image-2698

Goede Vriend in de Big Apple,

Bestookt met emoties worden we.
Denken we.
Of zijn het sentimenten?
Aandriften?

Filosofen zagen emoties als blinde impulsen, lijfelijke oprispingen, of sprongen van het hart die ons niets zinnigs te vertellen hadden.

Nussbaum echter vindt emoties juist intelligent.
Zij ziet emoties als een soort moreel perceptievermogen.

In ‘The therapy of desire’ voert ze de lezer mee langs de griekse scholen als die van Epicurus, de sceptici, de Stoa om hun conceptie van emoties opnieuw te actualiseen.

Trots, respect, verliefdheid, maar ook woede, verdriet, jaloezie of angst, het zijn volgens haar geen domme passies: zij kunnen ons informatie verschaffen over de dingen die er voor ons toe doen.
Het is zaak om ze niet weg te vegen, maar er nauwkeurig aandacht aan te besteden.

Emoties veranderen naarmate wij er mee omgaan.
We kunnen cultiveren, of zoals Plato ze afstompen en wegdrukken.
Dat heeft gevolgen voor ons morele perceptievermogen: dit kan slecht functioneren, waardoor iemand totaal ongevoelig wordt voor zijn eigen leed en dat van anderen.

Maar we kunnen ze ook zo cultiveren dat ze ons beter van dienst zijn.
We moeten dus niet alleen ons verstand onderwijzen, maar ook onze emotionele capaciteiten, we moeten dus onze morele sensibiliteit leren ontplooien.
En, zegt Nussbaum, daarbij is literatuur bij uitstek geschikt.

In ‘Oplevingen van het denken’ werkt ze die visie op de intelligentie van emoties verder uit.
Zo onderzoekt ze in dit boek de rol van het voorstellingsvermogen in verschillende soorten emoties, maakt ze onderscheid tussen algemene en specifieke emoties, tussen emoties die zich in situaties voordoen, en emoties die op de ‘achtergrond’ invloed uitoefenen op de hele wijze waarop iemand in het leven staat.

En het spreekt vanzelf dat de rol die emoties spelen in onze morele reflectie nauw samenhangt met Nussbaums visie op de kwetsbaarheid.

Goed oordelen kan men volgens Nussbaum alleen als men emoties toelaat, want ze verwijzen naar waarden die van cruciaal belang zijn in een mensenleven.

Als je je voorstellingsvermogen bevriest, dood je ook vormen van mededogen, kun je je niet inleven in wat anderen denken en voelen.

In ‘Hiding from humanity’ onderzoekt ze de rol van emoties in de rechtspraak.
Tijdens een rechtzaak moet worden vastgesteld of de emotie die de verdachte tot handelen aanzette berustte op een redelijke inschatting van de situatie.

dyn004_original_580_432_jpeg_20344_64224810c65e59745a9df90a943910cf

Om dat te beoordelen gaan rechters uit van conventionele opvattingen over wat ‘goed leven’ inhoudt, en wat kan worden gezien als bedreiging of juist als steun bij het streven daarnaar.
Volgens Nussbaum is dat soms problematisch: dit uitgangspunt strookt immers niet met het uitgangspunt van een liberale samenleving, die ieder juist het recht garandeert om een eigen visie op het goede leven na te streven.

Ze concentreert zich daarbij op onderwerpen die met seks en pornografie te maken hebben.
Conservatieven -en zij niet alleen- laten hun emoties vaak leiden in deze onderwerpen door schaamte en walging, maar Nussbaum noemt dat slechte raadgevers.

Deze emoties immers drukken de wens uit om puur en onkwetsbaar te zijn, om ons te verstoppen voor onze eigen menselijkheid die juist feilbaar en broos is.

En al zijn schaamte en walg onontkoombare psychologische reacties als we dierlijk gedrag herkennen in onszelf of anderen, toch moeten we weerstand bieden aan het verlangen om deze emoties ook een plaats te gunnen in de rechtspraak.

Het risico is namelijk dat we deze kanten van onszelf liever niet zien en ze projecteren op groepen die gestigmatiseerd worden in de samenleving: zoals homoseksulene, vrouwen, zieken, of invaliden.
Dat is onverenigbaar met een liberale samenleving waarin iedereen respect verdient op grond van zijn menselijkheid.

Ik kan mij voorstellen dat de ideeën van deze wijze en moedige vrouw in de States aardig wat stof doen opwaaien.
Als ik hier de kranten lees en een zekere wetenschapper die de homofobie prijs kreeg, woedend zie reageren, “dat ze geen kritiek verdragen die groep” dan glimlach ik en denk ik aan de vergelijking waarop die stomme Polen toch dat grote Duitsland niet moesten aanvallen, volgens de Duitsers dan.

We zouden ons wat minder boos op de anderen moeten maken, en met Nussbaum nagaan hoe we deze gevoelens naar een meer deugdelijke zelf-ananlyse kunnen ombuigen.