tussen licht en donker (156)

DCF 1.0

Al wat zichtbaar is
komt vanuit de duisternis
en wij zien
de werkelijkheid
op zijn kop geprojecteerd
en geloven met zijn allen
dat wij het echte leerden kennen.

Vanuit de donkere kamer
trekken wij ten strijde
-god wil het-

het schimmenspel als hoogste goed.


licht en schaduw (155)

506_2dba85ec21e26e6863296d872627e71f

Na acht jaar Rome was Kirchers faam zo verspreid dat hij van lesgeven werd vrijgesteld en hij zich helemaal aan zijn passie kon wijden: het verzamelen van gegevens.

Hij ontwierp in 1661 een rekenorgel, een organum mathematicum, voor de twaalfjarige hertog Karl Joseph von Habsburg, een jongetje dat zich niet te veel mocht inspannen en dus met dit apparaat leerde rekenen zonder al te veel denkarbeid te moeten verrichten.
(de jongen stierf op 15 jarige leeftijd)

Hij bestudeerde de optiek en schreef een belangrijk werk daarover: Ars magna luci et umbrae, de grote kunst van het licht en de schaduwen.
Hij stelt hij de “toverlantaarn” voor die hijzelf de Lucerna magica noemt. Hij (en met hem de hedendaagse schilder Hockney) dacht dat je met de hulp van dit apparaat kon schilderen naar de natuur.
Al gebruikten heel wat schilders deze donkere kamer, toch ben ik er zelf van overtuigd dat ze alleen maar een hulpmiddel kon zijn, en niet zoals Kircher schrijft dat ze de opleiding overbodig zou maken en het schilderen dus in feite copiƫren zou worden. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Naast zijn opzoekingen met zijn microscoop ( hij noemt hem”smicroscopium) en telescopen bracht deze studie hem inzichten in de aard en de mogelijkheden van het licht.
Vreemd genoeg is de afbeelding van een dergelijke projectie in zijn boek wetenschappelijk fout: het beeld zou immers op zijn kop moeten staan, maar wordt rechtop afgebeeld.
Dergelijke projecties hadden daarnaast ook vervormingen en beeldstrepen tot gevolg zodat je dus moeilijk van exacte copie kon spreken en al probeert Hockney deze vervormingen aan te tonen bij verschillende schilders, de gelaagdheid van het kunstwerk is met geen enkel apparaat te copiƫren maar eigen aan de persoonlijkheid en de individualiteit van de kunstenaar.
Toch gebruikten de Jezuieten het apparaat volop in hun onderwijs als “projector”.

Gebruikte Michael Sweerts deze lanterna magica, of schilderde hij vanuit zijn eigen waarnemingen?
Kende hij Kirchers werk? Heeft hij hem ontmoet?
Er is geen enkel document dat een dergelijke ontmoeting kan staven, maar de geest waait waar hij wil, en als we in een soort collectief onderbewustzijn kunnen geloven waren zij allemaal delen van dezelfde 17de eeuwse ziel.

Maar terwijl Sweerts op reis is naar het verre Oosten, en de zonen van Pietro vaders werk uitgeven, werkt Kircher ijverig verder.
Michaels personages kijken hen allen na, al eeuwen lang.