_image_content-2

219466_m_33E6438C-B6D4-9357-4A829BACD84AC9E3

L’innommable

Dat ‘Je’ in zijn dubbele gestalte waarover Monique Nemer gisteren sprak, is een ‘mise en place’ van een legitimiteit en van een verantwoordelijkheid, en in datzelfde gebaar een iemand die spreker en gesprekspartner in de maatschappij is geworden, dus een burger. (p27)

Daarom ook de keuze van mijn beginbeelden: de expressiviteit en het verhulde, het duidelijk affirmeren van wie je denkt te zijn tegenover het toekijken, of het luisteren, vaak nog van tussen het gebladerte want de volle zon van ‘de publieke belangstelling’ kan verschoeiend zijn.

Ik heb me nooit kunnen vestigen in het leven. Altijd op één bil, alsof ik op de armleuning van een stoel zit, klaar om op te staan, te vertrekken”

Dat kun je lezen in zijn dagboek (1930)Er is een mooie Nederlandse vertaling van verschenen, vorig jaar, samen met een vertaling van Si le grain ne meurt en een themanummer

André Gide, Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939, vertaald, ingeleid en geannoteerd door Mirjam de Veth, oorspr. Journal I et II, Privé-domein, De Arbeiderspers, Amsterdam, 662 pagina’s, € 32,50.

André Gide, Niet als de anderen, vertaling van Si le grain ne meurt, door Mirjam de Veth, Atlas, Amsterdam, 350 pagina’s, € 19,90.

De Parelduiker, speciaal André Gide-nummer, december 2005, uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam, € 14,95.

dyn004_original_347_475_jpeg_20344_e608748183038dc7ae0e6d221506c4d6.2

Tegelijkertijd wil ik La petite Dame introduceren, Maria Van Rysselberghe (vrouw van Theo, de schilder), levenslange vriendin van Gide, grootmoeder van zijn dochter Catherine.
Zonder medeweten van Gide hield ze een Journal bij waarin ze alles wat met en rondom Gide gebeurde, noteerde, tesamen met haar eigen bemerkingen.
Door haar kleine gestalte van zo’n 1,50meter kreeg ze de bijnaam “La Petite Dame”, en onder die naam verschenen ook haar Cahiers

Een mooie samenvatting vind je in:

JE NE SAIS SI NOUS AVONS DIT D’IMPÉRISSABLES CHOSES . Une anthologie des « Cahiers de la Petite Dame » [2006] . Édition de Peter Schnyder, 720 pages + 16 p. hors texte, 23 ill., sous couv. ill., 108 x 178 mm. Collection Folio (No 4425), Gallimard -memo. ISBN 2070307514.

Het schilderij van de vrouw bij het harmonium is trouwens Maria Sethé, model van Theo, een Maria die later zou huwen met art nouveau architect Henry van de Velde.
Ik gebruikte het vooral om de door mij zeer bewonderde Theo even in het geheugen op te roepen.

Terug naar de petite Dame, want het is zij die zegt dat voor Gide tussen 1918 en 1926 (de datum waarop Si le grain ne meurt verschijnt) alles is gezegd.

Zo schrijft ze in 1950, één jaar voor Gides dood:

‘Comme il disait déjà, il y a près de cinquante ans, ce qui l’ intéresse le plus, c’ est le christianisme et la pédérastie. Ça reste toujours vrai, ce sont les seules questions où sa pensée reste constante et combative.”

Zo schrijft Gide in 1946:

‘Académie? Oui, peut-être, accepter d’y entrer {…} Et sitôt après, comme premier acte Immortel, une preface de Corydon, déclarant que je considère ce livre comme le plus important et le plus serviceable,({…} je veux dire: de plus grand utilité, de plus grand service pour le progrès de l’humanité) de mes écritsbrom01

koppel

 

Natuurlijk is het verkeerd te denken dat de mentaliteit in de dertig eerste jaren van de twintigste eeuw zou veranderd zijn op het gebied van wat wij nu coming out noemen.

Zelfs na de publicatie van Sodome et Gomorrhe in 1922 zweeg Proust (‘ce prince de la dissimulation, zei Gide) over zijn eigen geaardheid.
Stilte ook bij Lacratelle in 1928, (que de précautions! que de prudence!) bij de publicatie van Lettres Espagnoles
Stilte ook bvij Cocteau die ook in 1928 zijn ‘ Livre Blanc’ publiceerde zonder auteursnaam onder het voorwendsel dat ‘les secrets au salon, voilà qui me comble de la vulgarité’

En zelfs nog in 1951 als Jouhandeau zijn Ces Messieurs publiceert, kun je dit lezen:

‘Par pédéraste, on entend généralement l’ homme qui recherche les éphèbes pour leur beauté{…} L’homosexualité est beaucoup plus grave.
L’homosexuel, au mépris de ce que la nature semble avoir voulu, recherche plus volontiers les individus de son propre sexe que ceux du sexe opposé. {…}
L’ inverti l’ est le plus souvent congénitalement. {…} Bon nombre d’homosexuels s’ ignorent. Ce sont de beaucoup les plus sympatiques.

Il arrive cependant à de certains hommes de camoufler complètement l’ ambiguïté de leur nature et je les en félicite.
Rien n ‘est plus odieux que les déformations causées par la vice. On se doit au moins de n ‘en pas afficher les stigmates. {…}

Ce n’ est pas au vice que j’ en ai, mais à l’ indiscretion. Grâce aux dieux, aucunes mœrs ne sont plus jugées inavouables aujourd’hui par l’ intelligence, mais faut-il savoir se conduire d’ autant mieux qu’ on porte en soi l’ occasion du scandale.”

Ja, het is wel een beetje pretentieus te denken dat je met een boek de wereld kan veranderen, en bij zijn dood lezen we in Le Nouveau Portique dat zijn voornaamste zonde niet zijn ‘pédérastie, maar eerder zijn orgueil zou zijn.

Maar soms is die hoogmoed nodig om de wanhoop in de ogen te kunnen zien.