisjes met vliegende blonde haren. Oudere heren met cilinder(hoed) en bakkebaarden, mode 1880, begroetten ons vriendelijk als we hen als een kudde jeugd in carriere (snelst mogelijke loopwijze) voorbijjoegen. Gezelschapskoninginnen die nonchalant met mooie volbloeden in handgalop aan lange teugels reden en daarbij met elegante heren naast hen babbelden lieten wij in gulzige overmoed ver achter ons.
Het rijke deel van de samenleving dat zich uitleefde zwom boven het lagere deel dat bevroor en hongerde zoals olie op water. Beiden sloten zich af zodat zonder twijfel Disraeli van “twee volkeren” kon spreken en Karel Marx daar zijn inspiratie voor de klassestrijd vond.

876813785
Dat het ondanks deze opdeling niet tot een gewelddadige confrontatie is gekomen, niet tot een revolutie,vindt zijn oorzaak in die onbegrijpelijke overeenstemming van beide lagen in sommige basisbeschouwingen. Een gevolg van de suggestiekracht waarmee de bovenlaag haar denkwijze bij de onderste had ingeplant. Beiden bewonderden hetzelfde, in het bijzonder de grondslagen, conventies en omgangsvormen die bij de persoon van de gentleman hoorden. De sportieve geest, het bij “fair play” houden, het strikte navolgen van spelregels bij allerlei wedstrijden, zelfs bij de roofhandel tussen straatjongens of brouwersknechten. De gentleman moest in alle omstandigheden ‘zelfbeheersing’ hebben (Haltung). Zijn opvoeding bestond er vooral in hem te leren in alle omstandigheden, bij welke dreiging ook zijn ‘houding’, zijn zelfbeheersing en wilskracht niet te verliezen. Hij moest in iedere situatie zijn zenuwen onder controle houden, “plucky” zijn, zich niet drukken, maar voorgaan, leiden.

107790578
Tegenover zwakkeren, in bijzondere tegenover medemensen van de lagere stand, moest hij in alle kalmte steeds hoffelijk en respectvol zijn. Afblaffen van ondergeschikten verminderde zijn aanzien, en gold als een tekort aan karakter. Daarenboven werden emoties bij gentlemen niet al te zeer gesmaakt: hij moest zijn gevoelens, in zover hij die bezat, mogelijkerwijze voor zichzelf houden en ze aan naaste vrienden en verwanten, vader of moeder slechts ingehouden tonen. (versluierd: verschleiert).
Zijn gevoelsleven stond onder een voortdurende druk, een netwerk van remmingen waardoor hij gebonden werd, verstikt of in bodemloze diepten gedreven.
Ook de kledij van een Victoriaanse gentleman was streng, bijna als een voor een kloosterling, voorgeschreven. En des te kostbaarder werkten kleine willekeurige afwijkingen, variaties die de man van de grote wereld, de “dandy” zich mocht veroorloven.
En niet minder nauwkeurig was de taal van een gentleman geregeld. Ja, ze werkte weldra meer als de uitstraling van zijn rockkostuum, meer als een teken van zijn klasse dan als instrument van zijn geest.

Dit alles tesamen, deze houding en beheersing (Haltung und Zurückhaltung), deze fair play, deze grondslagen en modes, vormden de echte volksreligie die niemand wilde afvallen, die allen een onwrikbaar geloof schonken. Stilzwijgend had zich in hen de gentleman in de plaats van Christus gezet. Het gemeenschappelijke van het geloof neutraliseerde de klassesplitsing waarbij de onderste laag de vrijwillige afhankelijkheid van de bovenlaag erkende, die alleen de echte eigenschappen van de gentleman bezat en die als een graal de levensadem van het Britse wereldrijk beschermde.