FRANK mayor.rimg0019.jpg

41. Eenmalig optreden voor ruimtereiziger


‘Dit wordt improvisatie van tafel tot bed,’ zei Bram toen we samen aan het middagmaal begonnen. 
Moeder Bram wilde ons assisteren, maar we zegden dat het zowel voor haar als voor ons een complete verrassing moest blijven, en dat zij op deze zondag was voorbestemd om minstens koninklijk bediend te worden, en in het beste geval ook nog smakelijk met ons te tafelen.


De plannen voor ons ziekenhuisoptreden ontstonden dus werkelijk tussen de soep en de aardappelen. (al moet ik Michiel prijzen voor zijn uitstekend dessert: ijs met warme krieken, prestatie die er vooral in bestond de krieken niet te laten aanbranden.)


Bram wilde zijn mooi geïllustreerde uitgave van Robinson Crusoë schenken na het voorlezen van het eerste hoofdstuk, verkleed als iets of iemand die het midden zou houden tussen een rijke koopmanszoon en een geïmproviseerde uitgave van een Duinkerkse zeerover.


Michiel wilde een stukje op zijn cello spelen, een improvisatie voor een uit de lucht gevallen kind, en ikzelf had de keuze om ofwel zelf een verhaal te verzinnen ofwel een tekening te maken van een tuin van Eden. 
Ik koos voor het verhaal gezien het tekort aan tijd maar piekerde mij suf over het onderwerp en verloop van mijn vertelling.


Om onze schuilplaats niet te verraden, zochten we kledij ter plekke, daarbij uiterst behulpzaam geassisteerd door Brams moeder die nog een mooie verzameling breedgerande hoeden scheen te bezitten. 
Het was dan ook een vrij opzichtig trio dat door diezelfde moeder welwillend naar het hospitaal werd gebracht, met tussenstop voor het ophalen van Michiels cello.


Bram in wit hemd met brede mouwen, stoere riem over zijn schouder, in rode kousenbroek en crèmekleurige short, bekroond met paarse fluwelen hoed waarvan de randen ook als zonneklep konden dienst doen. Michiel verscheen totaal in ’t blauw op zijn schoenen na. Blauwe hoed waarvan de rand tot een vierkant was opgeslagen, blauw zijden hemd met donkerblauwe strik, blauw gillet en een blauwe lange corduroy -broek waaronder blauwe sokken. Ikzelf had mezelf in een witzwarte combinatie gezet. Witte (trouw)hoed, zwart avondkleed met witte roos, een witte stola en zwarte panty’s.

Omdat hij door kaarten, pakjes, pakken en knuffels omgeven was, wisten we dat zijn ouders net op bezoek waren geweest.


’Hoogheid, uw gezelschap om U te dienen,’ kondigde Bram onze entrée aan.


’O, neen!’
’O, ja!’ riepen wij met zijn drieën.


Hij schudde zijn hoofd van verbazing en genoegen en ging rechtop in zijn bed zitten.

Michiel stemde zijn cello. Bram zette zich bij Elias op bed en ikzelf koos de enige zetel die de kamer rijk was.


‘Zeer edele in bed zittende maar in Uw gedachten op wolken drijvende hemelse boodschapper, wij kennen uw lust de onbekende werelden te ontdekken. Welaan, Uw dienaar heeft voor U een boek gevonden waarin een uwer voorgangers zijn ware avonturen beschrijft en waaruit ik U het eerste hoofdstuk met vertellende stemverheffingen zal voorlezen. Aldus…’


‘Goede dienaar, U ziet er prachtig uit. Leg evenveel pracht in uw stem en ik zal, ondanks mijn verplichte bed-houding, U gaarne beluisteren.’


’Mijn eerste ervaringen op zee,’ begon Bram, ondersteund door diepe naar zout en pek ruikende tonen uit Michiels cello.


‘Ik ben geboren in het jaar 1632, in de Engelse stad York, als zoon van welgestelde ouders. Mijn vader was een rijke koopman uit Bremen. Hij verhuisde vandaar naar Hull en later naar York. Daar trouwde hij met mijn moeder, die behoorde tot één van de meest geziene families van de stad, de Robinsons.’

Ik weet dat ik niet objectief over Bram kan denken of schrijven. Maar telkens weer ontdekte ik nieuwe aspecten, andere kleuren in zijn wezen. Hoe hij Elias had opgevangen, hem geassisteerd bij de opbouw van de tuin van Eden. Hoe hij de eerste was geweest om Elias ook ons kind te durven noemen. Nu hij met veel verve en allerlei toegevoegde zinnen Daniel Defoe’s roman vertolkte, begreep ik dat hij het diepste van ons drieën in de geheimzinnige wereld van Elias was doorgedrongen. Niet door allerlei theorieën over hem te ontwikkelen, maar door mee te spelen zonder voorbedachte rade, deze kostbare gave die ik hem het allermeest benijdde.

