kulundzic6

Mijn beste Theodore,

Met stijgende verbazing las ik je artikelenreeks rondom de figuur van Walt Whitman, waarin jij de visie van de wijze Martha Nussbaum zo keurig redigeerde.

Verbazing?
En toch weer niet?
Ik zou het woord verbazing beter door ‘moedeloosheid’ vervangen, want al is er ’t een en ’t ander veranderd omtrent onze perceptie en rehabilitatie van de seksuele eigenschappen, toch bevinden we ons nu weer jaren in een soort niemandsland waarin de wetenschap angstig zwijgt, en de politiek des te luider en duidelijker de koers bepaalt, en dat zowel in de States als in het oude Europa.

Ik probeer een aantal artikels hierover samen te vatten en vraag je nog even tijd om beter gedocumenteerd voor de dag te komen, maar met wat ik nu al verzameld heb is het vooruitzicht op enig wetenschappelijk verantwoord inzicht erg droevig.

Ik kan begrijpen dat het werk van Nussbaum in haar land niet met vreugdegeklap is ontvangen, maar van zover er al geklap te horen zal zijn denk ik eerder dat we het slagen van de publieke zweep dan de opluchting in dit geklap kunnen herkennen.

Studies worden geboycot, afgewezen, of verdwijnen al te vlug in de prullenmand.
Het tekort aan durf is te begrijpen, wie er zich aan waagt kan zijn wetenschappelijke toekomst vergeten.

Mocht de heer Whitman kunnen terugkomen, dan zou de teleurstelling voor een tweede en zeer definitieve dood kunnen zorgen.

Dr. Van Ussel zaliger moest jaren geleden zijn proefschrift over de geschiedenis van de seksualiteit in Leiden gaan maken bij tekort aan durf van de vrije universiteit van Gent, en ik begin te vermoeden dat een project waarin we onderwerpen van Whitmans poëzie zouden onderzoeken (emotie, opwinding, het verwerven van een seksuele identiteit, minderheden, enz.) we opnieuw moeten uitwijken mocht er al geld zijn om dergelijke onderwerpen boven het niveau van een damesweekblad te verheffen, en dan bedoel ik niets kwaad met die weekbladen maar uit ik mijn twijfel over gewaagde en gedurfde uitroepen die als wetenschappelijk onderzoek moeten doorgaan.

Ik beloof je dus nijvere studie en een geschikte vorm om mijn bevindingen als een soort vragen op te werpen al lijken mijn pogingen nu reeds op het gevecht van de (heilige) Joris met de draak, gevecht dat de Frans Servische schilder Kosta Kulundzic (1972) hier verbeeldt.

Hij studeerde in Parijse La Seine school waar kunst en architectuur wordt onderwezen, koos er voor de schilderkunst en doceert ook nu in die mooie stad.

Ik hou erg veel van zijn werk omdat hij de oude religieuze mythes niet aleen door een hedendaags kleedje aanpast, maar ze bezielt, ze tot leven brengt hic et nunc, met een oosterse zin voor humor die hen niet belachelijk maakt maar ze juist aanvaardbaar voorstelt.

dyn007_original_507_709_jpeg_20344_d9ac34035c5375779f931480a58c63a5

Engelengeduld moet je van zijn engel Gabriël niet verwachten, maar ik heb hem in mijn werkkamer gehangen omdat hij zo menselijk en toch zo heilig is en hij een ware engel van deze tijd kan worden genoemd.

In de oude opvattingen is Gabriël de meest vrouwelijke engel, maar hier is hij tot en met een macho, de stierenhoorntjes die hij met zijn vingers maakt vervangen zijn kroontje, hij is bereid ver te gaan, de helleman schrik aan te jagen maar hij weet dat hij tegelijkertijd zal moeten rekening houden met de menselijke soort en haar eigenaardigheden, en daarom heeft hij izich n de mate van het mogelijke aan de aardbewoners aangepast.

Hij is de Gabriël uit mijn kinderjaren.
Mijn persoonlijke lijfwacht die mij tegen de gevaren van de duisternis beschermde, zeker als ik gekraak op de trap hoorde en de grote vreselijke trappenkraker (een monster dat alleen uit voeren bestond) mij probeerde te overvallen.

En mooi is ook zijn Jezus en Magdalena.

dyn007_original_730_709_jpeg_20344_563a015df08758bc5df3f7b07a969ca8

Een Jezus en een Magdalena die erg geloofwaardig overkomen.
Hij, mens en zoon van God, en zij mens en liefdevol voor die zoon met zo’n schizofrene identiteit.

Mosta was de kleinzoon van een orthodox priester en je moet in de streken hebben rondgezworven om het zeer aardse mysticisme te proeven.
De deur van de kerk is er laag zodat je je hoofd moet buigen om er binnen te komen, terwijl je in onze kerken moet opstijgen tot in de hoge gewelven om een glimp van de Verlosser waar te nemen.

En God zelf?
Ook hij kreeg zijn portret dat ik je niet wil onthouden.

dyn007_original_708_709_jpeg_20344_f79c7b4661d97cd69444f480585b83e1

Hij heeft veel meegemaakt, en hij is tot en met liefde van de allermenselijkste en toch hoogste soort.
Hij is aards en hoort toch nog thuis in de kosmos.
Hij is de ontvanger van onze noden en de geduldige schenker.

Hij is in alle betekenissen goddelijk.

Mag de nacht en de dag daarna dat voor jou ook zijn.

Je ex psychiater G. Dumortier