portret van een vrouw (146)

656_a0e432000545bc1fe6e7fec15f4af287

Dit was mijn kennismaking met die geheimzinnige schilder Michael Sweerts. Dit prachtige portret van een vrouw.

In een Engelse bespreking las ik een mooi begrip: zijn niet-betrokken empathie. Moeilijke combinatie is dat. Je op afstand houden en toch ten volle con-passie voelen, mede-lijden. Geen tranerigheid, geen overdreven neerbuigendheid, maar ook geen spot of ironie.
Wie dit beeld bekijkt, heeft geen woorden meer nodig.Ze deed me onmiddellijk aan een aantal mensen denken die ik kende of ontmoet had. Mensen van vlees en bloed. Al was ik niet bij hun lot betrokken, toch had ik datzelfde gevoel van mede-voelen zonder daarom de pretentie te hebben hen te doorgronden. Ze blijven en voor de schilder en voor de toeschouwer net zo mysterieus, ze laten het onderwerp in zijn mysterie bestaan, een kwaliteit die je erg weinig aantreft.

Er bestaan prachtige theorieën over zijn technieken, zijn veelzijdigheid, maar die vervallen allemaal als je dit beeld bekijkt en herkent. De tijdeloosheid heb ik vrijwel bij geen enkele andere tijdgenoot van hem ervaren.
Dat zoveel talent haat en nijd oproept is te verwachten, of zat hij zichzelf in de weg? Kwam al dat medevoelen na een tijdje zijn geestelijke strot uit en besloot hij zijn leven om te gooien?
Of kwam hij in Rome in kontakt met mensen die de wereld hadden gezien en hem Oosterse verhalen vertelden?

In 1656 is hij terug in Brussel waar hij voor jonge mensen een tekenacademie opricht.


de vele gezichten van één man (145)

615_c92fed29d80e8ae7a050080db19767be

Bekijk je zijn zelfportret dan denk je aan Van Dijck (die trouwens op bezoek was bij de broers Duquesnoy waarvan er daarna ééntje om onbekende redenen uit Rome vertrok!), bekijk je man met een kruik dan moet je onwillekeurig denken aan de vrolijkheid van Frans Hals en Gerard ter Borch.
Bezie dan het hoofd van de oude vrouw in het Getty’ s dan roept dat zeker herinneringen op aan Rembrandt.
De lichteffecten verwijzen heel duidelijk naar Caraveggio’s oeuvre, en zijn settings van landschappen kunnen de panorama’ s van Claude zijn.
In de Uffizi zie je zijn zelfportret en dan moet je aan Velasquez of Murillo denken, terwijl Meisje met kap in de Leicester Art Gallery Vermeer zou kunnen zijn.

Wie is toch die veelzijdige man, niet te vangen door herhaling van zichzelf, ondergedoken tot in de 20ste eeuw?
Werkte hij samen met de andere Hollanders en Vlamingen in Rome in de “schilders-bent”, of sympathiseerde hij met de “Bambocciades” naar het woord “Bamboccio, kreupele pop, het spotwoord voor de schilders die gewone mensen verbeeldden in plaats van de heiligen en mytische figuren?
Kijk naar één van hen, de Nederlander Pieter van Laer. Je zult zien dat zijn engel op de grond staat en geen halsbrekende bewegingen in het zwerk maakt.
Of ontsnapte hij ook aan die groepsindeling en bleef hij de zonderlinge en eenzame Sweerts? Zonderling door zijn veelheid aan mogelijkheden en eenzaam door zoveel onuitgesproken of niet uit te spreken verlangens ?


zelfportret als jonge man (144)

150_8cccd33a3fbaaa9aca183f771556c5f7

Waar was Sweerts tussen 1618, het jaar van zijn geboorte in Brussel en 1640, het waarschijnlijke begin van zijn Rome-verblijf?
We weten het niet.
In 1618 excommuniceert de kerkelijke rechter van Doornik de toneelspelers, en een jaar later krijgt Hiëronimus Dusquesnoy de opdracht om voor 50 florijnen een beeldje te maken voor een fontein in de Stoofstraat, het nog altijd bekende “manneke pis”.
Zesendertig jaar later wordt de gevierde beeldhouwer van het hof in Gent gewurgd en daarna op de Korenmarkt verbrand als straf voor “sodomie”. Hij beweerde bij hoog en bij laag dat hij alleen maar naar model had willen tekenen, maar de jonge modellen zelf beweerden iets anders en op de pijnbank legde de beeldhouwer-architect volledige bekentenissen af met het hier boven geschreven gevolg.

Intussen is de Luikse wapenindustrie in volle ontwikkeling, zit de inquisitie van Helmont (geneesheer) op de hielen omdat hij via anatomie zijn studenten inzicht in het menselijke lichaam wil geven, is Rubens in Spanje als diplomaat werkzaam en wordt posthuum het werk van Jansenius gepubliceerd en zal Innocentius X dit werk veroordelen.
Het verdrag van Westfalen wordt in 1648 gesloten, volgens sommigen het prille Europese begin, en schildert jacob Jordaens het laatste ordeel.

Maar dan is Michael Sweerts al een tijdje in Rome.


via margutta (133)

088_0fa1922c511acb21a5340e2ccd1d6ff5

Sprak ik in mijn vorige aflevering nog over Fellini, hier is dan de synchroniteit zou Carl Jung zeggen.
Want in deze (nu mondaine) straat woonde de schilder Giordano Bruno, de dichter d’ Augusto Jandulo en filmde…Federico Fellini onderandere La dolce vita.

