De boom mijns levens staat boven de helling, dicht bij het Sint Jans-bos, en toch helemaal alleen.
Hij is geen naaldboom, verliest dus zijn gebladerte, en in de zomerhitte zorgt hij voor koeien-schaduw.

Hier zie je hem in de herfst van 2004.

Ik weet niet wat ik het meest aan hem bewonder.
Is het zijn waaiervormige kruin, zijn eenzame plaats tussen het dal en de naaldbossen, zijn evenwicht en standvastigheid?

Ik kijk naar hem.
Al jarenlang.

We hebben telkens gezegd dat hij een prachtige boom is, en dat blijven we herhalen.

Op een mooie website (http://www.franceweb.fr/poesie/enfants/poeme)vond ik deze beschrijving van een achtjarige:

L’arbre musicien a l’écorce bavarde. Il joue avec ses branches de violon, que toute la forêt entend en silence.
Alors les fleurs roses se lèvent de bonne heure puis le pommier se met à danser. Enfin le soleil se lève et les parfums donnent leur odeur.

Abdelali , 8 ans

Veronderstellen we dat Abdelali vanuit waarnemingen en emoties vertrokken is (en niet aan schoonschrijverij wilde doen om aan de verlangens van zijn leerkracht tegemoet te komen.) dan raakt het joch meteen de essentie: in elke boom huist een geest.
Of is elke boom een geest?

Ik denk ook aan de tekening waarop een leerkracht een boom op het bord heeft getekend terwijl er op de lege speelplaats prachtige bomen staan.

Heeft u vandaag een boom gezien, waarde vriend?
Beter: heeft U vandaag een boom bekeken?

Bon. Morgen beter.
Boom in de regen, boom in de morgen, nachtelijke boom.

Boom in de sneeuw.

Ook nu kon ik hem niet voorbijlopen zonder zijn beeld mee te brengen.
In de sneeuw.

Louter lucht
torst hij.

de sneeuw ligt aan zijn voeten.

Ik ben niet zijn enige bewonderaar, dat weet ik zeker.
Hij is intussen bij vele wandelaars een herkenning geworden.
Hij verandert met het licht en de seizoenen, maar ik denk niet dat hij nog groeit.

Hij heeft de leeftijd van niet meer moeten bereikt.
Vruchten hoeft hij niet te dragen.
Zijn hout is niet gezocht.
Hij volgt de seizoenen.

Hij staat er, en zijn sappen slapen voorlopig.
Nu de sneeuw smelt zal hij op zoek gaan naar de uitgerokken dagen.

Zijn sterven zal weer in frivool groen teniet worden gedaan.
Nutteloos biedt hij de koeien schaduw.

Voor de ongelovigen zoals ik verbindt hij de sneeuwvlakte met de lucht.