dyn004_original_550_445_jpeg_20344_f828b05d72bd933573a1b5b6882fb0f2

Anne Hardy, 2005-6 en Stanhope Forbes, 1889.

dyn004_original_512_388_jpeg_20344_83b15b9d4b0cf37732a6450df5f2505f

Het ligt voor de hand dat beide taferelen naar sfeer zouden kunnen samenvallen.
Het beeld van Hardy kan de morgen na de bruiloft zijn, de resten van het plezier, de overschot van het feest.

Maar dat is een toevallig samenkomen, bijna te mooi om er besluiten omtrent het interieur uit te kunnen afleiden.
Het interieur is immers niet alleen een plaats, een materiële ruimte, het is ook, en ik gebruik de titel van het hoofdstuk uit Frances Borzello’ s werk: Interieurs, les peintres de l’ intimité: DE MORELE RUIMTE.

Het is immers belangrijk om te zien wie er in de ruimte aanwezig is, en wat de personages doen, hoe ze in feite door de schilder als getuige worden beoordeeld.
Het zal duidelijk zijn dat ik met personages niet alleen mensen maar ook de dingen in de ruimte aanduid.

Stanhope Forbes, met zijn toast op de bruid, schetst een bruiloft in een vissersdorp, te Newlyn in Cournailles.
In de traditie die hij trouw blijft is de ruimte van het interieur, een vrouwelijke ruimte, de plaats waar de vrouwen werken en leven terwijl de mannen op zee zijn.
De morele waarden van een dergelijke samenleving komen duidelijk uit het doek naar voren: respect voor de traditie, de aanwezigheid van groot en klein, de continuïteit van het levensritme.

dyn004_original_550_394_jpeg_20344_dc788844a82ab6f5d82b60861d3913ad

De ruimtes van fotografe Anne Hardy zijn net zoals een gewoon interieur ‘ingericht’.
Hun moraliteit echter huist niet in de functie van de ruimte, maar in de relatie die ze met de onderdelen opbouwt.
Ze is verzamelplaats, chaotisch weliswaar, maar de sporen die we aantreffen zijn van een andere morele orde: de vluchtigheid der dingen, de drang om te consumeren, de flarden van nooit gerealiseerde dromen, en ga zo maar door.

Je zou in Hardy’ s ruimten kunnen leven, maar ze dienen meer als memento mori zoals we gisteren citeerden.
Dat ‘memento mori’ is natuurlijk in elke afbeelding aanwezig omdat ze een condensatie is van het voorbije.
Op het moment dat we de foto’ s van de bruiloft bekijken, is de bruilloft zelf voorbij.
Het album is een memento.

dyn004_original_433_550_jpeg_20344_b2c41a709b1fbb69a178f69ddef2d32b

Je kunt je in zo’n memento ook uitspreken over de waardering voor de inhoud: en dan zijn we terug in de morele ruimte.
Ik bedoel niet dat je uitspraak iets moet zeggen over goed en kwaad, ze kan net zo goed hulpeloosheid uitdrukken, of verveling, of vluchtigheid zonder het daarom in de eng morele zin over positief of negatief te hebben.

Hoe meer we met de verbeelding van het interieur naar onze tijd opschuiven, hoe meer we zullen (willen, moeten) interpreteren.

Dat doen we ook met de doeken uit de 19de eeuw, maar bijna vanzelfsprekend, je komt al dadelijk het interieur binnen nadat je als kijker even in de deuropening hebt gestaan.

Je mag deelnemen aan het feest.
Er wordt een stoel voor je bijgeschoven en weldra ben je aan de praat met de aanwezigen.

Naarmate de tijd verschuift naar de openheid voor het individu, naar ruimtes die door één individu, de kunstenaar, zijn gecreëerd, moet je ook meer en meer je eigen vanzelfsprekende ruimtes verlaten.

Je staat nog altijd in de open deur, maar je herkent de ruimte niet dadelijk als een plaats uit het gemeenschappelijk geheugen.
Het is een binnenruimte van iemands creativiteit en in het beste geval word je langzaam toegelaten, voeg je je eigen herinneringen aan de onderdelen van of in de ruimte toe aan het beeld en wordt door de kijker de ruimte pas echt gemeenschappelijk.

Het is duidelijk dat de bruiloft niet dadelijk nood aan nog meer feestvierders heeft, de boot is vol.
Je kunt je eigen herinneringen aan dergelijke feesten toevoegen aan het schilderij, je kunt gevoelens van heimwee oproepen of misschien afschuw voor het familiale gedoe, maar het doek staat stevig op zichzelf.

In de binnenruimtes van Hardy blijft de open ruimte letterlijk en figuurlijk nog leeg en vatbaar voor interpretaties en emoties.
Ook hier kun je associëren, maar je moet duidelijk naar meer onbewuste niveau’ s afdalen en het is best mogelijk dat je bij het beeld geen aanknopingspunten vindt.

Als ik de kamer met de schietschijven onder de bruiloft schuif (figuurlijk dus, naar inhoud) dan liggen associaties voor het rapen, maar ook zonder deze mix kan ik me voorstellen dat je in die enge ruimte vlug zelf het doelwit bent.

De morele ruimte is bij Hardy niet klaar als het klontje van de bruiloft.
En dat verontrust vele kijkers.
Ze willen best meegaan met abstracte voorstellingen, plezier scheppen in kleur- en vormcombinaties, maar dat dergelijke doeken of foto’ s ook een morele binnenruimte hebben die je voor een groot gedeelte zelf zult moeten vullen, maakt mensen bang.

De vraag naar ‘de bedoeling’ immers maakt het veelal onmogelijk om door te dringen in de virtuele ruimte van de afbeelding.
Ik kan een aantal factoren opsommen, maar tenslotte ben ik er alleen.
En alleen zijn is altijd een beetje eng.