met zijn vijven

We waren met zijn vijven.
We zijn thuis en toch achtergebleven.
We keken eerst met zijn vijven naar binnen.

Toen hebben ze onze hoofden gedraaid
zodat we voor de rest van de koude dagen de weg bekijken.

We zijn sneeuw.
En we zijn er niet lang.

De anderen zijn van vlees en bloed,
en ook hun dagen zijn geteld.

Zij tellen in weken, maanden, jaren.
Wij tellen niet.
Wij zijn er.

Ook als wij weer water worden en ondergronds gaan
zijn wij niet weg.

We duwen de bloemen omhoog.

Is nu de zon onze vijand -denken ze-
enkele weken later helpt zij ons weer wakker worden. -weten we-
Wees dus niet bang om ondergronds te gaan.

Al het verdwijnen is slechts schijn.