460_4f82de8069014eb24b6d0fd6f7d896fe

Beste Trooster der bedrukten,

Het wezen van de troost zal inderdaad in de schoonheid liggen. Wie ontroostbaar blijft, zal moed nodig hebben om de eigen kleine planeet te verlaten en de durf op te brengen om te geloven dat zich achter elke kromming van de weg een nieuw en helder vergezicht ontplooit.

Ik stuur je een mooie affiche mee uit de tijd dat de mensen nog een hygiënische assistente konden gebruiken om hen voor tbc te waarschuwen en hen een gezondere levenswijze aan te leren.
De ontwerper heeft zijn best gedaan om beschermster en beschermde duidelijk in beeld te brengen.
Het naakte kind met de Marjanne muts op drukt zich tegen de stoere verpleegster, met de ene arm koesterend, de andere zwaaiend, de blik duidelijk op de toekomst gericht.
We zijn in 1920 en de gevolgen van de eerste wereldoorlog laten zich ook bij “de overwinnaars” voelen.

In België wordt het persagentschap Belga opgericht, en Ernest Claes publiceert “de Witte”, een intriestig verhaal van een kind tegen de hele wereld.
Vrouwen worden aan de Leuvense universiteit toegelaten en de 7de Olympische Zomerspelen worden in Antwerpen gehouden terwijl de wet Vandervelde de openbare dronkenschap aan banden (probeert) te leggen.
Het scharnier van een samenleving die door de guitige twintiger jaren naar de moeilijke tijd van de jaren dertig stevent om dan weer in een bekende oorlogsstraat uit te komen.

Als ik mijn geliefde tekeningen van Hogarth bekijk, als ik de kronieken van de 19de eeuwse grootsteden lees, dan begrijp ik best de kruistocht voor betere en vooral gezondere levensomstandigheden, maar als ik in 2005 de resultaten van de welvaartskinderen voor mijn ogen krijg, dan zie ik een oververwende generatie die elke zelfredzaamheid verloren is, die voor elk mogelijk probleem minstens drie assistenten nodig blijkt te hebben.
De hulplijnen zijn recht evenredig met de kliklijnen, want wat je zelf niet kunt, mag zeker ook een ander niet redden. Orwell zou grote ogen opentrekken in een ge-luierde gemeenschap die door wederzijdse afgunst wordt “levendig” gehouden, waar de politici nog wel verkozen worden door “de mensen”, maar er tegelijkertijd schrik voor hebben en het populisme verkiezen boven een wijs bestuur.

Was de grote armoede, de werkeloosheid in de jaren dertig een dankbare voedingsbodem voor het oprukkende fascisme, nu is de verkleuterde samenleving een dankbare prooi pour les visiteuses van de oude nieuwe orde. Ze dragen iets minder kleren, klemmen een kind als statussymbool aan de borst, en gaan hinnikend vooruit, en zijn wat blij als “andersdenkenden” op tijd van straat worden geplukt.

En willen die janetten troost, wel ja, laat hen de schoonheid maar, wij vullen de kalenders wel met andere landschappen.

Uw soms angstige patiënt, Theodore Silverstein