wat ons verbindt (130)

983_3703b88baa43af428748f7b39bc1a03a

Mijn reis voerde me even dichter naar jullie, maar via Zwolle ben ik even later weer op weg naar Rome, al zal het gezelschap eerder paus Innocentius X zijn, gelieerd met prins Camillo Pamphilj, zijn neef overigens en bevorderaar van de schone kunsten net zoals de grote Deutz familie waarvan je hier de zoon al ziet afgebeeld.

Ik kwam bij mijn nieuw verhaal via de zeven werken van barmhartigheid, een woord dat net zo ouderwets als het begrip “inlevingsvermogen” schijnt te zijn.
Nu de heiligen weer wakker worden schaar ik mij aan de kant van de degenen die het wel goed voorhebben maar duidelijk meer bij de zondaars dan bij de rechten in de leer horen.
Ik heb hoe dan ook op barmhartigheid te rekenen, en als ik even verder kijk dan mijn overigens dikke neus lang is, hebben we dat allemaal.
Die zeven werken uit de prachtige bergrede brachten mij bij een zeer raadselachtige figuur.
Het is alsof dit portret van zijn hand het al voorspelt: pas op, denk niet te vlug dat je mij begrijpt, ik ben ik, en al bijna 350 jaar dood, en pas in deze eeuw hebben ze ontdekt dat ik schilderijen heb gemaakt, en veel meer dan men in de 17de eeuw dacht.
Een detectivestory beloof ik jullie, maar tegelijkertijd verklap ik al het einde: er is geen dader, geen slachtoffer, er zijn zoals steeds alleen maar verliezers.

Kijk maar naar dit mooie portret, want het is de jonge Deutz, zoon van de de rijkaards die met de handel in pek en teer een foruin verwierven in het toenmalige Holland. Pek en teer, het doet me denken aan jullie berichten over de besmeurde muren. Zo zie je maar dat het toeval weer moeiteloos 400 jaar overbrugt.
Dat juist zij de zeven werken van barmhartigheid bestelden, pleit voor hen en gaf de hoofdpersoon in dit verhaal weer eens wat bewegingsmogelijkheden, want stil heeft hij niet gezeten, de hoog getalenteerde man die notabene zelfs in Brussel werd geboren uit een familie van handelaars in kleren en linnen en dan naar Nederland ging wonen en of werken, dat mag je raden want van de eerste 28 jaren weten we NIETS. Als ik je dan nog vertel dat hij in India stierf in 1664, dan begin je je waarschijnlijk vragen te stellen.

Kijk nu naar de geheimzinnige sfeer waarin hij de jonge Deutz penseelde, en let vooral op de ogen en de vreemde houding.
Als ik de grote “Dictionary of Painters and Engravers van Bryan opensla, boek in 1905 in New York verschenen, dan lees ik: “His pictures have dissappeared”.Dus tot dat jaar waren er alleen etsen van zijn hand bekend, en hij moest tot en met 1958 wachten op de eeste tentoonstelling van zijn schilderswerk, en pas in 1996 was er een student, Rolf Kultzen die een thesis schreef over de intussen terug gevonden werken van mijn hoofdpersoon.

Vandaar het verbaasde gebaar van dit schilderij? Of is er nog meer aan de overigens prachtige hand?