756_0ec8632d49eae2dd957a3d1780f023c1

Ga naar het Middelheim in Antwepen en kijk.

“De idylle” heet de mooie tentoonstelling.
De spanningsboog tussen de utopie die zichzelf opblaast tot stelsel of wereldplan, tot morele orde of vingertje in de lucht, ze heeft de idylle als tegenvoeter.
De idylle, het moment.
Een bijna ouderwets woord is het geworden.
Een aanraking tussen mensen, een vollopen van elkaar waarin de angst voor de leegte niet als btw is inbegrepen.

Het kan ook de oranje volle maan zijn van de laatste zomernachten, of de blik waarmee de mensen op oude foto’ s je aankijken met de zekerheid dat je wel zult volgen.
Utopiën zijn Roussiaanse uitwassen, de kikker weet dat hij zal ontploffen maar koe zal hij zijn, met het sado-masochisme van de eigen ondergang in het achterhoofd, de kaken bol van winderigheid
Wij zijn daar in het westen altijd vrij goed in geweest. Ons utopiënfabrikaat is bekend. Wij brengen de vrede op aarde, het geluk onder de mensen, de bevrijders van het kwaad zijn wij.

De vlagen ligustergeur in de zomernacht vragen niet naar een erkenning of waarborg.
Ze vloeien in de warme lucht en vervloeien als de dagen van augustus ons laten weten dat “zomer” uiteindelijk dezelfde utopie is waarmee wij onze wreedheid en ellende trachten te camoufleren.

De idylle.
Je hand raakte me aan, ik weet nog waar ik je kussen smaakte.
Ligusters in de zwoele nachten.
Melancholie is ook zo’n vals broertje van de vergetelheid.
Maar omdat ik toen al wist dat woorden als “eeuwig” en “voor altijd” zelfs in Victoriaanse poëzieboeken lachwekkend blijven, ben je, ondanks de menselijke wreedheid en kilte, nog altijd als rozenblaadje gedroogd in de telefoongids aanwezig.

Laten we de idylle in ere herstellen.