‘De eerste september 1659 lag het schip klaar voor vertrek. Ik ging aan boord op de dag, precies acht jaar nadat ik van mijn ouders, uit Hull, was weggelopen.’


Hij klapte het boek dicht en gaf het aan Elias terwijl de cello nog een variatie op ‘Al die willen ter Ka’pre varen’ ten beste gaf.


‘Vanaf nu, jonge zeebonk, hoort dit boek in jouw bagage te zitten.’


‘Mag ik het echt bijhouden?’


‘Als het u zou verliezen, moeten wij u kielhaaien, maatje van mijn voeten en verdomme ook nog van mijn hart!’

Ze omarmden elkaar.


‘Een beetje voorzichtig, scheepsbeschuitje, of ik trek je ankerketting los!’ zei Bram, terwijl hij zich uit de baxterverbinding losmaakte.

Michiel wilde een kort verhaaltje vertellen met zijn cello, muziek voor een uit de lucht gevallen jongen.


In enkele streken schiep hij een lucht vol schapenwolkjes. Het was zomer. Nu hoorde je de koekoek, en het beekje dat uit het bos naar de rivier liep.


Er was natuurlijk het jongetje. Zijn thema draaide in sierlijke krullen zodat je hem in de wolken zag buitelen, of hem op de diepste tonen voelde zweven, hoog in de avondlucht.


Midden in zijn vlucht bleef hij steken, hij klapperde nog met zijn nepvleugeltjes, maar het mocht niet baten. Zijn naam was Icarus. Hij tolde naar de aarde, smakte op de grond en bleef voor dood liggen. Heel langzaam hoorde je hem recht kruipen, opnieuw zijn vleugels proberen, maar opstijgen kon hij niet.


’Toen besloot de jonge verhalenverteller te worden,’ zei Michiel. ‘En jawel hoor, ze werden vleugels die niemand je nog kon afpakken.’


Nu steeg hij naar de hoogste luchten, boven de aarde, voorbij de maan tot aan de eerste sterren achter de zon. Een lang harmonieus slotakkoord. Michiel stond op, boog en kreeg ons aller applaus.


’Spijtig dat ik mijn saxofoon niet bijheb om te kunnen antwoorden hoe mooi ik het vond.’


’Sire, uw persoonlijke verhalen-vertelster Hannah wil dit optreden afsluiten,’ kondigde Bram mij aan.


Wat kon ik nu nog toevoegen aan wat mijn voorgangers hadden gebracht. Al wat ik had voorbereid was gesmolten, waardeloos geworden.


Hulpeloos keek ik hem aan. Tot ik door zijn vragende ogen in de toegeknepen oogjes van mijn oma keek. Haar verhaal over de verhalenverteller. Dus zonder nadenken, liet ik haar door mijn stem aan het woord.

‘Iedere keer als het Joodse volk in gevaar verkeerde, ging de wijze Baal Sjem-Tov naar een bepaalde plek in het woud en ontstak daar een vuur en sprak een gebed uit. En ja, zijn volk bleef gespaard.


Een generatie later ging zijn leerling en opvolger rebbe Dov-Ber van Mezzeritsj, naar dezelfde plek in het woud omdat er weer een ramp dreigde voor de joodse bevolking.


’Heer van het heelal,’ zei hij, ‘ik weet niet hoe ik vuur moet maken, maar ik heb de plek gevonden en ik ken het gebed. Misschien is dat voldoende? En het was voldoende en het volk bleef gespaard.


Weer een generatie later ging rebbe Mosje-Leib Sassov naar het woud met hetzelfde doel en hij zei:


‘Ik weet niet hoe ik vuur moet maken, ik ken het gebed niet, maar de juiste plek heb ik gevonden.’ En het volk werd gespaard.


Toen rebbe Israel van Rizjin aan de beurt was, zei hij:


’Heer, ik kan geen vuur maken, ik ben het gebed vergeten, en ik weet zelfs niet waar de juiste plek is. Het enige wat ik kan, is hier gaan staan en het verhaal vertellen.’
Zoals dus nu gebeurd is.’


‘Wees maar zeker dat hij gered werd,’ antwoordde Elias.


’Nu moet je rusten, verteller,’ zei ik, ‘zodat je weer vlug bij ons kunt zijn.’

FRANK mayor.rimg0004.jpg

(de kunstwerken zijn van Frank Mayor Bamboo Lane Galery L.A.)