615_c92fed29d80e8ae7a050080db19767be

Bekijk je zijn zelfportret dan denk je aan Van Dijck (die trouwens op bezoek was bij de broers Duquesnoy waarvan er daarna ééntje om onbekende redenen uit Rome vertrok!), bekijk je man met een kruik dan moet je onwillekeurig denken aan de vrolijkheid van Frans Hals en Gerard ter Borch.
Bezie dan het hoofd van de oude vrouw in het Getty’ s dan roept dat zeker herinneringen op aan Rembrandt.
De lichteffecten verwijzen heel duidelijk naar Caraveggio’s oeuvre, en zijn settings van landschappen kunnen de panorama’ s van Claude zijn.
In de Uffizi zie je zijn zelfportret en dan moet je aan Velasquez of Murillo denken, terwijl Meisje met kap in de Leicester Art Gallery Vermeer zou kunnen zijn.

Wie is toch die veelzijdige man, niet te vangen door herhaling van zichzelf, ondergedoken tot in de 20ste eeuw?
Werkte hij samen met de andere Hollanders en Vlamingen in Rome in de “schilders-bent”, of sympathiseerde hij met de “Bambocciades” naar het woord “Bamboccio, kreupele pop, het spotwoord voor de schilders die gewone mensen verbeeldden in plaats van de heiligen en mytische figuren?
Kijk naar één van hen, de Nederlander Pieter van Laer. Je zult zien dat zijn engel op de grond staat en geen halsbrekende bewegingen in het zwerk maakt.
Of ontsnapte hij ook aan die groepsindeling en bleef hij de zonderlinge en eenzame Sweerts? Zonderling door zijn veelheid aan mogelijkheden en eenzaam door zoveel onuitgesproken of niet uit te spreken verlangens ?