dyn003_original_488_736_jpeg_20344_5919cb88b5d5b0ae62406367d00f036f

Je was nog jong.
Ik ook.

Je kreeg de televizier-ring.
Ik was de verslaggever uit België.

Of je even tijd had?
Al de tijd van de wereld, zei je gul.

Ik wist nog niet wie je was, en ik had vaag een liedje gehoord.
Maar toen nam ik Vroeger of Later mee naar huis.

Jij zong waar wij mee bezig waren in ons hoofd.
Duidelijk. Zonder omwegen.
Maar eindeloos muzikaal.

Je muziek is ons zoals je wezen lief gebleven.


Toe, huil maar uit mijn schat, dat geeft toch niks
Kom hier, dan kus ik alle tranen van je wang
Heus, de bomen zullen weer opnieuw ontluiken
Straks, geloof me, zul je de sering weer ruiken
Kijk, je ziet al kleine knopjes aan de struiken
Echt, het komt wel goed

Toen jij bij me wegging was je nog steeds
Mijn allerliefste
En nu jij hetzelfde meemaakt
Kan ik jou toch troosten

Toe, huil gerust m’n schat, dat mag toch best
Kom hier, dan kus ik alle tranen van je kin
Goed, hij heeft je zomaar in de steek gelaten
Nee, dat valt natuurlijk ook niet goed te praten
Maar, m’n lief, je schiet toch ook niks op met haten
Kom nou maar bij mij

Toe, huil maar lieveling, ik snap het best
Kom hier, dan kus ik alle tranen van je mond
Ja, de liefde kan je hart in stukken breken
Maar, die pijn zal op den duur vanzelf verbleken
En, als ik misschien nog iets voor jou beteken
Zijn we niet alleen

 


Wat eens zijn pen was
wordt nu zijn vleugel

Onvindbaar voor de geliefden
zingt hij ons leven verder open.

Nog even, Robert,
en de dagen lengen weer.