Lieve vriend,

Wat trekt ons zo aan als we een sneeuwlandschap bekijken?
Jaja, ik ken de cliché’ s, het zuivere, het ongerepte, de egaliteit, enz. enz.

De meeste cliché’ s zijn dan nog ergerlijk waar ook, maar ikzelf vind de geluiden zo mooi als het gesneeuwd heeft.
Er zal wel een fysiologische verklaring voor bestaan: het weerkaatsen op een bevroren oppervlak, maar stemmen in een sneeuwlandschap hebben iets heel speciaals: ze klinken ronder, weerkaatsen inderdaad, maar zijn tegelijkertijd beslotener.
Kinderen die in de sneeuw spelen maken op een andere manier lawaai dan kinderen in een zomerspeeltuin.

Je hoort de geluiden in een koker, een grote ronde koker waarboven de loodgrijze hemel zich spant, en de kromming onderaan door oneindig wit wordt ingenomen.

Daarom stuur ik je een mooie prent mee van de Japanse kunstenaar Koson Ohara (1877-1945)
De vertaling zou kunnen zijn: sneeuw op de brug, maar als je ’t in ‘t Japans hoort: Yanagibashi, dan is het of dit geluid zich in diezelfde koker bevindt.

Er is nog water, althans het is niet bevroren dus ondergesneeuwd, maar ‘t heeft zijn blauwe kleur behouden.
Over het bruggetje begeven zich twee personages naar huis.
Kijk naar hun paraplu’s: eentje rond, eentje over het hoofd, als een dakje.

En het zou Japan niet zijn als ze ook niet over de sneeuw heel mooie haiku’s of andere korte gedichten met weinig woorden en veel inhoud hadden gemaakt.

Dit is een mooie Engelse versie, en helemaal moeilijk wordt het om langs die omweg naar het Nederlands te vertalen want in het Japans voelt “filling the house” heel anders aan, wordt het: wat het object huis betreft, gevuld, en je hoort het al, het is krukkentaal.

De taal is zoals de sneeuw.
Wil je ze vangen, dan smelt ze in je hoofd, lost ze op.

Toch maar een poging:

Sneeuw’s schittering
verlicht het huis,

de stilte

Wij kennen het begrip schoon-heid, maar in feite zou er stilte-heid moeten staan, een soort Russische duratief, het is altijd stil als ik naar de sneeuw kijk.

Ik begin de problemen van internationale verdragen te begrijpen als ik nog maar enkele woorden in onze eigen moedertaal probeer te stamelen.

Hiernaast nog zo’n pareltje dat ik niet waag te vertalen, probeer het zelf maar.

De verzen zijn van de Japanse haiku-schrijver Santoka (1882-1940)

Het geheim van hun lichtgevende kracht is niet te achterhalen, noch te imiteren.
Van de sneeuw alleen al vond ik er dadelijk zo’n 348.

Een erg mooi is van de beroemde dichter Issa (1763-1827)

Voor de deur
maakt mijn wandelstok
een rivier van smeltende sneeuw

(er stond eerst “smeltende sneeuwrivier, maar dichter bij het Japans zou rivier van smeltende sneeuw zijn.)

Dat klinkt in het Japans zo (rangschikking is willekeurig)

waga yuki
mo tsurete nagare
yo chikuma kawa.

Lees dat maar eens heel zachtjes terwijl het sneeuwt.

Ik verlaat jullie enkele dagen.
Laat de stilte tot volgende maandag ook maar eens over deze geschriften neerdalen zodat iedereen zich in de sneeuw zelf kan vergewissen van zijn fragiele schoonheid.

In het landhuis zal ik met mijn ogen de landschappen drinken.