Tussen 1646+ en 1651 vinden wij zijn naam in Italiaanse verbastering “Michile Suarssi” in het bevolkingsregister van Santa Maria del Populo waar hij waarschijnlijk al van 1640 woonde in de via Margutta.

Zijn Vlaams-Hollandse naam (en dat voor een Brusselaar!) Michael Sweerts.


waar een vrouw is, is een weg (132)

612_22b7929a457afddc4e67f89a3365bc27

Het grapje in de Romeinse pubs was een naamspeling: olim pia, ooit godvruchtig, met de nadruk op ooit.
Olimpia Maidalchini, weduwe van de broer van de paus en mama van kunstmecenas Octavio Pamfili, werd met evenveel zwier “de pausin” genoemd.
Haar portret, gebeeldhouwd door Algardi (dezelfde die de beul beeldhouwde eerder al gebruikt in mijn correspondentie) spreekt trouwens boekdelen.
Zij was de persoon waarlangs je tot bij de paus zelf kon geraken, je kunt dus wel denken hoe ze met cadeau’ s werd overstelpt.
Ze zou een soort wet hebben afgekondigd op 30 augustus 1645: bij grote plechtigheden mochten hoeren zich in een karos laten rondvoeren, gezien de geschenken die ze van een van hen had ontvangen. Maar of dit werkelijkheid was ofwel uit een scenario van Fellini komt, weet ik niet.

Wel weten we dat ze bij de dood van haar oom in 1655 de pauselijke vertrekken leeghaalt en geen oog heeft voor het ontzielde lichaam van de kerkvorst.
Als de bedienden haar wijzen op haar plicht om voor de overledene minstens een kist te kopen en de begrafenis te regelen, zegt ze: ‘Ik ben maar een arme weduwe, meneer.’.
Zo komt de arme dode Innocentius in een hok terecht waar metselaars hun gerief wegleggen, en omdat één van de bedienden het niet meer kan aanzien, plaatst hij een kaars achter het lijk en zorgt hij voor een kist.

De prinses van Sint Martino al Cimino, dat was de titel die haar oom haar had gegeven, had in dat dorpje alles al klaar gemaakt voor haar eigen begrafenis.
Ze hadden een sjiek paleis op de plazza Navona (plaats die we inderdaad aan haar te denken hebben met de hulp van Bernini natuurlijk) waar nu de Braziliaanse ambassade huist, maar mevrouw zelf liet naast de kathedraal van S. Martino haar eigen paleis optrekken, rechtstreeks verbonden met de kerk door een bijzondere trap (cordonata) met bijzonder korte trapjes die aan het palazzo Barberini deden denken.
Het wapen van de paus: 3 Franse lelies en daaronder een duif uit de ark van Noah met palmtakje in de bek, vind je nog boven de kerk en in het marmer van Sint Pieters.
In haar voordeel moet vermeld worden dat ze het hele dorp liet vernieuwen.
De piazza Navona en de villa Pamfili zijn naast deze verhalen haar nalatenschap.

En nu keren we terug naar de dag dat hij, de schilder met de vele geheimen, in Rome aankomt.


politiek en paus (131)

176_207f67fa0593cbe1db0898fa5c593153

Velasquez schilderde zijn portret, en in 1953 is er ook een versie gemaakt door Francis Bacon.
Innocentius X.
Ik vertel jullie eerst over hem want daar komt mijn geheimzinnige schilder terecht na zijn 28 jaren totaal onbekend leven.
Er is over pausen al veel zin en vooral onzin geschreven, en mijn diverse bronnen spreken dan ook elkaar voortdurend tegen.
Vast staat dat hij een soort tussenkandidaat was die zowel bij de Fransen als bij de Spanjaarden genade vond.
Landen die op dat ogenblik met elkaar in voortdurende oorlog waren.
Zijn voorganger Urbanus VIII had hem al naar beide landen gestuurd, daarna was hij latijns patriarch van Antiochi먨benoemd en werd hij nuntius in Madrid.
Zijn tegenstanders noemden hem de lelijkste paus van de geschiedenis, maar dat kan ook uit nijd en jaloezie zijn want deze Giambatista Pamfili was al op zijn twintigste advokaat en werd later een gewaardeerd jurist zodat hij wel iets wist van zakelijke ondernemingen en onderhandelingen.
Omdat Mazarin zich verzette tegen de Spaanse kandidaat waren de Fransen wel akkoord met een man met Spaanse sympathieën, en voilà zo werd hij in 5 september 1644 tot Innoncentius X als paus gekozen.

De vorige pausen waren uit de nobele familie van de Barberini’s gekomen en nu met hun hulp de Pamfili’ s aan de macht kwamen, voelden ze zich veilig. Dat duurde niet lang want Innoncent vervolgde hen onmiddellijk wegens verduistering van kerkgelden en de Franse koning moest tussenbeide komen zodat de Barberini’s weer terug naar hun rijkelijke bezttingen konden.
De schoonzus van Innocent X, ene zekere Olimpia Maidalchini, was de moeder van Camillo Pamfili, en hij was het die als kunstkenner en verzamelaar onze schilder zou aantrekken.
Maar dan moeten we zeker nog een verhaal kwijt over Olimpia die de bijnaam “papessa”, de pausin kreeg.

Het waren turbulente tijden, net zoals nu overigens.